Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent Gedeputeerde Staten (Besluit mandaat, volmacht en machtiging Gedeputeerde Staten van Noord-Holland)Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; overwegende dat het vigerende besluit dient te worden vervangen in verband met de heroverweging van bevoegdheden; gelet op artikel 59a en 166 van de Provinciewet; besluiten vast te stellen: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Gedeputeerde Staten van Noord-Holland Artikel1 Dit besluit is niet van toepassing op besluiten en beslissingen op grond van het Besluit mandaat, volmacht- en machtiging Human Resource Management Noord-Holland, met uitzondering van de artikelen 14 en 15. Artikel2 Gedeputeerde Staten verlenen mandaat inzake hun bevoegdheden om besluiten te nemen en volmacht en machtiging aan: de Commissaris van de Koning en de gedeputeerden, ieder voor zover de aangelegenheid behoort tot hun portefeuille zoals omschreven in de bij dit besluit behorende bijlage I en hun plaatsvervangers; en de provinciesecretaris en zijn plaatsvervangers. Artikel3Bevoegdheden aan Gedeputeerde Staten voorbehouden 1. Het mandaat, de volmacht en de machtiging als bedoeld in artikel 2 hebben geen betrekking op de volgende aangelegenheden: a. de afdoening en ondertekening van stukken die zijn gericht aan Provinciale Staten met uitzondering van: -Aanvullende, toelichtende antwoorden op vragen naar aanleiding van een vergadering van een Statencommissie; -Het aan Provinciale Staten toezenden van afschriften van brieven waarover de besluitvorming op portefeuillehouderniveau plaatsvindt; -Het toezenden van een kennisgeving dat de beantwoording van vragen van Provinciale Staten niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden op grond van artikel 45, derde lid, van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten en Statencommissies Noord-Holland 2015 . b. vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het provinciaal beleid; c. instelling van commissies als bedoeld in artikel 81 en 82 van de Provinciewet, behoudens het instellen van een schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Regeling nadeelcompensatie infrastructurele werken provincie Noord-Holland 2007 alsmede het aanwijzen van een adviseur inzake een aanvraag tegemoetkoming planschade als bedoeld in artikel 6.1.3.2 van het Besluit ruimtelijke ordening; d. een beslissing op een bezwaarschrift waarbij wordt afgeweken van het advies van de hoor- en adviescommissie; e. het aangaan van convenanten; f. bemiddeling in geschillen tussen andere bestuursorganen; g. het toepassen van een hardheidsclausule uit een wettelijk voorschrift; h. een besluit inzake de behandeling van een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover de klacht gericht is tegen een gedraging van een lid van Gedeputeerde Staten, de provinciesecretaris, diens plaatsvervanger of een directeur; i. besluiten aangaande strategische en/of anticiperende aan- en/of verkopen van onroerende zaken; j. besluiten aangaande aan- en/of verkopen van onroerende zaken, anders dan genoemd in onderdeel i, pachtovereenkomsten, huurovereenkomsten of de vestiging van zakelijke rechten, waarvan de financiële gevolgen groter zijn dan € 2.000.000,-; k. benoemen van een tijdelijke secretaris en een tijdelijke griffier als bedoeld in artikel 61, eerste lid, van de Wet algemene regels herindeling; l. besluiten op een verzoek van de secretaris en de griffier als bedoeld in artikel 57, eerste en tweede lid, van de Wet algemene regels herindeling; m. besluiten tot het in de gelegenheid stellen van gemeenten met gedeputeerde staten overleg te voeren over de wens tot grenscorrectie of tot wijziging van de gemeentelijke herindeling, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, Wet algemene regels herindeling; n. vaststellen van een herindelingsontwerp, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, Wet algemene regels herindeling; o. het nemen van een besluit inzake het uitreiken van een onderscheiding in de vorm van een bronzen of zilveren provinciale penning als bedoeld in artikel 2, vierde of vijfde lid van de Regeling provinciale penningen Noord-Holland 2020. 2. Het mandaat en de volmacht en machtiging als bedoeld in artikel 2 hebben geen betrekking op de volgende aangelegenheden op het gebied van de ruimtelijke ordening: a. het geven van een reactieve aanwijzing als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening; b. het geven van een proactieve aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening; c. het vorderen van medewerking van andere bestuursorganen als bedoeld in artikel 3.33, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening; d. het verlenen van ontheffingen ingevolge de provinciale verordening als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening; e. het nemen van een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.2, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening; f. een gemeente bestuur te verzoeken zijn structuurvisie aan te passen bij gebleken strijdigheid daarvan met het provinciale beleid. 3. Het mandaat, de volmacht en de machtiging als bedoeld in artikel 2 hebben geen betrekking op de volgende aangelegenheden op het gebied van subsidies: a. het verstrekken van subsidies als bedoeld in artikel 4: 23, derde lid, onderdelen b en d, van de Algemene wet bestuursrecht; b. het geheel of gedeeltelijk weigeren van een subsidie als bedoeld in artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht. 4. Het mandaat, de volmacht en de machtiging als bedoeld in artikel 2 hebben geen betrekking op de volgende aangelegenheden op het gebied van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur: a. het weigeren van een aangevraagde beschikking dan wel het intrekken van een gegeven beschikking ingevolge artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; b. het verbinden van voorschriften aan de beschikking ingevolge artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; c. het besluit om een gegadigde uit te sluiten van de gunning van een overheidsopdracht dan wel het ontbinden van een overeenkomst met de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund ingevolge artikel 5 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; d. Het beslissen over het aangaan van een vastgoedtransactie ingevolge artikel 5a, onder a van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; e. Het beroepen op een opschortende of ontbindende voorwaarde ingevolge artikel 5a onder b van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen in het geval dat bij een vastgoedtransactie is bedongen dat de overeenkomst kan worden opgeschort of ontbonden dan wel de rechtshandeling worden beëindigd indien zich één van de situaties, bedoeld in artikel 9, derde lid van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur voordoet. Artikel 4 Bevoegdheden aan Gedeputeerde Staten en gedeputeerde voorbehouden Het mandaat, de volmacht en de machtiging bedoeld in artikel 2, onder b, hebben geen betrekking op een besluit of beslissing: a. met betrekking tot de afdoening en ondertekening van stukken die zijn gericht aan Provinciale Staten die betrekking hebben op -Aanvullende, toelichtende antwoorden op vragen naar aanleiding van een vergadering van een Statencommissie; -Het aan Provinciale Staten toezenden van afschriften van brieven waarover de besluitvorming op portefeuillehouderniveau plaatsvindt; -Het toezenden van een kennisgeving dat de beantwoording van vragen van Provinciale Staten niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden op grond van artikel 45, derde lid, van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten en Statencommissies Noord-Holland 2015 die strekt tot advisering over het beleid van andere bestuursorganen; b. die strekt tot advisering over het beleid van andere bestuursorganen; c. tot het voordragen ter vernietiging of schorsing van een besluit van een ander bestuursorgaan; d. tot benoeming en tot voordragen ter benoeming van een persoon in een bestuurlijke functie of in een commissie; e. op een aanvraag als bedoeld in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar; f. tot het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures namens de provincie, Provinciale Staten of Gedeputeerde Staten of het verrichten van handelingen ter voorbereiding daarop, genoemd in artikel 158, eerste lid, onder f, van de Provinciewet; g. tot het nemen van conservatoire maatregelen als bedoeld in artikel 158, lid 4 van de Provinciewet; h. tot het afhandelen van schadeclaims van derden, waaronder het aangaan van een planschadeovereenkomst, een schikking of een vaststellingsovereenkomst, met uitzondering van schadeclaims die vallen onder de dekking van een door de provincie afgesloten aansprakelijkheidsverzekering of onder de werking van een wettelijke regeling; i. tot het voorleggen van een geschil aan derden voor arbitrage of bindend advies; j. aangaande aan- en/of verkopen van onroerende zaken, anders dan genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel i, pachtovereenkomsten, huurovereenkomsten of de vestiging van zakelijke rechten, waarvan de financiële gevolgen groter zijn dan € 1.000.000,-, voor zover de transactie betrekking heeft op een Enkelvoudige opgave als bedoeld in de vijfde Nota Grondbeleid; k. strekkende tot advisering aan het Rijk inzake besluiten van andere bestuursorganen; l. het instellen van de schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Regeling nadeelcompensatie infrastructurele werken provincie Noord-Holland 2007, alsmede tot het aanwijzen van een adviseur inzake de aanvraag tegemoetkoming planschade als bedoeld in artikel 6.1.3.2 van het Besluit ruimtelijke ordening; Artikel5 1. De provinciesecretaris kan ter uitoefening van het mandaat, de volmacht of de machtiging bedoeld in artikel 2, onder b, schriftelijk rechtstreeks ondermandaat, -volmacht of -machtiging verlenen aan een directeur, het hoofd van het Kabinet, het hoofd van Concerncontrol of het hoofd van de unit staf Algemeen Directeur, voor bevoegdheden zonder financiële gevolgen, met uitzondering van de benoeming van toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht en beslissingen om een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur geheel of gedeeltelijk af te wijzen en het nemen van een besluit inzake het uitreiken van een onderscheiding in de vorm van een bronzen provinciale penning aan een werknemer van de provincie Noord-Holland, als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Regeling provinciale penningen Noord-Holland 2020. 2. De provinciesecretaris kan eveneens schriftelijk rechtstreeks ondermandaat, -volmacht of -machtiging verlenen aan (adjunct-)sectormanagers, unitmanagers en medewerkers voor bevoegdheden zonder financiële gevolgen en voor zover passend binnen hun respectieve takenpakket, 3. Ondermandaat, -volmacht of -machtiging als bedoeld in het tweede lid wordt verleend op voorstel van een directeur, het hoofd van het Kabinet, het hoofd van Concerncontrol of het hoofd van de unit Staf Algemeen Directeur. Artikel6 De provinciesecretaris kan ondermandaat verlenen voor het nemen van besluiten in verband met het verstrekken van subsidies op grond van een uitvoeringsregeling, op grond van artikel 4:23, derde lid, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht, of op grond van een subsidieverordening, alsmede het verstrekken van investeringsbudgetten op basis van een verordening, aan: a. de directeur Concernzaken; b. de sectormanager Subsidies- Inkoop of de unitmanager Subsidie Uitvoering tot en met een bedrag van € 500.000,-. Artikel7 De provinciesecretaris kan ondermandaat, -volmacht of -machtiging verlenen voor het uitoefenen van bevoegdheden met financiële gevolgen voor opdrachten in het kader van inkoop en aanbesteding met inachtneming van de volgende grenzen. Ondergemandateerde en -gevolmachtigde Inkoop/aanbesteding Werken Inkoop/aanbesteding Leveringen en Diensten Directeur ≤ Drempelbedrag Europees aanbesteden voor Werken ≤ € 1.000.000,- Sectormanager ≤ Drempelbedrag Europees aanbesteden voor Leveringen en Diensten ≤ Drempelbedrag Europees aanbesteden voor Leveringen en Diensten Functionaris aangewezen als budgethouder, als bedoeld in het vigerende Budgethoudersreglement provincie Noord-Holland ≤ Drempelbedrag Europees aanbesteden voor Leveringen en Diensten ≤ Drempelbedrag Europees aanbesteden voor Leveringen en Diensten Unitmanager en een andere medewerker ≤ € 100.000 ≤ € 100.000,- Artikel8 De provinciesecretaris kan ondermandaat, -volmacht of -machtiging verlenen voor het nemen van besluiten aangaande aan- en/of verkopen van onroerende zaken, anders dan genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel i, pachtovereenkomsten, huurovereenkomsten of de vestiging van zakelijke rechten: a. aan de directeur Beleid tot en met een bedrag van € 1.000.000,-; b. aan de sectormanager Grond tot en met een bedrag van € 500.000,-. Artikel9 De provinciesecretaris kan ondermandaat, -volmacht of -machtiging verlenen voor het nemen van besluiten tot het aangaan van andere privaatrechtelijke rechtshandelingen dan die bedoeld in artikel 7 en artikel 8 aan: a. een directeur voor zover de financiële consequenties daarvan niet groter zijn dan € 1.000.000,-; b. een sectormanager, dan wel de functionaris die is aangewezen als budgethouder, als bedoeld in het vigerende Budgethoudersreglement provincie Noord-Holland, voor zover de financiële consequenties daarvan niet groter zijn dan het drempelbedrag Europees aanbesteden voor Leveringen en Diensten; c. een unitmanager of andere medewerker voor zover de financiële consequenties daarvan niet groter zijn dan € 100.000,-. Artikel10 1. De provinciesecretaris kan aan een ondermandaat, -volmacht of -machtiging aanvullende voorwaarden en beperkingen stellen. 2. De provinciesecretaris kan aan een ondermandaat, -volmacht of -machtiging een regeling verbinden ter voorkoming van fraude en corruptie wegens een mogelijk direct of indirect persoonlijk belang van de ondergemandateerde of onderge(vol)machtigde die onderdeel uitmaakt van het besluit. Artikel11 1. Een ondermandaat, -volmacht of -machtiging wordt door de provinciesecretaris vastgesteld en goedgekeurd op een als zodanig gewaarmerkte ondermandaat, -volmacht of -machtiginglijst per afzonderlijke directie of organisatieonderdeel. 2. De provinciesecretaris actualiseert de in het eerste lid bedoelde lijst tenminste eenmaal per drie kalenderjaren. 3. Elk ondermandaat, -volmacht of -machtigingsbesluit wordt, na de goedkeuring als bedoeld in het eerste lid, bekendgemaakt in het provinciaal blad. Artikel12 Gedeputeerde Staten staan op grond van artikel 59a van de Provinciewet de commissaris van de Koning toe de ondertekening van besluiten van Gedeputeerde Staten op te dragen aan de provinciesecretaris, voor het geval dat: de commissaris van de Koning en alle loco-commissarissen van de Koning afwezig zijn, en de ondertekening van het besluit geen uitstel duldt. Artikel13 1. Besluiten die namens Gedeputeerde Staten door een gedeputeerde of diens plaatsvervanger worden genomen als bedoeld in artikel 2, onder a, worden ondertekend door de commissaris van de Koning en de provinciesecretaris. 2. Besluiten als bedoeld in het eerste lid worden door alleen de provinciesecretaris, of diens plaatsvervangers ondertekend, indien a. de commissaris van de Koning en alle loco-Commissarissen van de Koning afwezig zijn, en b. de ondertekening van het besluit geen uitstel duldt. Artikel14 Een gedeputeerde, de provinciesecretaris en diens plaatsvervangers zijn gemachtigd om namens Gedeputeerde Staten in rechtsgedingen op te treden. Artikel15 1. De provinciesecretaris verleent aan medewerkers machtiging om namens gedeputeerde staten in rechtsgedingen op te treden en plaatst deze medewerkers op een lijst van procesgemachtigden. 2. De provinciesecretaris is bevoegd om: a. schriftelijk machtiging te verlenen tot vertegenwoordiging van Gedeputeerde Staten in rechte aan een medewerker die niet is vermeld op de lijst van procesgemachtigden bedoeld in het eerste lid; b. een sectormanager schriftelijk te machtigen om schriftelijk machtiging te verlenen tot vertegenwoordiging van Gedeputeerde Staten in rechte aan een medewerker die niet is vermeld op de lijst bedoeld in het eerste lid; c. schriftelijke machtiging te verlenen tot vertegenwoordiging van Gedeputeerde Staten in rechte aan een advocaat en aan externen. Artikel16 De uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid, een verleende volmacht of machtiging geschiedt binnen de grenzen van de vastgestelde taken van de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde en met inachtneming van het geldende recht en de geldende beleids- en uitvoeringsregels. Artikel17 1. Een gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde stelt Gedeputeerde Staten of de betrokken portefeuillehouders in kennis van in (onder)mandaat genomen besluiten en met (onder)volmacht of machtiging genomen beslissingen waarvan zij aannemen dat kennisneming door het college of de betrokken portefeuillehouders van belang is. 2. De betrokken portefeuillehouders kunnen zich door de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde laten informeren over de krachtens (onder)mandaat genomen besluiten en met (onder)volmacht en- machtiging genomen beslissingen. Artikel18 De sectormanager Juridische Zaken houdt een mandaatregister bij, waarin dit besluit en de in de artikel 11 bedoelde ondermandaat –volmacht of machtigingsbesluiten worden bijgehouden. Artikel19 Het besluit mandaat, volmacht en machtiging Gedeputeerde Staten van Noord-Holland 2012 wordt ingetrokken. Artikel20 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst. Artikel21Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Haarlem, 11 juli 2017Gedeputeerde staten van Noord-Holland,J.W. Remkes, voorzitter R.M. Bergkamp, provinciesecretaris.Uitgegeven 17 juli 2017 Namens Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,R.M. Bergkamp, provinciesecretaris.Bijlage I als genoemd in artikel 2 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Gedeputeerde Staten van Noord-Holland Portefeuilleverdeling GS van Noord-Holland 2019-2023 Per 18 juni 2019 Portefeuille Z. Pels Financiën Circulaire economie Noordzeekanaalgebied (NZKG) en zeehavens Cultuur en erfgoed Sport Personeel en organisatie Inkoop C.J. Loggen Ruimtelijke ordening (inclusief wonen) Interbestuurlijk toezicht (huisvesting verblijfsgerechtigden en ruimtelijke ordening) Water Water als economische drager (WED) Conference of Peripheral Maritime Regions (CPMR) J. Chr. van der Hoek Economie Arbeidsmarkt en onderwijs Recreatie en toerisme Landbouw en visserij Dierenwelzijn Bestuur Interbestuurlijk toezicht (coördinatie, financieel en (extern) archief) Europa A. Tekin Mobiliteit Leefbaarheid, gezondheid en milieu Interbestuurlijk toezicht (VTH-taken) (Toezicht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.