Beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten in woningenZaaknummer: 1478904 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn besluit: gelezen het voorstel met betrekking tot de beleidsnotitie huisvesting arbeidsmigranten in woningen van afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving; gelet op: het belang van de bescherming van de openbare orde en veiligheid en het woongenot; het bepaalde in titel 4.3 Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 2° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht jo artikel 4 lid 9 bijlage II Besluit omgevingsrecht; besluit: in te stemmen met de beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten en de daarbij behorende bijlage 'Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten' en deze vast te stellen; de beleidsnotitie inclusief bijlage ter kennisneming door te sturen aan de raad. te bepalen dat bovenstaand wordt bekendgemaakt: door opname in het gemeenteblad Aldus vastgesteld, 8 augustus 2017 College van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten in woningen Inleiding De gemeente Hoorn kent twee beleidsregels die voorwaarden stellen aan de huisvesting van arbeidsmigranten. Het gaat om een beleidsregel voor woonvormen in woningen en een beleidsregel voor huisvesting van arbeidsmigranten in semipermanente voorzieningen. De beleidsregel voor woonvormen in woningen is in 2015 ingetrokken, omdat bleek dat deze in de praktijk niet voldeed en zou moeten worden herzien. De beleidsregel voor semipermanente voorzieningen is in werking. Dit document vormt de vervanging van de beleidsregel voor woonvormen in woningen. Reden hiervoor is dat de behoefte blijft bestaan aan beleid voor situaties waarin sprake is van huisvesting van arbeidsmigranten die geen huishouden vormen in woningen in strijd met het geldende bestemmingsplan. Beleid hiervoor geeft helderheid in welke gevallen en onder welke voorwaarden er afgeweken kan worden van het vigerende bestemmingsplan en omgevingsvergunning kan worden verleend. Ingetrokken beleidsregel woonvormen in woningen De inmiddels – in januari 2015 - ingetrokken beleidsregel stelde voorwaarden aan de mogelijkheid van bewoning van woningen door meerdere personen die geen huishouden vormen in afwijking van het bestemmingsplan. Bewoning in deze vorm is in de regel in strijd met de bepalingen van het bestemmingsplan, omdat een woning o.b.v. het bestemmingsplan dient te worden bewoond door een huishouden. Voor een huishouden heeft jurisprudentie bepaald dat er sprake moet zijn van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bij bewoning door meerdere personen die geen huishouden vormen gaat het in het merendeel van de gevallen om kamerverhuur, waarbij degene die de kamer huurt daar ook zijn/ haar hoofdverblijf heeft. Ook logies kan voorkomen, waarbij sprake is van het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, en het kenmerk is dat de “logé” het hoofdverblijf elders heeft. Naar aanleiding van een aantal handhavingszaken tegen deze vormen van bewoning in strijd met het bestemmingsplan c.q. de voorwaarden van de beleidsregel woonvormen in woningen in de commissie bezwaarschriften en de daaruit voortvloeiende adviezen is geconstateerd dat de deze beleidsregel niet meer voldeed en diende te worden herzien. Het probleem zag met name op de (on)mogelijkheid om op basis van het beleid bepalingen ter voorkoming van overlast op te nemen. Ook bood het beleid geen criteria om ongewenste concentratie te voorkomen. Beleidsnotitie huisvesting arbeidsmigranten in woningen Deze voorliggende beleidsnotitie ziet primair op de mogelijke huisvesting door arbeidsmigranten in woningen, die geen onderdeel uitmaken van de sociale woningvoorraad. Huisvesting voor arbeidsmigranten die geen huishouden vormen past zoals hierboven is weergegeven (vrijwel) nooit in het geldende bestemmingsplan. Dit betekent echter niet dat het niet voorkomt. In Hoorn zijn een aantal locaties bekend waar momenteel met het bestemmingsplan strijdig gebruik in de vorm van kamerverhuur door arbeidsmigranten plaats vindt. Ook worden er met enige regelmaat aanvragen omgevingsvergunning ingediend die zien op deze vorm van bewoning in afwijking van het bestemmingsplan. De gemeente Hoorn wil huisvesting voor deze personen in de vorm van kamerverhuur in woningen in beginsel onder voorwaarden mogelijk maken. Van belang daarbij is dat het aantal bewoners van een pand dat voor kamerverhuur is bestemd van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat van de omgeving. Het aantal maximaal toegestane arbeidsmigranten per woning hangt af van het aantal en de grootte van de kamers, maar mag zonder meer nooit meer dan 4 personen bedragen om ter plaatse een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving te kunnen waarborgen. Ook humaniteit en brandveiligheid voor de bewoners zijn belangrijke aspecten bij de beoordeling of in een bepaald geval kan worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan voor huisvesting van deze doelgroep. Daarnaast mag de parkeerdruk in de omgeving niet onevenredig toenemen en dient concentratie in een bepaalde straat/ gebied te worden voorkomen en moet ook (geluid)overlast worden vermeden. In deze notitie wordt uitgegaan van wonen in de vorm van kamerverhuur. De arbeidsmigranten dienen dus ter plekke hun hoofdverblijf te hebben. Huisvesting voor arbeidsmigranten in de vorm van logies in de woonwijken wordt niet wenselijk geacht. Overigens kan het bestemmingsplan ter plaatse onder voorwaarden wél logies toestaan, maar zoals hiervoor is aangegeven ziet deze beleidsnotitie niet op deze situaties. Naast arbeidsmigranten zijn er ook andere groepen van bewoners denkbaar die een woning bewonen maar geen huishouden vormen, zoals bijvoorbeeld studenten of vergunninghouders. Deze notitie gaat niet in op deze groepen, omdat deze situaties in Hoorn (vrijwel) niet voorkomen. In voorkomend geval worden aanvragen om dergelijke vormen van kamerverhuur beoordeeld in het licht van ‘een goede ruimtelijke ordening/ het woon- en leefklimaat ter plaatse. Beleidsregels vergunningverlening Voor kamerverhuur biedt artikel 4 lid 9 bijlage ll Besluit omgevingsrecht (Bor) de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen voor van het bestemmingsplan afwijkend gebruik. Het gaat daarbij om het wijzigen van het gebruik van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van het bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen. Voor vergunningverlening in afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van kamerverhuur ten behoeve van arbeidsmigranten zijn de volgende randvoorwaarden geformuleerd: - er is sprake van een woonbestemming op basis van het vigerende bestemmingsplan, waarbij het niet mag gaan om een bestemming als bedrijfswoning. Aan kamerverhuur in panden bestemd als bedrijfswoning wordt geen medewerking verleend; - er is sprake van een legale woning/woongebouw; - er is geen sprake van een sociale huurwoning; - er is sprake van een kleinschalige accommodatie, waarvan het aantal bewoners afhangt van de aard van de woning, maar waarbij in alle gevallen een maximum aantal van 4 personen is toegestaan; - de vergunning wordt in beginsel tijdelijk verleend, voor een periode van 5 jaar; - er mogen geen nieuwe woningen ontstaan; het delen van voorzieningen (keuken/woonkamer/toilet/douches) is een vereiste. Waarbij: - er conform het Bouwbesluit 2012 minimaal 12 m2 gebruiksoppervlakte per persoon aanwezig is; - er bij of in de directe omgeving van het pand voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, zodat de parkeerdruk niet onevenredig zal toenemen. De Hoornse woonwijken zijn doorgaans gebouwd met een parkeernorm van 1,2 auto’s per woning. Momenteel is in deze wijken vaak al sprake van een hoge parkeerdruk of een verzadiging van de parkeercapaciteit. Voor initiatieven tot 4 bewoners (vergelijkbaar met het aantal bewoners in een gemiddeld huishouden) wordt daarom uitgegaan van een parkeernorm van 1,2 auto’s per woning. Initiatiefnemer dient aan te tonen dat aan deze norm kan worden voldaan; - de locatie is geschikt voor lang verblijf, er is sprake van personen die meer dan drie maanden ergens wonen en die zijn/ worden ingeschreven in de BRP op dat adres. De huisvester wordt er bij de aanvraag omgevingsvergunning op gewezen dat bewoners moeten worden ingeschreven/ deze worden ingeschreven; - om concentratie te voorkomen dient er een afstand van minimaal 50 meter te bestaan tussen percelen die gebruikt worden voor kamerverhuur voor arbeidsmigranten; - naast bovenstaande eisen voldoen de voorzieningen aan de minimumeisen van de SNF (Stichting Normering Flexwonen, zie de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze notitie) of een vergelijkbare landelijke norm. Dit betekent dat er garanties zijn voor een goede en humane huisvesting. De initiatiefnemer dient zich dus in te schrijven bij de SNF dan wel bij een vergelijkbare landelijke organisatie. Vergunningverlening Procedureel geldt (o.b.v. artikel 4 lid 9 bijlage ll Bor) dat voor het wijzigen van het gebruik (incl. verbouw) van een bestaand gebouw een reguliere procedure op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 2° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing is met een wettelijke termijn van 8 weken (kan éénmaal worden verlengd met 6 weken). Als een pand past binnen de hierboven geschetste beleidskaders kan vergunning verleend worden. In alle gevallen moet ook voldaan worden aan de regels uit de Wabo, waardoor o.a. automatisch aan het Bouwbesluit (o.a. brandveiligheid) wordt getoetst en daaraan dient te worden voldaan. De vergunning wordt in eerste instantie tijdelijk verleend, om te voorkomen dat de betreffende woning definitief aan de reguliere woningmarkt wordt onttrokken door kamerverhuur en om vergunde situaties na 5 jaar te kunnen evalueren. In de vergunning(aanvraag) dienen in ieder geval de volgende gegevens te staan: 1) Om hoeveel te huisvesten mensen het gaat; 2) Wat de slaap/leefruimten zijn middels een overzichtelijke plattegrond; 3) Hoeveel parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar (moeten) zijn. Tevens wordt aandacht gevraagd voor inschrijving in het BRP en dienen de voorzieningen te voldoen aan de minimum eisen van het SNF (dan wel een vergelijkbare landelijke organisatie). Inschrijving BRP Bij kamergewijze verhuur/ gebruik van een woning ligt het accent op wonen. Het gaat er dus om dat een persoon daar zijn hoofdverblijf heeft. Men is op grond van de Wet basisadministratie personen verplicht om zich binnen 5 dagen in te schrijven in de gemeentelijke basisadministratie indien men tenminste 4 maanden van de komende 6 maanden verblijf in Nederland zal houden. Arbeidsmigranten schrijven zich echter vaak niet in. Hiervoor zijn diverse redenen: men weet het niet, men denkt er niet aan, de werkgever of huisvester wil het niet etc. Dit is tevens de reden dat er zo weinig inzicht is in aantallen arbeidsmigranten. Weinig inzicht betekent ook weinig zicht op misbruik en misstanden. Niet ingeschreven staan betekent dat er geen belasting betaald wordt, en dat de gemeente inkomsten uit het Gemeentefonds misloopt. Bij een ramp (brand, etc.) betekent het geen gegevens over bewoners voorhanden zijn. Personen kunnen niet gevonden worden als dat nodig is (noodgevallen, opsporing etc.). Inschrijving in het BRP dient dus verschillende doelen. De uitdaging is om arbeidsmigranten zich te laten inschrijven. De verantwoordelijkheid voor inschrijving ligt zowel bij de bewoner als bij de eigenaar/ verhuurder van de woning. Personen die kort verblijven en die zich niet inschrijven kunnen niet verblijven in woningen voor kamergewijze verhuur. Deze personen moeten gehuisvest worden in legale logiesvoorzieningen elders. Bij het toezicht op kamerverhuur in woningen zal extra gelet (moeten) worden op de inschrijving in de basisadministratie. SNF keurmerk De Stichting Normering Flexwonen beheert landelijk de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten en controleert en onderhoudt het register van bedrijven die aan de norm voldoen. Met het SNF keurmerk voor huisvesting van arbeidsmigranten kunnen huisvesters aantonen dat hun huisvesting op orde is. Huisvesters moeten bij een aanvraag omgevingsvergunning dan een verklaring kunnen overleggen waaruit blijkt dat er wordt voldaan aan de normen van de SNF of een vergelijkbare norm. Consequenties beleidsregel 1. Er wordt een alternatief geboden voor personen die in het kader van handhaving nu aangeschreven worden om bewoning anders dan in de vorm huishouden te legaliseren. 2. De gemeente krijgt goed in beeld welke panden in gebruik zijn voor kamergewijze bewoning, en wie daar wonen. Er kan daardoor een goed beeld gevormd worden van het aantal “alternatieve woonvormen”. Zowel voor diverse gemeentelijke administraties als voor het vormgeven van nieuw beleid in de toekomst kan dit de nodige input opleveren. 3. De aanvraag kan worden behandeld in de reguliere procedure van maximaal 8 weken. 4. Aanvragen om omgevingsvergunning worden gepubliceerd. Tegen verleende vergunningen kan bezwaar worden ingediend. 5. Deze beleidsregel bevordert een actueel BRP. Dit heeft een positief bijeffect voor de vaststelling van de hoogte van de rijksbijdrage in het Gemeentefonds. Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten (ofwel de norm voor het reguliere SNF-register) Deze norm voor huisvesting van arbeidsmigranten bestaat uit 4 onderdelen: De normenset, bestaande uit 6 onderdelen plus een aantal aanbevelingen Beschrijving van de controlesystematiek Beslisboom Aanvullende informatie over advies- en informatieplicht gebruiksbesluit Het voldoen aan deze norm leidt tot inschrijving in het ‘reguliere SNF-register’. Voor inschrijving in het SNF-inhuur-register gelden andere normen. Kijk hiervoor op www.normeringflexwonen.nl. A. Normenset 1. Ruimte en Privacy Norm Kwalificatie Opmerkingen 1.1 Uit de administratie van de gegadigde blijkt een actueel overzicht van alle huisvestingslocaties met daarbij vermeld het aantal bewoners. Dit actueel overzicht huisvestingslocaties en personen per locatie is beschikbaar voor inspecteur op locatie Major 1.2 Toegestane verblijfsvormen: a. reguliere woning b. hotel/pension c. wooneenheden in gebouwencomplex d. woonunits e. huisvesting op recreatieterrein Major 1.3 Bewoners hebben minimaal 10m2 gebruiksoppervlak (GBO) per persoon Bewoners van een reguliere woning (a.) en woonheden (c.) hebben minimaal 12m2 gebruiksoppervlak (GBO) Dit geldt ook voor woonunits (d.) wanneer er sprake is van een bestemming “wonen Major Als methodiek voor het bepalen van GBO wordt de meest actuele ‘meetinstructie gebruiksoppervlakte woningen’ van de NVM, VBO, VNG en Waarderingskamer gebruikten daarvan de bepaling ‘gebruiksoppervlakte wonen’. https://www.waarderingskamer.nl/hulpmiddelen-gemeenten/meetinstructies-gebruiksoppervlakte-inhoud/ De meting moet daadwerkelijk op de locatie worden uitgevoerd maar kan zonder gekalibreerde apparatuur worden uitgevoerd. 1.4 Bij alle woonvormen hebben bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 3,5 m2 ter beschikking. Tijdelijk (termijn wordt nog bepaald) geldt dat voor bestaande huisvesting in woonvorm e, huisvesting op recreatieterrein geldt dat bewoners in hun slaapvertrek per persoon minimaal 2,7 m2 ter beschikking hebben en de slaapruimte als deze minder dan 3,5m2 per persoon is, maximaal voor 2 personen gebruikt mag worden. Voor alle woonvormen geldt dat voor elke bewoner in het slaapvertrek een bed beschikbaar is van tenminste 80*200cm en kledingkast van tenminste 0,36m3 plus een stoel. Indien de kledingkast niet in het slaapvertrek staat, dient deze afsluitbaar te zijn. Major De oppervlakte van het slaapvertrek, het bed en de kast kunnen worden gemeten met niet-gekalibreerde apparatuur. 1.5 Tijdens de controle wordt gecontroleerd of de daadwerkelijke bezetting klopt met wat er uit de administratie blijkt Major 2. Sanitair, veiligheid en hygiëne Norm Kwaliteit Opmerkingen 2.1 Er is minimaal 1 toilet per 8 personen Major Als er meer dan het minimale aantal toiletten of douches, zijn, dienen ook deze aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen. 2.2 Er is minimaal 1 douche per 8 personen Major Als er meer dan het minimale aantal toiletten of douches, zijn, dienen ook deze aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen 2.3.1 2.3.1.1 2.3.1.2 2.3.1.3 Er is geen sprake van zichtbare overbelasting van het elektriciteitsnet (controle op o.a op dubbelstekkers en kookplaatjes) De verlichting en elektriciteitsvoorziening in natte ruimten - is spatwaterdicht - is geschikt voor gebruik in natte ruimtes. Er is geen sprake van omstandigheden die tot gevaar of verwondingen kunnen leiden Minor of Major Inspecteur bepaalt of er sprake is van een minor of een major tekortkoming. Veiligheid dient gewaarborgd te zijn voor alle ruimtes van de woonlocatie. 2.3.2 2.3.2.1 2.3.2.2 2.3.2.3 Hygiëne in en om de woonlocatie veroorzaakt geen gevaar voor de volksgezondheid. Er is een deugdelijke en aantoonbaar onderhouden mechanische installatie of natuurlijke ventilatie, dit in combinatie met voldoende beluchting. Er is geen sprake van schimmelvorming in de badkamers, keukens en/of andere ruimtes. Minor of Major Inspecteur bepaalt of er sprake is van een minor of een major tekortkoming. Hygiëne dient gewaarborgd te zijn voor alle ruimtes van de woonlocatie 2.4 CV, gaskachel en geiser dienen tweejaarlijks aantoonbaar gecontroleerd te zijn. Major Dit dient aangetoond te worden met de sticker op het apparaat en/of het keuringsrapport. Indien de inspecteur twijfelt aan de betrouwbaarheid van de sticker kan hij aanvullend bewijsmateriaal (onderhoudscontract, factuur, keuringsrapport) opvragen. Op het moment dat de wetgever dat verplicht stelt mogen alleen erkende bedrijven met gekwalificeerd persoon cv-ketels , kachels en geisers onderhouden 2.5 Op locaties met bestemming ‘wonen’ heeft elke verblijfsruimte minimaal 0,5 m2 daglichtoppervlakte. Op locaties met bestemming ‘logies’ heeft elke verblijfsruimte directe daglichttoetreding. Minor De oppervlakte kan gemeten worden met niet-gekalibreerde meetapparatuur. 3. Voorzieningen Norm Kwalificatie Opmerkingen 3.1 Koelkast(en), 30 liter koel-/vriesruimte per persoon Minor Als er meer dan het minimale aantal liters koel-/vriesruimte is, dienen ook deze aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen. 3.2.1 Kookplaat/platen, minimaal 4 pitten. Specifieke norm bij grotere aantallen bewoners: Bij meer dan 8 personen 1 pit per 2 personen Bij meer dan 30 personen minimaal 16 pitten. Major / Minor Indien kookgelegenheid ontbreekt bij de woonvormen a, c, d en e is er sprake van een major tekortkoming. Indien kookgelegenheid ontbreekt bij de woonvorm b (hotel/pension) is er sprake van een minor tekortkoming. Als er meer dan het minimale aantal pitten zijn, dienen ook deze aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen. 3.2.2 Kookplaat/platen in studio’s voor maximaal 2 bewoners dienen minimaal 2 pitten plus een magnetron of oven aanwezig te zijn Major Dit geldt in die gevallen waar bewoners geen toegang hebben tot andere kookgelegenheid dan de kookgelegenheid voor henzelf en de eventuele medebewoner van de studio. Deze dienen aan de eisen t.a.v. (brand)veiligheid en hygiëne te voldoen 4. Informatievoorziening en overige eisen Norm Kwalificatie Opmerkingen 4.1 Informatiekaart opgesteld in de landstaal bevat ten minste telefoonnummers van: beheerder / contactpersoon verhuurder regiopolitie brandweer 112 (in levensbedreigende situaties) verkorte huis- en leefregels in landstaal van de bewoners ontruimingsplan en noodprocedure Major Ontruimingsplan en noodprocedure is van toepassing bij alle typen toegestane verblijfsvormen. Niet alleen bij de verblijfsvormen a, c en d. Indien een locatie huisvestingsvorm b (hotel/pension) betreft, is een plattegrond in en/of bij de informatiekaart verplicht De tijdelijke bewoner(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.