DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRAVE; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.: 15 april
- gelet op artikel 156, tweede lid, onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN STAANGELD
- Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: standplaats : een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Woningwet (Stb.1991, 439); woonwagen : een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Woningwet; huurovereenkomst : de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats c.a., waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam "staangeld" wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden. Artikel3Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft, wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel4Vrijstelling Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenkomst geldt. Artikel5Belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het tarief, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingtijdvak Het belastingtijdvak loopt van 1 juli tot en met 30 juni. Artikel7Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht; 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven; 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing € 9,00 of minder bedraagt. 4.Belastingbedragen van € 9,00 of minder worden niet geheven dan wel niet ingevorderd. Artikel9Termijnen van betaling 1.De aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er, met inbegrip van de maand van dagtekening van het aanslagbiljet, nog maanden in het belastingtijdvak overblijven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval van dagtekening van het aanslagbiljet na het einde van het belastingtijdvak dat de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van het staangeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Machtiging tot overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethoud Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het staangeld. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.De "Verordening staangeld Grave 2007" van 19 december 2006 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 juli
- 4.Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening staangeld Grave 2008". Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 27 mei
- De raad voornoemd, De griffier, De voorzitter, J.A.M. Roelofs W.J.G. Delissen-van Tongerlo Tarieventabel Grave als bedoeld in artikel 5 van deVERORDENING STAANGELD GRAVE
- Naamcentrum standplaatsnummer bouwjaar c.q.jaar vanverbetering met berging?ja/nee met sanitair?ja/nee staangeld perjaar in euro € Smient 14 1989 ja ja 1.544,88 Smient 16 1990 ja ja 1.544,88 Smient 18 1990 ja ja 1.544,88 Smient 20 1989 ja ja 1.544,88 Smient 22 1989 ja ja 1.544,88 Smient 24 1989 ja ja 1.544,88
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.