gelet op artikel 8 van het Reglement voor het Waterschap Vechtstromen; BESLUIT vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen: Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur of diens plaatsvervanger; secretaris: de secretaris-directeur of diens plaatsvervanger; fractievertegenwoordiger: persoon die bij de laatste verkiezingen op de kandidatenlijst voorkwam dan wel als reservekandidaat is benoemd door de Kamer van Koophandel, de Vereniging van Bos- en natuurterreineigenaren dan wel LTO-Noord; vergadering: formele bijeenkomst van het algemeen bestuur waarin wordt beraadslaagd en besluiten worden genomen; themabijeenkomst: informele bijeenkomst van het algemeen bestuur waarin een bepaald onderwerp informerend of opiniërend wordt besproken en geen standpunten worden ingenomen of besluiten worden genomen; excursie: informerend bezoek van het algemeen bestuur aan een project of locatie in het beheergebied van waterschap Vechtstromen, georganiseerd door het waterschap; amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; initiatiefvoorstel: een voorstel tot het nemen van een beslissingen zonder dat daaraan een ontwerpbesluit van het dagelijks bestuur ten grondslag ligt; interpellatie: vraag om inlichtingen of verantwoording in een vergadering van het algemeen bestuur over enig punt van algemeen waterschapsbelang; interruptie: korte directe onderbreking van een spreker voor het plaatsen van een opmerking of het stellen van een vraag. Artikel2De voorzitter De voorzitter is belast met: het leiden van de vergaderingen en themabijeenkomsten; het handhaven van de orde tijdens vergaderingen en themabijeenkomsten; het doen naleven van het reglement van orde; hetgeen de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel3De secretaris 1.De secretaris is in elke vergadering van het algemeen bestuur aanwezig. 2.De secretaris kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel4Fractievoorzittersoverleg 1.Het algemeen bestuur heeft een fractievoorzittersoverleg, bestaande uit de voorzitter en de voorzitters van de fracties. 2.Het fractievoorzittersoverleg kan gevraagd of ongevraagd bij gevoelige en vertrouwelijke zaken dienen als klankbord voor de voorzitter . Artikel5Commissies 1.Het algemeen bestuur besluit tot de instelling van een of meer vaste commissies voor advies. 2.Het algemeen bestuur kan bijzondere of tijdelijke commissies instellen. 3.Bij het besluit tot instelling van een commissie worden samenstelling, taak en werkwijze geregeld. 4.Het algemeen bestuur stelt voor de vergaderingen van de commissies een reglement van orde vast. Artikel6Gedragscode 1.Het algemeen bestuur stelt een gedragscode vast voor de leden van het algemeen bestuur en de fractievertegenwoordigers. 2.Na het afleggen van de eed of belofte ondertekenen de leden en fractievertegenwoordigers een verklaring dat zij de gedragscode zullen naleven. Hoofdstuk II Toelating van nieuwe leden; benoeming leden dagelijks bestuur; fracties Artikel7Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1.Bij elke benoeming van nieuwe leden van het algemeen bestuur stelt het algemeen bestuur op voordracht van de voorzitter een commissie in, bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, die de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het stembureau onderzoekt. De commissie wordt bijgestaan door de secretaris of een door deze aan te wijzen ambtenaar. 2.De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan het algemeen bestuur en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.Het algemeen bestuur beslist terstond over de toelating, tenzij wegens onvolledigheid of onduidelijkheid van de stukken tot verdaging wordt besloten. 4.Na een algemene verkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van het algemeen bestuur op om in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van het algemeen bestuur op voor de vergadering van het algemeen bestuur waarin zijn geloofsbrieven worden onderzocht, en over diens toelating wordt beslist, om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel8Verkiezing en benoeming leden dagelijks bestuur 1.De verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vindt direct plaats na het afleggen van de eed of verklaring en belofte, bedoeld in artikel 6, vierde lid, of zo spoedig mogelijk daarna. 2.Het algemeen bestuur stelt - op een daartoe strekkend voorstel van het dagelijks bestuur - vast met in achtneming van het bepaalde in de Waterschapswet en het Reglement uit hoeveel leden het dagelijks bestuur bestaat. 3.De fractievoorzitter meldt de naam van zijn kandidaat of de namen van zijn kandidaten aan de voorzitter, die daarvan mededeling doet aan het algemeen bestuur. 4.Bij de verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vinden eerst de stemmingen plaats voor het aantal zetels voor de categorie ingezetenen en vervolgens voor de zetel of zetels voor de categorieën landbouw, natuurterreinen en bedrijven gezamenlijk. Indien er evenveel kandidaten zijn als door de desbetreffende categorieën te vervullen plaatsen, worden alle kandidaten als benoemd door het algemeen bestuur verklaard. 5.Bij de benoeming van een lid van het dagelijks bestuur van buiten de kring van het algemeen bestuur wordt overeenkomstig artikel 6, eerste lid, een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Waterschapswet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig artikel 6, tweede lid. Artikel9Fracties 1.De leden van het algemeen bestuur die door het stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, alsmede de leden van het algemeen bestuur die zijn benoemd overeenkomstig artikel 14, eerste, tweede en derde lid, van de Waterschapswet worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijst slechts één lid verkozen respectievelijk voor een categorie van belanghebbenden slechts één lid benoemd, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2.De fractie voert in het algemeen bestuur als naam de aanduiding die boven de kandidatenlijst was geplaatst, respectievelijk de naam “Landbouw”, ”Natuurterreinen” of “Bedrijven”. 3.De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Zolang deze namen nog niet zijn doorgegeven worden voor de categorie Ingezetenen de lijsttrekkers geacht voorzitter te zijn en voor respectievelijk de categorieën “Landbouw”, “Natuurterreinen” en “Bedrijven” de oudste in leeftijd. 4.Indien: één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter, onder vermelding van de naam waarmee de nieuwe fractie wil worden aangeduid. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na de mededeling daarvan. 5.Het algemeen bestuur beslist of en zo ja op welke wijze de fracties door het waterschap worden ondersteund. Hoofdstuk III Vergaderingen Paragraaf1Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen Artikel10Vergaderplanning 1.Het algemeen bestuur stelt voor de aanvang van het nieuwe kalenderjaar een vergaderplanning voor dat jaar vast, waarin ook dag, plaats en uur van de vergaderingen zijn opgenomen. 2.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen, en deelt dit onverwijld mee aan de leden van het algemeen bestuur. 3.Ingeval de voorzitter of het dagelijks bestuur dat nodig oordelen of één vijfde van het aantal zitting hebbende leden schriftelijk, met opgave van redenen, om een vergadering verzoekt, wordt deze vergadering binnen veertien dagen belegd. Artikel11Oproep 1.De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden van het algemeen bestuur een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 37, eerste en tweede lid, van de Waterschapswet bedoelde stukken, worden tenminste zeven dagen voor de vergadering aan de leden van het algemeen bestuur verzonden. 3.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van het algemeen bestuur verzonden, en op de website van het waterschap geplaatst. Artikel12Openbaar maken van stukken 1.De oproep, de voorlopige agenda en de stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden aan de leden van het algemeen bestuur op de website van het waterschap geplaatst. Indien na het verzenden van de oproep stukken op de website worden geplaatst, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. 2.In afwijking van het eerste lid worden de volgende stukken niet op de website van het waterschap geplaatst: stukken waarop op grond van artikel 37, eerste of tweede lid, van de Waterschapswet geheimhouding is opgelegd; stukken die ter toelichting dienen van onderwerpen of voorstellen op de agenda van een besloten vergadering. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel13Presentielijst 1.Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van het algemeen bestuur de presentielijst. De secretaris draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijst. 2.Indien een lid van het algemeen bestuur later ter vergadering komt dan wel voortijdig de vergadering verlaat, meldt deze dit aan de secretaris, die hiervan aantekening maakt op de presentielijst onder vermelding van het tijdstip. 3.Aan het einde van elke vergadering wordt de presentielijst door de voorzitter en de secretaris door ondertekening vastgesteld. Artikel14Zitplaatsen 1.De voorzitter, de leden en de secretaris hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van het algemeen bestuur aangewezen. 2.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien. Artikel15Opening vergadering; quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden van het algemeen bestuur blijkens de presentielijst aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, een nieuwe datum en uur voor vergadering op een termijn van minstens zeven dagen. Artikel16Agenda 1.Bij aanvang van de vergadering stelt het algemeen bestuur de agenda vast. Op voorstel van een lid van het algemeen bestuur of de voorzitter kan het algemeen bestuur bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 2.Wanneer het algemeen bestuur een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan het het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het dagelijks bestuur nadere inlichtingen of advies vragen. 3.Op voorstel van een lid van het algemeen bestuur of van de voorzitter kan het algemeen bestuur de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel17Verslag en besluitenlijst 1.De secretaris draagt zorg voor een woordelijk verslag en de besluitenlijst van de vergadering. 2.Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden gelijktijdig met de oproep. Het conceptverslag wordt gelijktijdig toegezonden aan de overige personen die het woord gevoerd hebben. 3.De voorzitter en de leden van het algemeen bestuur hebben het recht een voorstel tot verandering aan het algemeen bestuur te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. 4.Het verslag bevat ten minste: de namen van de voorzitter, de secretaris, de leden van het algemeen- en dagelijks bestuur alsmede -indien van toepassing- de aantekening dat zij afwezig waren, en van overige personen die het woord gevoerd hebben; een woordelijke weergave van hetgeen ter vergadering gezegd is; de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen. 5.Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend. 6.De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering opgesteld. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst openbaar gemaakt door plaatsing op de website van het waterschap. Artikel18Ingekomen stukken 1.Bij het algemeen bestuur ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden en op de website geplaatst. 2.Ter vergadering stelt het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel19Hamerstukken Stukken die zijn geagendeerd als hamerstukken worden zonder beraadslaging en stemming vastgesteld, tenzij minimaal een fractie verzoekt om beraadslaging. In dat geval wordt in dezelfde vergadering over het stuk beraadslaagd. Artikel20Beraadslaging 1.In de beraadslagingen treedt per onderwerp steeds één woordvoerder per fractie op. 2.Het algemeen bestuur kan op voorstel van de voorzitter of een lid van het algemeen bestuur beslissen om over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 3.Op verzoek van een lid van het algemeen bestuur of op voorstel van de voorzitter kan het algemeen bestuur besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het dagelijks bestuur of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel21Deelname aan de beraadslaging door derden 1.Het algemeen bestuur kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van het algemeen bestuur deelnemen aan de beraadslaging. 2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van het algemeen bestuur genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel22Spreektermijnen 1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij het algemeen bestuur anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Een lid van het algemeen bestuur mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Het derde lid is niet van toepassing op: de rapporteur van een commissie; het lid van het algemeen bestuur dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel; het lid van het dagelijks bestuur, dat in het bijzonder belast is met het in behandeling zijnde onderwerp: het spreken over een voorstel van orde. Artikel23Spreektijd Op voorstel van de voorzitter of een lid van het algemeen bestuur kan het algemeen bestuur voor daarbij te bepalen onderwerpen de spreektijd per fractie vaststellen. Artikel24Handhaving orde; schorsing 1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid van het algemeen bestuur een interruptie plaatst. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan voorstellen om een aanwezige bij de vergadering die door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Voor de eerste maal voor de vergadering waarin het besluit wordt genomen, en bij herhaling voor een bepaalde tijd, doch niet langer dan drie opeenvolgende vergaderingen. Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd. Bij aanvaarding van het voorstel moet de betreffende persoon de vergadering onmiddellijk verlaten. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. 4.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. Artikel25Einde beraadslaging 1.Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij het algemeen bestuur anders beslist. 2.Na het sluiten van de beraadslaging en voordat het algemeen bestuur tot stemming overgaat, heeft ieder lid van het algemeen bestuur het recht zijn stemgedrag te motiveren. 3.Voordat de stemming over een voorstel, amendement of subamendement plaatsvindt, formuleert de voorzitter de te nemen beslissing. Paragraaf3Procedures bij stemmingen Artikel26Algemene bepalingen over stemming 1.De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.In de vergadering aanwezige leden van het algemeen bestuur kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 38a van de Waterschapswet van stemming te hebben onthouden. 3.Indien door een of meer leden van het algemeen bestuur stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. Artikel27Besluitvorming 1.Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem. 2.Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 3.Het tweede lid is niet van toepassing: ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling waarover in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was. voor zover het betreft onderwerpen die voor een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering waren geagendeerd. 4.Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje. 5.Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, zover niet anders bepaald. 6.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal onthoudingen op grond van artikel 38a van de Waterschapswet, het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en, in geval van schriftelijke stemming, het aantal niet behoorlijk ingevulde stembriefjes. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel28Stakende stemmen 1.Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of voor de tweede maal over hetzelfde voorstel, is het voorstel verworpen. 2.Indien de stemmen staken in een niet-voltallige vergadering, wordt het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering waarin de beraadslagingen worden heropend. 3.Onder een voltallige vergadering wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan een vergadering waarin alle zitting hebbende leden van het algemeen bestuur, voor zover zij zich niet van stemmen moeten onthouden, een stem hebben uitgebracht. Artikel29Stemming over zaken, bij handopsteken 1.Stemming vindt plaats bij handopsteking, tenzij de voorzitter of één der leden van het algemeen bestuur hoofdelijke stemming verlangt. 2.De voorzitter verzoekt eerst de leden van het algemeen bestuur die zich op grond van artikel 38a van de Waterschapswet moeten onthouden van stemming een hand op te steken, en dit toe te lichten; vervolgens verzoekt hij de leden van het algemeen bestuur die voor zijn een hand op te steken; daarna verzoekt hij de leden van het algemeen bestuur die tegen zijn een hand op te steken. Wanneer de uitslag naar het oordeel van de voorzitter of slechts één lid van het algemeen bestuur niet duidelijk is, geschiedt alsnog stemming bij hoofdelijke oproeping. 3.In afwijking van het tweede lid kan stemming bij handopsteking ook plaatsvinden met gebruik van stemkastjes. Artikel30Hoofdelijke stemming over zaken 1.Alvorens tot hoofdelijke stemming over te gaan, deelt de voorzitter mede bij welk lid van het algemeen bestuur de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt door de voorzitter bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid van het algemeen bestuur begint de hoofdelijke stemming 2.De voorzitter of de secretaris roept de leden van het algemeen bestuur naar de volgorde van de presentielijst bij naam op hun stem uit te brengen. 3.Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid van het algemeen bestuur dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 38a van de Waterschapswet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 4.De leden van het algemeen bestuur brengen hun stem uit door het woord „voor” of „tegen” uit te spreken, zonder enige toevoeging. 5.Heeft een lid van het algemeen bestuur zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid van het algemeen bestuur gestemd heeft. Bemerkt het lid van het algemeen bestuur zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. Artikel31Stemming over amendementen en moties 1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. 4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie en vervolgens over het voorstel gestemd. Artikel32Stemming over personen 1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, het opstellen van een voordracht of een aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden van het algemeen bestuur tot stemcommissie voor de betreffende vergadering. 2.Ieder ter vergadering aanwezig lid van het algemeen bestuur dat zich niet op grond van artikel 38a van de Waterschapswet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Het algemeen bestuur kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.De stemcommissie onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden van het algemeen bestuur dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 38c van de Waterschapswet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 5.De stemcommissie beoordeelt of een stembriefje behoorlijk is ingevuld. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist het algemeen bestuur, op voorstel van de stemcommissie. 6.De stemcommissie telt de correct uitgebrachte voor- en tegenstemmen, en bepaalt de uitslag van de stemming. 7.Onder de zorg van de secretaris worden de stembriefjes onmiddellijk na de vergadering vernietigd. Artikel33Herstemming over personen 1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3.Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist het lot. Artikel34Beslissing door het lot 1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2.Deze briefjes worden, nadat zij door de stemcommissie zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3.Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Paragraaf4Rechten van leden Artikel35Amendementen 1.Ieder lid van het algemeen bestuur kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. 2.Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden van het algemeen bestuur die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 3.Ieder lid van het algemeen bestuur dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid van het algemeen bestuur is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 4.Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 5.Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden. Artikel36Moties 1.Ieder lid van het algemeen bestuur kan ter vergadering een motie indienen. 2.Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3.De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 5.Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden. Artikel37Voorstellen van orde 1.De voorzitter en ieder lid van het algemeen bestuur kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist het algemeen bestuur terstond. Artikel38Initiatiefvoorstellen 1.Ieder lid van het algemeen bestuur kan een initiatiefvoorstel indienen. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 2.De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. 3.De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij het algemeen bestuur oordeelt dat: het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; het voorstel eerst dient te worden behandeld in één van de vaste adviescommissies; het voorstel voor advies naar het dagelijks bestuur dient te worden gezonden. In dit geval bepaalt het algemeen bestuur in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4.Het algemeen bestuur kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel. 5.Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een lid van het dagelijks bestuur, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel wordt terstond aan de agenda toegevoegd. Artikel39Interpellatie 1.Ieder lid van het algemeen bestuur kan een verzoek tot het houden van een interpellatie indienen. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. In naar zijn oordeel spoedeisende gevallen kan de voorzitter toestaan dat van deze termijn wordt afgeweken. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2.De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van het algemeen- en dagelijks bestuur. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. Het algemeen bestuur bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3.De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van het algemeen bestuur en de leden van het dagelijks bestuur niet meer dan eenmaal, tenzij het algemeen bestuur hen hiervoor toestemming geeft. Artikel40Schriftelijke vragen 1.Ieder lid van het algemeen bestuur kan schriftelijke vragen stellen. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2.De vragen worden bij de secretaris ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van het algemeen bestuur en de voorzitter worden gebracht. 3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende algemeen bestuursvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het dagelijks bestuur of de voorzitter de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.De vragen, en de antwoorden van het verantwoordelijke lid van het dagelijks bestuur worden door tussenkomst van de secretaris aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden. 5.De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende algemeen bestuursvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde algemeen bestuursvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de voorzitter of door het dagelijks bestuur gegeven antwoord, tenzij het algemeen bestuur anders beslist. Artikel41Vragenhalfuur 1.Ieder lid van het algemeen bestuur kan vragen stellen tijdens het vragenhalfuur. Het lid van het algemeen bestuur dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de bestuursvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 2.De voorzitter plaatst het vragenhalfuur op de agenda en bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. 3.De voorzitter kan per onderwerp de spreektijd bepalen voor de vragensteller, voor de leden van het dagelijks bestuur, voor de voorzitter, en voor de overige leden van het algemeen bestuur. 4.Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter te stellen en een toelichting daarop te geven. 5.Na de beantwoording door het dagelijks bestuur of de voorzitter krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 6.Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van het algemeen bestuur het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het dagelijks bestuur vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7.Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegestaan. Paragraaf5Lidmaatschap van andere organisaties Artikel42Verslag en verantwoording 1.Een lid van het algemeen bestuur, de voorzitter of de secretaris, die in opdracht van het algemeen bestuur zitting heeft in het bestuur van een andere rechtspersoon, heeft de plicht om in elke vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door het algemeen bestuur gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende vaste adviescommissie. 2.Ieder lid van het algemeen bestuur kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid vragen stellen. 3.Wanneer een lid van het algemeen bestuur een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit het algemeen bestuur over het toestaan daarvan. Paragraaf6Toehoorders en pers Artikel43Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Artikel44Spreekrecht toehoorders 1.De voorzitter stelt toehoorders bij de aanvang van een openbare vergadering gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten in de gelegenheid het woord te voeren over de geagendeerde onderwerpen. 2.Het woord kan niet gevoerd worden: 3.over een besluit van het bestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; 4.over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 5.Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk een half uur voor het begin van de vergadering bij de secretaris, onder vermelding van zijn naam en het punt waarover hij het woord wil voeren. 6.De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 7.Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 8.De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Artikel45Mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, dient het geluid van mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen te zijn uitgeschakeld. Paragraaf7Besloten vergadering Artikel46Algemeen 1.Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. 2.Fractievertegenwoordigers hebben als toehoorder toegang tot een besloten vergadering. Artikel47Verslag 1.Het verslag van een besloten vergadering wordt niet openbaar gemaakt, maar uitsluitend ter beschikking gesteld aan de leden van het algemeen bestuur . 2.Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt het algemeen bestuur een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Artikel48Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 37, derde en vierde lid, van de Waterschapswet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. Artikel49Opheffing geheimhouding Het algemeen bestuur kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Dit bestuur kan deze beslissing nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht. Indien het algemeen bestuur voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Hoofdstuk IV Themabijeenkomsten Artikel50Algemeen Themabijeenkomsten zijn openbaar. Artikel51Tijdstip van themabijeenkomsten, voorbereidingen 1.Het algemeen bestuur stelt de data voor themabijeenkomsten vast. 2.De voorzitter kan een of meer extra themabijeenkomsten organiseren indien hij daartoe redenen aanwezig acht. 3.De voorzitter zendt tenminste zeven dagen voor een themabijeenkomst de leden van het algemeen bestuur en de fractievertegenwoordigers een oproep onder vermelding van dag, tijdstip, plaats en onderwerp van de themabijeenkomst. 4.De oproep en stukken die ter toelichting van de themabijeenkomst dienen, worden gelijktijdig met de verzending op de website van het waterschap geplaatst. Artikel52Orde en gang van zaken tijdens een themabijeenkomst 1.De voorzitter opent de themabijeenkomst op het vastgestelde uur. 2.Alle aanwezigen bij een themabijeenkomst kunnen het woord voeren. Presentaties dienen uiterlijk zeven dagen voor de themabijeenkomst te worden aangemeld aan de voorzitter. Hij kan verzoeken om inzage in de presentatie en hij kan besluiten een presentatie niet op te nemen in een themabijeenkomst. 3.De voorzitter geeft de aanwezigen het woord op volgorde van aanmelding. Hij kan van deze volgorde afwijken indien hij dit in het belang van de themabijeenkomst dienstig acht. De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. 4.De voorzitter kan de spreektijd beperken. 5.Van een themabijeenkomst wordt geen verslag opgesteld. 6.Tijdens de themabijeenkomst dient het geluid van mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen te zijn uitgeschakeld. 7.Indien een aanwezige de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Bij herhaalde verstoringen van de orde kan de voorzitter de betreffende persoon verzoeken de bijeenkomst te verlaten en hem zo nodig doen verwijderen. 8.De voorzitter sluit de themabijeenkomst wanneer hij van oordeel is dat het betreffende onderwerp voldoende is besproken, of wanneer de orde naar zijn oordeel te vaak of te intens wordt verstoord. Hoofdstuk V Excursies Artikel53Algemeen 1.Excursies zijn openbaar, tenzij de te bezoeken locatie slechts beperkte gezelschappen kan verwerken. 2.Voor de leden van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de fractievertegenwoordigers en de ambtelijke ondersteuning wordt vervoer naar en van de excursielocatie georganiseerd. 3.Belangstellenden dienen op eigen gelegenheid naar de excursielocatie te reizen. Zij nemen op eigen kosten en eigen risico deel aan de excursies. Artikel54Tijdstip van excursies en voorbereidingen 1.Het algemeen bestuur stelt de data voor excursies vast. 2.De voorzitter kan een of meer extra excursies organiseren indien hij daartoe redenen aanwezig acht. 3.De voorzitter zendt tenminste zeven dagen voor een excursie de leden van het algemeen bestuur en de fractievertegenwoordigers een oproep onder vermelding van dag, tijdstip, plaats en onderwerp van de excursie. 4.De oproep en stukken die ter toelichting van de excursie dienen, worden gelijktijdig met de verzending op de website van het waterschap geplaatst, tenzij de excursie niet openbaar is omdat de te bezoeken locatie slechts beperkte gezelschappen kan verwerken. Artikel55Orde / gang van zaken tijdens een themabijeenkomst 1.Op het vastgestelde uur heet de excursieleider de aanwezigen op de excursielocatie welkom. 2.De excursieleider handhaaft de orde tijdens de excursie. 3.Indien een aanwezige de orde verstoort, wordt hij door de excursieleider tot de orde geroepen. Bij herhaalde verstoringen van de orde kan de excursieleider de betreffende persoon verzoeken de locatie te verlaten, en hem zo nodig doen verwijderen. 4.Van een excursie wordt geen verslag opgesteld. Hoofdstuk VI Slotbepalingen Artikel56Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de voorzitter. Artikel57Intrekking Het Reglement van orde algemeen bestuur Vechtstromen 2014 wordt ingetrokken. Artikel58Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking. Artikel59Citeertitel Dit reglement wordt aangehaald als het Reglement van orde algemeen bestuur Vechtstromen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.