Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, nr. 1001173/1001204, tot vaststelling van het Privacyreglement verkeersregistratiesystemen weginspectie provincie Noord-HollandGedeputeerde Staten van Noord-Holland; Overwegende dat: De provincie voor het uitvoeren van Incidentmanagement en controle op veilig werken aan de weg gebruik maakt van verkeersregistratiesystemen in en op haar dienstvoertuigen; de provincie met behulp van genoemde verkeersregistratiesystemen natuurlijke personen herkenbaar in beeld brengt en andere tot personen herleidbare informatie opneemt; de provincie zich realiseert dat ze aldus persoonsgegevens verwerkt, waarop de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing is; het noodzakelijk en verplicht is om regels te delen met betrokkenen over de verwerking van deze persoonsgegevens; in verband met de maatschappelijke zorgvuldigheid een verplichting bestaat, om aan het publiek kenbaar te maken dat de provincie gebruikmaakt van verkeersregistratiesystemen in en op haar dienstvoertuigen; het vanwege het aantal camera’s en communicatiesystemen niet doelmatig of mogelijk is, om ter plekke aan te geven dat persoonsgegevens worden verwerkt; het naar zijn aard niet mogelijk is via bebording te informeren over het toepassen van verkeersregistratiesystemen in en op provinciale dienstvoertuigen; publicatie van dit reglement, via het Provinciaal Blad en internet, in de plaats komt van een dergelijke plaatselijke kennisgeving; Gelet op het bepaalde in de Wet bescherming persoonsgegevens, Besluiten vast te stellen het Privacyreglement verkeersregistratiesystemen weginspectie provincie Noord-Holland. Artikel1.Begrippen In dit besluit wordt verstaan onder: betrokkenen: degenen op wie een persoonsgegeven betrekking heeft; verwerkingsverantwoordelijke: Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; beheerder: de door de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen functionaris van de provincie die belast is met het beheer van de provinciale verkeersregistratiesystemen of een onderdeel daarvan; verwerking: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen, of vernietigen van gegevens; verkeersregistratiesysteem: systeem bedoeld voor het registreren, verzamelen, opslaan combineren, anonimiseren, weergeven, bewaren, delen en vernietigen van data, zoals beeld, geluid, radarbeelden of andere gegevens ten behoeve van de bedienings- en beheertaak; bediening: werksoort, waarbij het gaat om de verkeersbeheersing in de verkeerbeheersingcentrales, de bediening en controle van tunnels en bruggen in wegen en de bediening van objecten (bruggen en sluizen); persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; Algemene Verordening Gegevensbescherming, nr. 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, zoals deze per 25 mei 2018 van toepassing zal zijn. Artikel2Reikwijdte van het privacyreglement Dit reglement is van toepassing op iedere verwerking van persoonsgegevens, die door verkeersregistratiesystemen voor weginspectie van de provincie Noord-Holland, ten behoeve van de doelen als beschreven in artikel 3 van dit reglement, zijn verkregen. Artikel3Doel van de verwerking van persoonsgegevens De gegevensverwerking met de verkeersregistratiesystemen voor weginspectie door de provincie Noord-Holland, is noodzakelijk voor de goede vervulling van de publiekrechtelijke taak die de provincie Noord-Holland heeft met betrekking tot het uitvoeren van Incidentmanagement en het vlot en veilig laten verlopen van het wegverkeer. Bovendien stelt de Provinciewet in artikel 105, lid 1, dat de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de provincie wordt overgelaten aan het provinciebestuur. De persoonsgegevens worden dan ook uitsluitend verwerkt voor zover die verwerking noodzakelijk is ten behoeve van het Incidentmanagement en het veilig werken op en aan de weg, in het bijzonder: a. het verzekeren en bevorderen van het doelmatig, vlot en veilig gebruik van provinciale wegen, waaronder begrepen het vaststellen van schade, toegebracht aan de provinciale wegen; b. de zorg voor de veiligheid van gebruikers van wegen, waaronder begrepen het snel en doelmatig kunnen handelen bij ongevallen en calamiteiten; c. het verhalen van schade toegebracht aan de provinciale eigendommen of door de provincie beheerde eigendommen en het afhandelen van schadeclaims tegen de provincie op basis van camerabeelden, zoals bedoeld in art. 105 Provinciewet; d. het delen van camerabeelden met politie voor zover het bepaalde onder a. , b. en c. daartoe noopt, dan wel de politie zulks van de provincie vordert op grond van de Politiewet, met het Openbaar Ministerie, of voor zover het bepaalde onder c. daartoe noopt, met een verzekeraar; e. het verrichten van veiligheidsevaluaties en voor beleids-, opleidings- en trainingsdoeleinden. Artikel4Beheer en beveiliging van persoonsgegevens 1. De verwerkingsverantwoordelijke treft passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. 2. Persoonsgegevens worden op een door de verwerkingsverantwoordelijke aan te wijzen plaats opgeslagen. 3. Alleen de door de verwerkingsverantwoordelijke geautoriseerde personen en de beheerder hebben toegang tot de persoonsgegevens. Artikel5Anonimiseren en recht op inzage en correctie 1. Degene van wie persoonsgegevens zijn verwerkt kan de verwerkingsverantwoordelijke verzoeken de omtrent hem verwerkte persoonsgegevens in te zien of te corrigeren. Dit kan schriftelijk, maar ook elektronisch. 2. De behandeling van een verzoek tot inzien of correctie geschiedt overeenkomstig de artikelen 35 of 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens en de artikelen 15 en 16 Algemene Verordening Gegevensbescherming. 3. De beheerder eist van degene die om inzage of correctie verzoekt, dat deze zich deugdelijk legitimeert. 4. De inzage geschiedt op de locatie waar de beheerder de persoonsgegevens verwerkt. 5. Bij het ter inzage geven van persoonsgegevens worden gegevens van andere personen voor zover mogelijk anoniem gemaakt door vervaging van alle voor de inzage irrelevante camerabeelden en persoonsgegevens. 6. Voor opleidings- of trainingsdoeleinden worden uitsluitend beelden gebruikt waarin persoonsgegevens onherkenbaar zijn gemaakt. Hierop wordt door de Functionaris Gegevensbescherming van de provincie toegezien. 7. Na inzage of correctie wordt schriftelijk vastgelegd in een verwerkingsregister:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.