Regeling subsidie beeldende kunst en vormgevingBURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE LEEUWARDEN In aanvulling op en ter nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden 2014-2; Gelet op de ASV artikel 2; Gelet op de Gemeentewet artikel 156; Gelet op de ambitie om de Mienskip van de gemeente Leeuwarden actief te betrekken bij kunst en cultuur. BESLUITEN: de regeling subsidie beeldende kunst en vormgeving vast te stellen Datum: 31 oktober 2017 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: Activiteit: het tot stand brengen van exposities, projecten en manifestaties op het gebied van beeldende kunst en vormgeving door professionele kunstenaars of professionele kunstenaars in samenwerking met (groepen) inwoners. Tendersysteem: een verdelingswijze van een subsidieplafond waarbij de aanvragen voor een bepaalde datum moeten zijn ingediend, waarna op grond van kwalitatieve criteria een rangorde kan worden bepaald. Prioriteitenlijst: de onder het tendersysteem genoemde kwalitatieve criteria op grond waarvan een rangorde kan worden bepaald met betrekking tot de aanvragen bij de gemeente Leeuwarden. Adviesgroep Beeldende: een door het college ingesteld onafhankelijk adviesorgaan. Kunst en Vormgeving Subsidiabele kosten: naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten die direct verband houden met en uitsluitend gemaakt worden voor de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd. Artikel2Toepassingsbereik Deze regeling richt zich op het bevorderen van de belangstelling voor beeldende kunst en vormgeving in de gemeente Leeuwarden door de ontwikkeling in, de presentatie van en de gedachtevorming over hedendaagse beeldende kunst en vormgeving te stimuleren. De activiteiten leiden tot actieve cultuurparticipatie van de inwoners en bezoekers van de gemeente Leeuwarden. De activiteiten dragen direct en concreet bij aan de ontwikkeling en versterking van het culturele klimaat in de gemeente Leeuwarden op het gebied van beeldende kunst en vormgeving. Artikel3Subsidieplafond Er wordt een subsidieplafond vastgesteld. Er zijn jaarlijks drie subsidieperiodes. In periode 1 wordt maximaal 33.33% van het subsidieplafond verleend. In periode 2 wordt maximaal 33.33% van het subsidieplafond verleend. In periode 3 wordt maximaal 33.33% van het subsidieplafond verleend. De volgende periodes worden gehanteerd: a. Periode 1: 1 januari t/m 30 april; b. Periode 2: 1 mei t/m 31 augustus; c. Periode 3: 1 september t/m 31 december. Als in een jaar het budget van periode 1 en periode 2 op de eerste dag van de volgende periode nog niet is verbruikt, wordt het restant van het budget gevoegd bij het budget voor de volgende periode in dat jaar. Artikel4Subsidieaanvraag, wanneer en hoe indienen Aanvragen voor subsidie worden bij het college ingediend: a. Voor activiteiten in periode 1: uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan periode 1; b. Voor activiteiten in periode 2: uiterlijk op 1 februari voorafgaand aan periode 2; c. Voor activiteiten in periode 3: uiterlijk op 1 juni voorafgaand aan periode
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.