← Nederland

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent financiële correcties Beleidsregel financiële correcties Oper

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent financiële correcties Beleidsregel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Oost-Nederland 2014-2020GE

Art. 1.4, lid 1, sub 3 van de REES.

Het IKS tarief is niet juist gehanteerd. 100%

Art. 1.4, lid 1, sub 3, van de REES.

2-D8 De loonkosten en / of de vaste percentages zijn niet goed berekend. 100%

Art. 1.4, lid 1, van de REES.

2-D9 De forfaitaire opslag van 40% over de loonkosten is niet goed berekend. 100%

Art. 1.4, lid 1, b, van de REES.

2-D10 Het werkgeversdocument voor personen die een vast percentage van de tijd per maand aan een project werken, is niet correct: Het tarief is niet juist berekend. 100%

. Art. 1.4, lid 1, c, van de REES. Het document is niet volledig. Maximaal 100%

. Art. 1.4, lid 1, c, van de REES. 2-D11 De forfaitaire opslag van 20% over de bijdragen in natura, de afschrijvingskosten en de overige kosten is niet goed berekend. 100%

Art. 1.4a, van de REES.

E De uitgaven zijn niet conform de regels vanuit de specifieke OP’s/beleidsregels/beschikkingen De uitgaven zijn niet conform het gestelde in de van toepassing zijnde beleidsregel(

  1. s)/ beschikkingen Beleidsregel(
  2. s)/ beschikkingen 2-E1 De uitgaven voldoen niet aan de gestelde eisen in de Beleidsregel EFRO of de beschikking tot subsidieverlening. 100% van de betreffende kosten Afhankelijk van de betreffende beleidsregel(
  3. s)/ beschikkingen 2-E2 De uitgaven zijn buiten de in de Beleidsregel EFRO of de beschikking tot subsidieverlening gestelde subsidiabele periode gemaakt of betaald. 100% van de betreffende kosten Afhankelijk van de betreffende beleidsregel(
  4. s)/ beschikkingen [1] Dat wil zeggen dat als in een project aan meerdere instanties steun wordt verleend en de steun aan één van die instanties ongeoorloofd is, de correctie is: de totale subsidiabele kosten behorend bij c.q. ten behoeve van die ene instantie. [2] De hoogte van het correctiepercentage is afhankelijk van redelijkheid & billijkheid, verwijtbaarheid en proportionaliteit. [3] Dat wil zeggen, dat indien de instandhoudingsplicht een periode van 5 jaren na betaling van het eindbedrag aan de eindbegunstigde betreft en die verplichting na 3 jaar is geschonden, dan betreft correctie 2/5de deel . [4] De hoogte van het correctiepercentage is afhankelijk van redelijkheid & billijkheid, verwijtbaarheid en proportionaliteit. [5] De opdracht is dusdanig openbaar gemaakt dat een in een andere lidstaat gevestigde onderneming toegang krijgt tot de relevante informatie over de opdracht voordat deze wordt gegund, zodat zij desgewenst haar belangstelling voor die opdracht kan tonen. Dit is het geval wanneer (
  5. i)de opdracht nationaal is gepubliceerd volgens nationale regelgeving en/of (
  6. ii)de basisnormen voor het plaatsen van opdrachten – cf sectie 2.1 van interpretatieve mededeling 006/C179/02 - zijn nageleefd [6] Deze termijnen zijn van toepassing voor de openbare en niet openbare procedure en de mededingingsprocedure met onderhandeling [7] Dit wordt gezien als serieuze fout, behalve in gevallen waar aan de voorwaarden van paragraaf 2 en 3 van artikel 53 lid 1 van 2014/24/EU wordt voldaan. Dan wordt geen correctie toegepast [8] Als de onjuiste toepassing van de regels bestaat uit het niet publiceren van de opdracht dan volgt de correctie op basis van 2-B1 [9] Tenzij de gunningscriteria (incl. weging) op verzoek van gegadigden in voldoende mate zijn toegelicht vóór het verstrijken van de inschrijftermijn [10] Zonder dat vergelijkbare (handels)merken ook zijn toegestaan door vermelding van “or equivalent” (“of gelijkwaardig”) [11] Tenzij (
  7. i)onderhandeling cf de verordening is toegestaan f (
  8. ii)het onderwerp van de opdracht is verduidelijkt na publicatie en is gepubliceerd op Tenderned [12] Tenzij duidelijk kan worden aangetoond dat de afgewezen inschrijver sowieso de aanbesteding niet kon winnen en dat daarmee de financiële impact nihil was [13] Tenzij de Verordening toelaat dat gegadigden hun inschrijving bij onderhandelingsprocedures en concurrentiegerichte dialoog aanvullen of toelichten [14] Cf artikel 29

(3)van 2014/24/EU mag bij deze procedure niet worden onderhandeld over minimumeisen en gunningscriteria. [15] Er wordt geen correctie toegepast wanneer de samenwerkende inschrijvers geen hulp hebben gehad van personen binnen de aanbestedende dienst of het beheer- en controlesysteem en geen van de betreffende inschrijvers heeft de opdracht gekregen. Toelichting behorende bij de Beleidsregel financiële correcties Operationeel Programma EFRO Oost-Nederland 2014-2020 Algemeen Deze beleidsregel bepaalt de wijze waarop en de gevallen waarin de managementautoriteit een correctie toepast in de berekening van de subsidie die is verstrekt op grond van de Beleidsregel EFRO. De Beleidsregel EFRO is opgesteld ter uitvoering van het Operationeel Programma EFRO 2014-2020 Oost-Nederland. De Beleidsregel EFRO geeft aan voor welke activiteiten en onder welke voorwaarden subsidiegelden afkomstig uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) worden verstrekt. De managementautoriteit legt op grond van Verordening 1303/2013 verantwoording af aan de Europese Commissie over het verstrekken van deze subsidies. Artikel 143 van Verordening 1303/2013 stelt de lidstaten hierbij in eerste instantie verantwoordelijk voor het onderzoeken van onregelmatigheden, voor het toepassen van financiële correcties en het doen van terugvorderingen. De managementautoriteit moet gelet hierop controleren of de subsidieontvangers de uitgaven op juiste wijze doen. De managementautoriteit hanteert bij het corrigeren van geconstateerde onregelmatigheden een tabel die gestoeld is op een soortgelijke tabel van de Europese Commissie, zie het Besluit van de Europese Commissie van 19 december 2013 (C
(2013)9527 final). Door de tabel als beleidsregel vorm te geven ontstaat helderheid voor subsidieontvangers. De tabel geldt niet alleen bij subsidievaststelling maar ook bij de beoordeling van tussentijdse verantwoordingen van subsidieontvangers. Wettelijk kader De bevoegdheid tot het stellen van beleidsregels is binnen het Nederlands wettelijk kader neergelegd in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en voor het EFRO-programma in artikel 1.8 van de Regeling Europese EZ-Subsidies (REES). De bevoegdheid om een subsidieverlening te wijzigen of een subsidie lager vast te stellen bij niet naleving van de verplichtingen is ontleend aan de artikelen 4:46, 4:48 en 4:49 van de Awb. Correcties Zowel bij een door de subsidieontvanger ingediend verzoek om een voorschot als ook bij het vaststellen van de subsidie onderzoekt de managementautoriteit of is voldaan aan de verplichtingen die voor de subsidieontvanger volgen uit de verleningsbeschikking en de genoemde wet- en regelgeving. Als niet is voldaan aan de verplichtingen, is sprake van een schending. Het verlagingspercentage wordt toegepast op de subsidiabele kosten waar de schending van de verplichtingen op ziet. Met deze werkwijze wordt de Europese werkwijze gevolgd die wordt toegepast door de managementautoriteit. Landelijke uniformiteit De tabel is landelijk tot stand gekomen in samenspraak met de vier managementautoriteiten, de certificeringsautoriteit, de auditautoriteit en het ministerie van Economische Zaken. Het registreren van bevindingen is onderdeel van een digitaal beheer- en controlesysteem dat bij de vier managementautoriteiten in gebruik is. Uniforme registratie en codering van bevindingen is hiertoe noodzakelijk. Artikelsgewijs Artikel 1 Begripsbepalingen Voor begrippen die tevens in de Beleidsregel EFRO zijn gebruikt, is aangesloten bij de aldaar gebruikte schrijfwijze of afkorting. In de bijlage zijn diverse Europese richtlijnen aangehaald die niet als zodanig zijn gedefinieerd in de begripsbepalingen. Bij de toelichting op de bijlage is ingegaan op de wet- en regelgeving waarin deze richtlijnen zijn geïmplementeerd. Artikel 2 Verlagen subsidie Tweede lid In de bijlage zijn de schendingen van verplichtingen opgenomen die onder de reikwijdte van deze beleidsregel vallen. Deze beleidsregel is niet uitputtend. Hoewel getracht is zo volledig mogelijk te zijn, is het mogelijk dat er schendingen van verplichtingen worden geconstateerd die niet expliciet zijn opgenomen in deze beleidsregel die evenwel op grond van de Europese of nationale regelgeving gecontroleerd en hersteld, opgevolgd dan wel gehandhaafd dienen te worden. In die gevallen kan de managementautoriteit gemotiveerd opvolging aan deze gebreken geven door het toepassen van een correctie die niet in de bijlage is opgenomen. Derde lid Een schending van een verplichting komt aan het licht bij een verzoek om een voorschot of bij een verzoek om vaststelling. Zij kan ook aan het licht komen tijdens een controle ter plaatse of door controles van andere controlerende instanties. Indien een schending van een verplichting bij een verzoek om een voorschot aan het licht komt, kan dit leiden tot een verlaging van het voorschot en, bij toepassing van de netto correctie, tot een wijziging van de subsidieverlening. Artikel 3 Toepassen verlaging Eerste lid Het registeren van schendingen van verplichtingen en het toepassen van verlagingen is onderdeel van de algehele controle bij een verzoek om een voorschot of een aanvraag tot subsidievaststelling. Iedere uitgave kan worden gecontroleerd. Indien een uitgave niet voldoet aan de hiertoe opgelegde verplichtingen, wordt voor die uitgave onderzocht of dit leidt tot een verlaging. De verlaging wordt vervolgens alleen toegepast op die als subsidiabele kosten ingediende uitgave. Tweede lid Indien een schending van een verplichting wordt geconstateerd bij een aanvraag om een tussentijdse betaling (voorschot) wordt deze bevinding opnieuw gecontroleerd bij een nieuwe aanvraag om een tussentijdse betaling (voorschot) of een aanvraag om subsidievaststelling, indien deze kosten opnieuw worden ingediend. Indien de schending van de verplichting niet is opgeheven, blijft de eerder toegepaste verlaging van kracht op de uitgaven. De verlaging wordt niet nogmaals toegepast. Artikel 4 Verlaging subsidiabele kosten In sommige gevallen kan een schending bij een volgend verzoek om een voorschot of de aanvraag tot subsidievaststelling worden hersteld. Dan leidt deze schending niet tot een verlaging van de subsidiabele kosten, en dus evenmin tot een verlaging van de uiteindelijk vast te stellen subsidie. Ook is het mogelijk dat de subsidieontvanger vervangende kosten opvoert, waardoor de schending niet tot een verlaging leidt. Artikel 5 Netto correctie Eerste lid De schendingen van verplichtingen die in de bijlage met een (*) zijn aangeduid, leiden tot een verlaging die wordt aangeduid als netto correctie. Toepassing van deze correctie houdt in dat de betrokken subsidiabele kosten van de totale subsidiabele kosten worden afgetrokken, en dat de betrokken kosten niet door andere kosten kunnen worden vervangen. Dit geeft invulling aan artikel 143, van Verordening 1303/2013 en is tot stand gekomen in overleg met de vier managementautoriteiten, de certificeringsautoriteit, de auditautoriteit en het ministerie van Economische Zaken. Tweede lid Als drempel wordt een bedrag van € 10.000 gehanteerd, conform artikel 122 van Verordening 1303/2013. Of de schending van een verplichting tot overschrijding van deze drempel leidt, wordt bepaald aan de hand van het geldende medefinancieringspercentage zoals dit door de Europese Commissie voor het Operationeel Programma is vastgelegd. Voor prioriteit 1 (algemene innovatie) bedraagt dit 34,13%, voor prioriteit 2 (koolstofarme innovatie) bedraagt dit 35,79%. Dit houdt voor prioriteit 1 bijvoorbeeld in dat een op basis van de tabel bepaalde correctie van € 30.000 tot toepassing van de netto correctie leidt (34,13% van 30.000 = 10.239). De subsidiabele kosten worden dan met het bedrag van € 30.000 verlaagd. Derde lid In het geval van bewezen fraude geldt deze drempel niet en wordt de verlaging opgelegd voor het deel van het project dat hierdoor wordt geraakt. Ook dit sluit aan bij de meldingsplicht voor onregelmatigheden. Bovendien is dit in lijn met de gangbare praktijk om in zo’n geval de subsidieverlening voor dat deel van het project in te trekken of de subsidie voor dat deel van het project op nihil vast te stellen en alle reeds uitbetaalde gelden terug te vorderen. Artikel 6 Er is gekozen voor de datum van 1 januari 2018, zodat subsidieontvangers de mogelijkheid hebben kennis te nemen van deze beleidsregel. Tot die tijd hanteert de managementautoriteit de vaste gedragslijn om correcties toe te passen aan de hand van de beleidsregel Sanctiebeleid EFRO-programma 2007-2013. Bijlage De tabel is mede tot stand gekomen op basis van de richtsnoeren van de Europese Commissie inzake correcties bij aanbestedingen (C
(2013)9527 van 19 december 2013). Waar nodig zijn deze aangepast en aangevuld op basis van nationale standpunten en inzichten uit jurisprudentie. In rubriek B van de tabel staat op 14 plekken dat de correctie, afhankelijk van de zwaarte van de onregelmatigheid, kan worden verlaagd. Met het oog op de overzichtelijkheid van de tabel is alleen bij de eerste van deze veertien plekken een noot geplaatst waarin deze verlagingsmogelijkheid wordt toegelicht. Deze toelichting geldt ook voor alle andere plekken waar de verlagingsmogelijkheid is genoemd. Rubriek E van de tabel bevat een restbepaling voor die gevallen waarin schendingen van verplichtingen niet in de rubrieken A tot en met D vallen. Voor verlagingen die op basis van deze rubriek worden toegepast geldt, net als bij de overige rubrieken, dat toepassing van artikel 4:84 van de Awb niet aan de orde als sprake is van het toepassen van een verlaging die rechtstreeks voortvloeit uit EU-regelgeving. De in de tabel aangehaalde Europese Richtlijnen zijn geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving. Het gaat onder andere om: 85/377/EEC: Beschikking van de Commissie van 7 juni 1985 houdende invoering van een communautaire typologie van de landbouwbedrijven (PbEG L 220); 79/409/EEC: Richtlijn van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (pbEG L 103); 90/313/EEC: 1999/31/EC: Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG L 182); 2000/60/EC: Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327); 2000/76/EC: Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332); 2006/2/EC: richtlijn nr. 2006/2/EG van de Commissie van 6 januari 2006 (PbEU L 5) tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 96/73/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde methoden voor de kwantitatieve analyse van binaire mengsels van textielvezels, met het oog op de aanpassing aan de technische vooruitgang. Richtlijn 2004/17: Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PbEU L134). Deze richtlijnen zijn in diverse wetten en regels geïmplementeerd waaronder in de Wet Milieubeheer. Bij de in de tabel genoemde verordeningen gaat het, naast de in de definities reeds genoemde Verordening 1303/2013, om de volgende: Verordening 480/2014: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 480/2014 van de Commissie van 3 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (PbEU L138); Verordening 821/2014: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 821/2014 van Commissie van 28 juli 2014 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft gedetailleerde regelingen voor de overdracht en het kenmerken van voorlichtings- en communicatiemaatregelen voor concrete acties, en het systeem voor de vastlegging en opslag van gegevens (PbEU L 223); Verordening 966/2012: Verordening (EU, Eurotom) Nr. 966/ 2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.