← Nederland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp houdende regels omtrent de heffing en invordering toeristenbelasting Verordening to

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp houdende regels omtrent de heffing en invordering toeristenbelasting Verordening toeristenbelasting 2018De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; gezien het voorstel van het college van 17 oktober 2017; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: Vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering toeristenbelasting 2018 Artikel1- Belastbaar feit Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel2- Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel

  1. Artikel3- Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf van minderjarigen in een groepsaccommodatie, in georganiseerd verband en onder leiding van een of meer meerderjarige begeleiders. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel4- Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het kalenderkwartaal. Artikel5- Belastingtarief De belasting wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 6 van de bij deze verordening behorende en nader vast te stellen “Tarieventabel gemeentelijke belastingen en heffingen”, zoals die geldt voor het betreffende belastingjaar. Artikel6- Belastingjaar Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderkwartaal. Artikel7- Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8- Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Artikel9- Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel10- Kwijtschelding Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11- Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, dit schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel12- Registratieplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden een registratie te houden waaruit het aantal overnachtingen als bedoeld in artikel 5 blijkt. Artikel13- Aangifteplicht De belastingplichtige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en middels ambtshalve aanslag op te leggen. Artikel14- Verzuimboete De gemeente kan gelet op artikel 67a, Algemene wet inzake rijksbelastingen een verzuimboete opleggen, vanwege het niet of niet tijdig doen van aangifte. Artikel15- Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel16- Overgangsrecht De ‘Verordening toeristenbelasting 2017’ van 24 november 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 17, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel17- Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  2. Artikel18- Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting
  3. Vastgesteld in de openbare vergadering van 23 november
  4. de griffier, drs. B.S.M.Sepers de voorzitter, mw. F.Ravestein

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.