ormele personeelsbeoordeling 32.2. Doelstelling formele personeelsbeoordeling 42.3. Momenten van formele personeelsbeoordeling 42.4. Methode formele personeelsbeoordeling 42.5. Beoordelingsreglement 62.6. Invoering van het systeem en voorwaarden voor welslagen 63. Loopbaanbegeleiding 6Toelichting personeelsbeoordeling en beoordelingsformulier 8Kennis 8Zelfstandigheid 9Uitdrukkingsvaardigheid 11Contact 12Facultatief gezichtspunt 14Opmerkingen m.b.t. gedrag in de werksituatie 14Beoordelingsformulier 16Formulier voor beoordelingsgesprek 20Reglement "Personeelsbeoordeling gemeente Grave" 22 Hoofdstuk1Inleiding Het beoordelen van personeel is zo oud als het werken in organisatorisch verband. Het beoordelen door de chef van de prestaties en de gedragingen van zijn medewerkers is normaliter ook een "continue" activiteit, onderdeel van de geregelde begeleiding - geven van opdrachten, beoordelen van de uitvoering, bijsturen, bespreking van de resultaten enz. - door de chef. Elke chef evenwel zal zo zijn eigen methode van beoordelen hebben, hanteert zijn eigen criteria en bepaalt hun onderlinge belangrijkheid. De ene chef zal meer op de kwaliteit van het werk letten, de andere meer op de kwantiteit. De prestaties van de medewerker zijn voor de ene chef het belangrijkste, de persoonlijkheid van de medewerkers is voor de andere chef het criterium bij uitstek. De werksituatie zal soms meer om kwantitatieve prestaties vragen, soms zal de nadruk liggen op de kwaliteit van het geleverde werk. Het nadeel van een oncontroleerbare oordeelsvorming is dat zij voor een medewerker verstrekkende gevolgen kan hebben zonder dat hij enige directe invloed erop heeft of er zelfs maar van de op de hoogte is. Door de personeelsbeoordeling in een methode vast te leggen en hiervan een voorschrift te maken worden er op dit punt waarborgen en een openheid gecreëerd, waardoor de beoordeling zorgvuldiger en controleerbaar wordt.Voor het tot stand brengen van een geobjectiveerd beloningssysteem zijn vier beleidsinstrumenten van belang te weten: functiewaardering, functioneringsgesprekken, personeelsbeoordeling en loopbaanplanning. Zoals u bekend zal zijn is de functiewaardering reeds uitgewerkt.Bij functiewaardering staat echter alleen de functie centraal; de persoon die de functie vervult en de wijze waarop deze dat doet, is niet van belang.Het functioneringsgesprek is een regelmatig terugkerend gesprek tussen de medewerker en zijn chef, waarbij het wederzijds functioneren in relatie met detaakstelling, de werksituatie en de wederzijdse communicatie centraal staat.Maar naast enerzijds het puur wegen van de functie en anderzijds door middel van een "open gesprek" tussen leidinggevende en medewerker om de ontwikkeling van de medewerker in de functie te stimuleren zal tevens aandacht moeten worden besteed aan de wijze waarop de functie wordt vervuld wil een bezoldigingsbeleid als evenwichtig worden ervaren.In dit onderdeel van de nota wordt personeelsbeoordeling en loopbaanbegeleiding besproken. Hoofdstuk2Personeelsbeoordeling, wat is dat? Personeelsbeoordeling is het oordeel van dienstwege over de wijze waarop een individueel personeelslid zijn functie, onder de gegeven omstandigheden over een afgebakende periode, heeft vervuld. Artikel2.1Rechtvaardiging uitgangspunten personeelsbeoordeling De rechtvaardiging voor de regeling en toepassing van personeelsbeoordeling is gelegen in de noodzaak voor onze organisatie om te beschikken over gegevens omtrent de functievervulling van individuele medewerkers opdat personele beslissingen op verantwoorde wijze kunnen worden genomen. Het formele aanknopingspunt daarvoor is artikel F16 van het Algemeen Ambtenarenreglement.De volgende uitgangspunten spelen een rol: de beoordeling dient een zo volledig en objectief mogelijk beeld te geven van de functievervulling van de ambtenaar over een bepaalde periode; de beoordeling moet leiden tot een formele uitspraak over de functievervulling van de ambtenaar; de formele uitspraak over de functievervulling van de ambtenaar wordt door of vanwege het kollege van burgemeester en wethouders gedaan; Gezien het formele karakter van de beoordeling en de mogelijk daaruit voortvloeiende gevolgen, moet de rechtszekerheid en de rechtsbescherming van de ambtenaar zijn gewaarborgd. Artikel2.2Doelstelling personeelsbeoordeling Personeelsbeoordeling is een instrument van beheersmatige aard.Daarbij is er sprake van eenzijdigheid van de beoordeling namelijk de beoordeling door het bevoegd gezag (chef(s)/beoordelaars) van een individuele medewerker.Het functioneren van de medewerker is onderwerp van gesprek en beoordeling. Het uiteindelijke doel is gegevens te verzamelen ten behoeve van het nemen van verantwoorde beslissingen en maatregelen met betrekking tot individuele medewerkers en/of de organisatie.Daarbij dient dan te worden opgemerkt dat een beoordeling die over de gehele linie geen positief beeld te zien geeft niet automatisch behoeft te leiden tot een negatieve maatregel of beslissing. Artikel2.3Momenten van personeelsbeoordeling Eenmaal per twee jaar wordt over de ambtenaar een beoordeling uitgebracht. Een beoordeling wordt in ieder geval opgemaakt binnen een jaar: na indiensttreding; na aanvaarding van een andere functie; na een, naar het oordeel van de gemeentesecretaris, ingrijpende wijziging van de functie. Een medewerker kan, onder opgaaf van redenen, evenals de chef of het sectorhoofd, te allen tijde om een beoordeling verzoeken bij de gemeentesecretaris. Artikel2.4Methode personeelsbeoordeling Er bestaat een diversiteit aan methoden op basis waarvan personeelsbeoordeling kan plaatsvinden.Het gekozen systeem voor onze gemeente bestaat in hoofdlijnen uit de volgende elementen: De beoordeling heeft een duidelijk beheersdoel. Alles wat op het gebied van begeleiding van een medewerker wordt bereikt is meegenomen, maar de ervaring heeft geleerd dat bij een personeelsbeoordeling waaraan rechtspositionele consequenties verbonden kunnen zijn het beheers- en begeleidingsdoel met elkaar strijdig zijn. De praktijk heeft uitgewezen dat moet worden gekozen voor òf begeleiding òf beheer.Personeelsbeoordeling kiest voor het beheersdoel.Functioneringsgesprekken zijn gericht op het begeleidingsdoel. De beoordeling wordt vastgelegd op een beoordelingsformulier dat zodanig is opgesteld dat ruimte is gelaten om in eigen woorden aan de hand van de functieelementen en/of een aantal gezichtspunten een beoordeling te verwoorden.Gekozen is voor gezichtspunten, die zoveel mogelijk op iedere functie en functievervulling van toepassing zijn en - zo nodig - nader zijn te omschrijven door min of meer konkrete eisen.Deze gezichtspunten zijn:- kennisHet weten van feiten en het kennen van gegevens, die van betekenis zijn voor de uitoefening van de functie. Deze kan zijn verworven door onderwijs, ervaring of anderzins.- zelfstandigheidHoe wordt door beoordeelde gebruik gemaakt van de vrijheid in denken en handelen - in bestaande en nieuwe situaties - die de functie hem laat. En op welke wijze wordt een keuze gedaan uit mogelijke oplossingen (willen-kunnen-durven-mogen).- uitdrukkingsvaardigheidWaaronder wordt verstaan de vaardigheid in het hanteren van het gesproken en geschreven woord om berichten en meningen duidelijk aan anderen te kunnen overbrengen.- contacta. omgaan en samenwerking met collega’s;b. optreden naar buiten.- fakultatief gezichtspuntHier kan een geheel nieuw gezichtspunt worden geïntroduceerd. De beoordelaars moeten wel nagaan of dit gezichtspunt op geen enkele wijze is onder te brengen bij de overige gezichtspunten;Een tweede voorwaarde is dat het nieuwe gezichtspunt op een wezenlijk deel van de werkzaamheden betrekking heeft.Een beoordelingsformulier en toelichting zijn toegevoegd als bijlage A. De door de beoordelaar in concept opgemaakte beoordeling wordt ter kennis gebracht van de beoordeelde ambtenaar. Binnen twee weken na de uitreiking van de concept-beoordeling vindt een beoordelingsgesprek plaats. Vervolgens wordt binnen een week na het beoordelingsgesprek het beoordelingsformulier definitief ingevuld waarbij de beoordeelde ambtenaar in de gelegenheid wordt gesteld opmerkingen aan het formulier toe te voegen. Zie het concept-"Reglement personeelsbeoordeling gemeente Grave". Is een beoordeelde het niet eens met zijn beoordeling dan kan hij binnen 6 weken na ontvangst van een afschrift van de beoordeling, schriftelijk een gemotiveerd bezwaar aantekenen bij het het kollege van burgemeester en wethouders. Het kollege van burgemeester en wethouders neemt binnen 6 weken na ontvangst van het bezwaarschrift een gemotiveerde beslissing, nadat hierover advies is uitgebracht door de bezwarencommissie. De ambtenaar heeft dan nog de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de ambtenarenrechter indien hij zich in zijn persoonlijk belang getroffen voelt. Tenslotte kan de ambtenaar hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht. Artikel2.5Beoordelingsreglement Ten behoeve van de rechtsbescherming van de ambtenaren en de duidelijkheid voor de organisatie met betrekking tot de personeelsbeoordeling is in bijlage B het "Reglement personeelsbeoordeling gemeente Grave" opgenomen.Dit reglement bevat tevens een tweetal artikelen met betrekking tot de gedragslijn voor het opbergen van gemaakte beoordelingen.Het reglement gaat van de volgende gedragslijn uit: de beoordelingsformulieren worden in origineel bewaard in het persoonsdossier van de ambtenaar en in kopie aan hem verstrekt; bij uitdiensttreding worden de beoordelingsformulieren vernietigd. Artikel2.6Invoering van het systeem en voorwaarden voor welslagen Belangrijk voor het welslagen van de invoering van een personeelsbeoordelingssysteem is dat de medewerkers goed worden geïnformeerd over de bedoeling, de vorm en de concrete betekenis van personeelsbeoordeling.Mogelijk dat dan kan worden voorkomen dat personeelsbeoordeling door de medewerkers wordt ervaren als veroordelen en het beoordelingsgesprek plaatsvindt in de sfeer van "op het matje roepen". Bij de medewerkers mag bovendien geen angst voor rancunemaatregelen bestaan waardoor zij er van worden weerhouden zich kritisch te uiten ten aanzien van de omstandigheden die van invloed zijn op hun functievervulling. Hoofdstuk3Loopbaanbegeleiding De term loopbaanbegeleiding staat voor de activiteiten, waarbij men medewerkers in hun werksituatie systematisch begeleidt bij: het nadenken over hun loopbaan (tot nog toe) en de richting die zij uit willen; de vertaling hiervan in reële loopbaanplannen; het komen tot afstemming tussen deze individuele plannen en de mogelijkheid die een bureau/afdeling of de gemeente biedt. In zijn algemeenheid is het inderdaad zo dat met een goed opgezette loopbaanbegeleiding en voldoende mogelijkheden binnen de organisatie een beterewaardering kan gaan ontstaan van de bezoldigingsverhoudingen in de organisatie.Bij de gemeente Grave echter, waar sprake is van een beperkt aantal functies, is het niet mogelijk om op langere termijn loopbanen uit te zetten voor medewerkers werkzaam in de organisatie.Het formuleren van doelstellingen met betrekking tot de loopbaanbegeleiding heeft dan ook, gelet op vorenstaande, weinig zin. Niettemin zijn er echter toch wel mogelijkheden om aandacht te schenken aan de ambities en capaciteiten van medewerkers. Daarbij kan met name worden gedacht aan een actieve benadering van een medewerker voor wat scholing en vorming betreft gericht op eventueel toekomstig te vervullen functies.Voorts is een mogelijkheid om bij het invullen van vacatures altijd eerst eventuele interne kandidaten te bezien en rekening te houden met het afstemmen van taken op de capaciteiten en ambities van medewerkers.Een systematische oriëntatie op de toekomstige mogelijkheden van medewerkers behoeft evenwel niet persé in een specifiek loopbaangesprek plaats te vinden om te tonen dat aan loopbaanbegeleiding wordt gewerkt.Als onderdeel van functioneringsgesprekken is het heel goed mogelijk om aandacht te schenken aan de capaciteiten van een medewerker en diens ambities.Er wordt derhalve de voorkeur gegeven om geen afzonderlijk systeem van loopbaanbegeleiding op te zetten maar loopbaanbegeleiding als aandachtspunt te laten gelden bij functioneringsgesprekken.Bezinning op de verdere loopbaan wordt daarmede een geïntegreerd onderdeel van het functioneringsgesprek maar daarmede zeker niet onbelangrijker geacht dan wanneer het in een afzonderlijk gesprek aan de orde zou komen.Overigens is het zo dat niet uitgesloten moet worden dat, naar behoefte, toch loopbaangesprekken plaatsvinden.Dat echter op ad-hoc basis en niet op systematische wijze. 1 TOELICHTING PERSONEELSBEOORDELINGDe personeelsbeoordeling is een beoordeling in de functie.Uitgangspunt van de beoordeling zal in eerste instantie zijn:de totale (organieke) functie, waarin betrokkene is aangesteld.Het eigenlijke oordeel zal evenwel betrekking moeten hebben op: prestaties en gedragingen van de beoordeelde bij het uitvoeren van de - in de beoordelingsperiode - feitelijk opgedragen werkzaamheden. De feitelijke functievervulling wordt in de eerste plaats vanuit een bepaalde groep gezichtspunten bezien, waarlangs de oordeelsvorming verloopt. Voor de toepassing van de personeelsbeoordeling is daarbij gekozen voor gezichtspunten, die zoveel mogelijk op iedere functie en functievervulling van toepassing zijn en - zo nodig - nader zijn te omschrijven door min of meer concrete eisen. Deze gezichtspunten zijn: kennis, zelfstandigheid, uitdrukkingsvaardigheid, contact, facultatief (bijv. leiding geven). Gezichtspunten van het beoordelingsformulier: KennisDat wil zeggen de verworvenheden (ook verworven inzichten, ervaringen en vaardigheden), nodig voor een goede vervulling van de functie.Bij het beoordelen in de functie gaat het om de vraag of de aanwezigheid van de nodige verworvenheden bij de vervulling van de functie inderdaad totuitdrukking is gekomen. Het bezit van kennis etc. alleen is niet voldoende. De titel van het feitelijke gezichtspunt is dan ook:"BLIJK GEVEN VAN DE NODIGE KENNIS EN ERVARING"Bij het beoordelen van de functievervulling moeten steeds twee vragen worden gesteld:a. Welke kennis of ervaring is nodig voor een goede vervulling van de functie?b. In hoeverre heeft de betrokken functionaris in het werk blijk gegeven die kennis of ervaring te bezitten ?Voor het zoeken naar de belangrijkste aspecten van kennis in de ruime zin van "verworvenheden" kan het begrip onderverdeeld worden in de volgende punten:a. Theoretische kennis verkregen door scholing, opleiding, instructie, studie e.d. enb. Praktische ervaring al werkend in concrete situaties opgedaan, al doende geleerd.Een nog verdergaand onderscheid naar aspecten van de kennis en ervaring kan gemaakt worden aan de hand van de volgende punten:a. algemene kennis en ervaring: algemene ontwikkeling met betrekking tot de taal, maatschappelijk verkeer etc.b. specifieke vakkennis en ervaring: recht, boekhouden, functie-onderzoekc. kennis en ervaring m.b.t. de gang algemene regels, procedures vaste van zaken, werkwijze etc. ter gewoonten etc. plaatsed. kennis en ervaring m.b.t. de situatie organisatie, contacten, taken, waarin men werkt bevoegdheden etc. ZelfstandigheidDat wil zeggen de vrijheid, de ruimte die in de functie wordt gelaten aan het zelf-denken en het zelf-handelen van de betreffende functionaris.Ook hier rijzen bij het beoordelen van de functievervulling twee vragen:a. welke vrijheid/ruimte wordt in de gegeven functie aan het zelfdenken en zelf-handelen gelaten resp. wat wordt geëist van de functionaris op het punt van zelf-denken en zelf-handelen.b. in hoeverre geeft de betrokken functionaris blijk die vrijheid/ruimte in zijn werk te kunnen hanteren.Achter het begrip zelfstandigheid zijn de volgende gezichtspunten te onderscheiden:a. gegevens en situaties begrijpen en doorzien, problemen oplossen, ideeën ontwikkelen;b. beslissingen en initiatieven nemen;c. eigen werk organiseren;d. werk van anderen organiseren.Hierna wordt kort weergegeven wat de betekenis is van elk van de vier gezichtspunten van zelfstandigheid:a. Gegevens en situaties begrijpen en doorzien, problemen oplossen, ideeën ontwikkelenDit gezichtspunt is gericht op de vrijheid, de ruimte voor zelf-denken die de functie laat aan de betrokken functionaris.De aspecten bij dit gezichtspunt betekenen het volgende:Begrijpen:Bij dit aspect gaat het vooral om het opnemen van nieuwe dingen, doorhebben wat bedoeld wordt, vatten waar het om gaat. Wat verwacht wordt is, dat hij het zelf (op de juiste wijze) pakt, het vat.Doorzien:Dit aspect gaat een stap verder. De zelfstandigheid is "actiever". In het werkwoord zit het woord "door". Gezegd zou kunnen worden verder kijken dan de neus lang is.Begrepen hebben waar het bijvoorbeeld bij een aangeboden probleem om gaat, moet de functionaris daar verder in doordringen op zoek naar de essentie daarvan. Moet hij de essentie kennen voor het vinden van een verklaring of oplossing.Het "doorzien" vindt ook plaats als de functionaris een voorstel of aangeboden oplossing moet beoordelen en de gedachtengang, die daarbij is gevolgd kritisch moet nagaan.Probleem oplossen:Dit aspect vertegenwoordigt een mogelijke volgende stap.Het oplossen moet verstaan worden als "mogelijke" oplossingen vinden.Het woord "probleem" heeft ook betrekking op bijzondere gevallen waarin de weg naar het beoogde doel of de middelen om dat doel te bereiken niet voor de hand liggen.De zelfstandigheid is hier weer "actiever" dan bij het vorige punt.Zij veronderstelt een zekere vindingrijkheid.Het gaat namelijk niet om het vatten van iets dat wordt aangeboden, noch om het zoeken naar de bestaande (zij het nog verborgen) essentie of onderlinge verbanden. Bij het oplossen van problemen gaat het om het vinden van mogelijkheden die tot nu toe niet bekend waren, dus om een stukje creativiteit in het denken.Ideeën ontwikkelen:Wat bij het vorige punt aan het slot is gesteld, geldt in nog sterkere mate voor dit aspect. De vindingrijkheid die bij het oplossen van problemen nodig is, wordt door dat probleem als het ware uitgelokt. Uit eigen beweging vindingrijk, creatief zijn is nodig voor het ontwikkelen van ideeën.b. Beslissingen en initiatieven nemen.Bij dit gezichtspunt is de centrale factor het maken van een keuze.Een keuze van doen of niet-doen respectievelijk van zus handelen of zo handelen.Ook bij dit gezichtspunt kan de mate van zelfstandigheid verschillen, in die zin, dat er sprake kan zijn van de noodzaak te reageren (beslissen) op hetgeen in het werk aan keuzemogelijkheden ligt, dan wel de eis dat op grond van eigen overwegingen nieuwe stappen (initiatieven) worden ondernomen. Behalve de mate van de zelfstandigheid laat ook de aard van de zelfstandigheid zich in een aantal aspecten onderscheiden.Deze aspecten zijn:a. de durf om een beslissing of initiatief te nemen, vaak ook tot uitdrukking komend in de snelheid van beslissen;b. het moment van beslissen respectievelijk handelen;c. de bezonnenheid, dat wil zeggen het rekening houden met de mogelijke consequenties alvorens te beslissen of te handelen.Beslissingen en initiatieven nemen heeft, zo gezien, iets weg van autorijden, dat wil zeggen het op de juiste manier bedienen van het gaspedaal (durf) en rem (bezonnenheid).Uit de naam van dit gezichtspunt en uit de gegeven voorbeelden zou ten onrechte afgeleid kunnen worden dat het bij "beslissingen en initiatieven nemen" altijd gaat om zwaardere functies. Dit is niet juist, want ook in eenvoudige functies is veelal enige ruimte voor het zelfhandelen gelaten.c. Eigen werk organiseren.Bij dit punt gaat het om een doelmatig gebruik maken van hulpmiddelen en tijd.Zelfstandigheid bij het gebruik van hulpmiddelen is in het merendeel van de functies beperkt door voorschriften, afspraken en gewoonten, die er bestaan met betrekking tot het gebruik van gereedschappen, het volgen van procedures, het ordenen van papieren etc.De zelfstandigheid zal zich meestal beperken tot het aanpassen van de voorschriften etc. aan bijzondere omstandigheden en tot het zelf orde op zaken houden en in de gaten houden hoever het met de behandeling van de eigen opdrachten staat. Het netjes en volgens voorschriften, afspraken en gewoonten te werk gaan is geen aspect van nauwkeurigheid en zorgvuldigheid. Medewerkers die in zulke omstandigheden toch eigen ideeën ten aanzien van het gebruik van hulpmiddelen en procedures ontwikkelen, gaan in feite boven de gestelde eis uit.Belangrijk is het doelmatig gebruik van de beschikbare tijd, omdat in vrijwel iedere functie daarbij de nodige zelfstandigheid gelaten kan worden aan de medewerkers.Het in de tijd organiseren van eigen werk kan - uiteraard weer afhankelijk van de aard van de functie - in tweeërlei opzicht een rol spelen:- het plannen;- het improviseren.Het plannen is een kwestie van zelf van tevoren indelen van tijd en werk en kan onder andere tot uiting komen in:* rekening houden met de verwachte aanvoer van werk (en zo nodig daar zelf prognoses voor maken);* bepalen van de volgorde van werkzaamheden;* de tijd verdelen over diverse soorten opdrachten;* toewerken naar een bepaalde streefdatum en dergelijke.Het improviseren betekent op een praktische wijze reageren op onverwachte omstandigheden en kan zich voordoen bij:* opvangen van spontaan aanbod van werk of bezoek;* opvangen van onverwachte "pieken";* overschakelen op een andere volgorde van werken;* tijdelijk de aandacht concentreren op een bepaald aspect van het werk en dergelijke.d. Werk van anderen organiseren.Dit punt betreft de organisatorische kanten van het leiding geven.Bij dit gezichtspunt kan per functie de zelfstandigheid weer verschillen naar mate het in de functie gaat om het rekening houden met wat zich nu voordoet of op korte termijn aftekent, dan wel om het zo goed mogelijk verder vooruit zien in de tijd.Het plannen op langere termijn en ruimer verband op grond van prognoses èn het in verband daarmee treffen van maatregelen, zoals het laten rouleren van medewerkers dan wel het herverdelen van individuele taken en bevoegdheden, zal in hogere functies in de hiërarchie vereist worden.In de lagere kaderfuncties gaat het om de zorg voor:* doelmatige procedures;* een werkverdeling en instruktie die aangepast is aan zakelijke omstandigheden en persoonlijke factoren;* voldoende koördinatie en kontrole ten aanzien van de uitvoering van het werk en dergelijke. UitdrukkingsvaardigheidDat wil zeggen het zelf onder woorden brengen van allerlei zaken, mondeling zowel als schriftelijk.Het gaat hier om communicatie die in hoofdzaak plaatsvindt via het gesproken en geschreven woord.Onder het begrip "uitdrukkingsvaardigheid" vallen twee gezichtspunten:a. zich mondeling uitdrukken;b. schriftelijk formuleren/redigeren.Bij beide gezichtspunten gaat het om het zelf onder woorden brengen van verzoeken, inlichtingen, standpunten etc. en niet om de materiële inhoud van het besprokene of geschrevene. Bij beide gezichtspunten zal het van de functie afhangen in hoeverre en in welk opzicht eisen van enig belang gesteld moeten worden. Eén eis geldt altijd, namelijk die van de duidelijkheid. Het gaat dus om taalbeheersing in verschillende opzichten.a. Zich mondeling uitdrukken:Het gaat er bij dit gezichtspunt om in de collegiale samenwerking, persoonlijk onderhoud, commissoriaal overleg, onderhandeling of uitvoerige uiteenzettingen de ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.