els vast te stellen ten behoeve van de uitvoering van een gedifferentieerd beloningsbeleid; gelet op artikel 11 van de Bezoldigingsverordening 2001 en artikel 3:1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst; gelet op het Reglement functioneringsgesprekken gemeente Grave en het Reglement personeelsbeoordeling gemeente Grave; BESLUITEN: het navolgende Reglement beloningsdifferentiatie gemeente Grave 2002 vast te stellen: Artikel1Algemene bepalingen Dit reglement verstaat onder: a. bevoegd gezag:het college van burgemeester en wethouders.b. MT:het managementteam.c. medewerker: degene, die ambtenaar is in de zin van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling enUitwerkingsovereenkomst; degene, met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten omdat betrokkene een zodanige arbeidstijd heeft, dat deze geen deelnemer aan de IZA-regeling kan zijn;d. leidinggevende:een sectorhoofd of bureauhoofd.e. aanloopschaal:de naast-lagere schaal van de functionele schaal;f. functieschaal:de voor de functie, waarin de medewerker is geplaatst, op basis van de organieke functiewaardering geldende schaal;g. benoeming:de plaatsing van de medewerker in een functie.h. functioneringsgesprek:het gesprek als bedoeld in het Reglement functioneringsgesprekken gemeente Grave.i. personeelsbeoordeling:de beoordeling als bedoeld in het Reglement personeelsbeoordeling gemeente Grave. Artikel2Doelstellingen van beloningsdifferentiatie De doelstellingen van beloningsdifferentiatie zijn:- verhogen van de motivatie en de betrokkenheid bij het werk;- tot stand brengen van billijke, rechtvaardige beloningsverhoudingen;- handhaven of verhogen van de arbeidsprestaties en -productiviteit;- komen tot een verbetering van het zelfbeeld van personeelsleden; Artikel3Inpassing in functieschaal 1De medewerker, bezoldigd overeenkomstig de aanloopschaal, wordt in de regel één jaar na zijn benoeming in zijn functieschaal ingepast. 2Voorwaarde voor de inpassing in de functieschaal is dat de medewerker zijn functie volledig en in voldoende mate uitoefent. 3Het oordeel, bedoeld in het tweede lid, dient te zijn gebaseerd op één of meer functioneringsgesprekken en een personeelsbeoordeling, zoals bepaald in het Reglement functioneringsgesprekken gemeente Grave en het Reglement personeelsbeoordeling gemeente Grave. 4Aan de toekenning van de inpassing in de functieschaal dient een, door zowel de medewerker als door de leidinggevende getekende, personeelsbeoordeling ten grondslag te liggen. 5De bevoegdheid tot inpassing in de functieschaal berust bij het bevoegd gezag. Artikel4Periodieke en extra periodieke salarisverhoging 1Een periodieke salarisverhoging als bedoeld in artikel 7 van de Bezoldigingsverordening wordt eerst toegekend, indien de leidinggevende van mening is dat de medewerker zijn functie op voldoende wijze heeft vervuld en sprake is van voldoende bekwaamheid, geschiktheid en dienstijver. 2(Een) extra periodieke verhoging(en) als bedoeld in artikel 8 van de Bezoldigingsverordening wordt eerst toegekend, nadat het bevoegd gezag heeft vastgesteld dat de medewerker zijn functie op uitstekende wijze vervult. 3Aan de toekenning van een extra periodieke verhoging(en), als bedoeld in het tweede lid, dient een personeelsbeoordeling ten grondslag te liggen, welke door zowel de medewerker als de leidinggevende is ondertekend. Artikel5Onthouding periodieke salarisverhoging 1De leidinggevende, die van mening is dat met toepassing van artikel 9 van de Bezoldigingsverordening aan een medewerker geen periodieke salarisverhoging moet worden toegekend, doet hiervan uiterlijk twee maanden voor het tijdstip waarop de periodieke salarisverhoging zou moeten ingaan, mededeling aan het bevoegd gezag. 2De mededeling als bedoeld in het eerste lid, dient vergezeld te zijn van een, door zowel de medewerker als de leidinggevende, ondertekende personeelsbeoordeling over een langere periode en een gemotiveerd advies om geen periodieke salarisverhoging toe te kennen. 3De bevoegdheid om geen periodieke salarisverhoging toe te kennen berust bij het bevoegd gezag. Artikel6Bijzondere beloning 1Aan de medewerker, die naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijzondere prestatie in de functie heeft geleverd en bezoldigd is overeenkomstig de functieschaal, kan een tijdelijke toelage worden toegekend. 2De tijdelijke toelage wordt ineens en ten hoogste éénmaal binnen een tijdvak van twee jaar uitgekeerd en bedraagt maximaal het voor de betrokken medewerker geldende maandsalaris. 3Aan de toekenning van een tijdelijke toelage, als bedoeld in het eerste lid, dient een personeelsbeoordeling ten grondslag te liggen, welke door zowel de medewerker als de leidinggevende is ondertekend. Artikel7Persoonlijke toelage 1Het bevoegd gezag kan aan een medewerker, die op basis van zijn persoonlijk functioneren, blijkens over hem uitgebrachte beoordelingen gedurende langere perioden, zijn functie op een uitstekende wijze vervult en waarvoor andere structurele mogelijkheden zijn uitgesloten, een persoonlijke toelage, als bedoeld in artikel 12 van de Bezoldigingsverordening toekennen. 2De medewerker aan wie een toelage, zoals bedoeld in het eerste lid wordt toegekend dient het maximum van zijn functionele schaal te hebben bereikt. 3De uitstekende wijze van functioneren, zoals bedoeld in het eerste lid, dient een periode van meerdere jaren te omvatten. 4Er dient een redelijke verwachting te bestaan dat de medewerker ook in de toekomst op uitstekende wijze zal functioneren. 5De in het eerste lid bedoelde toelage wordt uitgedrukt in een bedrag overeenkomende met één of meer periodieke verhogingen in de naast-hogere salarisschaal; de toelage en het salaris tezamen bedragen ten hoogste het maximum van de naast-hogere salarisschaal. 6De toelage kan vast of tijdelijk zijn. Een tijdelijke toelage van twee jaar wordt, na afloop van die periode bij goed functioneren in een vaste toelage omgezet. 7Aan de toekenning van een toelage, als bedoeld in het eerste lid, dient een personeelsbeoordeling ten grondslag te liggen, welke door zowel de medewerker als de leidinggevende is ondertekend. Artikel8Gratificatie/bijzondere beloning/groepsbeloning 1Het MT kan, wanneer daar naar zijn oordeel aanleiding toe is, aan een medewerker of aan een groep medewerkers een gratificatie dan wel een bijzondere beloning toekennen. 2Een gratificatie en een bijzondere beloning zijn bedoeld voor eenmalige bijzondere prestaties. 3De toekenning van gratificaties en bijzondere beloningen vindt zo spoedig mogelijk na de geleverde prestatie plaats. 4Voor de toekenning van een gratificatie of een bijzondere beloning is een personeelsbeoordeling niet noodzakelijk. 5Een gratificatie wordt netto uitgekeerd en bedraagt per eenmalige bijzondere prestatie maximaal € 114, € 227, € 341 en € 454; in zeer bijzondere gevallen kan de gratificatie maximaal € 908 bedragen per eenmalige bijzondere prestatie. 6Een bijzondere beloning wordt toegekend voor een prestatie van zodanige aard dat de beloning in geld niet voor de hand ligt; de maximale omvang van de beloning bedraagt maximaal € 227. Artikel9Bezwaar Een medewerker kan uiterlijk binnen zes weken na de datum waarop het bevoegd bezag een besluit heeft genomen, gemotiveerd schriftelijk bezwaar tegen het bedoelde besluit bij het college van burgemeester en wethouders aantekenen, conform de Algemene Wet Bestuursrecht. Artikel10Onvoorziene gevallen In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bevoegd gezag. Artikel11Slotbepalingen 1Deze regeling kan worden aangehaald als "Reglement beloningsdifferentiatie gemeente Grave 2002" en treedt in werking op 1 januari 2002. 2Het "Reglement beloningsdifferentiatie gemeente Grave", zoals vastgesteld op 23 september 1997 wordt ingetrokken. Aldus vastgesteld door het college van burgemeesteren wethouders in zijn vergadering van 5 februari 2002.De secretaris, De burgemeester,w.g. mr. J.H. Roelofs w.g. H.J. Hendriksen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.