Verordening forensenbelasting 2018De raad van de gemeente Barneveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 17-81; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2018 Artikel1.Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel2.Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam ‘forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2.Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3.Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel4.Maatstaf van heffing 1.Indien de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken en waarvoor op grond van hoofdstuk IV van die Wet voor die onroerende zaak een waarde is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de voor die onroerende zaak vastgestelde waarde, zoals die geldt voor het belastingjaar. 2.In afwijking van het eerste lid wordt, indien de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel e. van de Wet waardering onroerende zaken, of indien de woning geen deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, de belasting geheven naar een vast bedrag per woning. Artikel5.Belastingtarief 1.In geval van artikel 4 eerste lid bedraagt het tarief van de belasting bij een heffingsmaatstaf van: € 70.000,- of minder € 181,75; Meer dan € 70.000,- € 181,75 vermeerderd met 0,83% van het bedrag waarmee de heffingsmaatstaf een bedrag van € 70.000,- te boven gaat. Met dien verstande dat per woning een maximumbedrag geldt van € 947,50; 2.In geval van artikel 4 tweede lid, bedraagt het tarief van de belasting € 181,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.