Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2018 (Verordening watertoeristenbelasting Rheden 2018)De raad van de gemeente Rheden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2017; b e s l u i t : vast te stellen: de Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2018 (Verordening watertoeristenbelasting Rheden 2018). Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; lengte: de lengte over alles; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van eenzelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; seizoen: het tijdvak van 16 april tot en met 16 oktober; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano's, roei- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting; door degene die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan een zogenaamde schoolwerkweek; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel6Belastingtarief De belasting bedraagt per etmaal per boot € 2,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.