VERORDENING RIOOLHEFFING 2018De raad van de gemeente Hardenberg; Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 28 november 2017, nummer 2154259; Gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; Besluit: Vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2018 Artikel1Begripsomschrijvingen. Deze verordening verstaat onder: perceel: een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: drinkwater, huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater,grondwater of oppervlaktewater. afvalwater: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater. Artikel2Aard van de belasting. Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht. 1.De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel waanaar direct of indirect water wordt toegevoerd en van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.Met betrekking tot de belasting wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval sprake is van volgtijdelijk gebruik degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld. Artikel4Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2.In afwijking van het eerste lid wordt voor zover het percelen betreft die uitsluitend tot woning dienen de belasting geheven naar een vast bedrag per perceel. 3.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de voorlaatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij de herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel5Belastingtarieven 1.De belasting bedraagt: voor een perceel dat uitsluitend dient als woning € 241,--- per jaar; voor perceel dat niet of niet uitsluitend dient als woning: € 241,--- per jaar, indien in een jaar minder wordt geloosd dan 500 m3 afvalwater; € 544,-- per jaar, indien in een jaar 500 m3 of meer, doch minder dan 750 m3 afvalwater wordt geloosd; € 824,-- per jaar, indien in een jaar 750 m3 of meer, doch minder dan 1.000 m3 afvalwater wordt geloosd; € 985,-- per jaar, indien in een jaar 1.000 m3 of meer, doch minder dan 1.250 m3 afvalwater wordt geloosd; € 1.147,-- per jaar, indien in een jaar 1.250 m3 of meer, doch minder dan 1.500 m3 afvalwater wordt geloosd; € 1.276,-- per jaar, indien in een jaar 1.500 m3 of meer, doch minder dan 1.750 m3 afvalwater wordt geloosd; € 1.379,-- per jaar, indien in een jaar 1.750 m3 of meer, doch minder dan 2.000 m3 afvalwater wordt geloosd. 2.Indien in een jaar 2.000 m3 of meer water wordt geloosd, wordt het onder lid 1, sub b van dit artikel berekende recht groot € 1.379,-- per jaar verhoogd met € 182,-- per jaar voor elke 1.000 m3 afvalwater of gedeelte daarvan boven 2.000 m
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.