Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Smallingerland houdende belastingregels omtrent het gebruik van straat, haven en kade Verordening straat-, kade- en havengeld 2018De raad van de gemeente Smallingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van november 2017; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; B E S L U I T : vast te stellen de volgende VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN STRAAT-, KADE- EN HAVENGELD 2017 Hoofdstuk I Straatgeld Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur of een gedeelte daarvan; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; maand: een kalendermaand; jaar: een kalenderjaar; vergunning/ontheffing: een door het gemeentebestuur verleende en in gemeentelijk registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; openbare straat: alle bij de gemeente in onderhoud zijnde verharde straten, trottoirs, goten, stegen, pleinen, bermen, wegen of opslagplaatsen. Artikel 2 Aard van de heffing 1.Onder de naam "Straatgeld" wordt een recht geheven wegens het krachtens verleende vergunning of ontheffing tijdelijk in gebruik nemen van de openbare dienst bestemde gemeentegrond voor de volgende doeleinden: het afschermen van gebouwen, muren of erven, of het plaatsen van steigers of steunen; de opslag van zand of bouwmaterialen met of zonder schuttingen daaromheen, die niet onder a vallen ; de opslag van andere grond of voorwerpen of uitstalling daarvan, van welke aard ook; het plaatsen van timmer-, kalk- of bergloodsen, voor het bouwen of veranderen van bouwwerken; het plaatsen van loodsen, geheel of gedeeltelijk bestemd voor het tijdelijke bewonen of voortzetting van nering of bedrijf; het uitvoeren van werkzaamheden of verrichten van arbeid, niet gepaard gaande met de opslag van voorwerpen of het plaatsen van getimmerten als hiervoor bedoeld. Artikel3Belastingplicht Het straatgeld wordt geheven van degene op wiens naam de in artikel 2, sub a - f bedoelde vergunning of ontheffing is gesteld of indien nog geen aanvraag is ingediend door wie of op wiens laste de gebruikmaking geschiedt. Artikel4Maatstaf van de heffing 1.Grondslag voor de berekening van het straatgeld is het aantal m2 ingenomen grondoppervlakte. 2.De opmeting van de ingenomen oppervlakte geschiedt door burgemeester en wethouders die van de opgemeten oppervlakte terstond kennis geven aan belanghebbenden. 3.Het straatgeld wordt geheven, van de dag af, waarop met het in gebruik nemen van de openbare straat een aanvang is gemaakt, tot en met die, waarop de ingebruikneming is beëindigd. Artikel5Belastingtarief Het tarief is vermeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Vrijstellingen Geen recht wordt geheven wegens het tijdelijk in gebruik nemen van de openbare dienst bestemde gemeentegrond, indien dit geschiedt: voor de sociale woningbouw; voor het onderwijs als het zonder winstoogmerk wordt geëxploiteerd; voor de verkoop van geringe eetwaren op staanplaatsen die hiervoor van de gemeente zijn gepacht; voor de uitoefening van markthandel op de daarvoor aangewezen plaats(en). Artikel7Wijze van heffing De straatgelden worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, zoals een factuur, nota of andere schriftuur. Artikel8Tijdstip van betaling Het straatgeld moet worden voldaan binnen 30 dagen na dagtekening van de factuur. Hoofdstuk II Kadegeld Artikel9Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: gemeentewallen: alle bij de gemeente in onderhoud of beheer zijnde wallen, straten, wegen en pleinen, grenzende aan voor de scheepvaart dienstbare vaarwateren. Schepen: alle soorten vaartuigen. Artikel10Aard van de heffing Onder de naam "kadegeld" wordt een recht geheven voor alle schepen, die aan gemeentewallen in de gemeente gaan liggen om te laden of te lossen. Artikel11Belastingplicht Het kadegeld wordt geheven van de schipper, de eigenaar, de gebruiker of de geleider van het vaartuig. Artikel12Maatstaf van heffing Grondslag voor de berekening van het kadegeld is het aantal tonnage dat wordt gelost of geladen. Artikel13Belastingtarief Het tarief is vermeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel14Wijze van heffing De kadegelden worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, zoals een factuur, nota of andere schriftuur. Artikel15Tijdstip van betaling Het kadegeld moet worden betaald op het moment van de uitreiking van de kennisgeving. Hoofdstuk III Havengeld Artikel16Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: vaartuig : een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; woonschip : een vaartuig, hoe ook genaamd en van welke aard ook, uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd, ook indien het nog in aanbouw is; passagiersschip : een vaartuig dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; beroepsvaartuig : een vaartuig dat is ingericht of bestemd om voor de uitoefening van een beroep of bedrijf te worden gebruikt en overeenkomstig die inrichting of bestemming wordt gebruikt; dag : een etmaal of gedeelte daarvan; jaar : kalenderjaar; ton : een massa van 1.000 kilogram Artikel17Aard van de heffing, belastbaar feit Onder de naam "havengeld" wordt een recht geheven ter zake van het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van een woonschip, een passagiersschip, een beroepsvaartuig of een ander vaartuig aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde kade of wal in de industriehaven en de Drachtstervaart. Artikel18Belastingplicht Belastingplichtig is degene, die eigenaar, reder, schipper, huurder of gebruiker is van een woonschip, passagiersschip, beroepsvaartuig of ander vaartuig, of degene die het heeft gecharterd dan wel degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt. Artikel19Heffingsgrondslag 1.Voor het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van een woonschip in de Passchier Bollemanhaven: een vast bedrag per woonschip. 2.Voor het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van een passagiersschip of een beroepsvaartuig aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde kade of wal in de industriehaven: de oppervlakte van dit vaartuig uitgedrukt in vierkante meters, zoals deze blijken uit de meetbrief of ambtshalve worden vastgesteld. 3.Voor het afmeren en vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig niet zijnde een woonschip, passagiersschip of beroepsvaartuig aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde kade of wal in de industriehaven: de lengte van het vaartuig uitgedrukt in meters, zoals deze blijken uit de meetbrief of ambtshalve worden vastgesteld. Artikel20Belastingtarieven Het tarief is vermeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel21Wijze van heffing De havengelden worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, zoals een factuur, kwitantie, nota of andere schriftuur. Artikel22Tijdstip van betaling a.De havengelden als bedoeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel , onderdeel 4 en 5c moeten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. b.Het havengeld als bedoeld in de bij deze verordening behorende tarieventabel onderdeel 5 a en b, 6 en 7, moet worden betaald op het moment van de uitreiking van de kennisgeving. Artikel23Aanvang/beëindiging belastingplicht in de loop van het kalenderjaar 1.Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. Hoofdstuk IV Algemene bepalingen Artikel24Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van straat-, kade-, en havengeld. Artikel25Overgangsrecht De "Verordening straat-, kade- en havengeld 2017" wordt ingetrokken met ingang van de in het artikel 26, derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel26Inwerkingtreding; citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018. 4.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening straat-, kade- en havengeld 2018. Aldus vastgesteld door de raad voornoemdin zijn vergadering van 12 december 2017,griffier, voorzitter,Tarieventabel 2018 behorende bij de "Verordening straat-, kade- en havengeld 2018”. Straatgeld Het straatgeld, als bedoeld in artikel 2, bedraagt voor elke m² oppervlakte, die in gebruik wordt genomen voor de in artikel 1 genoemde doeleinden, per dag € 0,23 Voor de bepaling van het recht wordt een gedeelte van een dag of van een m² voor vol gerekend. Kadegeld Het kadegeld, als bedoeld in artikel 10, wordt geheven voor elke keer laden en lossen en bedraagt per ton, exclusief BTW € 0,20 Havengeld Het havengeld vermeld in artikel 19, 1e lid, bedraagt per jaar € 917,00 Het havengeld vermeld in artikel 19, 2e lid, bedraagt: gedurende de eerste drie maanden per m² oppervlakte per dag € 0,04 daarna per m² oppervlakte per maand of een gedeelte daarvan € 0,40 voor vaste ligplaatsen per m² oppervlakte per jaar € 5,30 Het onder 5, sub a genoemde tarief wordt niet in rekening gebracht over de periode die benut wordt voor het laden en/of lossen van een vaartuig. Het havengeld vermeld in artikel 19, 3e lid bedraagt: voor vaartuigen met een lengte tot en met 15 meter, per dag € 3,80 voor vaartuigen met een lengte van meer dan 15 meter, per meter € 0,40met een maximum per dag van € 9, 90 De genoemde tarieven voor havengelden (4, 5 en 7) zijn exclusief BTW Behoort bij raadsbesluit van 12 december 2017. De griffier van de gemeente Smallingerland,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.