Overwegende dat het wenselijk is dat (een vertegenwoordiging uit) de raad nauw betrokken wordt bij de financiële verordening, de uit te voeren onderzoeken en andere financiële aangelegenheden; Gelet op het bepaalde in artikel 4, lid 3 en artikel 7, lid 4 van de Controleverordening ex art. 213 Gemeentewet alsmede op artikel 3, lid 1, van de Verordening onderzoek Doelmatigheid en doeltreffendheid ex art. 213a Gemeentewet; gelet op het advies d.d. 15 maart 2007 van de commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken en Middelen; Gelet op artikel 82 van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de volgende "Verordening op de auditcommissie gemeente Binnenmaas 2007";Verordening op de Auditcommissie gemeente Binnenmaas 2007 Paragraaf1:Algemene bepalingen. Artikel1Begripsbepalingen. In deze verordening wordt verstaan onder; Commissie: een raadscommissie, genaamd auditcommissie, ingesteld krachtens deze verordening; Lid: een door de raad benoemd raadslid, die zitting heeft in de commissie; Voorzitter: het door de raad, als voorzitter van de commissie benoemde raadslid; Plv. voorzitter: het door de raad als vervanger van de voorzitter van de commissie benoemde raadslid; Griffier: de griffier van de raad of diens vervanger; Vergadering: de vergadering van de commissie. Artikel2:Instelling. Er is een adviescommissie ten behoeve van de gemeenteraad, genaamd auditcommissie, gebaseerd op artikel 82 van de Gemeentewet. Artikel3:Samenstelling. De commissie bestaat uit één vertegenwoordiger per fractie. De leden worden door de raad benoemd. Een lid mag zich laten vervangen door een raadslid van dezelfde partij, die een benoemd lid is van een andere raadscommissie. 4.De zittingsperiode van de leden eindigt wanneer zij ophouden lid te zijn van de raad en aan het einde van de zittingsperiode van de raad. Een lid kan door de raad worden ontslagen. Een lid kan altijd ontslag nemen. Hij geeft daarvan kennis aan de voorzitter van de raad. 7.In tussentijds in de commissie ontstane vacatures wordt zo snel mogelijk voorzien. 8.Een benoeming geschiedt voor de zittingsperiode gelijk aan die van de leden van de zittende raad. Dit geldt eveneens voor tussentijdse benoemingen. Artikel4.De voorzitter. 1.De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de commissie worden door de raad uit zijn midden benoemd. De voorzitter is tevens lid van de commissie. De voorzitter is belast met: Het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie; Het leiden van de vergadering; Het handhaven van de orde; Het doen naleven van deze verordening; Het bewaken van de uitgangspunten en het bevorderen van een heldere besluitvorming; Artikel5.Secretariaat, ondersteuning en adviseurs. De griffier levert de ambtelijke ondersteuning en verzorgt het secretariaat; Van ieder besproken onderwerp wordt onder de zorg van de griffier een verslag opgesteld; Het verslag bevat een beknopte, zakelijke weergave van het besprokene; Het verslag vermeldt de namen van de aanwezige en afwezige leden van de commissie; 5.Het verslag wordt ter vaststelling opgenomen op de voorlopige agenda voor de eerstvolgende commissievergadering; 6.De commissie heeft de volgende vaste adviseurs: de wethouder financiën, de gemeentesecretaris, het afdelingshoofd Advies of zijn plaatsvervanger en de concerncontroller. Paragraaf2:Taak commissie. Artikel6:Taken commissie. De commissie onderhoudt contact met de accountant en begeleidt deze bij zijn werkzaamheden. De commissie evalueert de werkzaamheden van de accountant en brengt hierover verslag uit aan de raad. De commissie vormt het schakelpunt voor de verzameling, de uitwisseling en de afstemming van relevante informatie vanuit de raad, het college en de ambtenaren inzake de accountantscontrole. De commissie heeft een voorbereidende en adviserende taak richting de raad bij het selecteren van de accountant na afloop van het huidige contract. De commissie bereidt jaarlijks het op grond van de Controleverordening op te stellen programma van eisen voor de accountantscontrole voor en legt dit ter vaststelling voor aan de raad. De commissie bespreekt jaarlijks het onderzoeksplan zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, van de Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid. De commissie adviseert de commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken en Middelen en de gemeenteraad over de genoemde taken. Jaarrekening: De commissie doet onderzoek naar de jaarrekening. De commissie betrekt daarbij de door of namens het college aangeleverde en met de jaarrekening verband houdende bescheiden. Het onderzoek als bedoeld in lid 1 richt zich op de doelmatigheid en recht- matigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Op verzoek van de raad kan de commissie ook aspecten van doeltreffend- heid bij haar onderzoek betrekken. De commissie stelt op grond van het onderzoek een nota op waarin de bevindingen van het onderzoek zijn opgenomen en voorstellen worden gedaan. Het college wordt de gelegenheid geboden om schriftelijk te reageren op de bevindingen en voorstellen van de commissie. Deze reactie maakt onderdeel uit van de nota van bevindingen. De nota wordt aangeboden aan de raad, die deze in zijn beraadslaging over de jaarrekening kan betrekken. Financieel beleid, beheer en organisatie. 14.De commissie kan de raad gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen ten 14. aanzien van in de verordening ex art. 212 gemeentewet vastgelegde be- 14. leidskaders inzake het financiele beleid, de financiele organisatie en het 14. financiele beheer van de gemeente. Paragraaf3:de werkwijze van de commissie. Artikel7.Werkwijze van de commissie. De vergaderingen van de commissie zijn besloten. De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of het door tenminste twee leden van de commissie, schriftelijk en met opgave van redenen, wordt gevraagd. 3.De voorzitter bepaalt in overleg met de griffier de voorlopige agenda van de vergadering. 4.De voorlopige agenda wordt toegezonden aan de leden van de commissie en de leden van de commissie Algemeen Bestuurlijke zaken en Middelen. 5.De commissie stelt aan het begin van de vergadering de definitieve agenda vast. 6.In gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de commissie schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening bij één of meer leden op bezwaar stuit, vindt de behandeling van de desbetreffende aan- gelegenheid in de eerstvolgende commissievergadering plaats. Artikel8:Bijwonen vergaderingen. 1.De leden van de raad die geen lid zijn van de commissie en de collegeleden kunnen de vergadering van de commissie bijwonen. Zij mogen niet aan de beraadslagingen deelnemen tenzij de voorzitter anders beslist 2.De voorzitter van de commissie is bevoegd om naast de vaste adviseurs collegeleden en ambtenaren van de gemeente en externe deskundigen tot het bijwonen van de vergadering uit te nodigen voor het verstrekken van inlichtingen of het geven van adviezen. 3.Indien een collegelid of een ambtenaar niet aanwezig kan zijn, wordt daarvan mededeling gedaan aan de voorzitter van de commissie. 4.De voorzitter nodigt eveneens de in lid 2 genoemden uit indien tenminste twee leden van de commissie daarom verzoeken. Artikel9:Geheimhouding. 1.Artikel 25 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 2.Het opleggen van voorlopige geheimhouding geschiedt door de voorzitter. Artikel10:Besluiten. 1.Voorzover er besluiten nodig zijn, worden deze genomen bij meerderheid van stemmen. 2.Indien de stemmen staken beslist de stem van de voorzitter. Artikel11:Informatieverstrekking. 1.Op grond van een verzoek van de commissie verstrekt het college binnen drie weken de onder het college berustende stukken. 2.Het college kan op grond van artikel 55 Gemeentewet omtrent de inhoud van de stukken die zij aan de commissie verstrekt, geheimhouding opleggen. Artikel12:Toelichting tijdens de vergadering van de commissie Algemene Bestuurlijke Zaken en Middelen. 1.Tijdens de raadsvergadering kan de voorzitter van de commissie namens de commissie het woord voeren. 2.De commissie kan in een voorkomend geval een ander lid uit haar midden aanwijzen om in de vergadering van de commissie Algemene Bestuurlijke Zaken en Middelen of de raad de adviezen van de commissie toe te lichten. Paragraaf4.Slotbepalingen. Artikel13:Uitleg verordening. Bij twijfel over de betekenis of de toepassing van deze verordening en in gevallen, waarin niet in deze verordening is voorzien, beslist de voorzitter van de commissie. Artikel14:Tijdstip inwerkingtreding. Deze verordening treedt in werking onmiddellijk na de bekendmaking ervan. Artikel15:Citeertitel. Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening op de auditcommissie gemeente Binnenmaas 2007”.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.