Verordening reinigingsheffingen De raad van de gemeente Heumen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2017; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
- (Verordening reinigingsheffingen 2018) Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder : 'gebruik maken' in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving van de belastingschuldige bekend gemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,-. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belasting. Artikel9Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, -in geval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 45,- met een maximum van € 3.000,- en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag-, dat: aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht; aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,- is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn als onder lid 1 van toepassing. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 7, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Kwijtschelding Bij invordering van de afvalstoffenheffing wordt kwijtschelding verleend op grond van de uitvoeringsregeling invorderingswet
- De kwijtschelding is alleen van toepassing op de belasting bedoeld in de artikelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel. Hoofdstuk III Reinigingsrechten Artikel11Belastbaar feit Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel12Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel13Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstuk 2 van de tarieventabel. Artikel14Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel15Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2 van de tarieventabel worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 bedoelde rechten, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen reinigingsrecht of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag Artikel17Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel18Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 15, eerste lid, bedoelde belasting worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, -in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 45,- met een maximum van € 3.000,- en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag-, dat: aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht; aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen. Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. Voor aanslagen, waarvan he totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,- is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn als onder lid 1 van toepassing. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 15, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel19Kwijtschelding Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen Artikel20Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. Artikel21Overgangsrecht De Verordening Reinigingsheffingen 2017 van 15 december 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 22, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel22Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel23Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening reinigingsheffingen
- Malden, 18 december 2017 DE RAAD VOORNOEMD; De raadsgriffier, De burgemeester, E.E.M. Dreier – Haefkens, MSc drs. G.M. Mittendorff Tarieventabel, Algemeen De bedragen enoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk1Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing Hoofdstuk1.1Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar : 1.1.1.1 Indien het perceel op 1januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 108,50 1.1.1.2 Indien het perceel op 1januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door meer dan één persoon € 155,- 1.1.1.3 De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1.1 en 1.1.1.2 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt) container met een bedrag van € 70,80 Hoofdstuk1.2Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het ter beschikking stellen van: 1.2.1.1 Een grote afvalzak, per afvalzak € 1,04 1.2.1.2 Een kleine afvalzak, per afvalzak € 0,69 Hoofdstuk2Maatstaven en tarieven reinigingsrechten Hoofdstuk2.1Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten 2.1.1 Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval bedraagt per bedrijfspand per belastingjaar € 155,- 2.1.1.1 Voor de heffing van dit recht worden: Bejaardenoorden verpleeginrichtingen, kloosters en andere instellingen omgerekend naar aantal bedrijfspanden door de totale inwonersbezetting bij het begin van het belastingjaar te delen door 4; Scholen gerekend naar aantal bedrijfspanden en wel naar één bedrijfspand per klas- c.q. speel-/werklokaal; Gezondheidscentra omgerekend naar aantal bedrijfspanden, en wel naar één bedrijfspand per afzonderlijke dienstverlening Hoofdstuk2.2Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten 2.2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.
- bedraagt de belasting voor het ter beschikking stellen van: 2.2.1.1 Een grote afvalzak, per afvalzak € 1,04 2.2.1.2 Een kleine afvalzak, per afvalzak € 0,69 Behoort bij raadsbesluit van 18 december
- Griffier van Heumen,