Gemeente Hattem – Verordening reinigingsheffingen 2018De raad der gemeente Hattem; Gelezen het voorstel van het college d.d. 14 november 2017, no 201708040; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; Besluit: vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN
- Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel 1 Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: G.F.T.-afval: groente-, fruit- en tuinafval; Restafval: huishoudelijk afval, niet zijnde G.F.T.-afval; Bedrijfsafval: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, autowrakken of gevaarlijke afvalstoffen; Huishoudelijk afval: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, autowrakken daaronder niet begrepen, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen; Bedrijfs-G.F.T.-afval: groente-, fruit- en tuinafval afkomstig van bedrijven; Mini-container: de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken, onderverdeeld in de verschillende volumes; Verzamelcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste ondergrondse verzamelcontainers, die kunnen worden ontsloten door middel van chipkaarten; Grof huishoudelijk afval:huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een huishouden vrij komen, van een zodanig gewicht en/of omvang zodat deze niet op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst kunnen worden aangeboden; Grof tuinafval: tuinafval dat met enige regelmaat in een huishouden vrij komt, van een zodanig gewicht en omvang zodat dit niet op dezelfde wijze als G.F.T.-afval aan de inzameldienst kan worden aangeboden. Hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Staatsblad 1984, 80). De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en in de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: ter zake van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan; ter zake van de belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.2 van de tarieventabel voor de percelen Bongerd 1 tot en met Bongerd 139 (oneven nummers) en van Galenstraat 2 tot en met van Galenstraat 36 (even nummers), Christelijk zorg- en wooncentrum en voor de percelen Hof van Blom 2 tot en met 82 (even nummers), Stichting woon- en zorgcentrum Hof van Blom. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 1.1 en 1.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag dan wel gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld. Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting bedoeld in onderdeel 1.1.1 en 1.1.1.1 van hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De belasting bedoeld in onderdeel 1.1.2 van hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is, na beëindiging van de belastingplicht. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in onderdeel 1.1.1 en 1.1.1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 en 1.1.1.1 van de tarieventabel als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 9 Termijnen van betaling De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 9,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel welke bij wege van gedagtekende kennisgeving wordt geheven moet worden betaald: ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van de uitreiking; ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen veertien dagen na dagtekening. Artikel10Kwijtschelding Kwijtschelding kan worden verleend van de volgende tarieven van de tarieventabel, indien van toepassing: van het berekende tarief als genoemd in onderdeel 1.1.1 en 1.1.1.1; tot een maximum van 34 maal het tarief als genoemd in onderdeel 1.1.
- Geen kwijtschelding wordt verleend voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel. Hoofdstuk 3 Reinigingsrechten Artikel11Belastbaar feit Onder de naam van "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer en onderhoud zijn. Artikel12Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel13Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel14Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel15Wijze van heffing De rechten bedoeld in de onderdelen 2.1.1 tot en met 2.1.2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang De rechten bedoeld in onderdeel 2.1.1 en 2.1.1.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten als bedoeld in onderdeel 2.1.1 en 2.1.1.1 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde rechten als er in dat belastingjaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde rechten als bedoeld in onderdeel 2.1.1 en 2.1.1.1 als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel17Termijnen van betaling De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
- In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 9,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
- In afwijking van het tweede lid bestaat geen mogelijkheid tot automatische incasso voor niet-natuurlijke personen waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verschuldigde bedragen meer is dan € 1.135,--. In dat geval gelden de betalingstermijnen zoals genoemd in het eerste lid. Artikel18Kwijtschelding Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Hoofdstuk4Aanvullende bepalingen Artikel19Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen. Artikel20Overgangsrecht De verordening reinigingsheffingen 2017 van 12 december 2016, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2018, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel21Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
- De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel 22 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reinigingsheffingen 2018". Tarieventabel reinigingsheffingen Tarieventabel, behorende bij de Verordening reinigingsheffingen 2018 van de gemeente Hattem. Treedt in werking op 1 januari
- Hoofdstuk 1 Afvalstoffenheffing 1.1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing 1.1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 149,50 1.1.1.1 In afwijking van het bepaalde in onderdeel 1.1.1, bedraagt de belasting voor percelen waar op grond van artikel 5, vierde lid, van de “Afvalstoffenverordening gemeente Hattem 2012” groente-, fruit- en tuinafval niet afzonderlijk wordt ingezameld, per perceel per belastingjaar € 129,50 1.1.
- Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1.1 en 1.1.1.1 bedraagt de belasting, voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op verzamelcontainers, per aanbieding van; maximaal 40 liter afval € 1,55 1.
- Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 1.2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk afval: 1.2.1.1 per aanvraag per kubieke meter met een maximum van vier kubieke meter bedraagt het tarief per kubieke meter € 38,10 1.2.2 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grof tuinafval 1.2.2.1 per aanvraag per kubieke meter met een maximum van vier kubieke meter bedraagt het tarief per kubieke meter € 18,75 Hoofdstuk 2Reinigingsrechten 2.1 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten 2.1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 149,50 2.1.1.1 In afwijking van het bepaalde in onderdeel 2.1.1, bedraagt de belasting voor percelen waar op grond van artikel 5, vierde lid, van de “Afvalstoffenverordening gemeente Hattem 2012” groente-, fruit- en tuinafval niet afzonderlijk wordt ingezameld, per perceel per belastingjaar € 129,50 2.1.
- Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.1.1 en 2.1.1.1 bedraagt de belasting, voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op verzamelcontainers, per aanbieding van: maximaal 40 liter afval € 1,55 2.2 De rechten als bedoeld in dit hoofdstuk worden verhoogd met het wettelijke percentage voor de omzetbelasting Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 18 december 2018.De griffier, De burgemeester,