Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorzieningRaadsbesluit Behorende bij raadsvoorstel met nummer: 080626/10 De raad van de gemeente Bronckhorst, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 mei 2008 inzake Verordeningen Wet sociale werkvoorziening.; gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale werkvoorziening; overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen met betrekking tot het verstrekken van Persoonsgebonden budgetten. besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wet sociale werkvoorziening Artikel1Begripsomschrijvingen 1In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst; gemeente: de gemeenten die deelnemen in de Gemeenschappelijke regeling Delta; de wet: de Wet sociale werkvoorziening; periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten. 2De begripsomschrijvingen in de wet zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt. Artikel2De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten Het college stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk te verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende kalenderjaar. Artikel3Invulling voorwaarden adequate werkplek 1Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar recht op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de arbeidsplaats voor de swgeïndiceerde adequaat wordt ingevuld. 2De werkgever voldoet aan de volgende vereisten: De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op de indicatiestelling en mogelijkheden van de sw-geïndiceerde, als passend aan te merken; De duur van het dienstverband bedraagt tenminste 6 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging; 3De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten: De begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep, c.q. de sw-geïndiceerde voor wie het Persoonsgebonden budget is bestemd; De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring in het werkveld; De begeleidingsorganisatie is in het bezit van de erkenning als jobcoach van het UWV; De begeleidingsorganisatie heeft in het werkgebied een vestiging. Artikel4De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de werkgever 1Het college stelt op voorstel van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de subsidie aan de werkgever vast. 2Ingeval een voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan 70 % van het bruto loon van de Wsw-geïndiceerde, wordt de loonkostensubsidie door het college op dat bedrag vastgesteld; 3Indien bij toepassing van het vorige lid het college gerede twijfel heeft aan de juiste hoogte van de loonkostensubsidie vindt, in afwijking van het vorige lid, een loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld. Daarbij kan een externe deskundige worden ingeschakeld. 4In ieder geval vindt een loonwaardeonderzoek plaats als de voorgestelde hoogte voor een loonkostensubsidie hoger is dan het percentage genoemd in lid 2. 5Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 10 van deze verordening vindt jaarlijks een loonwaardebepaling plaats in geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Artikel5Herziening van de loonkostensubsidie 1Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de werknemer, aanleiding voor is. 2De loonkostensubsidie kan ambtshalve worden gewijzigd als hier gerede aanleiding toe is. Artikel6De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie 1De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang van het aantal uren begeleiding wordt door partijen in onderling overleg vastgesteld. Tussentijdse aanpassingen hierin zijn mogelijk indien partijen dit vooraf overeenkomen. 2De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken van een begeleid werkenplaats komen alleen voor vergoeding in aanmerking als dit leidt tot het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst voor minimaal 6 maanden. Artikel7Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht 1Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als uit een deskundigenrapport blijkt dat aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen. 2Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet in aanmerking voor vergoeding door het college. 3Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een dienstverband van minimaal 6 maanden. 4Aanpassingen waarvan de kosten hoger zijn dan 50 % van de beschikbare subsidie komen niet voor een vergoeding in aanmerking. In dat geval wordt de arbeidsplaats niet als passend beschouwd. 5Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding. Artikel8Indienen van de aanvraag 1De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door middel van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt mede-ondertekend door werkgever en de begeleidingsorganisatie. 2Het college kan ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier vaststellen Artikel9Beslistermijn 1Het college besluit over de aanvraag binnen 4 weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 2Het college kan dit besluit met ten hoogste 4 weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. Artikel10Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder geval: de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan worden aangepast; wijze van bevoorschotting van de subsidie; de verplichtingen van de werkgever. Artikel11Het vaststellen van de periodieke subsidie 1De werkgever verstrekt binnen 4 weken na afloop van het kalenderjaar aan het college een schriftelijke opgave van het door hem in het voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle werkgeverslasten. 2Het college stelt de periodieke subsidie over het afgelopen jaar binnen 4 weken na ontvangst van deze opgave vast. 3De periodieke subsidie aan de werkgever kan niet meer bedragen dan de voor de aanvrager beschikbare rijkssubsidie minus de som van de vastgestelde uitvoeringskosten, de vastgestelde vergoeding voor de begeleidingsorganisatie (incl. BTW) en te verstrekken vergoedingen op grond van artikel 7 van deze verordening. Artikel12Verrekening met de voorschotten De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. Artikel13Verplichtingen van de werkgever De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de verstrekking van de subsidie. Artikel14Citeertitel en inwerkingtreding 1Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening 2Zij treedt in werking op 1 juli 2008 Aldus besloten door de raad van de gemeente Bronckhorst in zijn openbare vergadering van 26 juni 2008,de plv. griffier, de voorzitter,G.J. Mugge H.A.J. Aalderink Toelichting Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wsw - toelichting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.