Verordening rioolheffingen Leeuwarden 2018gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3 oktober 2017(kenmerk 412851); gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de Verordening rioolheffingen Leeuwarden 2018 DE RAAD VAN DE GEMEENTE LEEUWARDEN; Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.Wet WOZ : Wet waardering onroerende zaken; b.perceel : een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; c.gemeentelijke riolering : een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; d.verbruiksperiode : de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; e.water : huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater; f.woning : een onroerende of roerende zaak die in hoofdzaak tot woning dient dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden; g.recreatiewoning : een woning die dient als recreatiewoonverblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; h.niet-woning : een onroerende of roerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden; i.boothuis : overdekte ligplaats voor één (plezier-) boot voor particulier gebruik. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam “rioolheffing” wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a.de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b.de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2.Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisadministratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven voor elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Grondslag en maatstaf van heffing 1.Het eigenarendeel wordt geheven naar de waarde in het economisch verkeer van het perceel. 2.Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economisch verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 8 bedoelde belastingjaar geldt. 3.Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ. 4.Het gebruikersdeel wordt ingeval van een woning geheven naar het aantal personen per huishouden en ingeval van een niet-woning naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 5.Het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij de herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 6.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 7.De op de voet van het vijfde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Artikel6Vrijstellingen Het eigenaren- en gebruikersdeel rioolheffingen wordt niet geheven: a.voor percelen voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; b.voor bouwterreinen, bouwkavels, objecten in aanbouw, parkeerplaatsen en garageboxen dienstbaar aan woningen, boothuizen, hoogspanningsmasten, zendmasten, windmolens, telefooncentrales, trafo’s en gasdistributiestations. Artikel7Belastingtarieven 1.Het tarief van het eigenarendeel bedraagt 0,05441% van de WOZ-waarde. 2.Het tarief van het gebruikersdeel bedraagt per perceel dat wordt gebruikt a.1 als woning bij gebruik tot 751 m3 toegevoegd of opgepompt water door een huishouding bestaande uit: één persoon € 57,53 meer dan één persoon € 86,30; a.2 als recreatie woning bij gebruik tot 751 m3 toegevoegd of opgepompt water (75% van a.1.1) € 43,15; als woning bij gebruik van 751 m3 of meer toegevoegd of opgepompt water
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.