Uitvoeringsbesluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2018Het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom; onder voorbehoud van vaststelling door de gemeenteraad van de “Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2018”,; gelet op artikel 2.1.3, 2.1.4, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de hierbij behorende nadere regelen en artikel 12 en artikel 21 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2018; BESLUIT: het navolgende Uitvoeringsbesluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2018 vast te stellen. Uitvoeringsbesluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Bergen op Zoom 2018 HOOFDSTUK1.BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1 1. In dit besluit de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. collectief vraagafhankelijk vervoer: vervoer van deur tot deur op afroep, middels een Deeltaxi; b. college: college van burgemeester en wethouders; c. hulpmiddel: roerende zaak die bedoeld is om beperkingen in de zelfredzaamheid of de participatie te verminderen of weg te nemen, bijvoorbeeld een scootmobiel; d. ingezetene: degene die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Bergen op Zoom; e. maatschappelijke ondersteuning: het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem; f. maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, welke kan worden verstrekt in natura of middels een persoonsgebonden budget; g. natura: een maatwerkvoorziening welke in de vorm van een product of dienst rechtstreeks van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder aan de cliënt wordt aangeboden en waarvoor het college de aanbieder betaalt; h. niet-professionele zorgverlener: zorgverlener (persoon) welke niet in het bezit is van branche-specifieke diploma’s voor het verlenen van de betreffende maatschappelijke ondersteuning en/of welke voor het verlenen van de betreffende ondersteuning niet in dienst is bij een professionele zorgaanbieder of detacheringsbureau, of hiervoor niet als ZZP’er geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; i. onderhoud: alle noodzakelijke werkzaamheden die nodig zijn om een voorziening bruikbaar voor de cliënt te houden, uitgezonderd reparaties als gevolg van bijvoorbeeld aanrijding en onzorgvuldig gebruik; j. pgb (persoonsgebonden budget): bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken; k. professionele zorgaanbieder: organisatie die professionele zorg en ondersteuning verleent en hiervoor geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; l. professionele zorgverlener: zorgverlener (persoon) welke in het bezit is van branche-specifieke diploma’s voor het verlenen van de betreffende maatschappelijke ondersteuning en welke voor het verlenen van de betreffende ondersteuning in dienst is bij een professionele zorgaanbieder of detacheringsbureau, of hiervoor als ZZP’er geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; m. resultaat: hetgeen met de maatwerkvoorziening bereikt dient te worden om de zelfredzaamheid en/of participatie te behouden of te vergroten; n. wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet. HOOFDSTUK2:VERVOER Artikel2.Primaat vervoer Onder de maatwerkvoorziening (rolstoel)taxivervoer in natura wordt een voorziening voor collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) verstaan (Deeltaxi). Aan de cliënt die medische belemmeringen ondervindt bij het gebruik van het CVV verstrekt het college een pgb voor (rolstoel)taxivervoer of een pgb voor een alternatieve vervoersvoorziening (bijvoorbeeld het gebruik van een (eigen) auto). Artikel 3. Begeleiding bij (rolstoel)taxivervoer Een cliënt kan op twee verschillende manieren begeleid worden bij gebruik van (rolstoel)taxivervoer: door een sociale begeleider; door een verplichte begeleider. Indien de cliënt geïndiceerd is voor verplichte begeleiding en cliënt wil zonder begeleider reizen, dan zal dit geweigerd worden, omdat de chauffeur hierin geen verantwoordelijkheid kan en mag dragen. Artikel4.Betaling voor (rolstoel)taxivervoer in natura (Deeltaxi) Een cliënt aan wie een maatwerkvoorziening voor (rolstoel)taxivervoer in natura (Deeltaxi) is toegekend, is voor het vervoer een instaptarief verschuldigd en een tarief per gereisde kilometer. Deze tarieven worden door de Regio West-Brabant bepaald. Het aantal te reizen kilometers met de Deeltaxi is gemaximaliseerd tot 1500-2000 kilometer op jaarbasis. Dit voldoet in beginsel aan de ondergrens voor lokale verplaatsingen. Indien het medisch gezien noodzakelijk is dat cliënt begeleid wordt bij het gebruik van (rolstoel)taxivervoer, worden voor de begeleider géén kosten in rekening gebracht. Een sociale begeleider (zonder medisch geïndiceerde noodzaak) kan tegen 2x Wmo-tarief gebruik maken van het (rolstoel)taxivervoer. De betaling wordt door de vervoerder in ontvangst genomen, in naam van de gemeente die het vervoer aanbiedt. HOOFDSTUK3:PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel5.Budgetplan Overeenkomstig artikel 12, lid 4, sub a, van de Verordening, dient in het door de cliënt aangeleverde budgetplan in ieder geval vermeld te worden: naam en BSN van de cliënt; of de cliënt het pgb zelf gaat beheren of dat dit gedaan zal worden door een vertegenwoordiger; indien het pgb beheerd gaat worden door een vertegenwoordiger: of er sprake van een door de kantonrechter benoemde wettelijk vertegenwoordiger of dat de cliënt de vertegenwoordiger zelf gaat machtigen; indien het pgb beheerd gaat worden door een vertegenwoordiger: de naam en het adres van de vertegenwoordiger; of het een eerste aanvraag voor een pgb betreft, een wijziging van een pgb, of een verlenging van een pgb; waarom de cliënt een pgb wil ontvangen en hoe hij deze wil besteden (voor welke maatwerkvoorziening wordt het pgb ingezet en welke resultaten dienen behaald te worden); indien het pgb wordt ingezet voor huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, of beschermd wonen: de naam en adresgegevens/ contactgegevens van de zorgaanbieder; indien het pgb wordt ingezet voor de aanschaf van een hulpmiddel, aard-of nagelvaste voorziening t.b.v. wonen, sportvoorziening, autoaanpassing, verhuishulp of het bezoekbaar maken van een woning: de benodigde offertes voor de betreffende producten/diensten. Artikel6.Uitbetaling pgb De uitbetaling van het pgb voor huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, kortdurend verblijf en beschermd wonen vindt plaats via de SVB na: ontvangst van het door de cliënt opgestelde budgetplan, en; verzending van het besluit door het college, en; ontvangst door de SVB van een door de cliënt volledig ingevulde zorgovereenkomst, en; goedkeuring van de zorgovereenkomst door het college, en; ontvangst door de SVB van een door de cliënt volledig ingevulde verantwoording van het besteedde pgb. Indien uitbetaling van pgb voor huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, kortdurend verblijf en beschermd wonen door de SVB wordt gemandateerd aan het college, vindt uitbetaling plaats door het college na: ontvangst van het door de cliënt opgestelde budgetplan, en; verzending van het besluit door het college, en; ontvangst door het college van een door de cliënt volledig ingevulde zorgovereenkomst, en; goedkeuring van de zorgovereenkomst door het college, en; ontvangst door het college van een door de cliënt volledig ingevulde verantwoording van het besteedde pgb. Uitbetaling van het pgb voor hulpmiddelen, sportvoorzieningen, autoaanpassingen en verhuishulp vindt plaats door het college na: ontvangst van het door de cliënt opgestelde budgetplan inclusief offerte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.