Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent belasting reclame Verordening reclamebelasting gemeente Brunssum 2018De Raad van de gemeente Brunssum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.6 november 2017, afdeling Financiën & Control, nr.765674; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de ‘VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING GEMEENTE BRUNSSUM 2018’. (Verordening reclamebelasting gemeente Brunssum 2018) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: opschriften: openbare aankondiging in letter(s) of symbolen, logo’s en kleuren, voor zover niet door middel van tijdschriften of nieuwsbladen gedaan; reclameobject: een openbare aankondiging zichtbaar vanaf de openbare weg als bedoeld in artikel 227 van de Gemeentewet; vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen; tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat; exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel3Gebiedsomschrijving Deze verordening is van toepassing binnen het centrumgebied van de gemeente Brunssum zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart (bijlagenr. 765915). Artikel4Belastingplicht 1.De reclamebelasting wordt geheven van degene die de openbare aankondiging heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van een openbare aankondiging die is aangebracht, in stand gehouden of verwijderd door tussenkomst van een exploitant, zoals bedoeld in artikel 1 van deze verordening, geheven van die exploitant. 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon zijn aangebracht in verband met de huur of de verkoop van roerende of onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag van € 453,10 per jaar voor één of meer openbare aankondigingen die worden aangetroffen per vestiging, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. 2.Reclameobjecten behoren tot één bouwwerk en daarmee tot één vestiging indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt. Artikel6Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2.Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3.Indien de belastingplicht bij het begin van het belastingtijdvak bestaat of aanvangt, wordt de reclamebelasting naar het jaartarief geheven. 4.Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, wordt de reclamebelasting naar het maandtarief geheven. 5.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de naar maandtarief geheven reclamebelasting verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 6.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt en de reclamebelasting naar jaartarief is geheven, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.