Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent ambtelijke bijstand en fractieondersteuning (Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Provinciale Staten Noord-Brabant 2018)Provinciale Staten van Noord-Brabant, gelezen het voorstel van het presidium d.d. 20 november 2017; gelet op artikel 33 van de Provinciewet; overwegende dat Provinciale Staten de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Provinciale Staten Noord-Brabant 2007 wensen aan te passen op grond van ervaringen in de praktijk van de laatste jaren ten aanzien van de verantwoording van de financiële bijdrage aan de fracties; overwegende dat de Verordening tevens dient te worden geactualiseerd in verband met gewijzigde hogere regelgeving en jurisprudentie; overwegende dat daarbij van de gelegenheid gebruik wordt gemaakt om technische verbeteringen door te voeren; overwegende dat het gezien de aard en omvang van de wijzigingen van deze Verordening de voorkeur heeft hiertoe de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Provinciale Staten Noord-Brabant 2007 in te trekken en te vervangen door een nieuwe Verordening; besluiten vast te stellen de volgende Verordening: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: griffier: griffier als bedoeld in artikel 97 van de Provinciewet; griffie: medewerkers van de griffie, die onder de verantwoordelijkheid van Provinciale Staten vallen; secretaris: secretaris als bedoeld in artikel 97 van de Provinciewet; ambtenaar: medewerker van de reguliere ambtelijke organisatie, die onder de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten vallen. goedkeuringstolerantie: het kwantitatieve criterium voor het al dan niet verstrekken van een goedkeurende controleverklaring voor de verantwoording over de fractievergoedingen. Hoofdstuk2Informatie en ambtelijke bijstand Artikel2Verzoek om informatie 1.Een Statenlid wendt zich tot de griffier, de griffie of een ambtenaar met een verzoek om: feitelijke informatie die openbaar is; inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn. 2.De informatie, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, wordt door de griffier, de griffie of door een ambtenaar verstrekt. 3.Indien de medewerker van de griffie of een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, stelt hij de griffier respectievelijk de secretaris daarvan in kennis. 4.In het geval, bedoeld in het derde lid, beslist de griffier respectievelijk de secretaris of de informatie wordt verstrekt. 5.Indien de gevraagde informatie wordt geweigerd, deelt de griffier respectievelijk de secretaris dit met redenen omkleed mee aan het Statenlid dat het informatieverzoek heeft ingediend. Artikel3Verlenen van ambtelijke bijstand 1.Een Statenlid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of een andere vorm van bijstand. 2.De griffier of de griffie verleent de bijstand, bedoeld in het eerste lid. 3.De ambtelijke bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend tenzij: het Statenlid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van Provinciale Staten; het voldoen aan het verzoek het belang van de provincie Noord-Brabant kan schaden; de gevraagde bijstand buitenproportioneel is. 4.Indien de griffier of de griffie de bijstand, bedoeld in het eerste lid, niet kan verlenen, kan de griffier, in afwijking van het tweede lid, de secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand verlenen. 5.Indien de griffier, respectievelijk de secretaris, nadat deze de griffier heeft gehoord, op grond van het derde lid verlening van bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan het Statenlid dat het verzoek heeft ingediend. 6.De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het college van Gedeputeerde Staten een afschrift van het verzoek. 7.Indien Gedeputeerde Staten of één van haar leden informatie wensen over de ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken Statenlid. Artikel4Weigering verzoek ambtelijke bijstand 1.Indien het verzoek om bijstand wordt geweigerd, kan het betrokken Statenlid het verzoek voorleggen aan de Commissaris van de Koning. 2.De Commissaris van de Koning beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek, maar kan besluiten de zaak voor te leggen aan het presidium alvorens te beslissen. Artikel5Geschil over verleende ambtelijke bijstand 1.Indien een Statenlid niet tevreden is over de door een ambtenaar verleende ambtelijke bijstand, kan hij hiervan mededeling doen aan de secretaris. 2.Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing, leggen zij de zaak voor aan de Commissaris van de Koning. 3.De Commissaris van de Koning voorziet zo spoedig mogelijk in de kwestie, maar kan besluiten de zaak voor te leggen aan het presidium alvorens te beslissen. Artikel6Afhandeling en overleg 1.De griffier en de secretaris dragen gezamenlijk en ieder voor zich zorg voor een vlotte, efficiënte en correcte afhandeling van verzoeken om informatie dan wel ambtelijke bijstand. 2.Zij voeren daartoe zo vaak als nodig is overleg. Hoofdstuk3Fractieondersteuning Artikel7Recht op financiële bijdrage 1.De fracties, bedoeld in artikel 3 van het Reglement van orde Provinciale Staten 2017, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie als geheel. 2.De financiële bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een vast deel van € 20.928 (prijspeil 1 januari 2018) voor elke fractie op jaarbasis. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag ad € 5.248 per jaar per Statenlid (prijspeil 1 januari 2018). 3.Wanneer in enig jaar de financiële bijdrage niet toereikend is om te voldoen aan wettelijke verplichtingen bij ontslag van een fractiemedewerker, dient de reserve, die bestaat uit het in enig jaar door de fractie niet gebruikte gedeelte van de haar toekomende bijdrage, hiervoor te worden aangewend. 4.Wanneer de financiële bijdrage en de reserve ook niet toereikend zijn, kan door de fractie bij Provinciale Staten een gemotiveerd verzoek worden ingediend voor een aanvullende financiële bijdrage. 5.Provinciale Staten beslissen op dit verzoek, op voorspraak van het presidium. 6.De in het tweede lid bedoelde bedragen worden jaarlijks op 1 januari verhoogd met een percentage dat bij de raming van de uitgaven in de provinciale begroting voor het desbetreffende jaar in verband met te verwachten prijsstijgingen in acht is genomen. 7.In de maand december ontvangt de fractie een brief van de griffie waarin de hoogte van de financiële bijdrage, bedoeld in het tweede lid, voor het komende jaar is opgenomen. Artikel8Besteding financiële bijdrage 1.De financiële bijdrage wordt door de fracties aangewend ten behoeve van de in de bijlage 1 Model verantwoording besteding bijdrage voor fractieondersteuning bij deze verordening genoemde fractiekosten. 2.De financiële bijdrage mag in ieder geval niet gebruikt worden ter bekostiging van: uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen; betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van geleverde prestaties in de vorm van diensten of goederen ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie; giften; uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge de Provinciewet, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en daarop gebaseerde provinciale verordeningen toekomen; individuele opleidingen voor Statenleden; uitgaven betreffende activiteiten die samenhangen met verkiezingen; kosten voor kantoorruimte buiten het provinciehuis; kosten voor een fractiebijeenkomst zonder inhoudelijke relatie met statenwerkzaamheden voor de provincie. Artikel9Voorschot financiële bijdrage 1.De bijdrage voor fractieondersteuning wordt vóór 31 januari van het betreffende kalenderjaar toegekend en per kwartaal verstrekt. 2.In een jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden, wordt het voorschot verstrekt tot en met de datum van het vertrek van Provinciale Staten in de oude samenstelling; respectievelijk vanaf de datum van installatie van Provinciale Staten in de nieuw gekozen samenstelling. 3.Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage: bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen Provinciale Staten plaatsvindt. bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen Provinciale Staten plaatsvindt. 4.De bijdrage voor fractieondersteuning wordt gestort op een daartoe door de fractie aangewezen bankrekening. 5.De bankrekening, bedoeld in het vierde lid, wordt beheerd door een voor fractieondersteuning opgerichte stichting. Artikel10Gevolgen splitsen fractie 1.Afsplitsing van een fractie heeft als zodanig geen financiële gevolgen voor de provincie Noord-Brabant. 2.Bij afsplitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 7, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden gedurende de lopende zittingsperiode van Provinciale Staten. 3.Bij afsplitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling die volgt uit het tweede lid. Artikel11Reserve 1.Provinciale Staten reserveren het in enig jaar door een fractie niet gebruikte gedeelte van de haar toekomende bijdrage ter besteding door die fractie in volgende jaren. 2.De reserve, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam op grond van artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.