← Nederland

Monumentenverordening Helmond 2009 (Helmond)

Obsah (4)Artikel17Artikel18Artikel20Artikel21

Wet op de archeologische monumentenzorg en de Gemeentewet; besluit: het beleidsplan Archeologie Eindhoven - Helmond 2008-2012 en de Archeologische Waardenkaart Helmond vast te stellen; onder verwijzin

Artikel17

Mededeling Artikel 5

Artikel18

Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Artikel 6 lid 1 t/m 2

. Artikel19Wijzigen van de aanwijzing Artikel 7 lid 1 t/m 5

Artikel20

Intrekken van de aanwijzing Artikel 8 lid 1 t/m 5

Artikel21

Verbodsbepalingen archeologische monumenten Artikel 9 lid 1 t/m 2 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel22De vergunningaanvraag Uit de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 9, lid 2, die wordt ingediend bij burgemeester en wethouders moet overduidelijk blijken wat de bestaande en de door de aanvrager gewenste situatie zijn. De aanvrager dient – in drievoud – de volgende gegevens te overleggen: aanvraagformulier Monumentenvergunning; tekeningen van de bestaande situatie; tekeningen van de beoogde situatie waaruit blijkt in welke mate verstoring van de grond plaats vindt. Artikel23Advies van de Monumentencommissie en beslissing op de aanvraag. 1.Burgemeester en wethouders leggen de aanvraag voor vergunning die in behandeling is genomen voor een ieder ter inzage. Middels publicatie in een of meerdere dag- nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan. 2.Burgemeester en wethouders stellen de door hen als zodanig aangewezen instellingen, die zich inzetten op het terrein van de monumentenzorg in de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen binnen een termijn van twee weken. 3.Burgemeester en wethouders vragen advies aan de Monumentencommissie voordat zij beslissen op de aanvraag als bedoeld in artikel 9 en

  1. Na de ter inzage legging wordt de adviesaanvraag voorgelegd aan de Monumentencommissie. De Monumentencommissie brengt binnen een termijn van acht weken na de adviesaanvraag schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders en betrekt de beschrijving van het monument als bedoeld in artikel 6 bij haar advies. 4.Bij overschrijding van de in lid 3 genoemde termijnen wordt de Monumentencommissie geacht te hebben geadviseerd. 5.Burgemeester en wethouders beslissen in ieder geval binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag van de vergunning. 6.Burgemeester en wethouders kunnen de in lid 4 genoemde termijn van 16 weken met ten hoogste 10 weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de in lid 5 genoemde termijn. 7.Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan artikel 23 lid 4 of 5, wordt de vergunning geacht te zijn geweigerd. 8.Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften verbinden in het belang van de monumentenzorg. 9.Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de monumentenvergunning aan de Monumentencommissie en belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend en publiceren de vergunning in een of meerdere dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. 10.Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist. Artikel24Intrekken van de vergunning 1.De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken als: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9 lid 2 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermde gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen; 2.Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de Monumentencommissie gezonden. Hoofdstuk5Archeologisch waardenkaart Helmond Artikel25Aanwijzing en registratie van gebieden met archeologische waarde of verwachting 1.De gemeenteraad kan gebieden, waarvan het algemeen belang wegens hun betekenis voor de archeologische monumentenzorg vermoed wordt op grond van historische gegevens en/of door archeologische vondsten en onderzoek, aanwijzen als gebied. 2.Voordat de gemeenteraad over de aanwijzing een besluit nemen, vraagt hij advies aan de Monumentencommissie. Artikel26Mededeling De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, lid 1 wordt medegedeeld aan degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. Middels publicatie in een of meerdere dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan. Artikel27Registratie Burgemeester en wethouders registreren de gebieden met archeologische waarde of verwachting op de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Deze kaart bevat: de plaatselijke aanduiding; de datum van aanwijzing; de op een kaart aangegeven gebiedsbegrenzing, en een beschrijving van het gebied met daarin begrepen cultuurhistorische waarden. Artikel28Verbodsbepalingen Het is verboden zonder vergunning ter plaatse van een gebied met archeologisch waarde graafwerk te verrichten indien de ruimtelijke ingreep groter is dan 100 m2 en dieper gaat dan 0,50 m. Ditzelfde geldt voor ruimtelijke ingrepen ter plaatse van een gebied met een hoge archeologische verwachting. Voor gebieden met een middelhoge archeologische verwachting is het verbod van toepassing op ruimtelijke ingrepen van groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,50 m. Artikel29De vergunningaanvraag Uit de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 9, lid 2, die wordt ingediend bij burgemeester en wethouders moet overduidelijk blijken wat de bestaande en de door de aanvrager gewenste situatie zijn. De aanvrager dient – in drievoud – de volgende gegevens te overleggen: aanvraagformulier Monumentenvergunning; tekeningen van de bestaande situatie; tekeningen van de beoogde situatie waaruit blijkt in welke mate verstoring van de grond plaats vindt. Artikel30Advies van de Monumentencommissie en beslissing op de aanvraag. 1.Burgemeester en wethouders leggen de aanvraag voor vergunning die in behandeling is genomen voor een ieder ter inzage. Middels publicatie in een of meerdere dag- nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan. 2.Burgemeester en wethouders stellen de door hen als zodanig aangewezen instellingen, die zich inzetten op het terrein van de monumentenzorg in de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen binnen een termijn van twee weken. 3.Burgemeester en wethouders vragen advies aan de Monumentencommissie voordat zij beslissen op de aanvraag als bedoeld in artikel
  2. Na de ter inzage legging wordt de adviesaanvraag voorgelegd aan de Monumentencommissie. De Monumentencommissie brengt binnen een termijn van acht weken na de adviesaanvraag schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders en betrekt de beschrijving van het monument als bedoeld in artikel 6 bij haar advies. 4.Bij overschrijding van de in lid 3 genoemde termijnen wordt de Monumentencommissie geacht te hebben geadviseerd. 5.Burgemeester en wethouders beslissen in ieder geval binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag van de vergunning. 6.Burgemeester en wethouders kunnen de in lid 4 genoemde termijn van 16 weken met ten hoogste 10 weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de in lid 5 genoemde termijn. 7.Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan artikel 30 lid 4 of 5, wordt de vergunning geacht te zijn geweigerd. 8.Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften verbinden in het belang van de monumentenzorg. 9.Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de monumentenvergunning aan de Monumentencommissie en belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend en publiceren de vergunning in een of meerdere dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. 10.Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist. Artikel31Intrekken van de vergunning. 1.De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken als: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als verwoord in de vergunning niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermde gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen; 2.Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de Monumentencommissie gezonden. Hoofdstuk6Schadevergoeding Artikel32Schadevergoeding Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in de artikelen 11, 14, 22 en 27 van deze verordening te verlenen; voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning als bedoeld in de artikelen 11, 14, 22 en 27; schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of geheel te zijnen laste behoort te blijven, kennen burgemeester en wethouders hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Hoofdstuk7Slot- en overgangsbepalingen Artikel33Strafbepaling Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9, 21 en 26 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Artikel34Toezichthouders 1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn (op grond van artikel 58, eerste lid, Monumentenwet 1988) belast: de politieambtenaren van de Regiopolitie Brabant-Zuidoost en de Koninklijke marechaussee Noord-Brabant / Limburg, voor zover zij werkzaam zijn binnen een territoriaal onderdeel dat een deel van de gemeente Helmond omvat, alsmede de ambtenaren van de afdeling Bouwen en Wonen van de dienst Stedelijke ontwikkeling en beheer en de ambtenaren van de afdeling preventie van de gemeentelijke brandweer. 2.Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen. Artikel35Binnentreden woningen 1.Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die door het bevoegd gezag met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn belast, de last verstrekt als dan niet besloten ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de rechthebbende bewoner of gebruiker te betreden. 2.Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel36Inwerkingtreding 1.Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke monumenten treedt zij in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 2.De monumentenverordening 2005 van de gemeente Helmond, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 1 november 2005, treedt buiten werking op de datum als bedoeld onder het eerste lid van dit artikel. 3.Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten,treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 lid 2 van de Monumentenwet
  3. 4.De beschermde gemeentelijke monumenten, aangewezen en geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge lid 2 genoemde vervallen verordening, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 5.Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld met inachtneming van de in het tweede lid ingetrokken verordening. Artikel37Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Monumentenverordening Helmond 2009”. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 13 januari
  4. De raad voornoemd,De voorzitter,Drs. A.A.M. Jacobs de griffier,Mr. J.P.T.M. JaspersBekend gemaakt op:30 januari 2009 De gemeentesecretaris,Mr. A.C.J.M. de Kroon

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.