.5Algemeen 1.In dit artikel en volgende artikelen van paragraaf 2 wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp (individuele voorziening) aanbiedt zoals bedoeld in artikel 3.1 en 3.2, tenzij specifiek aangegeven is dat het om een van beide gaat. 2.Het college kent een individuele voorziening toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot een individuele voorziening binnen een bepaald ondersteuningsprofiel en- als het gaat om hoogspecialistische jeugdhulp- met een bepaalde intensiteit. 3.Het college neemt het besluit tot een individuele voorziening op grond van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 3.8 en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan zoals bedoeld in artikel 3.10. 4.De wijze van beoordeling is passend bij de hulpvraag en de situatie van de aanvraag 5.Het onderzoek door het college kan achterwege gelaten worden wanneer: De arts verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp In crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp geen uitstel duldt. 6.Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de ondersteuningsprofielen en intensiteiten zoals bedoeld in het tweede lid. Artikel3.6Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning 1.Het college kent een individuele voorziening toe, indien op basis van het onderzoek over de hulpvraag, als bedoeld in artikel 3.8, is vastgesteld dat: de jeugdige en/of zijn ouders op eigen kracht of met andere personen uit zijn sociale netwerk geen afdoende oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; een algemene voorziening of andere voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag; een individuele voorziening nodig is gezien de aard en ernst van de hulpvraag; de jeugdige en/of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag te beantwoorden. 2.Het college kan nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria zoals genoemd in het eerste lid of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde specialistische
.7Weigeringsgronden voor een individuele voorziening Een individuele voorziening zal worden geweigerd indien: niet wordt voldaan aan de toekenningscriteria zoals genoemd in artikel 3.
. Het onderscheidende karakter van hoogspecialistische jeugdhulp ten opzichte van specialistische jeugdhulp is vooral gelegen in de hoogte van de kosten en de schaarste van het aanbod. Hoogspecialistische jeugdhulp kan vanuit de aard van de zorg slechts geboden worden door een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, die vaak bovenregionaal of zelf landelijk werken. De kosten van de trajecten voor hoogspecialistische jeugdhulp liggen in de regel aanmerkelijk boven die van specialistische jeugdhulp (zie hieronder). Individuele voorziening ‘Individuele voorziening’ is de term die in de Jeugdwet gebruikt wordt voor wat in de Wmo 2015 een ‘maatwerkvoorziening’ heet. De term individuele voorziening wordt in de Jeugdwet niet gedefinieerd, vandaar dat in de verordening een begripsbepaling is toegevoegd. Ofschoon de term (net als de term algemene voorziening) verwarring op kan roepen- het gaat niet noodzakelijkerwijze om individueel geboden hulp, maar ook om groepsaanbod- is het verstandig om in dit geval wel de formele term uit de Jeugdwet te gebruiken, aangezien deze in meerdere bepalingen van de Jeugdwet een rol speelt . Intensiteit In de specialistische
worden diverse ondersteuningsprofielen onderscheiden (zie hieronder). Elk ondersteuningsprofiel kent vervolgens een zekere ‘’intensiteit’’. Die iets zegt over de duur en omvang (en daarmee de kosten) van de jeugdhulp. Er worden (vastgelegd in de nadere regels) vier intensiteiten onderscheiden: perspectief, intensief en duurzaam licht en duurzaam zwaar. Bij de eerste twee intensiteiten wordt gewerkt met een vaste trajectprijs, bij de laatste twee met een vaste maandprijs. Ondersteuningsprofiel Het ondersteuningsprofiel probeert de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders in te delen naar verschillende categorieën. Dit is vooral belangrijk in het kader van het inkoop- en toewijzingsproces richting aanbieders. Op deze manier kan de specifieke expertise van aanbieders goed beschreven worden. Het perspectiefplan (zie hieronder) is bedoeld om de hulpvraag breed in beeld te brengen, maar uiteindelijk wordt (indien van toepassing) de toegang naar specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp altijd geformuleerd in termen van één ondersteuningsprofiel. Gekozen wordt dan voor het ondersteuningsprofiel dat het beste bij de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouders past, ook al zouden wellicht meerdere profielen passend zijn. Ouder De hier opgenomen definitie is overgenomen uit de begripsbepaling van de Jeugdwet zelf, met dien verstande dat de inperking ‘niet zijnde de pleegouder’ hier is weggelaten. In de verordeningstekst wordt in de regel gesproken van ’de jeugdige en/of zijn ouders.’ Bij de definitie van ‘jeugdige’ wordt de Jeugdwet gevolgd. Het kan overigens ook zo zijn dat de jeugdige (zeker vanaf 16 jaar, maar in bijzondere gevallen ook daarvoor ,vanaf 12 jaar) zonder betrokkenheid van zijn ouders jeugdhulp ontvangt. Ook andere opvoeders dan de ouders of verzorgers (denk aan een leerkracht) kunnen natuurlijk betrokken raken bij de jeugdhulp. Perspectiefplan Het perspectiefplan is van de jeugdige en/of zijn ouders. Zij stellen het op in samenspraak met de betrokken professional van het loket jeugd en eventueel ook anderen uit het bredere sociale netwerk van de jeugdige en zijn ouders, de hulpverlener die de (hoog)specialistische jeugdhulp gaat bieden en professionals uit andere domeinen. Het perspectiefplan bundelt hulpvraag en afspraken over de ondersteuning, niet alleen op het terrein van jeugdhulp, maar ook op andere terreinen, indien van toepassing. Wanneer besloten wordt dat de inzet van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp nodig is, wordt ook dit in het perspectiefplan vastgelegd. Het perspectiefplan kan echter ook gebruikt worden wanneer specialistische jeugdhulp (nog) niet nodig is. Het perspectiefplan onderscheidt zich van het hulpverleningsplan van de jeugdhulpaanbieder, het plan van aanpak van de gecertificeerde instelling en het familiegroepsplan van het gezin- die alle in de Jeugdwet zelf verankerd zijn. Het hulpverleningsplan is een nadere uitwerking van het jeugdhulpdeel van het perspectiefplan. Het plan van aanpak is goed vergelijkbaar met het perspectiefplan maar dan in dwangkader. Het familiegroepsplan wordt opgesteld op initiatief van het gezin opgesteld, het perspectiefplan wordt geïnitieerd door de verwijzer. Specialistische jeugdhulp Het onderscheidende karakter van specialistische jeugdhulp ten opzichte van hoogspecialistische jeugdhulp is dat zij in de regel minder specifieke kennis en een minder intensieve en veelomvattende aanpak vraagt. De kosten zijn daardoor in de regel lager. Specialistische jeugdhulp kan door een grote groep jeugdhulpaanbieders geboden worden (waaronder vrijgevestigden), waarvoor ook een eenvoudiger proces geldt om gecontracteerd te worden. Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen Algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijke voorzieningen waar de jeugdige of zijn ouders gebruik van kunnen maken zonder dat daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig is. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke vorm van algemene voorzieningen beschikbaar is. Artikel 2.1 Voorzieningen jeugd In dit artikel zijn de algemene voorzieningen omschreven. Deze voorzieningen hebben grotendeels een preventief karakter. De voorzieningen zijn zonder besluit van de lokale toegang of een verwijzer toegankelijk en kunnen ook naast een individuele voorziening worden ingezet. Artikel 2.2 Jeugdteams Het aanbod van de jeugdteams in de wijk zijn toegesneden op de jeugdige of zijn ouders. In het jeugdteam zijn verschillende expertises vertegenwoordigd. Artikel 2.3 Specialistische
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Hoofdstuk 3 Individuele voorzieningen Artikel 3.1 specialistische jeugdhulp Eerste lid Specialistische jeugdhulp wordt gezien als aanvullend op de algemene voorzieningen zoals omschreven in hoofdstuk
zijn de algemene voorzieningen apart in deze verordening opgenomen. Paragraaf 2. Toegang specialistische
.5 Algemeen Eerste lid In paragraaf 2 wordt over de toegang naar de (hoog)specialistische jeugdhulp gesproken. Waar in deze paragraaf gesproken wordt over jeugdhulpaanbieder wordt dan ook een jeugdhulpaanbieder van (hoog)specialistische jeugdhulp bedoeld, tenzij anders vermeld. De term jeugdhulpaanbieder is gedefinieerd in de Jeugdwet zelf en kan bijvoorbeeld ook aanbieders van jeugdhulp als algemene voorziening betreffen. Tweede lid Bij specialistische jeugdhulp bepaalt de jeugdhulpaanbieder (op basis van het advies van de lokale toegang) de intensiteit van de jeugdhulp. De intensiteit voor specialistische jeugdhulp ligt daarom – in tegenstelling tot de intensiteit van hoogspecialistische jeugdhulp – niet in het besluit van het college vast. Derde lid In dit derde lid is als algemene regel geformuleerd dat de toegang verloopt via een onderzoek dat het loket jeugd verricht naar de hulpvraag van de jeugdige en/ of zijn ouders en heeft en het perspectiefplan dat daar een weergave van is. Vierde lid Het onderzoek kan verschillend zijn van aard, afhankelijk van de hulpvraag en de situatie. In de regels is een gesprek met ouders en de jeugdige onderdeel van het onderzoek. Vijfde lid Dit lid behoeft geen nadere uitleg. Artikel 3.6 Persoonsgebonden budget In het eerste lid is vastgelegd dat het college op grond van artikel 8.1.1 van de wet een persoonsgebonden budget (pgb) kan verstrekken. Van belang is onder meer dat een pgb slechts wordt verstrekt indien de jeugdige of zijn ouders gemotiveerd kunnen aantonen dat de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet geschikt is (zie artikel 8.1.1, derde lid, onder b van de wet). Voorwaarde is dat de jeugdige en/of zijn ouders een pgb-plan opstellen. Voor de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld wordt verwezen naar de Nadere Regels Jeugdhulp Gemeente Purmerend 2018. Artikel 3.7 Weigeringsgronden voor een individuele voorziening Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 3.8 Het onderzoek Eerste lid Er wordt in de verordening (en nadere regels) niets vastgelegd over de wijze waarop het onderzoek gevoerd wordt door het loket jeugd. Dit zou de handelingsvrijheid van de jeugdige, zijn ouders en professionals te veel beperken. In de verordening ligt alleen vast wat er in het onderzoek aan de orde kan komen (indien van belang), niet welke methodiek of instrumentarium in ieder geval gebruikt dient worden of wie er precies bij betrokken dienen te zijn. In de regel wordt er in ieder geval een gesprek gevoerd met ouder(s) en indien passend ook met de jeugdige. Natuurlijk gelden hierbij wel de eisen die de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet stellen aan de kwaliteit van de toegang. Derde lid De inhoud van het perspectiefplan is in de verordening niet in detail beschreven. Wel dat uitkomsten van het gesprek altijd in het perspectiefplan vastgelegd worden. Het perspectiefplan kan zelfstandig door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld worden, of met hulp van iemand van het loket jeugd of anderen. Wanneer gekozen wordt voor de inzet van een individuele voorziening is het wel een verplichting dat het loket jeugd meekijkt en een akkoord geeft wanneer er niet een andere verwijzer in het kader van de wet betrokken is. Artikel 3.9 Besluit individuele voorziening Eerste lid De keuze voor specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, het ondersteuningsprofiel en bij hoogspecialistische jeugdhulp ook de intensiteit liggen vast in het besluit wanneer het zorg in natura betreft. Het beoogde resultaat is opgenomen in geval van zorg in natura als pgb. De achterliggende informatie en onderbouwing is opgenomen in het perspectiefplan of onderzoeksverslag. In een besluit voor het toekennen van een persoonsgebonden budget is ook opgenomen wat de hoogte van het pgb is en hoe dit is bepaald is. Tweede lid Het besluit van specialistische
voor zorg in natura die niet duurzaam is wordt in de regel afgegeven voor onbepaalde tijd. Dat wil zeggen dat bij het afgeven van het besluit de duur niet vaststaat. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieder moet (binnen de afspraken die daarover in het contract gesteld zijn) hulp kunnen inzetten zo lang als nodig is om het beoogde resultaat te bereiken. De geldigheidsduur van het besluit eindigt als het jeugdhulptraject is beëindigd. De jeugdhulpaanbieder brengt de gemeente hiervan op de hoogte middels het stop-zorgbericht. Dit is contractueel vastgelegd. Voor pgb wordt per geval bepaald hoe lang het besluit geldig is . Derde lid Dit lid regelt een garantietermijn. Wanneer de jeugdige en/zijn ouders zich binnen vier maanden nadat het hulpverleningstraject succesvol is afgerond opnieuw bij de jeugdhulpaanbieder melden met dezelfde hulpvraag, is de jeugdhulpverlener verplicht de jeugdige en/of zijn ouders opnieuw te helpen. Het oude besluit wordt daarmee opnieuw van kracht. De jeugdige en/of zijn ouders hoeven in die gevallen dus ook niet opnieuw langs de verwijzende arts of lokale toegang. Deze garantietermijn geldt alleen voor jeugdhulptrajecten die gericht waren op herstel, niet op duurzame trajecten. Ook geldt deze garantietermijn niet wanneer de jeugdhulpaanbieder aan de ene kant of de jeugdige en/of zijn ouders aan de andere kant het traject eenzijdig (voortijdig) beëindigd hebben. Vierde lid Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders zich niet binnen zes maanden na het afgeven van het besluit hebben gemeld bij de jeugdhulpaanbieder, vervalt het besluit. Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders na zes maanden het besluit willen verzilveren, zullen zij eerst opnieuw contact op moeten nemen met het loket jeugd. Vijfde lid Het college legt het besluit vast in een beschikking in de vorm van een brief wanneer de jeugdige en/of zijn ouders hierom vragen. Artikel 3.10 het pgb-plan Eerste lid Het pgb-plan is een aanvulling op het perspectiefplan en daar onlosmakelijk mee verbonden. De ondersteuningsvraag en resultaten liggen vast in het perspectiefplan. Alleen de details met betrekking tot de reden van een pgb, de kosten en de uitvoerder van de pgb-hulp liggen vast in het pgb-plan. Artikel 3.11 Vaststellen hoogste van persoonsgebonden budget Met jeugdhulpaanbieders waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten zijn afspraken gemaakt over de tarieven. Voor jeugdhulpverleners die in het kader van een persoonsgebonden budget door ouders zelf ingehuurd worden gelden deze afspraken niet. De hoogte van het pgb wordt berekend aan de hand van het aantal benodigde eenheden (uren, dagdelen etc). Het college stelt nadere regels stellen over de maximale hoogte van het pgb. Daarnaast stelt het college nadere regels over de wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld en onder welke voorwaarden personen uit het sociale netwerk kunnen worden betrokken. Paragraaf 4 Nieuwe feiten en omstandigheden Artikel 3.12 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering] Op grond van artikel 2.9 onderdeel d van de wet is de gemeente verplicht bij verordening regels te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget. De tekst van dit artikel is grotendeels ontleend aan de bepalingen rond bestrijding van misbruik die de wet stelt in het kader van het verstrekken van persoonsgebonden budgetten (artikel 8.1.2 tot en met 8.1.4). We herhalen in de verordening de wet om de leesbaarheid te vergroten. Bovendien wordt de toepassing van deze regels verbreed naar voorzieningen in natura. Ten slotte, het intrekken of herzien van een besluit kan natuurlijk ook relevant zijn als in gevallen waar geen sprake is van misbruik, maar gewoon van een gewijzigde (inschatting van de) situatie. Hoofdstuk 4 Waarborgen verhouding prijs en kwaliteit Artikel 4.1 Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen Het college kan de uitvoering van de Jeugdwet, met uitzondering van de vaststelling van de rechten en plichten van de jeugdige of zijn ouders, door aanbieders laten verrichten (artikel 2.11, eerste lid, van de Jeugdwet). Met het oog hierop moeten in de verordening regels worden gesteld ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp (of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering) en de kwaliteit daarvan (artikel 2.12 va de Jeugdwet). Daarbij dient in ieder geval rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden. Om te voorkomen dat er alleen gekeken wordt naar de laagste prijs voor de uitvoering worden in dit artikel een aantal andere aspecten genoemd waarmee het college bij het vaststellen van tarieven (naast de prijs) rekening dient te houden. Hiermee wordt bereikt dat er een beter beeld ontstaat van reële kostprijs voor de activiteiten die zij door aanbieders willen laten uitvoeren. Uitgangspunt is dat de aanbieder kundig personeel inzet tegen de arbeidsvoorwaarden die passen bij de vereiste vaardigheden. Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 5.1 Inwerkingtreding Dit artikel vermeldt de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 5.2 Overgangsbepaling Dit artikel heeft betrekking op de overgang naar een nieuwe werkwijze en andere vorm van contractering van jeugdhulpaanbieders per 2018. De strekking is dat reeds in 2017 lopende hulp voor jeugdigen en/of hun ouders gecontinueerd wordt in 2018 volgens de regels van de vorige verordening. Wanneer een nieuw besluit wordt genomen omdat de ondersteuningsbehoefte is gewijzigd, gaat de nieuwe werkwijze in volgens de regels van de Verordening Jeugdhulp Gemeente Purmerend 2018. Artikel 5.3 Hardheidsclausule Dit artikel geeft ruimte om af te wijken van de regels van de verordening, wanneer, naar het oordeel van het college, strikte hantering van de regels leidt tot een zeer onwenselijke situatie. Artikel 5.4 Evaluatie Hiermee stelt de gemeenteraad het college verplicht binnen twee jaar een evaluatie van de verordening op te stellen. Artikel 5.5 Citeertitel Dit artikel vermeldt de naam van deze verordening.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.