De Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2018De raad van de gemeente Lisse; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 november 2017, nr.56461; gelet op het bepaalde in artikel 228 van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen: De Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2018 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0:00 uur, of een gedeelte daarvan b. jaar: een kalenderjaar; c. terras: een terras als bedoeld in artikel 2:16, eerste lid, onder b, van de Algemene plaatselijke verordening Lisse 2011 d. zomerseizoen: de periode van 1 maart tot 1 november e. zomerseizoen-terras: dat gedeelte van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waarmee het terras in het zomerseizoen wordt uitgebreid; f. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een (natuurlijke of rechts-) persoon een of meer voorwerpen onder of op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. g. standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5:16, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Lisse 2011; h. vaste standplaats: een standplaats waarvoor een vergunning voor de periode van een jaar wordt afgegeven, op basis waarvan 1 of meerdere dagen per week een standplaats kan worden ingenomen; i. tijdelijke standplaats: een standplaats, niet zijnde een vaste standplaats. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van: kabels en leidingen onder de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond; terrassen en zomerseizoen-terrassen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond; vaste en tijdelijke standplaatsen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Artikel3Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen als bedoeld in artikel 2 onder of op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie het voorwerp of de voorwerpen als bedoeld in artikel 2 onder of op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen als bedoeld in artikel 2 onder of op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen als bedoeld in artikel 2 onder of op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel4Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van : voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doeleinden en welke niet worden geëxploiteerd tegen betaling. Artikel5Belastingtarief en heffingsmaatstaf De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel6Berekening van de precariobelasting 1.Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.Bij het plaatsen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond van voorwerpen van welke aard ook, wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen. 5.Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder of op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In het geval het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan bestaat aanspraak op ontheffing. Artikel7Belastingtijdvak 1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder of op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar-overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet dan wel zich heeft voorgedaan. Artikel8Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld 1.In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden over blijven. 4.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden over blijven. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moet de aanslag worden betaald binnen 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting. Artikel13Overgangsrecht 1.De “Verordening precariobelasting Lisse 2017” van 15 december 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Besluiten van het college van burgemeester en wethouders genomen op grond van artikel 12 van de Verordening precariobelasting Lisse 2017, worden geacht gebaseerd te zijn op artikel 12 van de Verordening precariobelasting Lisse 2018. 3.Besluiten van het college van burgemeester en wethouders genomen op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht met betrekking tot de uitvoering van de Verordening precariobelasting Lisse 2017 blijven van toepassing bij de uitvoering van de Verordening precariobelasting Lisse 2018. Artikel14Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018. Artikel15Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening precariobelasting Lisse 2018”. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lisse in zijn openbare vergadering van 21 december 2017.mevrouw drs. M.G.J.Veegergriffiervoorzittermevrouw A.W.M.Spruit Toelichting op artikel 13 Overgangsrecht van de Verordening precariobelasting Lisse 2018 De in artikel 13, tweede en derde lid bedoelde besluiten betreffen de: ‘Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Lisse, vastgesteld op 7 maart 2017; ‘Beleidsregels ambtshalve vermindering gemeentelijke belastingen Lisse’, vastgesteld op 7 maart 2017. TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PRECARIOBELASTING LISSE 2018 Hoofdstuk 1 Leidingen, kabels en buizen1.1 Het tarief bedraagt voor het hebben van leidingen, kabels en buizen, per m¹, per jaar: € 4,56 Hoofdstuk 2 Terrassen2.1 Het tarief bedraagt voor het hebben van: 2.1.1 een terras, per m², per jaar: € 6,80 2.1.2 een zomerseizoen-terras, per m², per zomerseizoen: € 4,55 Hoofdstuk 3 Standplaatsen3.1 Het tarief bedraagt voor het hebben van: 3.1.1 een vaste standplaats, voor elke dag per week dat de standplaats wordt ingenomen, per m², per jaar: € 67,00 3.1.2 een tijdelijke standplaats, per m², per maand of gedeelte daarvan: € 5,60 3.2 Bij gebruik van de beschikbare elektriciteitsvoorziening worden de tarieven onder 3.1.1 en 3.1.2 verhoogd met, per dag: € 3,20 Behorende bij raadsbesluit van 21 december 2017De griffier van de gemeente Lisse,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.