(1)van het ADR (voorheen randnummer 11.407 van de VLG). € 113,00 1.16.7 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing voor exceptionele transporten € 37,40 Hoofdstuk 17 Diversen1.17.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in Algemene plaatselijke verordening in gevolge: 1.17.1.1 artikel 5:13, vergunning voor het inzamelen van geld of goederen kosteloos 1.17.2 Verlof tot ontleding € 15,00 1.17.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 1.17.4.1 fotokopieën van stukken voor zover deze niet betreffen de kadernota, de programmabegroting, de programmarekening, notulen van een raadsvergadering, voorstellen van het college van burgemeester en wethouders aan de raad, verordeningen, wijzigingen op verordeningen en overige beleidsnota's; per pagina tot een maximum van € 10,- per aanvraag € 0,15 1.17.4.2 fotokopieën van stukken, vervaardigd op grond van een aanvraag ingevolgde de Wet openbaarheid van bestuur, per fotokopie A4 € 0,15 1.17.5 een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen € 23,20 1.17.6 de aanleg van een individuele gehandicaptenparkeerplaats € 107,00 Titel2Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.1 aanlegkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.2 bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.3 sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.4 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.1.5 Principeplan: Een aanvraag voor overleg over een ruimtelijk initiatief dat in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Over het algemeen is een grote planologische ingreep noodzakelijk om het initiatief te kunnen realiseren. Het resultaat is een schriftelijke reactie van het college. Uit deze reactie blijkt of het college bereid is planologische medewerking te verlenen aan het ruimtelijk initiatief. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is 2.2.1.1 indien de bouwkosten minder dan € 50.000 bedragen: € 0,00 2.2.1.2 indien de bouwkosten € 50.000 tot € 100.000 bedragen: € 202,80 2.2.1.3 indien de bouwkosten € 100.000 tot € 500.000 bedragen: € 304,20 2.2.1.4 indien de bouwkosten meer dan € 500.000 bedragen: percentage van de bouwkosten met een maximum van € 10.000 0,1% 2.2.2 om beoordeling van een principeplan € 2.173,70 2.2.3 Het tarief genoemd onder 2.2.2 kan worden verhoogd met de kosten voor externe adviseurs, indien deze adviseurs nodig zijn voor de beoordeling van het principeplan. Hierover worden vooraf afspraken gemaakt met de aanvrager van het principeplan. Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.1.1.1 indien de bouwkosten minder dan € 7.500 bedragen: € 110,60 2.3.1.1.2 indien de bouwkosten € 7.500 tot € 25.000 bedragen: € 221,85 vermeerderd met 3% van het bedrag waarmee de bouwkosten € 7.500 te boven gaan; 2.3.1.1.3 indien de bouwkosten € 25.000 tot € 250.000 bedragen: € 804,70 vermeerderd met 2,9% van het bedrag waarmee de bouwkosten € 25.000 te boven gaan; 2.3.1.1.4 indien de bouwkosten € 250.000 tot € 1.000.000 bedragen: € 8.050,00 vermeerderd met 2,4% van het bedrag waarmee de bouwkosten € 250.000 te boven gaan; 2.3.1.1.5 indien de bouwkosten € 1.000.000 of meer bedragen: € 28.035,00 vermeerderd met 1,2% van het bedrag waarmee de bouwkosten € 1.000.000 te boven gaan, met een maximum van € 200.000 2.3.1.1.6 het tarief dat voortvloeit uit de berekening genoemd in onderdeel 2.3.1.
- wordt verminderd met 30% wanneer de aanvraag mede dient te worden getoetst aan een bestemmingsplan waarvoor niet is voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 3.
- lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening. Welstandstoets 2.3.1.2 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de welstandscommissie nodig is en wordt beoordeeld: 2.3.1.2.1 Indien de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen € 45,00 2.3.1.2.2 Indien de bouwkosten € 25.000 tot € 1.250.000 bedragen van de bouwkosten 1,8 ‰ 2.3.1.2.3 Indien de bouwkosten meer dan € 1.250.000 bedragen € 2.250,00 2.3.1.2.4 De tarieven in dit onderdeel worden naar boven afgerond op € 5,00 Verplicht advies agrarische commissie 2.3.1.3 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld: € 1.199,40 Achteraf ingediende aanvraag 2.3.1.4 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: 110% van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges. 2.3.2 Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 221,85 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1: 2.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 271,50 2.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 271,50 2.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 2.173,70 2.3.3.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking): € 434,40 2.3.3.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 217,20 2.3.3.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 217,20 2.3.3.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 217,20 2.3.3.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 217,20 2.3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 271,50 2.3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 271,50 2.3.4.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 2.173,70 2.3.4.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) € 434,40 2.3.4.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 217,20 2.3.4.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 217,20 2.3.4.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 217,20 2.3.4.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 217,20 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 699,70 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten 2.3.6.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de Monumentenverordening 1997 aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of artikel 9, tweede lid, van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.6.1.1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument: € 271,50 2.3.6.1.2 voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 271,50 2.3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht 2.3.7.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk bedraagt het tarief: 2.3.7.1.1 in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo: € 149,50 Aanleggen of veranderen weg 2.3.8 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 217,20 2.3.9 Uitweg/inrit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 217,20 2.3.10 Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4:11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 25,35 2.3.11 Opslag van roerende zaken Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4:13 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.11.1 indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo: € 217,20 2.3.11.2 indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo: € 217,20 2.3.12 Natura 2000-activiteiten 2.3.12.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 217,20 2.3.12.2 Vervallen 2.3.13 Flora- en fauna-activiteiten (bescherming van soorten) Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 217,20 2.3.14 Andere activiteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling: 2.3.14.1 behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 54,65 2.3.14.2 behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.14.2.1 als het een gemeentelijke verordening betreft € 55,30 2.3.14.2.2 als het een provinciale of waterschapsverordening betreft € 55,30 2.3.15 Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.15.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; 2.3.15.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. 2.3.16 Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: 2.3.16.1 voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport € 142,70 2.3.16.2 voor het toetsen, opstellen en beoordelen door BOOR (Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam) voor de volgende werkzaamheden bedragen de tarieven: 2.3.16.2.1 het toetsen van een aanvraag archeologievergunning € 268,70 2.3.16.2.2 het opstellen van nader archeologisch advies voor bouwplannen, ruimtelijke plannen en aanlegvergunningen: € 268,70 2.3.16.2.3 het beoordelen van rapportages van een archeologisch onderzoek: € 649,00 2.3.16.2.4 het opstellen van een Programma van Eisen voor archeologisch onderzoek: € 1.054,60 2.3.16.2.5 het beoordelen/toetsen van een Programma van Eisen: € 649,00 2.3.16.2.6 het beoordelen van offertes, aanbesteding, controle veldwerk (boringen/proefsleuven), rapport en selectieadvies inclusief het toezenden van de beoordeling en voorstel voor een selectiebesluit aan de gemeente: € 649,00 2.3.16.2.7 het verzorgen van een archeologieparagraaf in (de ruimtelijke onderbouwing van) een bestemmingsplan of projectbesluit € 1.320,00 2.3.17 Advies 2.3.17.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.17.2 Indien een begroting als bedoeld in 2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.18 Verklaring van geen bedenkingen 2.3.18.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: 2.3.18.1.1 indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 277,60 2.3.18.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 277,60 Hoofdstuk 4 Vermindering2.4.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 2.3.17 en 2.3.
- De vermindering bedraagt: 2.4.1.1 bij 5 tot 10 activiteiten: 2% van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.1.2 bij 10 tot 15 activiteiten: 3% van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.1.3 bij 15 of meer activiteiten: 5% van de voor die activiteiten verschuldigde leges. Hoofdstuk 5 Teruggaaf2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 25% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten 2.5.3.1 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 25% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3.2 Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.5.4 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 100,00 wordt niet teruggegeven. 2.5.5 Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend. Hoofdstuk 6 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project2.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: € 110,60 Hoofdstuk 7 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten2.7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening € 2.173,70 2.7.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening € 2.172,70 Hoofdstuk 8 VervallenHoofdstuk 9 In deze titel niet benoemde beschikking2.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking: € 88,40 Titel3Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Horeca3.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet € 273,80 3.1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet € 82,10 3.1.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet € 36,15 3.1.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening € 294,00 3.1.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen in de omschrijving van de gegevens in exploitatievergunning horecabedrijf € 82,10 3.1.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot ontheffing sluitingsuur horeca als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene plaatselijke verordening € 82,10 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), indien het betreft: 3.2.1.1 Een kermis, circus of een andere meerdaags evenement € 217,20 Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van om een exploitatievergunning sexinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening € 388,40 Hoofdstuk 4 Brandbeveiligingsverordening3.4 Vervallen m.i.v. 1 januari 2018 Hoofdstuk 5 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking3.5.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 52,60 Inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Tarieventabel leges 2017” van 15 december 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4.Dit besluit wordt aangehaald als “Tarieventabel leges 2018”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ridderkerk van 14 december
- De griffier, mr. J.G. vanStraalenDe voorzitter, mw. A.Attema