Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke houdende regelst omtrent Nota harmonisatie gemeentelijke belastingen - Nota lokale heffingen1 Inleiding Nota harmonisatie gemeentelijke belastingen In deze nota wordt u meegenomen in de keuzes die worden voorgesteld in het proces van het uniformeren van de gemeentelijke belastingverordeningen van de herindelingsgemeenten. Op basis van de vast te stellen uitgangspunten en het te voeren beleid in de nieuwe gemeente Waadhoeke zal vanaf 2018 de heffing gelijkgeschakeld zijn. In deze nota zijn op basis van de geformuleerde uitgangspunten en vooruitlopend op het (definitieve) besluitvormingstraject (voorlopige) tarieven voor Waadhoeke opgenomen. De tarieven zullen na de besluitvorming over deze nota definitief worden bepaald en in de desbetreffende verordeningen aan de vier gemeenteraden ter vaststelling worden voorgelegd. Voor een overzicht van de toekomstige belastingdruk (tarieven) in verhouding tot de huidige lasten verwijzen wij u naar de inhoud van deze nota. Wij stellen u voor om akkoord te gaan: met de uitgangspunten zoals opgenomen in de nota. om in 2018 geen inflatieverhoging door te voeren. met de (voorlopige) tarieven zoals opgenomen in de nota. Nota lokale heffingen In 2018 wordt in het kader van de verplichting voorvloeiend uit (artikel 8 lid 1 van) de financiele verordening Waadhoeke 2018, deze nota onder de titel “Nota lokale heffingen” ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad van de gemeente Waadhoeke. 2 Wettelijke basis (Wet Arhi) Per 1 januari 2018 zullen de huidige gemeenten Franekeradeel, het Bildt, Menameradiel en een gedeelte van Littenseradiel (17%) worden samengevoegd tot één nieuwe gemeente Waadhoeke. Voor deze gemeentelijke herindeling is het van belang dat de gemeentelijke belastingen op elkaar worden afgestemd. Met name de artikelen 28 tot en met 30 en artikel 32 van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) zijn van toepassing op de gemeentelijke belastingverordeningen. De hoofdregel is dat de voorschriften van de voormalige gemeenten, zoals die gelden op de dag voorafgaande aan de datum van herindeling (d.w.z. 31 december 2017), gedurende 2 jaren na die datum hun rechtskracht behouden voor het grondgebied van de voormalige gemeenten, voor zover het bevoegde gezag van de nieuwe gemeente deze niet eerder vervallen verklaart. De bestuursorganen van de nieuwe gemeente moeten dus binnen deze termijn van 2 jaren een besluit nemen over deze voorschriften. Zo niet, dan vervallen ze na 2 jaren van rechtswege. 2.1 Onroerende-zaakbelastingen Het gewone overgangsrecht voor gemeentelijke voorschriften (art. 28-30 Wet Arhi) geldt niet voor de onroerendezaakbelastingen (OZB). De OZB-verordeningen van de gemeenten houden met ingang van de datum van herindeling op te gelden, doch zij behouden hun rechtskracht voor de belastingjaren welke vóór die datum zijn begonnen. De raad van de nieuwe gemeente heeft drie maanden de tijd om een nieuwe OZB-verordening vast te stellen voor de nieuwe gemeente. Aan deze verordening kan terugwerkende kracht worden toegekend tot 1 januari 2018 (art. 32 lid 2 Wet Arhi). 2.2 Overige belastingen Voor de overige belastingen geldt het gewone overgangsrecht voor gemeentelijke voorschriften. De huidige gemeenteraden kunnen geen besluiten nemen die per 1 januari 2018 of later ingaan. Wel kunnen zij gezamenlijke standpunten innemen om te voorkomen dat in de eerste maanden van het jaar 2018 geen belastingen geheven kunnen worden. Om op 1 januari 2018 toch een uniforme verordening Rioolheffing, Afvalstoffenheffing en Leges toe te kunnen passen, stellen de gemeenteraden van de vier “oude” gemeenten in de laatste raadsvergadering ieder dezelfde verordening vast (met uniforme tarieven), inclusief de verordening Kwijtschelding. Deze besluiten zijn op grond van de Wet Arhi nog gedurende twee jaar van toepassing. De belastingverordeningen die op 31 december 2017 bestaan lopen na 1 januari 2018 door totdat zij door de gemeenteraad van de nieuwe gemeente worden vervangen dan wel van toepassing worden verklaard op de nieuwe gemeente. Vanwege de datum van inwerkingtreding (31 december 2017) hebben deze verordeningen geen materiële betekenis voor 2017, maar zijn zij wel van belang voor de formele belastingheffing in 2018. Dat houdt in dat vanaf 1 januari 2018 tot aan de inwerkingtreding van de door de nieuwe raad vastgestelde verordeningen rioolheffing, afvalstoffenheffing en leges, de oude verordeningen voor de voormalige gebieden van kracht zijn. Het is de bedoeling om in 2018 zo snel mogelijk de uniforme verordening voor genoemde belastingen (inclusief Marktgelden, Lijkbezorgingsrechten, Liggelden, Parkeerbelasting en Reclamebelasting) vast te stellen. Dat kan de raad van de nieuwe gemeente Waadhoeke doen tijdens de eerste raadsvergadering. De desbetreffende verordeningen van de andere gemeenten (die overigens identiek zijn) worden vervolgens vervallen verklaard. Zo heeft de nieuwe gemeente voor het gehele gebied vanaf 1 januari 2018 dezelfde verordeningen met uniforme tarieven. 3 Opdrachtomschrijving De werkgroep P&C/Belastingen heeft als opdracht om voor de nieuw te vormen gemeente “Waadhoeke” de gemeentelijke verordeningen voor de belastingen en heffingen te uniformeren. Dit zijn de concept belastingverordeningen en benodigde belastingbesluiten voor de nieuwe gemeente “Waadhoeke”. De begrenzing van de opdracht wordt ingegeven door het totaal van de thans door de 3 gemeenten gehanteerde belastingen en heffingen. Omdat de gemeente Littenseradiel wordt opgedeeld naar meerdere gemeenten vindt daarmee in directe zin geen afstemming plaats. De uitbreiding met een gedeelte van Littenseradiel betreft de dorpen: Baaium, Spannum, Winsum en Wjelsryp. Gezien de marginale omvang zijn meer specifieke gegevens niet opgenomen. Onderwerpen die raakvlakken hebben met andere werkgroepen zijn: tariefvoorstellen omdat hierbij een direct verband bestaat met de raming van de baten en lasten van de betreffende heffingen; heffing van leges i.v.m. raakvlakken met diverse vakafdelingen; beleidsregels en mandaatregelingen. 3.1 Gemeentelijke belastingen De opdrachtomschrijving omvat de uitvoering van de gemeentelijke belastingen en rechten. De heffingen die door de vier afzonderlijke gemeenten worden uitgevoerd dienen per 1 januari 2018 te worden geharmoniseerd. Tot 2018 functioneren de gemeenten afzonderlijk. Waar mogelijk vindt onderling afstemming plaats tegen de achtergrond van de komende herindeling. 3.2 Uitvoering Wet WOZ De opdrachtomschrijving omvat naast de uitvoering van de gemeentelijke belastingen ook de uitvoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken. In de uitvoering kan onderscheid worden aangebracht in de herwaardering van woningen en de herwaardering van de bedrijfsobjecten. Uitgangspunt bij de uitvoering van de Wet WOZ is in eerste instantie een voortzetting van de huidige werkwijze. 4. Werkwijze 4.1 Visie In 2018 zal de nieuwe gemeente, onder de naam Waadhoeke, voldoende schaalgrootte bezitten om de taak en uitvoering van de gemeentelijke belastingen en daaraan gerelateerde processen zoveel mogelijk in eigen beheer zelfstandig uitvoeren. 4.2 Doelstelling Het belastingbeginsel is de grondslag (motief) waarop de belasting geheven wordt. De belastingen moeten enerzijds doelmatig worden geheven en anderzijds als rechtvaardig worden ervaren. Uitgangspunten belastingenbeleid De uitgangspunten voor het gemeentelijk belastingenbeleid zijn: (juridisch) waarbij in de wet is geregeld wanneer een ingezetene belastingplichtig is; (eenvoud) dat voor de belastingplichtigen van de gemeente begrijpbaar is; (rechtvaardig) dat recht doet aan het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen; (beheersbaar) waarbij de kosten van de uitvoering in een redelijke verhouding staan tot de opbrengsten. Uitgangspunten uitvoering Wet WOZ De uitgangspunten ten aanzien van de uitvoering van de Wet WOZ zijn: kwalitatief juist vastgestelde waarden; het waarborgen van continuïteit met betrekking tot de uitvoering; onderdeel uitmaken van het stelsel van basisregistraties; de kosten staan in een redelijke verhouding tot de kwaliteit. 4.3 Plan van aanpak 4.3.1 Uitwerking uitgangspunten De uitgangspunten van de vorige paragraaf zijn vervolgens nader uitgewerkt. Juridisch De heffing is conform de wet, regelgeving en beleidsregels en is toetsbaar door de belastingplichtige. Eenvoud Voor de belastingplichtige is de aard van de heffing en de hoogte van de tarieven op herkenbare wijze vastgelegd. De communicatie op de website en in de bijsluiter dient ter ondersteuning en draagt bij aan een voor de burger begrijpelijke uitleg van de in rekening gebrachte heffingen. Rechtvaardig De heffing en de hoogte van het tarief moet voldoen aan de norm van redelijkheid en billijkheid. Beheersbaar De belastingheffing en -inning wordt binnen een compacte organisatie doelmatig en efficiënt ingericht. Het streven is de perceptiekosten zo veel mogelijk te beperken. 4.3.2 Werkwijze Bij de inventarisatie zijn de modelverordeningen van de VNG als leidraad genomen. In de aanvangsfase zijn de verschillen in soorten belastingen, hoogte van de tarieven en de verschillen in beleidsregels per individuele gemeente ten opzichte van de modelverordeningen geïnventariseerd. De verschillen zijn per belastingsoort aan de hand van de geformuleerde uitgangspunten beoordeeld. De afwegingen zijn in hoofdstuk 6 bij de afzonderlijke heffingen opgenomen. De uitgangspunten zijn per belastingsoort in eerste aanleg bepalend voor de keuze voor het beleid van de nieuwe gemeente. Ten aanzien van het gemeentelijke belastingenbeleid worden dienstverlenende argumenten voorop gesteld. De verdeling van de belastingdruk is uiteindelijk een politieke afweging. Bepalend hierbij is dat het nieuwe beleid is afgestemd op ontwikkelingen in de samenleving. Met de geformuleerde uitgangspunten wordt recht gedaan aan een systeem van heffing dat voor belastingplichtigen te begrijpen valt, recht doet aan het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen en waarbij in de uitvoering de kosten in verhouding staan tot de opbrengsten. Uiteraard voldoet het systeem aan de wettelijke vereisten. Uitgangspunt voor de tariefberekening 2018 is het totaal van de in 2017 geraamde opbrengsten in Franekeradeel, het Bildt en Menameradiel. Door uit te gaan van de begrote opbrengsten 2017 is het mogelijk een tarief voor 2018 te berekenen. Het aandeel van voormalig Littenseradiel in de nieuwe gemeente Waadhoeke ligt, op basis van de totale begroting, tussen de 3% en 4%. Voor een overzicht van de tarieven verwijzen wij u naar hoofdstuk 6 van deze nota. Voor een verder toelichting verwijzen wij u naar de bijlages zoals opgenomen in hoofdstuk 7 van deze nota. Daarin de bestaande heffing voor de volgende groepen belastingplichtigen: eenpersoonshuishouden, huurwoning meerpersoonshuishouden, huurwoning meerpersoonshuishouden met eigen woning niet agrarisch bedrijf met eigen bedrijfspand niet agrarisch bedrijf met huur bedrijfspand agrarisch bedrijf met eigen bedrijfspand zonder rioolaansluiting agrarisch bedrijf met eigen bedrijfspand met rioolaansluiting 4.3.3 Randvoorwaarden voor tariefaanpassing De uitgangspunten zijn in eerste aanleg bepalend voor de keuze van de heffingssystemen. De hoogte van de te bepalen tarieven is gekoppeld aan de geraamde opbrengsten van de verschillende belastingsoorten in de begroting 2017. Het streven bij de leges en rechten is kostendekkendheid van de tarieven. Het beperken van de (negatieve) financiële gevolgen voor een individuele belastingplichtige. 4.3.4 Tijdpad Tijdpad Periode Onderwerp Orgaan 2017 April Belastingvoorstellen (verordeningen) Stuurgroep Juli Aanbesteding herwaardering WOZ voor belastingjaren 2018 en 2019 Colleges van B&W Oktober Nota gemeentelijke belastingen Stuurgroep November Nota gemeentelijke belastingen Herindelingscommissie December Raadsvoorstel en besluit belastingverordeningen Vier gemeenteraden 2018 Januari Vaststellen nota lokale heffingen Gemeenteraad Waadhoeke Januari Vaststellen verordeningen (excl. OZB) Gemeenteraad Waadhoeke Voor 1 april Wijzigingsverordening OZB tarieven Gemeenteraad Waadhoeke 5 Financiële paragraaf De gemeentelijke inkomsten aan belastingen en rechten bedragen in 2017 voor de afzonderlijke gemeenten (Littenseradiel aandeel 17%) samen € 18.542.000. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Meerjarenperspectief totaal inkomsten belastingen en heffingen 2015 – 2018 in € 2015 2016 2017 2018 OZB 6.885.000 7.023.000 7.058.000 7.181.000 Rioolheffing 4.571.000 4.612.000 4.667.000 4.695.000 Afvalstoffenheffing 4.346.000 4.322.000 4.344.000 4.344.000 (Woon)forensenbelasting 14.000 12.000 12.000 - Leges 1.419.000 1.473.000 1.494.000 1.494.000 Marktgelden 8.000 8.000 8.000 8.000 Lijkbezorgingsrechten 234.000 234.000 234.000 234.000 Liggelden 42.000 42.000 49.000 49.000 Parkeerbelasting 576.000 576.000 576.000 576.000 Reclamebelasting 100.000 100.000 100.000 100.000 Totaal 18.195.000 18.402.000 18.542.000 18.681.000 De opbrengsten voor 2017 zijn het uitgangspunt voor het meerjaren-perspectief, de opbrengst voor 2018 is gebaseerd op de voorgestelde keuzes in het toekomstig beleid. 6 Heffingen In het voorstel tot harmonisering van de heffingen van de fusiegemeenten wordt afzonderlijk ingegaan op de onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en de afvalstoffenheffing omdat deze heffingen bijna 90% van de totale eigen inkomsten van de nieuw te vormen gemeente beslaan. De afwegingen en voorstellen met betrekking tot de overige heffingen en rechten zijn ondergebracht in paragraaf 6.5. 6.1 Onroerende zaakbelastingen 6.1.1 Inleiding De opbrengst van de onroerende zaakbelastingen (OZB) komt volledig ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. De gemeente heeft een autonome bevoegdheid met betrekking tot de aanpassing van de hoogte van de opbrengst OZB. Ter voorkoming van een onevenredige stijging van de collectieve lastendruk is landelijk een macronorm ingesteld. Dit is een norm voor de totale opbrengsten OZB in Nederland. Uitgangspunt voor de tariefberekening is het totaal van de in 2017 geraamde opbrengsten in de gemeenten Franekeradeel, het Bildt en Menameradiel De maatstaf van de heffing is de in het kader van de Wet WOZ vastgestelde waarde van alle onroerende zaken in de gemeente. 6.1.2 Afwegingen (uitgangspunten) De afzonderlijke verordeningen bevatten vier facultatieve vrijstellingen, namelijk: ongebouwde sportterreinen het Bildt onderwijs Menameradiel sportterreinen/-gebouwen Menameradiel onroerende zaken in gebruik voor publieke diensten (o.a. gemeentehuis Franekeradeel) Er is aansluiting gezocht bij de wettelijke vrijstellingen. Daarnaast is het uitgangspunt dat voor een rechtvaardige heffing terughoudend moet worden omgegaan met facultatieve vrijstellingen. Het opheffen van de vrijstelling voor onderwijs heeft weinig tot geen gevolgen omdat dit per saldo neutraal door de begroting loopt. Het laten vervallen van de vrijstelling van de sportterreinen heeft vooral gevolgen voor Menameradiel en het Bildt. Omdat het sportaccommodatiebeleid voor de Waadhoeke pas na 1 januari 2018 wordt geharmoniseerd is het uitgangspunt om de nadelige gevolgen in 2018 te compenseren. De vrijstelling voor onroerende zaken voor publieke diensten komt te vervallen omdat dit op gespannen voet staat met het uitgangspunt van een transparante heffing. Overigens geldt ook hiervoor dat deze begrotingsneutraal verloopt. Gevolgen vervallen vrijstellingen in € Franekera-deel Het Bildt Littensera-diel Menamera-diel Totaal Vrijstelling voor: Onderwijs - - p.m. 35.000 35.000 Sportter./gebouw etc. - 21.000 p.m. 27.000 48.000 Publieke diensten 19.000 - p.m. 10.000 29.000 Totaal 19.000 21.000 p.m. 72.000 112.000 6.1.3 Voorstel Gelet op de gestelde uitgangspunten met ingang van 1 januari 2018 de volgende facultatieve vrijstellingen te laten vervallen: ongebouwde sportterreinen onderwijs sportterreinen/-gebouwen onroerende zaken in gebruik voor publieke diensten En daarnaast: de OZB voor de buitensportverenigingen in Menameradiel in 2018 volledig te compenseren. de OZB van de sportvelden voor de buitensportverenigingen in het Bildt in 2018 volledig te compenseren. de wijze waarop dit in 2018 vorm wordt gegeven aan de nieuwe gemeente Waadhoeke te laten. 6.1.4 Financiële gevolgen De opbrengst voor de gemeente Waadhoeke is weergegeven in onderstaand overzicht. Voor 2018 is geen toename als gevolg van inflatie correctie doorgevoerd. Van de gemeente Littenseradiel wordt er een gedeelte van 17% overgenomen. Meerjarenperspectief opbrengsten OZB in € 2015 2016 2017 2018 Franekeradeel[1] 3.000.000 3.080.000 3.110.000 Waadhoeke Het Bildt 1.788.000 1.820.000 1.855.000 Littenseradiel (17%) 274.000 284.000 289.000 Menameradiel[2] 1.823.000 1.839.000 1.804.000 Totaal 6.885.000 7.023.000 7.058.000 7.069.000 Harmonisatievoorstel - - - 112.000 Totaal 6.885.000 7.023.000 7.058.000 7.181.000 Meerjarenperspectief opbrengsten OZB in € 2017 2018 Franekera-deel Het Bildt Littensera-diel Menamera-diel Waadhoeke Eigenaar woning 0,1613% 0,2013% 0,1490% 0,1425% 0,1641% Eigenaar niet/w. 0,2037% 0,2090% 0,1490% 0,2213% 0,2094% Gebruiker niet/w. 0,1630% 0,1573% 0,1390% 0,1467% 0,1577% NB; de voorgestelde voorlopige tarieven 2018 Waadhoeke zijn gebaseerd op de WOZ waarde per 1 januari 2016 (aanslagen 2017). De gevolgen van de waarde ontwikkeling in 2016 naar de waarde per 1 januari 2017 worden nog in de definitieve tarieven voor 2018 verwerkt. [1] In Waadhoeke verband inclusief een verhoging door autonome ontwikkelingen met € 10.000 [2] In Waadhoeke verband inclusief een verhoging door autonome ontwikkelingen met € 1.000 6.2 Rioolheffing 6.2.1 Inleiding De aanleg en het beheer van de riolering is een gemeentelijke taak. De kosten van deze taak worden bij kostendekkendheid van het tarief bekostigd via de rioolheffing. De wet geeft aan dat de begrote baten van de rioolheffing niet hoger mogen zijn dan de begrote lasten. Voor het bepalen van de hoogte van de tarieven zal aansluiting moeten worden gezocht bij de te integreren Gemeentelijk Rioleringsplannen (GRP) van de afzonderlijke gemeenten. Uitgangspunt voor de tariefberekening is het totaal van de in 2017 geraamde opbrengsten in de gemeenten Franekeradeel, het Bildt en Menameradiel. 6.2.2 Afweging (uitgangspunten) Alle gemeenten hebben een systeem van heffing waarin de gebruiker van een perceel wordt aangeslagen. Als heffingsmaatstaf wordt onderscheiden naar één- en meerpersoons-huishoudens. De afzonderlijke verordeningen bevatten de volgende facultatieve vrijstellingen: sportaccommodaties (Menameradiel) onroerende zaken in gebruik voor publieke diensten (alle gemeenten) Er is aansluiting gezocht bij de wettelijke vrijstellingen. Daarnaast is het uitgangspunt dat voor een rechtvaardige heffing terughoudend moet worden omgegaan met facultatieve vrijstellingen. Het laten vervallen van de vrijstelling voor sportaccommodaties heeft vooral gevolgen voor Menameradiel. De op te heffen vrijstelling voor gemeentelijke gebouwen verloopt in principe budgettair neutraal. In Franekeradeel geldt een gestaffelde toeslag op basis van waterverbruik per jaar boven 250 m3 met een maximum van € 2.500. De gegevens over het voorgaande verbruiksjaar worden door Vitens verstrekt. Met name bedrijven als grootverbruikers van water en veelal grote benutting van het openbare rioolstelsel van de gemeente worden daardoor extra belast. De kosten van gegevensverzameling en administratieve verwerking zijn relatief hoog in verhouding tot de opbrengst (begroting 2017 € 45.000). Littenseradiel kent een tarief vanaf 5.000m3 van € 40 per 1.000m3 met een maximum van € 4.000. Tot voor kort was voor de rioolheffing het hebben van een aansluiting op de gemeentelijke riolering een vereiste. Sinds het vervallen van dit vereiste gaan steeds meer gemeenten over tot het invoeren van een algemeen basis tarief. Van de toekomstige Waadhoeke gemeenten heeft op dit moment alleen de gemeente Menameradiel een basis tarief. Voor de heffingsgrondslag rioolheffing is de indeling gevolgd zoals de gemeente Menameradiel die sinds 2010 hanteert. Dit houdt o.a. in een apart tarief voor recreatiewoningen. Een apart recreatietarief is mede wenselijk omdat er bij de overige gemeenten, door belanghebbenden van dit soort objecten, veel bezwaar wordt gemaakt tegen de relatief hoge tarieven van de reguliere aanslagen. Omdat permanente bewoning niet is toegestaan wordt er door het jaar heen (vooral in de wintermaanden) relatief weinig geloosd op het riool. Voor deze categorie gebruikers wordt deze belasting als een onredelijk hoge heffing ervaren. Op basis van het vorenstaande is het voorstel om het huidige systeem op basis van één- en meerpersoonshuishoudens te continueren. Voor een éénpersoonshuishouding een lager tarief dan een meerpersoonshuishouding (verhouding 80/100). Daarnaast wordt een basis tarief geïntroduceerd. Door het opnemen van een vast bedrag per perceel wordt ook bijgedragen aan kosten die voortvloeien uit de wettelijke taak voor beheer van grond- en hemelwater. Tot slot wordt een tarief specifiek voor recreatiewoningen geïntroduceerd, gebaseerd op de helft van een meerpersoonshuishouden. Gevolgen vervallen vrijstellingen in € Franekera-deel Het Bildt Littensera-diel Menamera-diel Totaal Vrijstelling voor: Onderwijs - - p.m. - p.m. Sportter./geb.etc. - - p.m. 12.000 12.000 Publieke diensten - - p.m. 2.000 2.000 Gestaf. toeslag -/- 45.000 - p.m. - -/- 45.000 Totaal -/- 45.000 - p.m. 14.000 -/- 31.000 6.2.3 Voorstel In te stemmen met het voorstel om met ingang van 1 januari 2018: een heffing voor één- en meerpersoonshuishoudens; het tarief voor alleenstaanden te stellen op 80% van het meerpersoonstarief. een vast bedrag per bebouwd perceel (algemene watertaak); geen gestaffelde toeslag waterverbruik hanteren; een specifiek tarief voor bedrijven te hanteren; een specifiek tarief voor recreatiewoningen te hanteren gebaseerd op 50% van het (all-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.