Sociaal Statuut gemeente Dalfsen 2018Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen; gelet op: - de Organisatieverordening van de gemeente Dalfsen; - de Wet op de ondernemingsraden (WOR), voornamelijk artikel 25; - de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO), voornamelijk de artikelen 8:3, 8:3:1, 12:1:5, 12:2 en 10d:13; gezien de bereikte overeenstemming in de commissie voor Georganiseerd Overleg d.d. 20 december 2018. B E S L U I T: 1. vast te stellen de navolgende verordening: Sociaal Statuut gemeente Dalfsen 2018; 2. te bepalen dat dit Sociaal Statuut in werking treedt per 1-1-2018; 3. in te trekken het Sociaal Statuut gemeente Dalfsen 2015 – 2016. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1:1Definities In dit Sociaal Statuut wordt verstaan onder: ambtenaar: de ambtenaar in de zin van artikel 1:1, eerste lid onder a van de CAR-UWO alsmede de medewerker met wie de werkgever een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 2:5 van de CAR recht heeft afgesloten; werkgever: de gemeente Dalfsen; organisatiewijziging: een belangrijke inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt; privatisering: organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij; publiekrechtelijke taakoverheveling: organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan; personele gevolgen: gevolgen voor de functie of rechtspositie van de betrokken ambtenaren; salaris: het voor de ambtenaar geldende bedrag van de schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de CAR-UWO of, indien voor de betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag alsmede de eventueel toegekende persoonlijke toelagen en garantietoelagen. toelage: de toelage, waarmee het salaris wordt vermeerderd, ingevolge toelagen welke genoemd worden in hoofdstuk 3 uit de CAR-UWO. salarisaanspraken: de opeenvolgende salarisperiodieken van de schaal waarin de ambtenaar is ingedeeld tot en met het hoogste bedrag van de salarisschaal, alsmede eventueel schriftelijk vastgelegde extra individuele salarisafspraken. Voor zover de medewerker op het moment van de herplaatsing nog niet gehonoreerd wordt naar de normschaal, worden onder deze aanspraken tevens verstaan de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste bedrag van de normschaal, mits het functioneren zulks niet in de weg staat. functie: het geheel van werkzaamheden dat de ambtenaar volgens zijn functiebeschrijving verricht. ongewijzigde functie: een functie die gelijk of nagenoeg gelijk is aan de functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde. opheffen van de functie: het uiteenvallen van het samenstel van werkzaamheden of het, althans voor een belangrijk deel, wegvallen van de werkzaamheden waaruit de betrekking bestaat. passende functie: een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de ambtenaar doorgaans redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Onder persoonlijkheid, vooruitzichten en omstandigheden kunnen onder meer worden verstaan: interesse, capaciteiten, ervaring, leeftijd, gezondheidstoestand, gezinsomstandigheden en scholing. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook van een hoger niveau of maximaal één niveau lager zijn, dan de oude functie; geschikte functie: een functie, die niet valt onder het begrip passende functie, maar die de ambtenaar bereid is te vervullen. CAR-UWO: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten; Georganiseerd Overleg: de commissie voor georganiseerd overleg (GO) als bedoeld in artikel 12:1 van de CAR-UWO. ondernemingsraad: de ondernemingsraad (OR) als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). sociaal plan: aanvullende afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit Sociaal Statuut, met betrekking tot de personele en arbeidsvoorwaardelijke gevolgen van een organisatiewijziging. bezwarencommissie: de commissie bedoeld in artikel 6:2 van dit Statuut. Artikel1:2Werkingssfeer Dit Sociaal Statuut is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in de gemeentelijke organisatie, niet zijnde een organisatiewijziging als gevolg van een gemeentelijke herindeling. Artikel1:3Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over wijziging van de ambtelijke organisatie, tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is bepaald. Artikel1:4Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele ambtenaren Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over wijziging van de aanstelling, her- en/of overplaatsing en ontslag van ambtenaren, tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is bepaald. Hoofdstuk2Procedurele bepalingen Artikel2:1Onderzoek naar organisatiewijziging Als de werkgever voornemens is de mogelijkheid en wenselijkheid van een organisatiewijziging te onderzoeken, worden de OR, de betrokken ambtenaren en GO hier in een vroeg stadium van op de hoogte gesteld. Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de OR zijn mening over het onderzoek kenbaar kan maken. De ambtenaren en de OR worden zo veel mogelijk betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Bovendien worden zij, indien mogelijk, tussentijds op de hoogte gehouden van de vorderingen van het onderzoek. De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming toegezonden aan de OR en het GO. Artikel2:2Extern advies Indien de werkgever voornemens is om over de wenselijkheid van een organisatiewijziging extern advies te vragen, wordt de OR om advies gevraagd over het verstrekken en formuleren van de advies-opdracht, conform artikel 25 van de WOR. Artikel2:3Overleg over de personele gevolgen en maatregelen Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van een organisatiewijziging, wordt in het GO overleg gevoerd over de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen. Als het GO van mening is dat de organisatiewijziging zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Over dit sociaal plan moet in het GO overeenstemming worden bereikt. De leden van het GO kunnen tussentijds bijeen worden geroepen dan wel schriftelijk worden geraadpleegd, wanneer de omstandigheden een versnelde procedure vereisen. Artikel2:4Advies OR over organisatiewijziging Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van een organisatiewijziging, wordt de OR schriftelijk om advies gevraagd, conform artikel 25 van de WOR. Aan de OR wordt onder meer een Plan van Aanpak ter advisering uitgereikt waarin in ieder geval afspraken worden gemaakt over de wijze van voorlichting en communicatie, de tijdsplanning en eventuele cultuur-ontwikkelingstrajecten De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het voorgenomen besluit, de beweegredenen van het besluit, de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen personele maatregelen. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Artikel2:5Taakverdeling tussen OR en GO Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakcentrales geldt het algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van organisatiewijziging aan bod komen, primair door één orgaan worden behandeld. Dit is geregeld in de “Domeinafbakening GO-OR 2003”. Artikel2:6Kennisgeving en uitvoering besluit Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de organisatie, wordt dit besluit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het GO, de OR en de betrokken ambtenaren. Daarbij wordt ook ingegaan op de personele gevolgen van het besluit. Als in het besluit wordt afgeweken van het advies van de OR, zal deze afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het besluit tot organisatiewijziging wordt in dit geval uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat de OR van het besluit in kennis is gesteld, conform artikel 25, zesde lid, van de WOR. Hoofdstuk3Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid bij interne organisatiewijziging Artikel3:1Werkingssfeer hoofdstuk Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen. Artikel3:2Werkgelegenheid bij interne organisatiewijziging De werkgever hanteert als uitgangspunt, dat gedwongen ontslagen worden voorkomen. Artikel3:3Voorkeursvolgorde bij herplaatsing De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde: de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen (mens volgt functie); de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie; de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie. Artikel3:4Uitgangspunten herplaatsing Bij het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 3:3 wordt met de volgende gegevens rekening gehouden: de geschiktheid van de ambtenaar voor een functie, zoals die blijkt uit opleidings- en ervaringsgegevens, beoordelingsgesprekken en eventuele geschiktheidstesten; de voorkeur van de ambtenaar voor bepaalde functies; de diensttijd van de ambtenaar bij de gemeente Dalfsen; de leeftijd van de ambtenaar; het type dienstverband van de ambtenaar. De ambtenaar is verplicht om mee te werken aan gesprekken en tests die nodig zijn voor het verzamelen van gegevens als genoemd in het eerste lid onder a. De kosten van eventuele tests zijn voor rekening van de werkgever. Artikel3:5Belangstellingsregistratie Voordat herplaatsingsbesluiten als bedoeld in artikel 3:3 onder b en c, worden genomen, wordt de betrokken ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor maximaal drie functies kenbaar te maken. Artikel3:6Geen passende of geschikte functie Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar een passende dan wel geschikte functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zullen de werkgever en de ambtenaar zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn: bijscholing en omscholing; begeleiding in van werk – naar werk traject tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet boven formatief; een passende functie binnen de gemeentelijke organisatie, die na de herplaatsingsprocedure is ontstaan; tijdelijke detachering naar een externe organisatie; outplacementbegeleiding; een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie; flankerende maatregelen. In bijlage 1 staan een aantal flankerende maatregelen genoemd. De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever. Indien de werkgever na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen structurele oplossing als bedoeld in het eerste lid kan worden gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:3 van de CAR. De bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringsregeling van de CAR, hoofdstuk 10d, is van toepassing. Artikel3:7Herplaatsingsbesluiten Het college van burgemeester en wethouders neemt het besluit tot herplaatsing van de betrokken ambtenaar. De ambtenaar wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend. De ambtenaar voor wie in de herplaatsingsprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van dit besluit in kennis gesteld. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend. Indien de ambtenaar niet kan instemmen met de beslissing bedoeld in lid 1, dan deelt de ambtenaar dit het college van burgemeester en wethouders binnen zes weken na de datum van verzending van deze beslissing mee in een gemotiveerd, schriftelijk bezwaar. Het college van burgemeester en wethouders zendt de ambtenaar hiervan een ontvangstbevestiging en vraagt de bezwarencommissie, als bedoeld in hoofdstuk 4, hierover een advies uit te brengen. Artikel3:8Verplichting ambtenaar De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een passende functie die hem met inachtneming van de herplaatsingsprocedure is toegewezen, te aanvaarden. Wanneer de ambtenaar na herhaald en zorgvuldig overleg weigerachtig is ten aanzien van aanvaarding van een passende functie of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in artikel 3:6 eerste lid, kan het college van burgemeester en wethouders overgaan tot ontslag. Het college van burgemeester en wethouders kan daarbij melding maken bij de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert, dat de betreffende ambtenaar weigert een passende functie te aanvaarden of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid. Artikel3:9Salarisgarantie De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op het salaris en de salarisaanspraken, zoals die voor hem golden in de oude functie. Artikel3:10Functiegebonden toelagen Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de functiegebonden toelagen. Aan de ambtenaar, wiens salaris als gevolg van het vervallen van de functiegebonden toelagen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende compensatie toegekend, indien de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Deze compensatie kent het volgende verloop: De eerste 12 maanden na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van het salaris, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; Daarna ontvangt de ambtenaar 6 maanden 75% van de daling van het salaris, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; Tenslotte ontvangt de ambtenaar 12 maanden 25% van de daling van het salaris, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, behoudt de functiegebonden toelage, indien hij bij de overplaatsing 55 jaar of ouder is en bedoelde toelage tenminste 10 jaar heeft genoten. Artikel3:11Persoonsgebonden toelagen De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn persoonsgebonden toelagen. Artikel3:12Opleidingsplan De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, wordt in de gelegenheid gesteld een studie, waarvoor krachtens hoofdstuk 17 van de CAR - UWO en/of het ‘Opleidingsplan’ een vergoeding en/of faciliteiten zijn toegekend, af te ronden. Op betrokkene rust geen terugbetalingsverplichting indien hij de studie staakt, als het gezien de veranderde aard van de nieuwe werkzaamheden naar zijn mening en naar de mening van burgemeester en wethouders geen zin heeft de studie voort te zetten, of indien de ambtenaar een andere studie gaat volgen, die van belang is voor zijn nieuwe functie. De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie en die in overleg met zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, heeft geen terugbetalingsverplichtingen, die voortvloeien uit het ‘Opleidingsplan’. Artikel3:13Aanvullende scholing De werkgever onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die is overgeplaatst naar een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, bij of om te scholen voor het vervullen van zijn nieuwe functie. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de gemeente. Artikel3:14Functie buiten de gemeentelijke organisatie Indien de ambtenaar, waarvoor in de herplaatsingsprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden, een functie accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, wordt hem eervol ontslag verleend. De ambtenaar die overeenkomstig het eerste lid ontslag wordt verleend, wordt ontheven van eventuele terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit het ‘Opleidingsplan’, de verhuiskostenregeling, de regeling betaald ouderschapsverlof en regeling deeltijdontslag. Indien de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid een functie van ten minste een gelijke betrekkingsomvang accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, vult de werkgever het brutosalaris gedurende één jaar aan tot aan het niveau van het brutosalaris dat de ambtenaar genoot direct voorafgaand aan het ontslag. De ambtenaar die een functie accepteert met een kleinere betrekkingsomvang ontvangt gedurende één jaar een aanvulling van zijn brutosalaris naar rato. Hoofdstuk4Bezwarencommissie Artikel4:1Werkingssfeer hoofdstuk Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen. Artikel4:2bezwaar Indien de ambtenaar het niet eens is met het besluit tot herplaatsing, als genoemd in artikel 3:7, kan hij daartegen binnen zes weken bezwaar maken bij het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders beslissen niet eerder op een ingediend bezwaarschrift dan nadat de in artikel 4:3 bedoelde commissie daarover schriftelijk advies heeft uitgebracht. De beslissing op het bezwaarschrift dient binnen 10 weken nadat het bezwaarschrift is ontvangen te worden genomen, met de mogelijkheid om deze termijn eenmalig met 4 weken te verlengen. Artikel4:3Samenstelling en bevoegdheden Er is een bezwarencommissie, bestaande uit drie leden: één lid benoemd door burgemeester en wethouders; één lid benoemd door de organisaties van overheidspersoneel; een door beide voorgaande leden aan te wijzen onafhankelijke voorzitter. Personeelsleden, leden van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Dalfsen, alsmede leden van de commissie voor GO zijn niet benoembaar tot lid van de bezwarencommissie. De commissie kan zich laten bijstaan door externe adviseurs. Deze hebben geen stemrecht. Door het college van burgemeester en wethouders wordt een ambtelijk secretaris aan de commissie toegevoegd. Deze heeft geen stemrecht. De bezwarencommissie dient alle zaken voltallig te behandelen. De vergaderingen van de bezwarencommissie zijn besloten. De commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders schriftelijk en gemotiveerd omtrent de haar voorgelegde bezwaren. Daarbij heeft zij het recht: tot het horen van partijen; tot het horen van deskundigen; tot het inzien van alle voor het bezwaar van belang zijnde stukken. Artikel4:4Werkwijze bezwarencommissie Een in artikel 4:2 genoemd bezwaar wordt door de bezwarencommissie binnen veertien dagen in behandeling genomen. De commissie brengt zo spoedig mogelijk advies uit. De commissie bepaalt op welke wijze het bezwaar zal worden behandeld, op welke wijze en bij wie informatie zal worden ingewonnen alsmede op welke wijze de partijen zullen worden gehoord. Beide partijen ontvangen hiervan bericht. Een bezwaar, als bedoeld in artikel 4:2 wordt door de commissie behandeld, nadat partijen tenminste eenmaal in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunt mondeling toe te lichten. De ambtenaar dient bij het geven van deze nadere toelichting bekend te zijn, en/of te kunnen zijn, met alle omtrent zijn persoonlijke hoedanigheid uitgebrachte mondelinge of schriftelijke adviezen. De ambtenaar heeft het recht zich ter zitting door een adviseur van eigen keuze te laten bijstaan. Een advies wordt na stemming vastgesteld. Bij stemming brengt ieder lid één stem uit. De voorzitter stemt als laatste. Op verzoek van één van de leden geschiedt de stemming schriftelijk. Het advies omtrent een aan de commissie voorgelegd bezwaar wordt door de commissie gemotiveerd aan het college van burgemeester en wethouders uitgebracht. Partijen ontvangen hiervan een afschrift. Bij dit advies maakt de commissie aan het college van burgemeester en wethouders tevens kenbaar of naar haar mening het geldende Sociaal Statuut op de juiste wijze is toegepast en geeft daarbij tevens haar oordeel over het voorgelegde bezwaar. Wanneer de commissie het bezwaar gegrond acht, adviseert zij het college van burgemeester en wethouders aan de ambtenaar onder toepassing van het Sociaal Statuut een andere dan wel aanvullende aanbieding te doen. Wanneer de commissie het bezwaar ongegrond acht, adviseert deze tot handhaving van de voorlopige benoeming. Artikel4:5Beslissing op het advies van de bezwarencommissie Het college van burgemeester en wethouders neemt binnen veertien dagen na ontvangst van het advies van de bezwarencommissie een besluit op het geschil. Het besluit van burgemeester en wethouders wordt binnen zeven dagen schriftelijk aan de ambtenaar meegedeeld. De bezwarencommissie wordt eveneens van het besluit op de hoogte gesteld. Alleen in geval van bijzondere en zwaarwichtige redenen kan door het college van burgemeester en wethouders met redenen omkleed van het advies van de bezwarencommissie worden afgeweken. Hoofdstuk5Privatisering en taakoverheveling Artikel5:1Werkingssfeer hoofdstuk Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen. Artikel5:2Werkgelegenheid De werkgever hanteert als uitgangspunt, dat gedwongen ontslagen worden voorkomen. De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende organisatieonderdeel. Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd. Voordat de werkgever een besluit neemt over de overgang van een ambtenaar naar de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie, biedt hij de betrokkene de gelegenheid om zijn belangstelling kenbaar te maken voor passende functies die op dat moment vacant zijn of op korte termijn vacant worden in de gemeentelijke organisatie. De ambtenaar zal als interne kandidaat in de selectieprocedure worden betrokken. Artikel5:3Geen passende of geschikte functie Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar onder te brengen bij de nieuwe werkgever dan wel een passende functie aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zullen de werkgever en de ambtenaar zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn: bijscholing en omscholing; tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet boven formatief; een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie; een na de plaatsingsprocedure vrijgekomen passende functie binnen de gemeentelijke organisatie; tijdelijke detachering naar een externe organisatie: outplacementbegeleiding; een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie; flankerende maatregelen, die erop gericht zijn financiële nadelen voor betrokkene van een mogelijke oplossing weg te nemen.In bijlage 1 staan een aantal flankerende maatregelen genoemd. De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever. Indien de werkgever na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen structurele oplossing als bedoeld in het eerste lid kan worden gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:3 van de CAR UWO. De bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringsregeling van de CAR UWO, hoofdstuk 10d, is van toepassing. Artikel5:4Sociaal plan Als het GO van mening is dat de privatisering of taakoverheveling zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Dit plan regelt de overplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en aanstellingsprocedure van het over te plaatsen personeel) en bevat rechtspositionele bepalingen. Over dit sociaal plan moet overeenstemming worden bereikt in het GO. Er worden geen definitieve besluiten genomen ten aanzien van ambtenaren voordat er overeenstemming is over het sociaal plan. Artikel5:5Rechtspositievergelijking Indien de betrokken ambtenaren overgaan naar een privaatrechtelijke of een andere publiekrechtelijke werkgever waarvoor een afwijkende rechtspositieregeling of CAO geldt, maakt de werkgever een vergelijking tussen de arbeidsvoorwaardenpakketten die van toepassing zijn op de gemeentelijke werkgever en de nieuwe werkgever. Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden (bestaande uit in ieder geval salaris, uitkeringen en toelagen, (pre)pensioen, vakantie, ziektekostenregeling en werkloosheidsuitkering) bij de nieuwe werkgever minder is dan het totaalpakket bij de gemeentelijke werkgever, worden in het sociaal plan nadere afspraken gemaakt over afbouw, behoud of compensatie van aanspraken. Het sociaal plan bevat in ieder geval de volgende garanties: netto-netto garantie van het salaris en de salarisaanspraken; ambtenaren die een vaste aanstelling hebben, krijgen bij de nieuwe werkgever een vaste aanstelling dan wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder proeftijd. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel6:1Hardheidsclausule In gevallen waarin toepassing van het Sociaal Statuut zou leiden tot een onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan het college van burgemeester en wethouders van het statuut afwijken in een voor de ambtenaar gunstige zin. In gevallen waarin het Sociaal Statuut niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders. Artikel6:2Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Sociaal Statuut gemeente Dalfsen 2018’. Artikel6:3Inwerkingtreding Dit Sociaal Statuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2018. Artikel6:4looptijd Het sociaal statuut heeft een looptijd van twee jaar met stilzwijgende verlenging voor telkens één jaar, indien niet wordt opgezegd. Dalfsen, 5 december 2018Burgemeester en wethouders van Dalfsen,de burgemeester, de gemeentesecretaris / algemeen directeur, drs. H.C.P. Noten drs. J.H.J. BerendsAlgemene toelichting 1. Inleiding Deze algemene toelichting gaat in op de personele aspecten van een organisatieveranderingstraject en is bedoeld als achtergrondinformatie bij het Sociaal Statuut. In deze paragraaf zal eerst worden ingegaan op het verschijnsel organisatieverandering, waarna het doel en de betekenis van een Sociaal Statuut en een sociaal plan zullen worden beschreven. In de volgende paragrafen zal achtereenvolgens worden ingegaan op de diverse typen organisatieveranderingen, het proces van organisatieverandering, de medezeggenschaps- en inspraakmogelijkheden en de rechtspositionele aspecten van organisatieverandering. Onze visie op organisatieontwikkeling heeft als kerngedachte dat moderne organisaties continu in beweging zijn. Organisatieverandering vindt niet met horten en stoten plaats, maar is een continu en vloeiend proces. Soms vinden er ingrijpende organisatiewijzigingen plaats (bijvoorbeeld een herindelingsoperatie of een ‘kanteling’ van de organisatie) maar veel vaker zijn de wijzigingen minder ingrijpend, afgemeten aan het aantal betrokken personen of organisatieonderdelen. In een organisatie die continu in beweging is, zullen ambtenaren mee moeten bewegen. De organisatie schept door mobiliteits- en employability-bevorderend beleid een klimaat waarin beweging als ‘normaal’ wordt ervaren. Hierdoor zal organisatieontwikkeling aanzienlijk soepeler verlopen. Het sociaal beleid bij organisatieverandering is verankerd in het Sociaal Statuut. Een Sociaal Statuut is een reglement, dat de ‘spelregels’ bevat, waar de werkgever en de medewerkers (en hun vertegenwoordigers) zich aan moeten houden wanneer zich een organisatiewijziging voordoet. Het Sociaal Statuut is vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders, nadat overeenstemming is bereikt in de commissie voor georganiseerd overleg, en heeft het karakter van een gemeentelijke verordening. Het statuut bestaat onder andere uit procedurele bepalingen, de rechten en plichten van werkgever en medewerkers bij reorganisatie, mobiliteit bevorderende bepalingen en eventuele afbouw, garantie of compensatie van arbeidsvoorwaarden. Het Sociaal Statuut kent drie doelstellingen: het garanderen van een zorgvuldige procedure met voldoende inspraakmogelijkheden voor betrokkenen; het vooraf scheppen van duidelijkheid voor het bestuur, het management en adviseurs over de spelregels die zij bij organisatieverandering moeten hanteren; het vooraf scheppen van duidelijkheid voor ambtenaren over de eventuele gevolgen van toekomstige organisatieveranderingen voor hun rechtspositie. Een helder Sociaal Statuut neemt onduidelijkheid en weerstand ten aanzien van organisatieverandering voor een deel weg, zodat alle betrokkenen zich kunnen concentreren op het verbeteren van de organisatie. Elke organisatieverandering is uniek. Daarom is een algemeen geldend Sociaal Statuut niet in alle gevallen voldoende. Ingrijpende organisatieveranderingen kunnen immers specifieke sociale gevolgen met zich meebrengen, die een regeling op maat verdienen. Het zal daarom soms nodig zijn om op basis van het algemeen geldend Sociaal Statuut een aanvullend sociaal plan voor een specifieke organisatiewijziging op te stellen. 2. Typen van organisatieveranderingen In de gemeente kunnen zich zeer uiteenlopende organisatieveranderingen voordoen. Ten eerste kan de omvang van de organisatieverandering (te meten aan het aantal medewerkers en eenheden / teams dat bij de organisatieverandering betrokken
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.