Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Wageningen houdende regels omtrent de heffing en de invordering van reclamebelasting Verordening reclamebelasting 2018De raad van de gemeente Wageningen; gelezen: het voorstel aan de raad, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 26 september 2017; gelet op: artikel 227 van de Gemeentewet Besluit ________________________________________ de Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2018 vast te stellen. ________________________________________ Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2018 Artikel1.Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) reclameobjecten; vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt. Artikel2.Belastinggebied De verordening reclamebelasting is van toepassing binnen het gebied van de gemeente Wageningen zoals aangegeven in de bij deze verordening behorende bijlage. Artikel3.Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt binnen het gebied als bedoeld in artikel 2 een directe belasting geheven ter zake van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel4.Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging, waarop en/of waarbij één of meerdere reclameobjecten worden aangetroffen. Artikel5.Maatstaf van heffing 1.De reclamebelasting wordt geheven per vestiging. 2.De heffingsmaatstaf bedraagt een vast bedrag, afhankelijk van de straat waarin de vestiging gelegen is. Artikel6.Belastingtarief Het tarief van de belasting bedraagt voor één of meer aankondigingen per belastingjaar: voor vestigingen die in de Hoogstraat gelegen zijn: € 622,35; voor vestigingen die in andere straten binnen het in artikel 2 gedefinieerde gebied gelegen zijn: € 466,76. Artikel7.Belastingtijdvak Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8.Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang 1.De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingjaar. 2.Indien de belastingplicht na het begin van het belastingjaar aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt de reclamebelasting verminderd op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9.Wijze van heffing De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10.Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare aankondigingen: die als algemene bewegwijzering en/of andere verkeersaanwijzingen en andere verkeers- en/of openbaar vervoeraanduidingen, waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; die door of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; die door een (semi)overheidsinstantie dan wel een instelling met een cultureel, maatschappelijk dan wel daarmee gelijk te stellen doel zijn geplaatst of aangebracht en die een cultureel charitatief of ideëel belang dienen; op zuilen, borden muren of andere constructies die daartoe uitdrukkelijk zijn aangewezen door de gemeente; voorzien van opschriften aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; die zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende woon- of verblijfruimten of onroerende zaken; die korter dan dertien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.