worden opgelegd. Iedere exploitant is verantwoordelijk voor een goede exploitatie. Uitgangspunt is dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat niet mogen worden aangetast. Het intrekken van de exploitatievergunning gebeurt wanneer door een incident het vertrouwen in de exploitant is weggevallen. Dat kan ook gebeuren bij gevallen die in de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) of in artikel 13b van de Opiumwet genoemd worden. Is herhaling waarschijnlijk, dan kan de inrichting voor onbepaalde tijd worden gesloten. Behoudens bijzondere omstandigheden worden onderstaande periodes aangehouden waarin geen nieuwe exploitatievergunning wordt verstrekt. Deze periodes zijn ook van toepassing op een nieuwe aanvraag voor een DHW-vergunning wanneer een DHW-vergunning op basis van artikel 31 lid 1 onder c DHW (vrees voor aantasting openbare orde, veiligheid en zedelijkheid) is ingetrokken. Op basis van artikel 27, lid 2 DHW mag de termijn maximaal 5 jaar bedragen. 1 jaar bij geregelde vechtpartijen in/rond de inrichting en ernstige verstoring (overlast) omgeving; 2 jaar bij regelmatige vechtpartijen in de horeca-inrichting of daar buiten, door overmatig alcoholgebruik, of een schiet- of steekincident in of nabij de openbare inrichting; 3 jaar wanneer binnen vier jaar meer dan één schietincident in of in de nabijheid van de inrichting of handel en/of gebruik (hard-)drugs in of rond de openbare inrichting plaatsvindt; 4 jaar wanneer binnen drie jaar meer dan één schietincident in of in de nabijheid van de openbare inrichting plaatsvindt; 5 jaar bij handel in harddrugs in of nabij de openbare inrichting met medeweten van de exploitant, of gebruik harddrugs met medeweten van de exploitant, of binnen twee jaar meer dan één schietincident in of in de nabijheid van de openbare inrichting. Maar ook daarna weegt de voorgeschiedenis van de betrokkene(n) mee bij een nieuwe aanvraag. Die aanvraag kan dan dus ook worden geweigerd. In bepaalde gevallen kan de burgemeester een dwangsom opleggen. Als de exploitant zich niet aan de eisen houdt, moet deze een bedrag betalen. Na een dwangsom kan alsnog bestuursdwang of een nieuwe dwangsom volgen. High trust, high penaltyHet handhavingskader gaat uit van vertrouwen in de ondernemer. De maatregelen die volgen bij niet naleving sluiten aan bij de ernst van de overtreding. Als de ondernemer het vertrouwen schaadt, volgt daarop een strenge maatregel (high penalty). De ondernemer krijgt het vertrouwen dat hij voldoet aan de vergunningsvoorwaarden die vooraf zijn gesteld en exploiteert conform aanvraag. De ondernemer die de regels naleeft, wordt minder gecontroleerd. Afhankelijk van de ernst van het incident of de overtreding en de rol van de horecaondernemer hierbij, wordt bekeken hoe toekomstige onregelmatigheden in en rondom het bedrijf kunnen worden voorkomen. De horecaondernemer krijgt de gelegenheid aan te tonen dat hij kan zorgen voor een deugdelijke exploitatie van de inrichting. Bijvoorbeeld door een gedegen veiligheidsplan op te stellen. Als naar het oordeel van de burgemeester wel een maatregel getroffen moet worden behoudens directe of tijdelijke sluiting, zal deze maatregel zo veel mogelijk ruimte laten aan de ondernemer om aan te tonen dat zijn exploitatie zonder openbare orde problemen kan worden voortgezet. Uitgaan van vertrouwen brengt een grote eigen verantwoordelijkheid voor ondernemers met zich mee. Een goede bedrijfsvoering is daarbij een eerste vereiste. LastenverlichtingHet handhavingsarrangement biedt meer maatwerk en differentiatie en verschillende handhavingstrajecten zijn in elkaar gevlochten. Kortere handhavingstrajecten en de maatregelen sluiten aan bij de aard van de overtreding. Proportionaliteit en subsidiariteitEen bestuursrechtelijke handhavingsmaatregel moet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldoen. Dit houdt in dat de maatregel niet verder mag strekken dan noodzakelijk en dat bij de keuze uit verschillende bevoegdheden geen zwaardere bevoegdheid wordt gebruikt dan de concrete situatie vereist. De feiten en omstandigheden van de situatie spelen dan ook een rol bij de beoordeling of een maatregel nodig is, en zo ja, welke maatregel. De proportionaliteit en subsidiariteit zijn in het handhavingsarrangement ingebouwd. De burgemeester toetst elke zaak afzonderlijk, aan de hand van dit handhavingsarrangement. Openbare ordeHandhaving heeft tot doel het voorkomen van (verdere) aantasting van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat. Maar ook het herstel van de openbare orde als deze is geschaad. Ook overtredingen van de APV, bijvoorbeeld de ongeoorloofde afwezigheid van een exploitant of beheerder, worden met dat doel afgedaan. De burgemeester weegt in zijn besluitvorming over een bestuurlijke maatregel het belang van de ondernemer en derden af tegen dat van de openbare orde. De openbare orde weegt daarbij zwaar en prevaleert boven de belangen van derden. Een horecaondernemer heeft in die zin een zogenoemde 'risicoaansprakelijkheid'. Bij incidenten kijkt de burgemeester ook naar de handelwijze van de ondernemer voor, tijdens en na het incident. Hoe heeft de ondernemer gehandeld? Wat heeft de ondernemer gedaan om het incident te voorkomen? Wat is de geschiedenis van de betreffende inrichting? Op basis van deze overwegingen kan de burgemeester besluiten dat er geen aanleiding is om een maatregel te treffen of dat een waarschuwing voldoende is. De openbare orde en veiligheid zijn altijd leidend. Het kan dus zijn dat de ondernemer heeft gedaan wat hij kon, maar dat toch een maatregel getroffen moet worden om de openbare orde en veiligheid in en rond de inrichting te herstellen. AfwijkingsbevoegdheidDe burgemeester heeft bij zijn besluitvorming over te treffen maatregelen een eigen afwijkingsbevoegdheid. De stappen in het handhavingsarrangement gelden daarbij als uitgangspunt. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van deze uitgangspunten. Zo kan worden besloten om een stap over te slaan en niet eerst te waarschuwen, terwijl dit wel in het stappenplan is opgenomen, maar meteen tot een maatregel over te gaan. Bij een dergelijk besluit wordt dit expliciet gemotiveerd. Een voorbeeld hiervan is het aantreffen van vuurwapens in de openbare inrichting. Waar het stappenplan aangeeft dat normaliter eerst wordt gewaarschuwd, kan de burgemeester besluiten dat hier een sluiting noodzakelijk is. Aan de andere kant kunnen overmachtssituaties en de mate van verwijtbaarheid een rol spelen om minder zware maatregelen op te leggen. Meerdere maatregelen/’stapeling’Het kan zijn dat op bepaalde feiten en omstandigheden meerdere bestuurlijke maatregelen of verschillende handhavingsstappen van toepassing zijn. In dat geval kan de zwaarste bestuurlijke maatregel worden opgelegd Bijvoorbeeld bij ernstige overlast door een openbare inrichting die stelselmatig de sluitingstijden overtreedt. Voor overlast geldt in principe een strenger handhavingsregime dan voor het overtreden van sluitingstijden. De maatregel die geldt bij overlast, gaat dan vóór op de maatregel voor het overtreden van de sluitingstijden. Feit blijft dat meerdere maatregelen kunnen worden getroffen. Bijvoorbeeld de sluiting van een horecapand vanwege drugshandel (op basis van de Opiumwet) en eveneens intrekking van de exploitatievergunning omdat het vertrouwen in de horecaondernemer is weggevallen. Opeenstapeling van bestuurlijke maatregelen is in het bestuursrecht soms toegestaan. Het gaat dan wel telkens om verschillende maatregelen (sluiting en intrekking van de vergunning bijvoorbeeld). Stapeling van sluitingstermijnen gebeurt niet. Als een openbare inrichting overlast veroorzaakt en geen exploitant of beheerder aanwezig was terwijl het bedrijf wel was geopend voor publiek, is het niet zo dat het bedrijf eerst een periode, bijvoorbeeld twee weken, dicht moet en daarna nog eens de openingstijden worden beperkt vanwege overtreden van de aanwezigheidsplicht. Wel kan het samengaan van overtredingen en incidenten de burgemeester doen besluiten om een handhavingsstap over te slaan of een zwaardere maatregel te treffen. De burgemeester zal dit in zijn besluit expliciet motiveren. Bestuursrecht en strafrechtHet kan zijn dat een incident of overtreding maakt dat zowel op basis van bestuursrecht als op basis van strafrecht een maatregel of sanctie wordt getroffen. Een bestuursrechtelijke maatregel is altijd reparatoir bedoeld en heeft als doel om de geschokte openbare orde en veiligheid te herstellen. Strafrecht is punitief: op een overtreding van een wetsartikel volgt als straf een sanctie. Bestuursrecht en strafrecht kunnen dus naast elkaar worden toegepast. Een uitzondering daarop is de
. Dit is een bestuurlijke strafsanctie en die gaat niet samen met een strafrechtelijke strafsanctie. Dit geldt ook bij maatregelen die worden getroffen in het kader van geluidsoverlast. Op basis van het handhavingsarrangement kan de burgemeester bij de door DCMR gemeten geluidsoverschrijdingen besluiten dat sprake is van een overlastsituatie en een herstelmaatregel nemen. De DCMR kan tegelijkertijd haar eigen (strafrechtelijke) handhavingskader toepassen en een bestuurlijke strafbeschikking opleggen. Het één sluit het ander dus niet uit. Lastgeving onder dwangsom en hersteltermijnHet opleggen van een lastgeving onder dwangsom heeft niet het karakter van een straf, maar is een middel om de overtreder te bewegen tot herstel van een legale situatie. Deze herstelsanctie strekt tot het binnen de hersteltermijn ongedaan maken of beëindigen van een overtreding of - bij een preventieve lastgeving – tot het voorkomen van een klaarblijkelijke overtreding, onder de verplichting tot betaling van een geldsom, indien de lastgeving niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. De hoogte van de dwangsom en de lengte van de hersteltermijn zijn onder andere gerelateerd aan de aard en de ernst van de overtreding. Het dwangsombedrag moet in ieder geval hoog genoeg zijn om effect te hebben, maar mag niet hoger zijn dan voor het gewenste effect nodig is. Een rol mag spelen welk financieel voordeel de overtreder zou behalen met het voortzetten van de overtreding. Van de in het Handhavingsarrangement DHW opgenomen hoogte van de dwangsombedragen kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer het aannemelijk is dat het financiële voordeel voor de overtreder groter is dan de hoogte van die bedragen. De lengte van de hersteltermijn moet redelijk zijn en in ieder geval voldoende lang om de last te kunnen uitvoeren. Afhankelijk van de soort overtreding, bijvoorbeeld als het gaat om een gedragswijziging, kan ook een termijn van enkele dagen worden gekozen. Toepassing van deze herstelsanctie betekent maatwerk.
De burgemeester is belast met het toezicht op de DHW. De burgemeester kan sinds de nieuwe DHW in werking is getreden ook
s opleggen. In artikel 44a lid 4 van de wet is bepaald dat er geen
mag worden opgelegd wanneer de burgemeester van plan is de vergunning in te trekken. Het opstellen van een boeterapport vergt grondige kennis van de DHW. Dit is nodig om de feitelijke waarnemingen zo te beschrijven dat een overtreding kan worden bewezen. Algemene wet bestuursrecht (Awb) Het opleggen van sancties zijn besluiten in de zin van de Awb. De Awb is dan ook van toepassing op de voorbereiding van deze besluiten. Dit betekent onder meer dat voordat een sanctie wordt opgelegd, de overtreder vooraf in staat wordt gesteld een zienswijze op het voornemen te geven. Na bekendmaking van het besluit staan bovendien de reguliere bezwaar- en beroepsmogelijkheden open. Erfelijke belastingHandhaving vindt plaats per horecaondernemer, per bedrijf en per locatie. Wanneer een nieuwe ondernemer het bedrijf overneemt, worden in beginsel de stappenplannen in het handhavingsarrangement ‘gereset’ (teruggebracht naar de startsituatie). In een enkel geval kan het zo zijn dat de volgende ondernemer wordt belast met de "erfenis" van zijn voorganger(s). Dit gebeurt bijvoorbeeld bij nadere eisen aan de geluidsproductie of langdurige en steeds terugkerende locatiegebonden vormen van overlast of verstoringen van de openbare orde. Voorbeeld hiervan is de situatie waarbij het verschillende horecaondernemers niet is gelukt op een bepaalde plek de overlast voor de woon- en leefomgeving te beteugelen. Dit wordt expliciet aan de nieuwe ondernemer verteld bij zijn vergunningaanvraag en, voor zover van toepassing, ook als voorwaarde in zijn vergunning opgenomen. "Erfelijke belasting" geldt in ieder geval als een ondernemer zijn ondernemingsvorm wijzigt, bijvoorbeeld wanneer er een vennoot in de zaak bij komt. De nieuw intredende ondernemer krijgt dan ook te maken met het verleden van zijn compagnon. De stap in het handhavingsarrangement blijft in dit geval gewoon gelden (dus bij een volgende overtreding; ook al is er een nieuwe vennoot) en volgt gewoon de volgende stap. De stappen worden niet 'gereset'. Dit geldt ook als een ondernemer in de tussentijd zijn vergunning wijzigt of vernieuwt en als een beheerder op dezelfde locatie de gevestigde openbare inrichting overneemt. Voorts kan een geluidsovertreding op grond van de Wet milieubeheer zich ook lenen voor het toepassen van een zogenaamde ‘zakelijke werking’ bij het opleggen van een herstelsanctie. Dit heeft tot gevolg dat deze herstelmaatregel ook geldt voor de rechtsopvolgers en jegens hen dan ook kan worden geëffectueerd. Een rechtsopvolger is degene die in de rechten van de oorspronkelijke overtreder treedt door eigendomsoverdracht, huuroverdracht of aandelenovername. In de horecabranche is wisseling van rechthebbenden een veelvuldig voorkomend verschijnsel. Een maatregel kan ook gevolgen hebben voor meerdere horecabedrijven. Bijvoorbeeld wanneer een ondernemer meerdere inrichtingen heeft en hij in één van de bedrijven ernstige overlast of anderszins veroorzaakt. Artikel 35 ontheffing (DHW)Wanneer een overtreding wordt geconstateerd die betrekking heeft op een verleende ontheffing op grond van artikel 35 van de DHW kan, gelet op de omstandigheden, een stap uit het handhavingsarrangement worden opgelegd als de leidinggevende van de ontheffing ook ondernemer is van een openbare inrichting die in de gemeente is gevestigd. Deze stap uit het handhavingsarrangement wordt dan opgelegd aan de openbare inrichting van de betreffende ondernemer. Dit is een extra stimulans ook bij en tijdens evenementen de voorschriften na te leven. Sluiting horeca-inrichting of tijdelijk intrekken (schorsen) exploitatievergunningEr is een wezenlijk (juridisch) verschil tussen sluiting (het pand) of tijdelijk intrekken voor bepaalde tijd van de exploitatievergunning (de ondernemer). De sluiting van het horecapand is bedoeld om de openbare orde zich te laten herstellen. Sluiting van het pand langer dan een maand houdt in dat de Drank- en horecawetvergunning moet worden ingetrokken. Dit is dwingend voorgeschreven in artikel 5 van het Besluit eisen zedelijk gedrag DHW 1999. Een nadeel van sluiting is wel dat een nieuwe horecaondernemer een verzoek moet doen aan de gemeente om de eerst de sluiting van de openbare inrichting af te halen voordat hij een exploitatievergunning aan kan vragen. Tijdelijk intrekken (schorsen) van de exploitatievergunningen kan daarom wenselijker zijn. Dit heeft geen effecten voor de drank- en horecawetvergunning terwijl een zelfde effect wordt bereikt: de horeca inrichting mag niet geopend zijn of worden geëxploiteerd. Hierdoor kan de openbare orde zich ook herstellen. Tijdelijk intrekken (schorsen voor bepaalde tijd) is daarom vaak gunstiger voor de doorlooptijd. Heldere communicatie voorafAlle horecabedrijven en slijtersbedrijven worden op de hoogte gesteld van onderhavige nota met de daarin opgenomen handhavingsarrangementen. Startende ondernemers ontvangen direct bij een vergunningaanvraag de nota. Hierdoor zijn vooraf de ondernemers op de hoogte van wat de gevolgen zijn van het overtreden van de regels. GeluidoverlastEr kunnen in relatie tot horeca verschillende klachten worden onderscheiden. Vaak betreffen het klachten over geluidsoverlast. Het is van groot belang serieus om te gaan met dit soort klachten. De DCMR is verantwoordelijk voor het verrichten van metingen bij aanhoudende geluidoverlast bij horeca-inrichtingen op grond van de Wet milieubeheer. De gemeente is primair verantwoordelijk voor de afhandeling van horecaklachten. De DCMR moet de bij de controle, naar aanleiding van klachten, gesignaleerde feiten zorgvuldig registreren en aan de afdeling Toezicht en Handhaving toezenden. 2.HANDHAVINGSARRANGEMENTEN Principes handhavingskaderDe algemene uitgangspunten van het handhavingskader zoals in hoofdstuk 1 zijn weergegeven, worden onderstaand op hoofdlijnen aangegeven: Hoe ernstiger de overtreding, des te korter is het handhavingstraject (des te sneller wordt besloten tot een zwaardere sanctie); Hoe ernstiger de overtreding, des te groter (zwaardere sanctie) zijn de handhavingsstappen; De maatregel past bij de overtreding; De handhavingstrajecten exploitatievergunning en Drank- en Horecavergunning sluiten op elkaar aan en de maatregelen zijn op elkaar afgestemd; Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kan de burgemeester gemotiveerd besluiten van een maatregel af te zien of te volstaan met een waarschuwing. Dit geldt zelfs voor de gevallen waarin volgens het handhavingskader een sluiting of intrekking gerechtvaardigd zou zijn. De burgemeester kan echter ook besluiten een stap in het handhavingsarrangement over te slaan (en bijvoorbeeld wel een maatregel te treffen waar normaliter eerst een waarschuwing zou volgen). Met het in de tabellen van de handhavingsarrangementen opgenomen begrip “toezichthouder” worden personen bedoeld die door het college of de burgemeester zijn aangewezen om toezichthoudende taken (zie ook de Algemene wet bestuursrecht) uit te voeren voor de wetten en verordeningen die van toepassing zijn op de overtredingen. Politieambtenaren hebben een algemene opsporingsbevoegdheid en zijn op grond van artikel 6:2 van de APV, naast de aangewezen BOA’s, belast met het toezicht op de naleving van de APV. Op grond van art. 41 van de DHW zijn in de gemeente alleen de door de burgemeester aangewezen ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de DHW. Politieambtenaren moeten dus zijn aangewezen door de burgemeester voor de DHW. 2.1.HANDHAVINGSARRANGEMENT EXPLOITATIEVERGUNNING NIET NALEVEN VEILIGHEIDSPLANIn bepaalde gevallen moet een horecaondernemer een veiligheidsplan inleveren om een vergunning te krijgen. Ook kan het zijn dat na een incident of overtreding de verplichting wordt opgelegd om een veiligheidsplan in te leveren. De ondernemer krijgt dan de kans om te laten zien hoe hij in de toekomst zonder incidenten of overtredingen zijn openbare inrichting wil exploiteren. Het veiligheidsplan wordt in deze gevallen gezien als een onderdeel van de vergunning, of beter gezegd: aan de vergunning wordt het voorschrift verbonden dat wordt geëxploiteerd volgens het veiligheidsplan. Als wordt geconstateerd dat de ondernemer dit plan niet naleeft, is dit een ernstige overtreding, die kan leiden tot intrekking van de exploitatievergunning. SPOEDSLUITINGBij ernstige en acute verstoringen van de openbare orde volgt altijd een voorlopige sluiting van maximaal twee weken. De voorlopige sluiting dient om de openbare orde en veiligheid in en rond de inrichting te laten herstellen. Deze periode is ook bedoeld om meer informatie te krijgen over de toedracht van het incident dat de openbare orde heeft verstoord. In die twee weken maakt de politie een dossier op voor de burgemeester en wordt er op basis van dat dossier een zienswijzengesprek met de ondernemer gehouden. Als na het politieonderzoek en het gesprek met de ondernemer het gevaar voor de openbare orde en veiligheid voldoende is weggenomen, kan de burgemeester de openbare inrichting toestemming geven de deuren weer te openen tenzij de exploitatievergunning wordt ingetrokken op grond van weggevallen van het vertrouwen in de exploitant. Als er nog steeds een gevaar is en/of een kans op herhaling van een incident, zal aanvullend op de voorlopige sluiting een maatregel door de burgemeester worden getroffen. TIJDELIJK INTREKKEN VOOR BEPAALDE TIJD (SCHORSEN) EN INTREKKEN VOOR ONBEPAALDE TIJD EXPLOITATIEVERGUNNINGIn dit handhavingsarrangement wordt een onderscheid gemaakt tussen schorsing en intrekking van de exploitatievergunning. De burgemeester schorst de exploitatievergunning, wanneer hij meent dat met betrekking tot deze vergunning een maatregel voor bepaalde tijd noodzakelijk is (als bijvoorbeeld voor twee weken niet mag worden geëxploiteerd). Dit heeft geen effect op een aanwezige drank- en horecawetvergunning. De burgemeester trekt de vergunning in als hij meent dat de desbetreffende ondernemer niet meer over een exploitatievergunning moet beschikken (bijvoorbeeld omdat deze strafbaar heeft gehandeld of omdat uit opeenvolgende incidenten blijkt dat de ondernemer niet in staat is om zijn bedrijf zonder gevaar voor de openbare orde te exploiteren). Dit geldt dan voor onbepaalde tijd. Ook de Drank- en Horecawetvergunning zal moeten worden ingetrokken (artikel 5 Besluit eisen zedelijk gedrag 1999). SCHIJNBEHEEREr is sprake van schijnbeheer als blijkt dat niet de vergunninghouder feitelijk zeggenschap heeft over (en leiding geeft aan) de openbare inrichting, maar een persoon die niet als zodanig op de vergunning staat vermeld. Een reden kan bijvoorbeeld zijn dat een persoon vanwege zijn/haar strafrechtelijke verleden geen vergunning kan krijgen en daarom een ander de vergunning laat aanvragen. Dergelijke schijnbeheerconstructies worden niet getolereerd. Overtreding of incident Toezichthouder Burgemeester Schijnbeheer Ernstige overtreding 1e constatering: Proces-verbaal en dossier naar burgemeester 1e constatering: intrekken exploitatievergunning Onder schijnbeheer worden die situaties verstaan waarbij de feitelijke eigenaar bewust op de achtergrond blijft. Bijvoorbeeld om een antecedentencheck te ontwijken. Op basis van het dossier zal de burgemeester beoordelen of voldoende aannemelijk is dat een schijnbeheerconstructie wordt gebruikt. Gaat het niet om schijnbeheer, dan volgt handhaving volgens de stappen bij 'Wijzigen exploitant zonder nieuwe vergunning'. SLECHT LEVENSGEDRAGVan een exploitant wordt verwacht dat deze niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Ook verwacht de gemeente dat de exploitant gekwalificeerd personeel aanstelt en de leiding over zijn openbare inrichting in handen geeft van personen aan wie deze leiding kan worden toevertrouwd. Wanneer wordt geconstateerd dat de exploitant of zijn beheerder(
. In artikel 5:41 van de Awb staat dat een
niet kan worden opgelegd voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten. Op alle handhavingsmaatregelen is de Awb van toepassing. Dit betekent dat voordat besloten wordt tot intrekking van de vergunning, het opleggen van een dwangsom en/of het opleggen van een
, de vergunninghouder eerst een voornemen van dat besluit krijgt, en zijn zienswijze daarover naar voren kan brengen. Tevens wordt in het handhavingsbesluit kenbaar gemaakt dat er rechtsmiddelen openstaan: bezwaar en beroep. De hoogte van de
is vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur ‘Besluit
Drank- en horecawet’ (zie bijlage 2). In het Handhavingsarrangement DHW wordt bij de “Maatregel(en) burgemeester” vaak vermeld dat wanneer het opleggen van een last onder dwangsom niet leidt tot het gewenste resultaat, er een “zwaardere bestuurlijke maatregel + een
” wordt opgelegd. De “zwaardere bestuurlijke maatregel” kan bestaan uit een (hogere) last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang, schorsing van de vergunning of het intrekken van de vergunning. Artikel 44a lid 4 DHW geeft echter aan dat wanneer de “zwaardere bestuurlijke maatregel” zou bestaan uit het voornemen tot het intrekken van de vergunning, er geen
mag worden opgelegd. Bij het toepassen van het arrangement is dit een randvoorwaarde. Behoudens bijzondere omstandigheden worden onderstaande periodes aangehouden waarin geen nieuwe DHW-vergunning wordt verstrekt wanneer een DHW-vergunning is ingetrokken op grond van artikel 31, eerste lid, onder c DHW. In de betrokken inrichting hebben zich dan feiten voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. Op basis van artikel 27, lid 2 DHW mag de termijn maximaal 5 jaar bedragen. 1 jaar bij geregelde vechtpartijen in/rond de inrichting en verstoring (overlast) omgeving; 2 jaar bij regelmatige vechtpartijen in de horeca-inrichting of daar buiten, door overmatig alcoholgebruik, of een schiet- of steekincident in of nabij de openbare inrichting; 3 jaar wanneer binnen vier jaar meer dan één schietincident in of in de nabijheid van de inrichting of handel en/of gebruik (hard-)drugs in of rond de openbare inrichting plaatsvindt; 4 jaar wanneer binnen drie jaar meer dan één schietincident in of in de nabijheid van de openbare inrichting plaatsvindt; 5 jaar bij handel in harddrugs in of nabij de openbare inrichting met medeweten van de exploitant, of gebruik harddrugs met medeweten van de exploitant, of binnen twee jaar meer dan één schietincident in of in de nabijheid van de openbare inrichting. De voorgeschiedenis van de betrokkene(n) is van belang bij een nieuwe aanvraag. De aanvraag kan dan dus ook worden geweigerd. 2.3. HANDHAVINGSARRANGEMENT DRANK- EN HORECAWET Artikel Beschrijving Omschrijving overtreding Maatregel(en) toezichthouder Maatregel(en) burgemeester Artikel 3 Verbod zonder vergunning van de burgemeester uitoefenen van een horecabedrijf of slijtersbedrijf Het zonder vergunning exploiteren van een horecabedrijf of slijtersbedrijf 1ste constatering: → Mededeling dat de verstrekking van alcoholhoudende drank onmiddellijk moet worden gestaakt + waarschuwing
bij voortzetting alcohol. drankverstrekking zonder vergunning + schriftelijke rapportage van constateringen 2de constatering: → Opstellen boeterapport Bestuurlijke waarschuwing dat a. de verstrekking van alcoholhoudende drank onmiddellijk moet worden gestaakt, en b. verstrekking van alcoholische drank alleen is toegestaan met een rechtsgeldige vergunning en c. bij voortzetting van de exploitatie (d.w.z. verstrekking alc. drank) bestuurlijk wordt opgetreden. Besluit oplegging last onder bestuursdwang (sluiting van inrichting) o.g.v. art. 125 Gemeentewet (met inachtneming van art. 4:8 Awb) + opleggen
, lid 1 juncto DH-Verordening Overtreding voorschriften uit drank- en horecaverordening betreffende paracommerciële inrichtingen Het overtreden van voorschriften die in de gemeentelijke verordening met betrekking tot de exploitatie van para- commerciële inrichtingen zijn opgenomen betreffende o.a.: - schenktijden - bijeenkomsten van persoonlijke aard - niet-instellingsgebonden bijeenkomsten 1ste constatering: → wijzen op overtreding en mededeling dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat voorschriften moeten worden nageleefd en waarschuwing dat bij volgende constatering bestuurlijk (last onder dwangsom) wordt opgetreden. Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
4 lid 4 in de inrichting aanwezig zijn Afwezigheid ontheffing of afschrift bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard bij paracommerciële inrichtingen 1ste constatering: Wijzen op overtreding en in de gelegenheid stellen om binnen een half uur de ontheffing of afschrift op te halen 2de constatering: → Na ingebrekestelling mededeling dat ontheffing of afschrift aanwezig moet zijn en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 3de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat ontheffing of afschrift aanwezig moet zijn en waarschuwing dat bij volgende constatering bestuurlijk (last onder dwangsom) wordt opgetreden Besluit oplegging preventieve last onder dwangsom (€ 250,- per geconstateerde overtreding met max. € 500,-) (met inachtneming van art. 4:8 Awb) Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
juncto artikel 31, lid 1b Eisen leidinggevende(
niet mogelijk) Bestuurlijke waarschuwing dat - binnen 2 weken een aanvraag tot bijschrijving van de betreffende leidinggevende (conform het bepaalde in artikel 30a DHW) moet worden ingediend, of indien leidinggevende niet aan de wettelijke eisen voldoet →meedelen dat deze persoon niet meer als leidinggevende kan optreden Intrekking vergunning indien geen aanvraag tot aanpassing van het aanhangsel is ingediend of bijschrijving is geweigerd, procedure tot intrekking vergunning o.g.v. artikel 31 lid 1 sub d DHW (let op art. 31 lid 4) (met inachtneming van art. 4:8 Awb) Artikel 9, lid 3 Verplichting registratie barvrijwilligers + aanwezigheid van lijst van vrijwilligers Geen registratie barvrijwilligers en/of geen afschrift daarvan in de inrichting aanwezig. 1ste constatering: → wijzen op verplichting en mededeling dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat verplichting moet worden nageleefd en waarschuwing dat bij volgende constatering bestuurlijk (last onder dwangsom) wordt opgetreden Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 250,- per geconstateerde overtreding met max. € 500,-. Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 4 Aanwezigheid reglement van paracommerciële rechtspersoon in de inrichting Reglement is niet in de inrichting aanwezig. Idem zoals weergegeven bij artikel 9, lid 3 Idem zoals weergegeven bij artikel 9, lid 3 Artikel 10 Inrichtingseisen De inrichting voldoet niet (meer) aan de inrichtingseisen ingevolge het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet 1ste constatering: → mededeling dat de - de inrichting moet worden aangepast en/of - een verzoek om aanpassing van de vergunning moet worden ingediend - er een schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → (wanneer geen gehoor aan bestuurlijke waarschuwing is gegeven) rapportage constateringen (
niet mogelijk) Bestuurlijke waarschuwing dat binnen bepaalde termijn aan de inrichtingseisen voldaan moet worden en/of – indien van toepassing – de vergunning moet worden aangepast met waarschuwing dat anders vergunning wordt ingetrokken Procedure tot intrekking vergunning o.g.v. artikel 31 lid 1 sub b DHW starten (met inachtneming van art. 4:8 Awb) Artikel 12, lid 1 Verbod verstrekking alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse anders dan in (de vergunning vermelde) horecalokaliteit of op terras Het verstrekken van alcoholhoudende drank (voor gebruik ter plaatse) in een andere ruimte of op een andere plaats dan bij vergunning is toegestaan 1ste constatering: → Mededeling dat verstrekking moet worden gestaakt en dat een schriftelijke bestuurlijke aarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat verstrekking moet worden gestaakt met waarschuwing dat bij een volgende overtreding bestuurlijk (last onder dwangsom) wordt opgetreden Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 2 Verbod verstrekking sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse anders dan in (de vergunning vermelde) slijtlokaliteit Het verstrekken van sterke drank in een andere ruimte dan bij vergunning voor een slijterij is toegestaan Idem zoals weergegeven bij artikel 12, lid 1 Idem zoals weergegeven bij artikel 12, lid 1 Artikel 13, lid 1 Verbod verstrekken van alcoholhoudende drank in horecalokaliteit voor gebruik elders dan ter plaatse Verstrekking alcoholhoudende drank vanuit horecabedrijf voor gebruik elders dan ter plaatse 1ste constatering: → Mededeling dat verstrekking moet worden gestaakt en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat verstrekking moet worden gestaakt met waarschuwing dat bij een volgende overtreding bestuurlijk (last onder dwangsom) wordt opgetreden Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 1000,- per geconstateerde overtreding met max. € 2.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 2 Verbod verstrekken van alcoholhoudende drank in een slijterij voor gebruik ter plaatse, tenzij het betreft proeven op verzoek klant Verstrekken van alcoholhoudende drank in een slijterij voor gebruik ter plaatse, tenzij het betreft proeven op verzoek klant Idem zoals weergegeven bij artikel 13 lid 1 Idem zoals weergegeven bij artikel 13 lid 1 Artikel 14, lid 1 Verbod andere bedrijfsactiviteiten in slijterij De uitoefening van andere bedrijfsactiviteiten dan verkoop van drank en bij AmvB aangewezen producten in een slijterij 1ste constatering: → Mededeling dat andere bedrijfsactiviteiten moeten worden gestaakt en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat verkoop van de betreffende producten moet worden gestaakt met waarschuwing dat bij een volgende overtreding bestuurlijk (last onder dwangsom) wordt opgetreden Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 2 Verbod andere bedrijfsactiviteiten in horecalokaliteit of op terras Het tegelijkertijd uitoefenen van andere bedrijfsactiviteiten dan horeca in een horeca- lokaliteit of op een terras Idem zoals weergegeven in artikel 14, lid 1 Idem zoals weergegeven in artikel 14, lid 1 Artikel 15, lid 1 Verbod kleinhandel in lokaliteit behorende tot een horeca-inrichting tenzij publiek de betreffende ruimte ook kan bereiken zonder eerst de horecalokaliteit te betreden (m.u.v. supermarkten) Situatie waarin slijterij in verbinding met andere verkoopruimte(n) staat (tenzij voldaan wordt aan voorschriften AmvB) 1ste constatering: → mededeling dat óf de slijtersactiviteiten óf de andere verkoopactiviteiten* in de inrichting moeten worden gestaakt en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen * hangt af van de omstandigheden 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat óf de slijtersactiviteiten óf de andere verkoopactiviteiten in de inrichting*moeten worden gestaakt met waarschuwing dat bij een volgende overtreding bestuurlijk (last onder dwangsom) wordt opgetreden * afhankelijk van de situatie moet het één of het ander gebeuren → als verkoopactiviteiten door een ander worden uitgeoefend, dan moeten de slijtersactiviteiten worden stopgezet Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
automaten op hotelkamers) Alcoholverstrekking via automaten Idem zoals weergegeven bij artikel 12, lid 1 Idem zoals weergegeven bij artikel 12, lid 1 Artikel 17 Verbod verstrekking alcoholhoudende drank (voor gebruik elders dan ter plaatse) anders dan in een gesloten verpakking Verstrekking alcoholhoudende drank voor gebruik elders die niet (gesloten) verpakt is Idem zoals weergegeven bij artikel 12, lid 1 Idem zoals weergegeven bij artikel 12, lid 1 Artikel 18, lid 1 Verbod verstrekking van zwakalcoholhoudende drank aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse m.u.v. - supermarkten (in samenhang met verkoop van alcoholvrije drank), - winkels waar levensmiddelen en tabaksartikelen worden verkocht, - cafetaria’s en andere eetgelegenheden. Verstrekking van zwakalcoholhoudende drank aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse (behalve vanuit supermarkten, tabakswinkels en cafetaria’s e.d.) Idem zoals weergegeven in artikel 13, lid 1 Idem zoals weergegeven in artikel 13, lid 1 Artikel 18, lid 3 Verplichting dat zwakalcoholhoudende drank zodanig wordt geplaatst dat deze duidelijk van alcoholvrije drank te onderscheiden zijn (behoudens alcoholvrije alternatieven voor wijn en bier). De zwak- alcoholhoudende en alcoholvrije drank staan door elkaar 1ste constatering: → Mededeling dat aan verplichting moet worden voldaan en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat aan verplichting moet worden voldaan met waarschuwing dat bij een volgende overtreding een last onder dwangsom zal worden opgelegd Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 1 Verbod om gelegenheid te geven sterke drank te bestellen of op bestelling sterke drank af te leveren anders dan in de uitoefening van het slijtersbedrijf of cateringbedrijf Het gelegenheid bieden om sterke drank te bestellen (bijv. via internet) en/of het afleveren van sterke drank op bestelling (tenzij deze bestelling is gedaan bij een slijtersbedrijf of cateringbedrijf) 1ste constatering: → terke drank gestaakt moet worden en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat het op bestelling verkopen en/of afleveren van sterke drank moet worden gestaakt met waarschuwing dat bij een volgende overtreding een last onder dwangsom zal worden opgelegd Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 2 Verbod op gelegenheid bieden tot het doen van bestellingen voor zwakalcoholhoudende drank anders dan vanuit daartoe in lid 2 aangewezen ruimte Het gelegenheid bieden tot het doen van bestellingen voor zwak-alcoholhoudende drank anders dan vanuit daartoe in lid 2 aangewezen ruimte 1ste constatering: → mededeling dat het gelegenheid bieden tot het doen van bestellingen op deze wijze moet worden gestaakt en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat het op bestelling verkopen en/of afleveren van zwak alcoholische drank moet worden gestaakt met waarschuwing dat bij een volgende overtreding een last onder dwangsom zal worden opgelegd Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
Bevoegdheid burgemeester om winkels, warenhuizen of cafetaria’s waar zwakalcoholhoudende drank mag worden verkocht tijdelijk verkoopverbod op te leggen In de betreffende winkel of cafetaria zijn de leeftijdsgrenzen voor de verkoop van zwakalcoholhoudende drank in een periode van 12 maanden 3 keer (of vaker) overtreden 1ste en 2de constatering: → Mededeling dat leeftijdsgrenzen nageleefd moeten worden en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 3de en volgende constateringen → Rapportage van constateringen Bestuurlijke waarschuwing dat leeftijdsgrenzen moeten worden nageleefd en dat bij de 3e overtreding een tijdelijk verkoopverbod wordt opgelegd Besluit oplegging tijdelijk verkoopverbod voor: 1ste keer: 2 weken 2de keer: 4 weken 3de keer (en meer): 12 weken Artikel 20, lid 1 Voor winkels, warenhuizen en cafetaria’s (art. 18 lid 2) in combinatie met artikel 19a Verbod op verstrekking alcoholhoudende drank aan personen onder 18 jaar. Het niet naleven van de leeftijdsgrenzen 1ste constatering: → Mededeling dat leeftijdsgrens nageleefd moeten worden en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de en volgende constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing waarin wordt gewezen op het verbod met waarschuwing dat bij iedere volgende overtreding een
zal worden opgelegd. Besluit Opleggen
s Artikel 20, lid 2 Verbod op aanwezigheid bezoeker onder de 18 jaar in slijteri j (zonder toezicht van persoon van 21 jaar of ouder) Het niet naleven van de leeftijdsgrenzen in slijterijen 1ste constatering: → Mededeling dat leeftijdsgrens nageleefd moeten worden en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing waarin wordt gewezen op het verbod met waarschuwing dat bij een volgende overtreding een last onder dwangsom zal worden opgelegd. Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 1000,- per geconstateerde overtreding met max. € 2.000,-); Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 4 Verplichte aanduiding leeftijdsgrens voor verkoop van alcoholhoudende drank bij de toegang Het ontbreken van een aanduiding (bij de toegang) van de leeftijdsgrenzen voor alcoholverstrekking Idem zoals weergegeven bij artikel 9, lid 3 Idem zoals weergegeven bij artikel 9, lid 3 Artikel 20, lid 5 Verbod op het toelaten van dronken of onder invloed van drugs verkerende personen in een horeca-lokaliteit, slijtlokaliteit of op een terras De aanwezigheid van een dronken of onder invloed van drugs verkerend persoon in een horeca-lokaliteit, slijterij of op het terras van een horecalokaliteit 1ste constatering: → mededeling van de overtreding van het verbod en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → mededeling dat last onder dwangsom wordt opgelegd + rapportage van constateringen (
kan niet) Bestuurlijke waarschuwing dat het verbod is overtreden met waarschuwing dat bij een volgende overtreding een last onder dwangsom zal worden opgelegd Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 250,- per geconstateerde overtreding met max. € 500,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) Artikel 20, lid 6 Verbod om in kennelijke staat van dronkenschap of onder invloed van psychotrope stoffen in een horeca- of slijtlokaliteit dienst te doen Het werken in een horeca- of slijtlokaliteit in kennelijke staat van dronkenschap of invloed van drugs 1ste constatering: → Mededeling van de overtreding van het verbod en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Mededeling dat last onder dwangsom wordt opgelegd + rapportage van constateringen (
kan niet) Bestuurlijke waarschuwing dat het verbod is overtreden met waarschuwing dat bij een volgende overtreding een last onder dwangsom zal worden opgelegd Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) Artikel 21 Verbod op verstrekken alcoholhoudende drank indien redelijkerwijs moet worden vermoed dat dit tot verstoring van openbare orde, veiligheid of zedelijkheid zal leiden Het verstrekken van alcoholhoudende drank wanneer redelijkerwijs er van kan worden uitgegaan dat dit leidt tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid 1ste constatering: → Mededeling dat verstrekking alcoholhoudende drank onmiddellijk gestaakt moet worden + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen (
kan niet) Besluit tot last onder bestuursdwang bij voortzetting van verstrekking (maatregelen om verstoring openbare orde, veiligheid of zedelijkheid te voorkomen) Eventueel besluit tot sluiting inrichting o.g.v. artikel 174 Gemeentewet Artikel 22, lid 1 Verbod op verstrekken van alcoholhoudende drank door benzinestations en in winkels behorende tot benzinestations en in winkels behorende tot een horecabedrijf langs een auto(snel)weg Verkoop van alcoholhoudende drank in (winkels behorende tot) benzinestations en winkels behorende tot een horecalokaliteit langs auto(snel)wegen 1ste constatering: → Mededeling van de overtreding van het verbod en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Mededeling dat last onder dwangsom wordt opgelegd + rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat verkoop tot (zwak-) alcoholische drank moet worden gestaakt met waarschuwing dat bij een volgende overtreding een last onder dwangsom zal worden opgelegd Besluit last onder dwangsom (€ 1000,- per geconstateerde overtreding met een maximum van € 2000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
B opgelegd verbod op verstrekken van alcoholhoudende drank in stadions betaald voetbal en gebouwen van gezondheids- en onderwijs-instellingen en in zwembaden Geen AmvB vastgesteld, dus geen verbod van kracht N.v.t. N.v.t. Artikel 24, lid 1 en 2 Aanwezigheid leidinggevende N.B. Afwezigheid leidinggevende (beheerder) wordt ook benoemd in het HH-arrangement Exploitatievergunning. Wanneer een inrichting over een exploitatievergunning en/of een DHW-vergunning beschikt, is het HH-arrangement DHW van toepassing. Wanneer een inrichting alleen een exploitatievergunning nodig heeft, is het HH-arrangement Exploitatievergunning van toepassing. Geen (op het aanhangsel van een vergunning vermelde) leidinggevende of barvrijwilliger (art. 4 inrichtingen) aanwezig 1ste constatering: mededeling dat leidinggevende (op vergunning) aanwezig moet zijn en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat bij volgende constatering afwezigheid leidinggevende een last onder dwangsom zal worden opgelegd Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 3 Verbod personeel jonger dan 16 jaar Personeel in een horecalokaliteit werkzaam jonger dan 16 jaar 1ste constatering: → mededeling dat in de inrichting geen personeel onder de 16 jaar werkzaam mag zijn en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat bij voortzetting overtreding een last onder dwangsom wordt opgelegd Besluit oplegging van last onder dwangsom (€ 500,- per geconstateerde overtreding met max. € 1.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 1 Verbod op aanwezigheid van alcoholhoudende drank in voor publiek toegankelijke ruimte of andere ruimte anders dan in een slijters- of horecabedrijf, cafetaria of supermarkt Illegale aanwezigheid van alcoholhoudende drank in voor publiek toegankelijke ruimte 1ste constatering → mededeling dat alcoholhoudende drank onmiddellijk verwijderd moet worden zijn en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat bij voortzetting overtreding een last onder dwangsom wordt opgelegd Besluit oplegging van last onder dwangsom (€ 1.000,- per geconstateerde overtreding met max. € 2.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 2 Verbod op het toelaten van het nuttigen van alcoholhoudende drank in een voor het publiek toegankelijke ruimte anders dan in de rechtmatige uitoefening van het horecabedrijf Het nuttigen van alcoholhoudende drank in een voor publiek toegankelijke ruimte waarvoor geen vergunning is verleend 1ste constatering → mededeling aan eigenaar/gerechtigde van het gebouw om het gebruik van alcoholhoudende drank in zijn ruimte onmiddellijk moet worden gestaakt en geen alcoholhoudende drank in het pand aanwezig mag zijn en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat bij voortzetting overtreding een last onder dwangsom wordt opgelegd Besluit oplegging van last onder dwangsom (€ 1.000,- per geconstateerde overtreding met max. € 2.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 3 Verbod aanwezigheid alcoholhoudende drank in vervoermiddel dat wordt gebruikt voor uitoefening van kleinhandel (m.u.v. levering op bestelling en verkoop van levensmiddelen en/of kruidenierswaren) Aanwezigheid van alcoholhoudende drank in verkoopwagen 1ste constatering → mededeling aan rechthebbende dat de alcoholhoudende drank onmiddellijk verwijderd moet worden en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat de verkoop en aanwezigheid van alcoholhoudende drank in/vanuit de verkoopwagen niet is toegestaan en de drank daarom direct verwijderd moet worden met waarschuwing last onder dwangsom Besluit oplegging van last onder dwangsom (€ 1.000,- per geconstateerde overtreding met max. € 2.000,-). Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
, lid 3 Vergunning (met aanhangsel) of afschriften hiervan moeten in de inrichting aanwezig zijn Vergunning (met aanhangsel) of afschrift hiervan zijn niet in de inrichting aanwezig. 1ste constatering: mededeling dat vergunning met aanhangsel (of afschrift hiervan) in de inrichting aanwezig moeten zijn en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 2de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat vergunning met aanhangsel (of afschrift hiervan) in de inrichting aanwezig moeten zijn en waarschuwing dat bij volgende constatering bestuurlijk (last onder dwangsom) wordt opgetreden Besluit oplegging last onder dwangsom (€ 250,- per geconstateerde overtreding met max. € 500,-) (met inachtneming van art. 4:8 Awb) Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
Verplichting melding van wijzigingen in omschrijving vergunningsgegevens Geen melding gedaan van wijzigingen in vergunningsgegevens (binnen één maand) 1ste constatering mededeling dat gegevens aangepast moeten worden + rapportage van constateringen 2de constatering → Rapportage van constateringen Bestuurlijke waarschuwing dat gegevens vergunning aangepast moeten worden met waarschuwing dat anders vergunning ingetrokken wordt Procedure tot intrekking vergunning starten Artikel 35 lid 1 juncto artikel 3 Verbod verstrekken van zwakalcoholhoudende bij festiviteiten/evenementen Het zonder art. 35 ontheffing verstrekken van alcoholhoudende drank bij festiviteiten/evenementen 1ste constatering Bij constatering mondelinge waarschuwing binnen een half uur te ontruimen/verwijderen. 2de constatering → Na ingebrekestelling en consultatie burgemeester, spoedbestuursdwang toepassen Besluit tot toepassen spoedbestuursdwang (art. 5:31 Awb) Artikel 35 lid 1 juncto artikel 3 Het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank bij een aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard waarvoor ontheffing is verleend mits de verstrekking geschiedt onder onmiddellijke leiding van een persoon die de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt en die in enig opzicht niet van slecht levensgedrag is en de naam op de ontheffing is vermeld. Het verstrekken van alcoholhoudende drank in strijd met de randvoorwaarden uit lid 1 1ste constatering Mondelinge waarschuwing binnen een half uur de overtreding op te heffen. 2de constatering → Na ingebrekestelling en consultatie burgemeester, spoedbestuursdwang toepassen + rapportage opstellen Besluit tot intrekken ontheffing en toepassen spoedbestuursdwang (art. 5:31 Awb) Artikel 35, lid 2 Verplichting te voldoen aan de aan de ontheffing verbonden beperkingen en voorschriften Het niet naleven van de aan de ontheffing verbonden beperkingen of voorschriften Een ernstige overtreding is in ieder geval het schenken van (zwak)alcoholhoudende dranken aan een persoon jonger dan 18 jaar en/of wanneer de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid dreigt te worden (of is) verstoord. Bij een geringe overtreding 1ste constatering mondelinge waarschuwing binnen een half uur de overtreding op te heffen 2de constatering → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bij een ernstige overtreding 1ste constatering mondelinge waarschuwing binnen een half uur de overtreding op te heffen. 2de constatering → Na ingebrekestelling en consultatie burgemeester, spoedbestuursdwang toepassen + rapportage opstellen + opstellen boeterapport Besluit oplegging preventieve last onder dwangsom (€ 250,- per geconstateerde overtreding met max. € 500,-) (met inachtneming van art. 4:8 Awb) Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
Besluit tot intrekken ontheffing en toepassen spoedbestuursdwang (art. 5:31 Awb) +
, lid 4 Ontheffing of afschrift aanwezig hebben Geen ontheffing of afschrift daarvan aanwezig 1ste constatering: wijzen op overtreding en in de gelegenheid stellen om binnen een half uur de ontheffing of afschrift op te halen 2de constatering: → Na ingebrekestelling mededeling dat ontheffing of afschrift aanwezig moet zijn en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 3de constatering: → Rapportage van constateringen Constateringen: → Opstellen boeterapporten Bestuurlijke waarschuwing dat ontheffing of afschrift aanwezig moet zijn en waarschuwing dat bij volgende constatering bestuurlijk (last onder dwangsom) wordt opgetreden Besluit oplegging preventieve last onder dwangsom (€ 250,- per geconstateerde overtreding met max. € 500,-) (met inachtneming van art. 4:8 Awb) Na verbeuren van de maximale dwangsom volgt bij een volgende constatering een andere en zwaardere bestuurlijke maatregel (met inachtneming van art. 4:8 Awb) +
Opgeven gegevens ter zake van een aanvraag vergunning of ontheffing Onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken* * bij opzet kan aangifte worden gedaan worden bij de politie van valsheid in geschrifte 1ste constatering: wijzen op overtreding en in de gelegenheid stellen juiste en volledige gegevens te verstrekken + rapportage van constateringen 2de en volgende constateringen: → nog geen juiste en volledige gegevens verstrekt dan wijzen op overtreding en dat schriftelijke bestuurlijke waarschuwing volgt + rapportage van constateringen 3de constatering: → Opstellen boeterapport Bestuurlijke waarschuwing dat geen juiste en volledige gegevens zijn verstrekt en waarschuwing dat bij volgende constatering een
wordt opgelegd. Besluit opleggen
Het aanwezig hebben of voor consumptie gereed hebben van alcoholhoudende drank op voor publiek toegankelijke plaatsen mits degenen de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt (zie wettekst) Alleen proces-verbaal mogelijk (strafrecht). Straf is geldboete van de eerste categorie (zie artikel 23 Wetboek van Strafrecht) 2.4.SANCTIESTRATEGIE WET OP DE KANSSPELEN Wanneer een bijzonder opsporingsambtenaar van de gemeente of algemeen opsporingsambtenaar van de politie een overtreding constateert, wordt de aangegeven acties volgens het onderstaande handhavingsarrangement uitgevoerd. Hierop is de Awb van toepassing, wat betekent dat voordat besloten wordt tot intrekking van de vergunning of het opleggen van een dwangsom of een last onder bestuursdwang, de vergunninghouder eerst een voornemen van dat besluit krijgt, en zijn zienswijze daarover naar voren kan brengen. Tevens wordt in het voornemen van dat besluit kenbaar gemaakt dat er rechtsmiddelen openstaan: bezwaar en beroep. Indien herhaald strijdig wordt gehandeld met artikel 31 lid 2 DHW kan de Kansspelvergunning ook worden ingetrokken. Er zijn maximaal twee kansspelautomaten in een hoogdrempelige inrichting toegestaan. 2.5.HANDHAVINGSARRANGEMENT WET OP DE KANSSPELEN Overtreding of incident Toezichthouder Burgemeester Aanwezigheid van kansspeelautoma(a)t(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.