Verordening op de heffing en de invordering van Grafrechten 2018De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 december 2017; gelet op artikel 229 Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van Grafrechten 2018 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van een overledene; algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het ondergronds doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; begraafplaats: iedere bij de gemeente Súdwest-Fryslân in eigendom, beheer en onderhoud zijnde begraafplaats; begraven: het ter aarde bestellen van een overledene in een particulier graf of een algemeen graf; het plaatsen van urnen of bussen met as van een gecremeerde overledene: in of op een particulier graf of een particulier urnengraf; in een algemeen graf of een algemeen urnengraf; in een urnennis; columbarium: een urnengalerij met urnennissen; gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend; graf: gegraven kuil of gemetselde of ommuurde, al dan niet ondergrondse, ruimte dienend tot laatste rustplaats van een overledene; grafbedekking: monumenten, gedenktekens, grafstenen, afdekplaten, voorwerpen en / of grafbeplanting op een graf; grafkelder: al dan niet onderaards gemetselde of ommuurde ruimte dienend tot laatste rustplaats van een overledene; kindergraf: een graf voor het begraven van het stoffelijk overschot van een overleden kind beneden de leeftijd van twaalf jaar; nis: uitholling in een urnenwand of columbarium voor het plaatsen van asbussen, met of zonder sierurnen; particulier graf: een graf, een grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het: doen begraven en begraven houden van overledenen; al dan niet ondergronds doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; doen verstrooien van as; particulier urnengraf: een graf, een grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het, al dan niet ondergronds: doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen, met of zonder urnen; doen verstrooien van as; particuliere gedenkplaats: gedeelte van de begraafplaats waar een gedenkplaatje van 20x10 centimeter kan worden aangebracht ter herinnering aan een overledene die op de begraafplaats of elders is verstrooid; rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of een particulier urnengraf; urn: een voorwerp ter berging van één (of meer) asbus(sen); urnennis: een bij de eigenaar / beheerder van een begraafplaats in beheer zijnde nis waarin de gelegenheid wordt geboden tot het bovengronds bijzetten van asbussen, met of zonder sierurnen; urnentuin: een op een begraafplaats aangelegde ruimte uitsluitend bestemd voor urnengraven; verstrooiingsplaats: een plaats waarop de as kan worden verstrooid; Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: het lichten van een lijk op rechtelijk gezag; het begraven van een lijk van een levenloos of pasgeboren kind, dat tegelijk met de bij of kort na de bevalling overleden moeder in dezelfde grafruimte wordt begraven. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 8 en 9 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. Andere rechten, anders dan onderhoudsrechten als bedoeld in hoofdstuk 8 en 9 van in de tarieventabel, worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 8 en 9 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar. De rechten, anders dan onderhoudsrechten als bedoeld in hoofdstuk 8 en 9 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het "Reglement voor de automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente Súdwest-Fryslân", dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Voor zover de rechten worden geheven door middel van een schriftelijk kennisgeving moeten de rechten, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening de schriftelijke kennisgeving. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de grafrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de grafrechten. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel De ‘Verordening grafrechten 2018' van 17 november 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.