Damoclesbeleid gemeente Kerkrade 2017Beleidsregels van de burgemeester van Kerkrade voor de toepassing van artikel 13b Opiumwet bij woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende bouwwerken en/of erven Achtergrond Op 1 december 2007 is een wijziging van de Opiumwet in werking getreden. Met die wijziging heeft de Wetgever een nieuw artikel 13b in het leven geroepen. Dit artikel heeft de burgemeester de bevoegdheid gegeven om een last onder bestuursdwang op te leggen indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven hard- of softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. De aanleiding van de invoering van het artikel in kwestie was, kort samengevat, gelegen in het feit dat het tot dan toe gebruikte instrument (artikel 174a van de Gemeentewet) niet toereikend werd geacht voor een slagvaardig optreden tegen de aanwezigheid van verdovende middelen in woningen en lokalen. Dit vanwege het feit dat bij de toepassing van artikel 174a Gemeentewet door het bevoegd gezag steeds de verstoring van de openbare orde als gevolg van de aanwezigheid van verdovende middelen aangetoond diende te worden. Voornoemde verstoring hoeft bij de toepassing van artikel 13b niet meer aangetoond te worden. De enkele constatering van overtreding van het in de artikelen 2 en/of 3 van de Opiumwet bepaalde maakt dat toepassing van artikel 13b mogelijk is. Naar aanleiding van het voorgaande, heeft de burgemeester reeds in het verleden beleid vastgesteld omtrent de toepassing van artikel13b Opiumwet. De tot op heden meest actuele versie daarvan betreft het “Damoclesbeleid gemeente Kerkrade 2014. Dit beleid is vastgesteld op 16 juli 2014, gepubliceerd op 30 juli 2014, in werking getreden op 31 juli 2014 en omvatte een forse aanscherping ten opzichte van het tot dan geldende beleid. Gelet op het navolgende, bestaat thans de noodzaak om het “Damoclesbeleid gemeente Kerkrade 2014” te actualiseren. Verdovende middelen in Kerkrade De burgemeester van Kerkrade past artikel 13b Opiumwet toe sinds de inwerkingtreding daarvan. De afgelopen jaren ontvangt de burgemeester zeer regelmatig rapportages van politie, waarin melding wordt gemaakt van het aantreffen van verdovende middelen in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven. In 2015 heeft de burgemeester op basis van ontvangen rapportages maar liefst 77 keer (33 waarschuwingen en 44 pandsluitingen) het gemeentelijk damoclesbeleid toegepast. In 2016 betrof dit 68 (17 waarschuwingen en 51 sluitingen) keer. De ontvangen rapportages hadden betrekking op zowel de productie van- als handel in verdovende middelen, waarbij het overgrote merendeel betrekking had op hennep. Verder heeft de gemeente Kerkrade sinds 2011 een gemeentelijk meldpunt waar inwoners drugsoverlast kunnen melden. Voornoemd meldpunt heeft van 2015 tot eind 2016 maar liefst 399 drugsoverlastmeldingen ontvangen, waarvan om en nabij de 65% direct te relateren was aan woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven. Tenslotte heeft de productie c.q. teelt van verdovende middelen in panden in Kerkrade de afgelopen jaren meermaals tot gevolg gehad dat grootschalig optreden van diverse hulpdiensten noodzakelijk is gebleken. Te denken valt daarbij aan het aantreffen van een lab voor de productie van synthetische drugs (december 2015) en een aantal (grote) woningbranden, veroorzaakt door een hennepplantage (juli 2015, december 2016 en oktober 2017.) Noodzaak tot aanscherping bestaand beleid m.b.t. toepassing art. 13b Opiumwet Mede gelet op het voorgaande, moge duidelijk zijn dat de aanwezigheid van verdovende middelen in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende bouwwerken en/of erven de nodige impact heeft voor de gemeente Kerkrade en haar inwoners. Als gevolg van deze aanwezigheid ontstaan er gevoelens van onveiligheid en komt op diverse plaatsen binnen de gemeente de openbare orde en veiligheid, alsmede het geordend woon- en leefklimaat in het geding. Tegelijk signaleert de burgemeester dat bovenstaande ontwikkeling zich voordoet, ondanks het feit dat hij reeds geruime tijd, conform het tot op heden geldend “Damoclesbeleid gemeente Kerkrade 2014” , gebruik maakt van de mogelijkheden die artikel 13b van de Opiumwet hem biedt. Een oorzaak hiervan kan gelegen zijn in het gegeven dat de gemeente Kerkrade een grensgemeente is en daarmee een aanzuigende werking heeft op gebruikers, producenten en handelen van verdovende uit het buitenland, met name Duitsland. Voorts heeft het overschot aan leegstaande bedrijfs- en woonruimte en de relatief goedkope huur- en koopprijzen in Kerkrade mogelijk tot gevolg dat woon- en bedrijfsruimte in Kerkrade aantrekkelijk zijn voor criminelen. Het voorgaande maakt een strenge handhaving noodzakelijk teneinde de openbare orde en veiligheid en een geordend woon- en leefklimaat te borgen. Tenslotte is het tot op heden geldende Damoclesbeleid relatief gedateerd. Bij een actualisering kunnen opgedane ervaringen bij de toepassing daarvan en ontwikkelingen, die zich in de jurisprudentie hebben voorgedaan, worden meegenomen. Het voorgaande maakt dat de burgemeester een actualisering en aanscherping van het tot op heden geldende beleid ten aanzien van de toepassing van artikel 13b Opiumwet noodzakelijk acht. Inhoud van de actualisatie en aanscherping Kort samengevat, omvatten de huidige actualisatie en aanscherping van het tot op heden geldende beleid ten aanzien van de toepassing van artikel 13b Opiumwet het volgende: - De geldende sluitingstermijnen worden vermeld in weken in plaats van in maanden; - De geldende sluitingstermijnen inzake handelshoeveelheden softdrugs in woningen en lokalen (en daartoe behorende erven/bouwwerken) worden verlengd; - De indicatoren, als bedoeld in artikel 4, lid 3, worden aangepast c.q. uitgebreid; - Het beleid ten aanzien van het aantreffen van verdovende middelen op een erf of in een bouwwerk behorende bij een woning of lokaal, wordt verduidelijkt; - De relatie met het gemeentelijk Victoriabeleid wordt verduidelijkt. Verbanden met coffeeshopbeleid Voorliggend beleid is niet van toepassing op de legale verkooppunten van softdrugs c.q. coffeeshops. Met een legaal verkooppunt van softdrugs wordt bedoeld een verkooppunt dat zowel over een van gemeentewege verleende rechtsgeldige exploitatievergunning beschikt als over een van gemeentewege verleende gedoogverklaring. Op legale verkooppunten van softdrugs is het “Handhavingsbeleid gedoogde coffeeshops Kerkrade 2013” van toepassing. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat voorliggend beleid wel van toepassing is op illegale verkooppunten van softdrugs c.q. coffeeshops die niet over voornoemde exploitatievergunning en gedoogverklaring beschikken. Verbanden met Victoriabeleid In gevallen waarin - naast voorliggend beleid - tevens het gemeentelijk Victoriabeleid (beleid omtrent toepassing van art. 174a van de Gemeentewet) van toepassing is, gaat toepassing van het voorliggend beleid voor op de toepassing van het gemeentelijk Victoriabeleid. Toekomstige aanpassingen gemeentelijk Damoclesbeleid Thans is een wetsvoorstel tot wijziging van de Opiumwet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal aanhangig, dat beoogt te regelen om de thans bestaande sluitingsbevoegdheid ingevolge artikel 13b van de Opiumwet uit te breiden. Thans bestaat de bevoegdheid ingevolge artikel 13b enkel in gevallen waarin er een middel als bedoeld in Lijst I (harddrugs) of Lijst II (softdrugs) wordt aangetroffen. Het wetsvoorstel beoogt deze sluitingsbevoegdheid uit te breiden naar gevallen waarin stoffen, materialen, voorwerpen en dergelijke worden aangetroffen, die bedoeld zijn voor de productie en/of handel van verdovende middelen. Indien dit wetsvoorstel op enig moment leidt tot een wijziging van (artikel 13b) van de Opiumwet, kan dit voor de burgemeester aanleiding zijn om voorliggend Damoclesbeleid opnieuw te actualiseren. Beleidsregels Artikel1Toepassing art. 13b Opiumwet 1.Indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven of bouwwerken een handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) of lijst II (Softdrugs) van de Opiumwet wordt vervaardigd of geteeld, verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, maakt de burgemeester gebruik van de hem ingevolge art. 13b van de Opiumwet toekomende bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang. Indien een voornoemd middel wordt aangetroffen op een erf of in een bouwwerk behorende bij een woning of lokaal, dan vindt de toepassing van bestuursdwang tevens plaats ten aanzien van de woning of het lokaal waartoe het erf of bouwwerk naar het oordeel van de burgemeester redelijkerwijs behoort. 2.In afwijking van het in lid 1 bepaalde, vindt toepassing van de in lid 1 genoemde bevoegdheid niet plaats indien: - er sprake is van een geval als bedoeld in art. 13b, lid 2 van de Opiumwet; of - het naar het oordeel van de burgemeester aannemelijk is dat de betreffende verdovende middelen een hoeveelheid voor eigen gebruik – en daarmee aldus geen handelshoeveelheid – betreft. Voor wat betreft de betekenis van de termen “hoeveelheid voor eigen gebruik” en “handelshoeveelheid” wordt aansluiting gezocht bij de heersende lijn in de jurisprudentie omtrent dat onderwerp. Een hoeveelheid verdovende middelen die kennelijk bedoeld is c.q. was voor de handel wordt – ongeacht de feitelijke hoeveelheid – te allen tijde gezien als een handelshoeveelheid. 3.Toepassing van de in lid 1 genoemde bevoegdheid vindt, afhankelijk van de vragen of het hard- dan wel sofdrugs en of het een lokaal dan wel woning betreft, plaats conform de in Bijlage I opgenomen Handhavingsmatrix A (harddrugs in/bij lokalen en woningen), B (softdrugs in/bij lokalen) of C (softdrugs in/bij woningen). 4.Indien tegelijkertijd zowel een middel als bedoeld in Lijst I als Lijst II van de Opiumwet wordt aangetroffen, dan vind toepassing van de in lid 1 genoemde bevoegdheid plaats conform de wijze die de betreffende Handhavingsmatrix voor middelen als bedoeld in Lijst I voorschrijft. Artikel2Algemene regels m.b.t. toepassing art. 13b Opiumwet 1.Er wordt enkel toepassing gegeven aan de sluitingsbevoegdheid op basis van Artikel 13b Opiumwet en de daarmee samenhangende maatregelen op basis van schriftelijke bewijsstukken c.q. rapportage(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.