. 1.Als tussentijds een vacature in het Algemeen Bestuur ontstaat, wijst de deelnemer in zijn eerstvolgende vergadering of ten spoedigste daarna een nieuw lid aan. 2.Een lid van het Algemeen Bestuur kan door de deelnemer die hem heeft aangewezen ontslag worden verleend of worden geschorst als dit lid het vertrouwen van die deelnemer niet meer bezit. Het ontslag gaat onmiddellijk in. 3.Van elke aanwijzing, schorsing of ontslag geeft de deelnemer die het aangaat terstond kennis aan de voorzitter. 4.Een lid van het Algemeen Bestuur kan ontslag nemen. Hij stelt de voorzitter en de deelnemer die hem heeft aangewezen hiervan tijdig op de hoogte. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien. 5.Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt van rechtswege zodra het lid geen lid meer is van de deelnemer die hem heeft aangewezen of zodra de deelnemer die hem heeft aangewezen uittreedt. 6.Het eerste tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden. Artikel13.Werkwijze 1.Het Algemeen Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt of twee leden van het Algemeen Bestuur daarom verzoeken, alsmede indien het Dagelijks Bestuur daarom verzoekt, doch ten minste twee maal per jaar. 2.In de vergadering van het Algemeen Bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als ten minste de helft van de leden aanwezig is. 3.Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop het tweede lid en artikel 11, vijfde lid, niet van toepassing zijn. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag. 4.In een vergadering als bedoeld in het derde lid is artikel 11, vijfde lid, van toepassing op besluiten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd. 5.Het Algemeen Bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. Artikel14.Bevoegdheden 1.Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en de jaarrekening vast. 2.Het Algemeen Bestuur kan bevoegdheden overdragen aan het Dagelijks Bestuur met uitzondering van de bevoegdheden tot het vaststellen van de begroting en wijziging en actualisatie daarvan en de vaststelling van de jaarrekening. 3.Het Algemeen Bestuur kan instructies geven voor de werkwijze van het Dagelijks Bestuur. 4.Het Algemeen Bestuur beslist over alle andere aangelegenheden waarvoor de bevoegdheid niet op grond van de Wet of deze regeling aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter toekomt. Hoofdstuk4.Dagelijks Bestuur Artikel15.Samenstelling en stemverhouding 1.Het Dagelijks Bestuur bestaat naast de voorzitter uit vier andere leden. 2.De aanwijzing van de leden van het Dagelijks Bestuur geschiedt op basis van gezamenlijke voordrachten van de leden van het Algemeen Bestuur die zijn aangewezen door: burgemeester en wethouders van Duiven, Rijnwaarden, Westervoort en Zevenaar; burgemeester en wethouders van Doesburg, Renkum, Rheden en Rozendaal; burgemeester en wethouders van Lingewaard en Overbetuwe; burgemeester en wethouders van Arnhem; Gedeputeerde Staten. 3.In afwijking van het tweede lid doet de deelnemer of de groep van deelnemers als bedoeld in het tweede lid waaruit de voorzitter afkomstig is geen voordracht. 4.De leden van het Dagelijks Bestuur hebben ieder een stem. Ingeval van het staken van de uitgebrachte stemmen is de stem van de voorzitter beslissend. Artikel16.Aanwijzing, schorsing en ontslag leden Dagelijks Bestuur 1.Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden de andere leden van het Dagelijks Bestuur als bedoeld in artikel 15, eerste lid, aan. 2.Het lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur eindigt zodra het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt of wanneer een ontslag uit het Dagelijks Bestuur ingaat. 3.Als tussentijds een vacature in het Dagelijks Bestuur ontstaat, wijst het Algemeen Bestuur in zijn eerstvolgende vergadering of ten spoedigste daarna een nieuw lid aan. 4.Een lid van het Dagelijks Bestuur, niet zijnde de voorzitter, kan te allen tijden ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het Algemeen Bestuur. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien. 5.Het Algemeen Bestuur kan een lid van het Dagelijks Bestuur, niet zijnde de voorzitter, ontslag verlenen of schorsen als dat lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. Het ontslag gaat onmiddellijk in. Artikel17.Werkwijze 1.Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of een lid van het Dagelijks Bestuur hierom verzoekt. 2.Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. 3.In de vergadering van het Dagelijks Bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten als meer dan de helft van de leden aanwezig is. 4.Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, schrijft de voorzitter een nieuwe vergadering uit waarop het derde lid niet van toepassing is. Tussen de twee vergaderingen zit minimaal een werkdag. 5.In een vergadering als bedoeld in het derde lid kan alleen worden beraadslaagd en besloten over andere aangelegenheden dan die waarvoor de oorspronkelijke vergadering was belegd indien meer dan de helft van de leden aanwezig is. 6.De vergaderingen van het Dagelijks Bestuur zijn niet openbaar. Artikel18.Bevoegdheden 1.Het Dagelijks Bestuur is belast met en bevoegd tot het voeren van het Dagelijks Bestuur, waaronder in ieder geval wordt verstaan: het voorbereiden van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter beraadslaging en besluitvorming wordt voorgelegd; het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur; het voorstaan van de belangen van de regeling en het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met het Dagelijks Bestuur van belang is; het beheer van activa en passiva van het openbaar lichaam; het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht en bezit; 2.Het Dagelijks Bestuur bepaalt de wijze waarop de directeur bij verhindering of ontstentenis wordt vervangen. 3.Het Dagelijks Bestuur stelt voor de directeur een instructie vast die ten minste de taken van de directeuren de aansturing van het personeel betreft. 4.Het Dagelijks Bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel, waaronder begrepen de directeur . Onder benoeming van personeel wordt tevens verstaan de tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 5.Het Dagelijks Bestuur stelt een regeling vast omtrent de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, alsmede de rechtspositieregelingen voor de directeur en het overige personeel. 6.Het Dagelijks Bestuur is bevoegd tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten met uitzondering van privaatrechtelijke handelingen als bedoeld in artikel 55a van de Wet en artikel 9 van de regeling. 7.Het Dagelijks Bestuur is bevoegd tot het voeren van rechtsgedingen namens de regeling, tenzij het Algemeen Bestuur in bepaalde gevallen anders beslist. Hoofdstuk5.Voorzitter Artikel19.Voorzitter 1.Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan. 2.Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan die de voorzitter vervangt bij diens verhindering of ontstentenis. 3.Op voordracht van ten minste drie leden kan het Algemeen Bestuur de voorzitter uit zijn functie als voorzitter zetten. 4.De voorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het Algemeen Bestuur. Het ontslag gaat in zodra in opvolging is voorzien. 5.Als tussentijds de functie van de voorzitter vacant wordt, wijst het Algemeen Bestuur in zijn eerstvolgende vergadering of ten spoedigste daarna de nieuwe voorzitter aan. 6.De voorzitter is lid van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. Artikel20.Bevoegdheden 1.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. 2.De voorzitter en de secretaris ondertekenen gezamenlijk de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. 3.De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. Artikel21.Samenwerking tussen uitvoeringsdiensten 1.De voorzitter voert geregeld overleg met de voorzitters van de Dagelijkse Besturen van de andere regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland. Het overleg heeft als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de uitvoeringsdiensten. 2.De voorzitters wijzen uit hun midden een voorzitter van het overleg aan. 3.Het overleg doet zo nodig voorstellen aan de deelnemers voor de programmering van bovenregionale taken. Hoofdstuk6.Informatie en verantwoording Artikel22.Dagelijks Bestuur en voorzitter ten opzichte van het Algemeen Bestuur 1.De leden van het Dagelijks Bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2.Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3.Zij geven tezamen en ieder afzonderlijk inlichtingen aan het Algemeen Bestuur wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt. Artikel23.Algemeen en Dagelijks Bestuur ten opzichte van de gemeenteraden en Provinciale Staten 1.Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter geven aan de gemeenteraden en Provinciale Staten gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2.Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter verstrekken aan de gemeenteraden en Provinciale Staten alle inlichtingen die door een of meer leden van die gemeenteraden of Provinciale Staten worden verlangd. 3.Een lid van het Algemeen Bestuur geeft alle inlichtingen waarom is verzocht door een of meer leden van de gemeenteraad van de deelnemer die hem heeft aangewezen, respectievelijk een of meer leden van Provinciale Staten in het geval het lid is aangewezen door Gedeputeerde Staten. Hij is bovendien aan de gemeenteraad of Provinciale Staten verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde bestuur. Artikel24.Leden Algemeen Bestuur ten opzichte van deelnemers 1.Een lid van het Algemeen Bestuur verschaft de deelnemer die hem als lid heeft aangewezen alle inlichtingen die door die deelnemer of door een of meer leden van die deelnemer worden verlangd. 2.Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het Dagelijks Bestuur. 3.Een lid van het Algemeen Bestuur is de deelnemer die hem als lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die deelnemer aangegeven wijze. Hoofdstuk7.Directeur Artikel25.Directeur 1.De directeur is hoofd van de ambtelijke organisatie. 2.De directeur is ambtelijk secretaris van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur en staat het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. 3.De directeur is tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur aanwezig. 4.De directeur ondertekent als ambtelijk secretaris mede de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. Artikel26.Samenwerking tussen uitvoeringsdiensten 1.De directeur voert geregeld overleg met de directeuren van de andere regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland. Het overleg heeft als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de diensten. 2.De directeuren wijzen uit hun midden een voorzitter van het overleg aan. Hoofdstuk8.
.
Hoofdstuk9.Financiële bepalingen Artikel28.Begrotingsprocedure 1.De vaststelling van de begroting door het Algemeen Bestuur, zoals bedoeld in artikel 58, eerste lid, van de Wet geschiedt niet eerder dan 8 weken nadat deze aan de raden en staten van de deelnemers is verzonden in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 59, eerste lid, van de Wet zorgt het Dagelijks Bestuur vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient voor de in dat lid bedoelde toezending van de ontwerpbegroting vergezeld van een behoorlijke toelichting. 3.In de begroting wordt het door elk van de deelnemers over het desbetreffende jaar verschuldigde bedrag opgenomen. 4.Het Dagelijks Bestuur houdt bij het opstellen van de ontwerpbegroting rekening met de door Provinciale Staten en de gemeenteraden opgestelde begrotingsrichtlijnen. 5.De ontwerpbegroting wordt door de deelnemers voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. 6.Provinciale Staten en de gemeenteraden vergaderen niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving over de ontwerpbegroting. Zij kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt deze zienswijzen, voorzien van zijn reactie, toe aan de ontwerpbegroting zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 7.Terstond na de vaststelling van de begroting zendt het Algemeen Bestuur de begroting aan Provinciale Staten en de gemeenteraden, die ter zake bij de minister hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8.Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de minister. 9.Bij een actualisatie van de begroting wordt de begroting door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Actualisaties worden ter informatie verstuurd naar de gemeenteraden en Provinciale Staten. 10.Het Algemeen Bestuur stelt vast of er sprake is van een wijziging of actualisering. 11.De leden 1 tot en met 8 zijn, met uitzondering van de daarin genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Artikel29.Jaarrekening 1.De vaststelling van de jaarrekening als bedoeld in artikel 58, derde lid, van de Wet geschiedt vóór 1 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2.Artikel 28 leden 2 en7 van de regeling zijn van overeenkomstige toepassing. 3.Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 15 juli aan de minister. 4.Vaststelling van de rekening strekt het Dagelijks Bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 5.In de rekening wordt het door elk van de deelnemers over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 6.Verrekening van het verschil tussen hetgeen op grond van artikel 10 van deze regeling is bepaald enerzijds en hetgeen op basis van de rekening is verschuldigd anderzijds vindt plaats zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de rekening. Artikel30.Verdeling saldo 1.Een batig saldo van de begroting of jaarrekening wordt toegevoegd aan de Algemene reserve tot een maximum van 5% van de jaarlijkse exploitatielasten of € 500.000 en wel de laagste van deze twee. 2.Voor specifieke doeleinden kan het Algemeen Bestuur besluiten tot het instellen van een bestemmingsreserve. 3.Een uit te keren batig saldo wordt verdeeld naar rato van de stemverhouding. 4.Het Algemeen Bestuur beslist of een nadelig saldo in de jaarrekening: geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal worden gebracht; of geheel of gedeeltelijk ten laste van de deelnemers zal worden gebracht naar rato van hun stemverhouding. 5.Het besluit, zoals bedoeld in het vierde lid, sub b, van dit artikel, behoeft 67 stemmen. Hoofdstuk10. Archief Artikel31.Zorg en beheer archief 1.Ten aanzien van de zorg voor de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer stelt het Algemeen Bestuur een archiefverordening vast. 2.De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van het openbaar lichaam. 3.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het Algemeen Bestuur een archiefbewaarplaats aan. 4.Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg als bedoeld in het eerste lid. Hoofdstuk11.Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel32.Toetreding 1.De deelnemers zijn bevoegd te beslissen over toetreding van nieuwe deelnemers tot de regeling. Het Algemeen Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld hierover zijn zienswijze bekend te maken. 2.De deelnemers regelen de voorwaarden voor toetreding. Artikel33.Uittreding 1.Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer, doch niet eerder dan na vijf jaar na de eerste inwerkingtreding van de regeling. 2.Het besluit tot uittreding wordt niet later genomen dan een jaar voorafgaand aan de datum waarop de uittreding plaatsvindt. Uittreding is slechts mogelijk met ingang van 1 januari. 3.Uittreding is slechts mogelijk onder de voorwaarde dat tussen het openbaar lichaam en de uittredende deelnemer voor de resterende financiële verplichtingen van de uittredende deelnemer een vaststellingsovereenkomst wordt gesloten. 4.De vaststellingsovereenkomst als bedoeld in het derde lid behoeft 67 stemmen. 5.Het Dagelijks Bestuur ziet toe op de uittreding en de vereffening van de financiële verplichtingen. Artikel34.Wijziging en opheffing 1.De regeling kan tussentijds worden gewijzigd of opgeheven. Een besluit hiertoe behoeft 67 stemmen. 2.Deelnemers en het Algemeen Bestuur zijn bevoegd een wijziging in de regeling aan de deelnemers in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel. Het Dagelijks Bestuur zendt het voorstel van het Algemeen Bestuur toe aan de deelnemers. 3.Onder wijziging als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan een wijziging van inbreng van een deelnemer, tenzij het Dagelijks Bestuur dit als een wijziging bestempelt of als sprake is van een of meer van de volgende situaties: invloed op de continuïteit van de bedrijfsvoering of invloed op het algemene bedrijfsbelang of bij consequenties voor de stemverhouding van meer dan 1 staffel. Het Dagelijks Bestuur stelt voor de situaties als bedoeld in dit artikellid nadere spelregels op, welke ter kennisgeving aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd. 4.Het Dagelijks Bestuur stelt het Algemeen Bestuur in kennis van de situaties die niet als wijziging worden beschouwd als bedoeld in het derde lid. 5.Ingeval van opheffing van de regeling stelt het Algemeen Bestuur vooraf, na overleg met de deelnemers, een liquidatieplan vast waarin in ieder geval wordt aangegeven wat de gevolgen zijn die de beëindiging heeft voor het personeel en de wijze waarop het positieve of negatieve saldo van het openbaar lichaam over de deelnemers wordt verdeeld. 6.Het Dagelijks Bestuur is belast met de vereffening van de financiële verplichtingen. 7.De organen van de regeling blijven in functie totdat de liquidatie is voltooid. Hoofdstuk12.Klachten Artikel35.Klachtenregeling Het Algemeen Bestuur stelt, met inachtneming van hoofdstuk 9, titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, een interne klachtenregeling vast. Hoofdstuk13.Slot- en overgangsbepalingen Artikel36.
.Informatievoorziening 1.Het openbaar lichaam zorgt ervoor dat de deelnemers op ieder moment kunnen beschikken over informatie met betrekking tot de in hoofdstuk 2 van deze regeling genoemde taken waarvoor zij het bevoegde bestuursorgaan zijn. 2.Ten aanzien van de taken als bedoeld in hoofdstuk 2 van deze regeling geldt dat de wijze van benadering en ontsluiting van de op die taken betrekking hebbende informatie door het openbaar lichaam is afgestemd met die van de andere regionale uitvoeringsdiensten in Gelderland. Artikel38.Inwerkingtreding 1.De regeling treedt in werking een dag nadat deze op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. 2.Gedeputeerde Staten dragen zorg voor de in artikel 53 van de Wet bedoelde toezending en publicatie. 3.Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging, of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding. Artikel39.Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel40.
.Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Arnhem.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.