Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard 2018De raad van de Gemeente Krimpenerwaard; gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet, de omgevingswet, besluit activiteiten leefomgeving, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; Besluit vast te stellen de: Algemene plaatselijke verordening 2018 (Bijgewerkt tot en met de wijziging vastgesteld door de raad op 9 januari 2024) Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1:1Definitie In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluitten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan. Artikel1:2Beslistermijn Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in deze verordening een andere beslistermijn is vastgesteld. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel1:3Indiening aanvraag [vervallen] Artikel1:4Voorschriften en beperkingen Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of indien de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel1:7Termijnen De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel1:8Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: de openbare orde; de openbare veiligheid; de volksgezondheid; de bescherming van het milieu. 2.Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3.In afwijking van het tweede lid kan een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 worden geweigerd als de aanvraag is ingediend na de in artikel 2:25d, eerste lid genoemde termijn. Hoofdstuk2Openbare Orde Afdeling1 Bestrijding van ongeregeldheden Artikel2:1Samenscholing en ongeregeldheden Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing of in groepsverband dan wel afzonderlijk onnodig op te dringen, andere lastig te vallen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. Degene die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie, of een daartoe aangewezen Buitengewoon opsporingsambtenaar, zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties . Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling2 Betoging Artikel2:2Gereserveerd Artikel2:3Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. De kennisgeving bevat: naam en adres van degene die de betoging houdt; het doel van de betoging; de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. Voor zover van toepassing het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. Artikel2:4Gereserveerd Artikel 2:5 Gereserveerd Afdeling3 Verspreiden van gedrukte stukken Artikel2:6Gereserveerd Afdeling4 Vertoningen e.d. op de weg Artikel 2:7 Gereserveerd Artikel2:8Gereserveerd Artikel 2:9 Gereserveerd Afdeling5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel2:10Voorwerpen op, aan of boven de weg of een openbare plaats Het is verboden een openbare plaats, de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,25 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor uitstallingen, steigers, containers en reclameborden. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. Het verbod is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; terrassen als bedoeld in artikel 2:28e; overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel2:11Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel2:12Maken, veranderen van een uitweg Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; in het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen; Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of waterschapsverordening. Afdeling6 Veiligheid op de weg Artikel 2:13 Gereserveerd Artikel 2:14 Gereserveerd Artikel2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Artikel2:16Openen straatkolken e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel2:17Gereserveerd Artikel2:18Gereserveerd Artikel2:19Gereserveerd Artikel2:20Gereserveerd Artikel2:21Gereserveerd Artikel2:22Gereserveerd Artikel 2:23 Gereserveerd Afdeling7Evenementen Artikel2:24Definities In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: bioscoopvoorstellingen in een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer; markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening. Onder evenement wordt mede verstaan: een herdenkingsplechtigheid; een braderie; een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (Categorie 0 evenement). een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s. In deze afdeling wordt verstaan onder: categorie 0 evenement: kleinschalig evenement zonder noemenswaardig risico waarbij geen extra inzet van de hulpdiensten is vereist; categorie A-evenement: een regulier evenement waarbij niet verwacht wordt dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Ook worden geen maatregelen of voorzieningen verwacht van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken; categorie B-evenement: een aandacht evenement waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Een dergelijk evenement kan maatregelen en voorzieningen vragen van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. Veelal zijn er ingrijpende verkeersmaatregelen en extra inzet van de hulpverleningsdiensten vereist; categorie C-evenement: een risicovol evenement waarbij het te verwachten is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Het bevoegd gezag treft maatregelen of voorzieningen om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. Extra inzet van de hulpverleningsdiensten is noodzakelijk. Artikel2:25Evenement Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Geen vergunning is vereist voor een Categorie 0-evenement (klein evenement), indien: het aantal gelijktijdig aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; het evenement op maandag tot en met zaterdag tussen 08:00 uur en 24:00 uur plaats vindt of op zondag tussen 13:00 uur en 24:00 uur; geen muziek ten gehore wordt gebracht op maandag tot en met zaterdag voor 08:00 uur en na 24:00 uur of op zondag voor 13:00 uur en na 24:00 uur; er te allen tijde een vrije doorgang voor hulpdiensten wordt gerealiseerd. Als de oorspronkelijke breedte van de weg minder is dan 4 meter dient een doorgang van 3,5 meter te worden vrijgehouden; slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object en maximaal twee objecten in totaal; er een organisator is; de organisator de omwonenden minimaal vijf werkdagen voorafgaand aan het evenement informeert over de geplande activiteiten; direct na het evenement het vuil wordt opgeruimd. De kosten voor het ophalen van achtergebleven vuil, worden verhaald op de organisator; de organisator tenminste tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. De burgemeester kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:25a Beslistermijn In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist de burgemeester op een aanvraag voor een vergunning voor een evenement: binnen drie weken voorafgaand aan het evenement, indien sprake is van een A-evenement; binnen dertien weken voorafgaand aan het evenement, indien sprake is van een B- of C-evenement. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:25b Weigeringsgronden In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren: ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement; als het evenement gepaard gaat met een onevenredig beroep op de beschikbare inzet van politie en andere hulpverleningsdiensten; als de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie als bedoeld in artikel 5:2 van de Algemene wet bestuursrecht is opgelegd vanwege het overtreden van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling bepaalde of de bij of krachtens een vergunning gegeven voorschriften of beperkingen; als de organisator of de aanvrager van de vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid onder f, van slecht levensgedrag is. Artikel 2:25c Vergunningsvoorschriften Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4, eerste lid, kan de burgemeester aan de vergunning voorschriften verbinden, waaronder: de plaats en het tijdstip van het evenement; de benodigde technische voorzieningen; de inrichting van het evenemententerrein; het activiteitenprogramma; het veiligheidsplan, het aantal beveiligers en de inzet van beveiligers; het verkeersplan; en het geluidsniveau van het programma tijdens het evenement. Artikel 2:25d Indieningstermijnen en -vereisten Een volledige aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, wordt ingediend: 3 weken voorafgaande aan een categorie a evenement; 13 weken voorafgaande aan een categorie b evenement; 13 weken voorafgaande aan een categorie c evenement. De aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, bevat ten minste: de plaats waar het evenement wordt gehouden; de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden; een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers; de inrichting van het evenemententerrein; het activiteitenprogramma met indien van toepassing een programmering; de mogelijke risico's voor verstoring van de openbare orde en veiligheid; het veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers en de inzet van beveiligers; technische gegevens van bouwwerken, waaronder certificaat brandwerendheid materialen en constructietekeningen; de maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen. De burgemeester kan bepalen dat de gegevens als genoemd in het tweede lid, onder f tot en met i, niet bij de aanvraag ingediend hoeven te worden. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens en de aanvullende gegevens, bedoeld in artikel 2.3 en artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd. Artikel2:26Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren Artikel2:27 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: Openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid dan wel gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet enigerlei eet- of drinkwaar te verkrijgen, af te halen of te verbruiken; terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, take away en maaltijdbezorging. Onder openbare inrichting wordt ook verstaan een bij deze openbare inrichting behorend terras en andere aanhorigheden. Exploitant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden. Leidinggevende: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een openbare inrichting. Afdeling8 Toezicht op horecagelegenheden Artikel2:27Definitie In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt; terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Artikel2:28Exploitatie openbare inrichting Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; een zorginstelling; een museum; een bedrijfskantine of –restaurant; een rouwcentrum, begraafplaats of crematorium. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:28a Eisen leidinggevenden Leidinggevenden hebben de leeftijd van 18 jaar bereikt; voldoen aan de eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag van het Alcoholbesluit; zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; staan niet onder curatele en zijn evenmin uit de ouderlijke macht of de voogdij ontzet. Artikel 2:28b Vergunningaanvraag De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij een aanvraag om vergunning wordt tenminste opgaaf gedaan van: de personalia dan wel zetel en het adres van de leidinggevende voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd; de personalia en adresgegevens van iedere overige leidinggevende; het adres en de aard van de openbare inrichting. Artikel 2:28c Weigeringsgronden De burgemeester weigert de vergunning, als: de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. niet wordt voldaan het bepaalde in artikel 2:28a. een leidinggevende binnen drie jaar voor de aanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde of op grond van artikel 13b Opiumwet, gesloten is geweest. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als:a. naar zijn oordeel zich in of vanuit de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan of het aannemelijk is dat in de toekomst zich feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde of de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;b. de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de openbare inrichting in deze of in andere openbare inrichtingen daarvoor aanleiding geeft. naar zijn oordeel zich in of vanuit de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan of het aannemelijk is dat in de toekomst zich feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde of de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de openbare inrichting in deze of in andere openbare inrichtingen daarvoor aanleiding geeft. Artikel 2:28d Vergunning In de vergunning wordt in ieder geval vermeld: de vergunninghouder; tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; de situering en oppervlakten van het terras of de terrassen. In een aanhangsel bij de vergunning worden de leidinggevenden vermeld. De vergunning en het daarbij behorende aanhangsel zijn in de openbare inrichting aanwezig. Artikel2:28e Terras Ingeval de vergunningaanvraag ook betrekking heeft op één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen, beslist de burgemeester tevens omtrent de ingebruikneming van de openbare weg. De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde ingebruikneming van de openbare weg weigeren, als het de verwachting is dat het beoogde gebruik: schade toebrengt aan de openbare plaatst dan wel gevaar kan veroorzaken voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. Als voor het uitvoeren van openbare werken of om enigerlei andere reden zoals bijvoorbeeld een evenement of markt verwijdering van het terras noodzakelijk is, is de exploitant van de openbare inrichting verplicht dit binnen de door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn, te verwijderen. Artikel 2:28f Aanwezigheid leidinggevende Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden als in de openbare inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning. Artikel 2:28g Wijziging leidinggevende Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven of door te halen. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld formulier. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel als de persoon niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2:28a. Artikel 2:28h Intrekken vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 trekt de burgemeester de vergunning in als niet langer wordt voldaan aan artikel 2:28b; Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken als: aannemelijk is dat een leidinggevende betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; een leidinggevende toestaat of gedoogd dat in de openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging van het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; is gehandeld in strijd met het in deze afdeling bepaalde; een leidinggevende zich schuldig maakt aan discriminatie; de vergunninghouder in het artikel 2:28f bedoelde geval geen melding als bedoeld in dat artikel heeft gedaan. een vergunninghouder in een periode van twee jaar tenminste drie maal op grond van artikel 2:28f om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel tenminste driemaal heeft geweigerd op grond artikel 2:28f, vierde lid; een vergunninghouder daarom verzoekt. Artikel 2:28i Vervallen vergunning Een vergunning vervalt, wanneer: sinds de verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; gedurende 6 maanden anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden. Artikel 2:29 Sluitingstijden Het is de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting verboden bezoekers in de openbare inrichting toe te laten tussen 01.00 uur en 02.00 uur (toelatingstijd). Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd). Het is de exploitant of feitelijk leidinggevende van een bij een inrichting behorend terras verboden op het terras dranken en/of etenswaren te verstrekken of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 24.00 uur en 09.00 uur. De burgemeester kan ontheffing verlenen van lid 1 t/m 3. Voor winkel ondersteunende horecabedrijven, niet zijnde winkels als bedoeld in de Winkeltijdenwet, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Openbare inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen zijn gesloten zijn na het verstrijken van de schenktijden als bedoeld in artikel 2:34b. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de ontheffing of het vergunningsvoorschrift, als bedoeld in het derde lid, geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de openbare orde of de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Het eerste en het vierde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel2:29Sluitingstijden Het is de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting verboden bezoekers in de openbare inrichting toe te laten tussen 01.00 uur en 02.00 uur (toelatingstijd) Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd). De burgemeester kan ontheffing verlenen van de toelatings- en sluitingstijd. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. De burgemeester kan bij convenant afwijken van het bepaalde in lid 2 van dit artikel. De burgemeester consulteert de raad over het voorgenomen convenant, ten minste zes weken voor de inwerkingtreding daarvan. Artikel2:30Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel2:31Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: de orde te verstoren; zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras; in enigerlei vorm met of om geld te spelen. Het gestelde in het eerste lid onder d is geldt niet voor kansspelautomaten waarvoor op grond van artikel 30b van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend door de burgemeester. Artikel2:32Handel binnen openbare inrichtingen In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Artikel2:33Het college als bevoegd bestuursorgaan Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. Artikel2:34Gereserveerd Afdeling8a Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en horecawet Artikel2:34aBegripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank, horecabedrijf, horecalocaliteit, inrichting, paracommerciële rechtspersoon, sterke drank, slijtersbedrijf en zwak-alcoholhoudende drank dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. Artikel2:34bRegulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op het organiseren van activiteiten van sportieve aard mag alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang, tot uiterlijk drie uur na afloop van een activiteit die past binnen de statutaire doelomschrijving van de paracommerciële rechtspersoon op maandag tot en met vrijdag tussen 12:00 uur en 01:00 uur en zaterdag en zondag tussen 12:00 en 0:00. Onder statutaire activiteiten worden ook cohesie bevorderende activiteiten binnen de paracommerciële rechtspersoon verstaan. Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op het organiseren van activiteiten waarbij het faciliteren van sociale interactie een voorname rol speelt, mag alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur vóór de aanvang tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die past binnen de statutaire doelomschrijving van de betreffende paracommerciële rechtspersoon tussen 12:00 uur en 02:00 uur. Overige paracommerciële rechtspersonen mogen alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken gedurende een activiteit die past binnen de statutaire doelomschrijving van de betreffende paracommerciële rechtspersoon tussen 12:00 uur en 0:00 uur. Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Indien sprake is van een bijeenkomst die direct verband houdt met de statutaire activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon, kan de burgemeester ten hoogste negen keer per jaar, met een maximum van één keer per maand, bij ontheffing afwijken van het bepaalde in het eerste en het derde lid van dit artikel. Afdeling9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel2:35Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel2:36Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel2:37Nachtregister 1. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model. 2. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. Artikel 2:38a Definities 1.In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2.In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Afdeling10 Toezicht op speelgelegenheid Artikel2:39Speelgelegenheden Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen [of de [citeertitel speelautomatenhallenverordening]]. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het bestemmingsplan. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel2:40Kansspelautomaten In dit artikel wordt verstaan onder: Wet: de Wet op de kansspelen; kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c. van de Wet; hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. Afdeling11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel2:41Betreden gesloten woning of lokaal Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. Het is verboden een krachtens artikel 17 van de Woningwet gesloten gebouw, open erf of terrein te betreden. Artikel 2:41a Sluiting voor publiek De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. Artikel2:42Plakken en kladden Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan. Artikel2:43Gereserveerd Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. Artikel2:44aVervoer geprepareerde voorwerpen Het is verboden op of aan een openbare plaats in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken. Het verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in lid 1 bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen. Artikel 2:45 Gereserveerd Artikel 2:46 Gereserveerd Artikel2:47Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Het is verboden op een openbare plaats: te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel2:47a Slapen op openbare plaatsen 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden. 2. Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen of plaatsen aanwijzen waar het verbod niet geldt. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor vrachtwagenchauffeurs die bij de uitoefening van hun beroep in de cabine van hun vrachtwagen overnachten. Artikel2:48Verboden drankgebruik Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. Het verbod is niet van toepassing op: een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. Artikel 2:48a Lachgasverbod [vervallen] Artikel2:49Verboden gedrag bij of in gebouwen Het is verboden zonder redelijk doel: zich in een portiek of poort op te houden; in, op of tegen een raamkozijn te zitten of te liggen. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw. Artikel 2:50Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten. Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties [vervallen] Artikel 2:51 Messen en andere voorwerpen als wapen Het is verboden op openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. Artikel2:52Gereserveerd Artikel2:53Gereserveerd Artikel2:54Gereserveerd Artikel 2:55Gereserveerd Artikel2:56Gereserveerd Artikel2:57 Loslopende honden Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd; buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Artikel2:58Verontreiniging door honden en/of paarden Degene die zich met een hond en/of een paard op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond en paard onmiddellijk worden verwijderd. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. Het college kan openbare plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid niet geldt. Degene die zich met een hond en/of een paard op een openbare plaats begeeft, is verplicht een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor opruimen van de uitwerpselen en dit hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien. Het is verboden uitwerpselen al dan niet rechtstreeks te verwijderen via het riool. Artikel2:59Gevaarlijke honden Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. Artikel2:60Gereserveerd Artikel2:61Gereserveerd Artikel 2:62Gereserveerd Artikel2:63Gereserveerd Artikel2:64Gereserveerd Artikel2:65Gereserveerd Afdeling12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Artikel2:66Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel2:67Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; de datum van verkoop of overdracht van het goed; een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed; de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel2:68Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; van een verandering van de onder a, sub i, bedoelde adressen; dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan; de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is. Artikel2:69Gereserveerd Artikel 2:70 Gereserveerd Afdeling13 Vuurwerk Artikel2:71Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Artikel2:72Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens verkoopdagen (Vervallen) Artikel2:73Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel2:73aCarbid schieten Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te ontbranden. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien: hiervan tenminste veertien dagen voorafgaand aan de datum van gebruik melding is gedaan aan het college; de melding is vergezeld van een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein waarvandaan geschoten wordt; de melding tevens is voorzien van een kaart waarop de betreffende locatie is ingetekend; de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen: op een afstand van tenminste 75 meter van de woonbebouwing; op een afstand van tenminste 300 meter van de inrichtingen voor de intramurale zorg; op een afstand van tenminste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren; in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen; het vrijschootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen; niet door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen in verband met het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast; gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met een maximale omvang van 50 liter; er geen (bus) deksels of soortgelijke projectielen worden gebruikt om met behulp van carbid te worden weggeschoten; het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen is zodanig dat deze geen schade aan mens, dier of goed kunnen veroorzaken; het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10.00 uur tot zonsondergang. Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet Milieubeheer, de Wet Wapens en Munitie, de Wet Milieugevaarlijke Stoffen, de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Het college kan binnen 5 dagen na ontvangst van een melding besluiten om het op explosieve wijze ontbranden van carbid als bedoeld in lid 1 te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Afdeling14 Drugsoverlast Artikel2:74Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel2:74aOpenlijk drugsgebruik Het is verboden, op een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben. Afdeling15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Artikel2:75Bestuurlijke ophouding De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:16, 2:26, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 2:73a, 2:74, 2:74a, 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet naleven. Artikel2:76Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied. Artikel2:77Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. De burgemeester bepaalt na overleg met de gemeenteraad de duur van plaatsing en de aanwijzing van de openbare plaats. De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van plaatsen, waaronder parkeerterreinen, die vanwege het doelgebonden verblijf niet onder de definitie van openbare plaats uit de Wet openbare manifestaties vallen. Artikel2:78Gebiedsontzeggingen De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht] een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen] kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel2:79Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: geluid- of geurhinder; hinder van dieren; hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. De last, bedoeld in het tweede lid kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het daarbij behorende erf, als bedoeld in artikel 151d derde lid van de Gemeentewet. Afdeling 16 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Artikel 2:80 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.