Beleidsregels bijzondere bijstand beschermingsbewindHET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE GRONINGEN; Gelet op artikel 35, eerste lid van de Participatiewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT: vast te stellen de “Beleidsregels bijzondere bijstand beschermingsbewind”. Hoofdstuk1– Algemeen Artikel1Begripsomschrijving In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Algemene beleidsregels: Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004; beschermingsbewind: onderbewindstelling van een of meer goederen ter bescherming van meerderjarigen als bedoeld in titel 19, boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; familiebewindvoerder: de bewindvoerder als bedoeld in artikel 1:435, vierde lid van het Burgerlijk Wetboek en artikel 1 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren; in aanmerking te nemen vermogen: vermogen dat meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet; inkomen: totaal van het inkomen bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet en de algemene bijstand waarover belanghebbende alleen of als gehuwd tezamen met zijn echtgenoot beschikt; professioneel bewindvoerder: de bewindvoerder bedoeld in artikel 1: 435, zevende lid van het Burgerlijk Wetboek en artikel 3 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren; van toepassing zijnde bijstandsnorm: hiermee wordt bedoeld de norm zoals die wordt vermeld in paragraaf 3.2 van de Participatiewet inclusief vakantietoeslag met uitzondering van artikel 22a. Artikel2Beschermingsbewind Voor de kosten van beschermingsbewind wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. Kosten van beschermingsbewind worden uitsluitend vergoed in de in artikel 4 tot en met 7 bedoelde gevallen. Hoofdstuk2– Bijzondere bijstand Artikel3Algemeen 1.Om voor bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind bedoeld in artikel 4 tot en met 7 in aanmerking te komen is in ieder geval vereist dat: het bewind door de kantonrechter is ingesteld; en de kantonrechter aan de bewindvoerder toestemming heeft gegeven om de betreffende kosten bij belanghebbende in rekening te brengen. 2.De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan de feitelijk in rekening gebrachte kosten. 3.De belanghebbende met een inkomen hoger dan 120 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm heeft voldoende middelen of wordt geacht over voldoende middelen te beschikken om in de kosten van beschermingsbewind te voorzien. 4.De draagkracht uit het vermogen van belanghebbende bedraagt 100 procent van het in aanmerking te nemen vermogen. 5.Een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind moet worden ingediend voordat een verzoek om beschermingsbewind bij de kantonrechter wordt ingediend. Artikel4Familiebewindvoerder De belanghebbende met een familiebewindvoerder heeft recht op bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind. Artikel5Verhuizing 1.De belanghebbende met een professioneel bewindvoerder die in de gemeente van vertrek tot de verhuisdatum bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind ontving, heeft met ingang van de dag van verhuizing naar de gemeente Groningen tijdelijk recht op bijzondere bijstand voor deze kosten. 2.Voor toekenning van bijzondere bijstand geldt als voorwaarde dat belanghebbende bij de kantonrechter binnen drie maanden na de dagtekening van de toekenningsbeschikking bijzondere bijstand een verzoek indient om de huidige bewindvoerder van zijn taak te ontslaan en de gemeente Groningen als bewindvoerder te benoemen. 3.De belanghebbende heeft recht op bijzondere bijstand tot de dag waarop de kantonrechter uitspraak doet inzake het verzoek van de belanghebbende bedoeld in het voorgaande lid of indien dat op een eerder tijdstip het geval is, tot de eerste dag waarop de belanghebbende niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de bijzondere bijstand is toegekend. 4.Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing als belanghebbende of diens professioneel bewindvoerder binnen drie maanden na de dagtekening van de toekenningsbeschikking bijzondere bijstand een verzoek om beëindiging van beschermingsbewind indient. 5.Artikel 3, vijfde lid is niet van toepassing. Artikel6Maart 2018 De belanghebbende die in de maand maart 2018 een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind indient en ten aanzien van wie de kantonrechter het beschermingsbewind heeft uitgesproken vóór 1 april 2018, heeft tijdelijk recht op bijzondere bijstand met toepassing van artikel 5 tweede tot en met vijfde lid. Artikel7Hardheidsclausule Het college kan in zeer bijzondere gevallen, al dan niet tijdelijk, bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind verstrekken indien toepassing van deze beleidsregels leidt tot ernstige onbillijkheid of onredelijkheid. Hoofdstuk3– Overgangsbeleid Artikel8Andere professioneel bewindvoerder 1.Ten aanzien van de belanghebbende met een andere professioneel bewindvoerder dan de gemeente Groningen die op 28 februari 2018 bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind ontving of die vóór 1 maart 2018 een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind heeft ingediend waarop na 28 februari 2018 is beslist door toekenning van bijzondere bijstand, blijven de Algemene beleidsregels die golden op 28 februari 2018 van toepassing tot de dagtekening van de wijzigingsbeschikking die hij ontvangt. 2.Vanaf de dagtekening van de wijzigingsbeschikking blijven de Algemene beleidsregels die golden op 28 februari 2018 van toepassing tot de dag waarop de kantonrechter uitspraak doet indien belanghebbende een verzoek als bedoeld in artikel 5, tweede of vierde lid heeft ingediend. In dat geval is artikel 5, tweede tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing. 3.Indien de belanghebbende geen verzoek als bedoeld in het voorgaande lid indient, blijven de algemene beleidsregels die golden op 28 februari 2018 van toepassing tot en met zes maanden vanaf de dagtekening van de wijzigingsbeschikking bedoeld in het eerste lid. Artikel9Familiebewindvoerder Ten aanzien van de belanghebbende met een familiebewindvoerder en met een inkomen hoger dan 120 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, die op 28 februari 2018 bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind ontving of die vóór 1 maart 2018 een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind heeft ingediend waarop na 28 februari 2018 is beslist door toekenning van bijzondere bijstand, blijven de Algemene beleidsregels die golden op 28 februari 2018 van toepassing tot de dag waarop het beschermingsbewind eindigt of indien dat op een eerder tijdstip het geval is, tot de eerste dag waarop belanghebbende in aanmerking kan komen voor bijzondere bijstand als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.