Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond houdende regels omtrent geurhinder industriële bedrijven Beleidsregels Geurhinder industriële bedrijven Helmond 2018het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond; Collegevoorstel 33679308 Gelet op artikel 108 van de Gemeentewet en artikel 4:81, van de Algemene wet bestuursrecht; Gelet op hoofdstuk 2, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Overwegende dat: Het college bij het beschikken op aanvragen om omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel bij het verlenen van een omgevingsvergunning beperkte milieutoets als bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht dan wel bij het opstellen van maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer, het aanvaardbaar hinderniveau voor geur vast dient te stellen; Het college die beoordelingsruimte voor zich zelf wenst in te vullen met behulp van beleidsregels zodat duidelijk wordt hoe zij tot een afweging van belangen is gekomen. Besluit vast te stellen de Beleidsregels Geurhinder industriële bedrijven Helmond 2018: Artikel1Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: aanvaardbaar hinderniveau: door Burgemeester en wethouders vastgestelde mate van hinder die nog aanvaardbaar is als bedoeld in artikel 2.7a, vierde lid, het Activiteitenbesluit; bestaande activiteit: activiteit waarvoor reeds een vergunning is verleend; bestaande geurbelasting: geurbelasting als gevolg van de bestaande activiteiten; cumulatieve geurbelasting: de geurbelasting als gevolg van activiteiten van alle inrichtingen gezamenlijk waarop het geurbeleid van de gemeente Helmond van toepassing is en welke naar het oordeel van burgemeester en wethouders een relevante bijdrage aan de geurbelasting geven; Europese geureenheid: eenheid voor geur als bedoeld in NEN-EN 13725; geurbelasting: uurgemiddelde geurconcentratie op leefniveau bij een bepaalde percentielwaarde, berekend aan de hand van een verspreidingsmodel; geurbron: bron die stoffen naar de lucht emitteert die geurhinder kunnen veroorzaken; geuremissie van een bron: representatieve uitstoot van een geurbron uitgedrukt in Europese geureenheden per tijdseenheid (ouE/s); geurimmissie: geurbelasting op de leefomgeving ten gevolge van de geuremissie van een of meerdere bronnen, uitgedrukt in percentielwaarde; grenswaarde: norm voor de hedonisch gewogen geurbelasting die in acht genomen wordt bij de beoordeling van aanvragen om vergunning of melding; handleiding geur: de Handleiding geur van het kenniscentrum Infomil met als ondertitel “bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen)”, zoals deze luidt ten tijde van het vaststellen van deze beleidsregel; hedonische waarde: waardering van de aard van de geur, uitgedrukt in een referentieschaal volgens de Nederlandse voornorm 2818, van H=-4 (uiterst onaangenaam) tot H=+4 (uiterst aangenaam); hedonisch gecorrigeerde geuremissie: geuremissie van een bron gedeeld door de hedonische weegfactor F; hedonisch gewogen geurbelasting: geurbelasting op basis van hedonisch gecorrigeerde geuremissies van alle geurbronnen; hedonische weegfactor F: verhouding tussen de geurconcentratie die behoort bij de hedonische waarde van H= –1 van een geurbron en de normwaarde van 1 ouE /m3; Activiteitenbesluit; Besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer), inclusief de nadien in werking getreden wijzigingen; individuele geurbelasting: geurbelasting als gevolg van de activiteiten van een individuele inrichting; nieuwe activiteit: geurrelevante activiteit waarvoor na de peildatum 1 maart 2016 de eerste keer een vergunning wordt aangevraagd, dan wel een uitbreiding van een bestaande activiteit; NTA 9065: De Nederlands Technische Afspraak (NTA) 9065 “Luchtkwaliteit – Geurmetingen – Meten en rekenen geur’(versie 2012); overschrijdingssituatie: situatie waarbij als gevolg van de bestaande activiteiten de daarvoor geldende richtwaarden worden overschreden; percentiel: percentage van de tijd waarin een door het verspreidingsmodel berekende geurconcentratie waarde, uitgedrukt in een gemiddelde waarde per uur, niet wordt overschreden; richtwaarde: norm voor de hedonisch gewogen geurbelasting waarmee rekening gehouden wordt bij de beoordeling van aanvragen om vergunning of melding; saneringssituatie: situatie waarbij als gevolg van de bestaande activiteiten de daarvoor geldende grenswaarden worden overschreden. streefwaarde: norm voor de hedonisch gewogen geurbelasting die betrokken wordt bij de beoordeling van aanvragen om vergunning of melding; veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen categorie behoort en die is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren; vergunning: omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Artikel2Omgevingscategorieën Bij de toepassing van deze beleidsregels wordt een onderscheid gemaakt in geurgevoeligheid van de omgeving. De beleidsregel kent een indeling in drie omgevingscategorieën: de omgevingscategorie ‘Hoog’ omvat: woningen, ziekenhuizen en sanatoria, bejaarden- en verpleeghuizen, woonwagenterreinen, asielzoekerscentra, dagverblijven, scholen, alsmede objecten die met bovengenoemde geurgevoelige objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de functie van het object, de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daar aanwezig is en de omgeving van het object. de omgevingscategorie ‘Beperkt’ omvat: bedrijfswoningen, woningen in het landelijk gebied, woningen op industrieterrein, verspreid liggende woningen, recreatiegebieden voor dagrecreatie, accommodaties voor verblijfsrecreatie, zelfstandige kantoren, winkels alsmede objecten die met bovengenoemde geurgevoelige objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de functie van het object, de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daar aanwezig is en de omgeving van het object; omgevingscategorie ‘Laag’ omvat: geurgevoelige objecten voor zover die niet behoren tot de omgevingscategorieën, bedoeld onder b en c. De bijlage van deze beleidsregel bevat een overzichtskaart van de ligging van de relevante woningen in de omgevingscategorie ‘Hoog’. Artikel3Reikwijdte 1.Burgemeester en wethouders nemen bij het beschikken op een aanvraag om vergunning, dan wel om een omgevingsvergunning beperkte milieutoets deze beleidsregel als uitgangspunt. 2.Daar waar in deze beleidsregels sprake is van het aanvragen van een vergunning wordt daaronder tevens verstaan het aanvragen van een omgevingsvergunning beperkte milieutoets. 3.De in deze beleidsregels opgenomen uitgangspunten voor het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau worden op gelijke wijze toegepast bij het nemen van besluiten in het kader van het (ambtshalve) opleggen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. 4.Burgemeester en wethouder beoordelen aanvragen om vergunningen alsmede meldingen van type B inrichtingen mede aan de hand van de cumulatieve geurbelasting. Het toetsingskader is neergelegd in artikel 11 van deze beleidsregels. 5.Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op aanvragen om een vergunning voor veehouderijen. 6.Indien, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een vervallen bijzondere regeling, zoals genoemd in de Handleiding geur, of een naar hun oordeel gelijkwaardig document beter toepasbaar is voor het vaststellen van de aanvaardbare geurbelasting vanwege een inrichting dan deze beleidsregel, betrekken zij bij de besluitvorming, bedoeld in het eerste lid, naast de vervallen bijzondere regeling dan wel het gelijkwaardig document. Artikel4Buiten behandeling laten van een aanvraag. 1.Burgemeester en wethouders nemen een aanvraag om een omgevingsvergunning, onderdeel milieu, niet in behandeling indien daarin: de bij burgemeester en wethouders bekende hindersignalen over de inrichting niet in voldoende mate zijn betrokken; niet de geuremissie van alle afzonderlijke geur relevante bronnen van de inrichting zijn betrokken; geen plan van aanpak is opgenomen waarin technische voorzieningen en/of gedragsregels zijn opgenomen om het aanvaardbaar hinderniveau te bereiken. 2.Het in het eerste lid, onder b, is ook van toepassing indien de geuremissie van een bron wordt getoetst conform andere wet- en regelgeving, tenzij alle bronnen van de inrichting gezamenlijk worden beoordeeld aan de hand van één toetsingskader, buiten deze beleidsregel, op een voor burgemeester en wethouders aanvaardbare wijze. Artikel5Uitgangspunten voor de beoordeling Burgemeester en wethouders gaan bij de beoordeling van de geurbelasting uit van de hedonisch gewogen geurbelasting. Artikel6Eisen aan de berekening van de geurbelasting. 1.Indien voor een emissie geen hedonische weegfactor F kan worden bepaald, wordt de hedonisch gecorrigeerde geuremissie berekend met de fictieve waarde F=0,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.