Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Helmond houdende regels omtrent raadcommissies (Verordening op de raadscommissies Helmond 2018)De raad van de gemeente Helmond; gelet op het bepaalde in artikel 82 van de Gemeentewet; raadsbesluit 2018/19 besluit: de Verordening op de Raadscommissies Helmond 2018 vast te stellen; de Verordening op de Raadscommissies Helmond 2014 in te trekken. HOOFDSTUK1ALGEMEEN Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: raadscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; voorzitter: de voorzitter van een raadscommissie; commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; vergadering: vergadering van een raadscommissie; lid: lid van een raadscommissie, zijnde een raadslid of niet-raadslid (burgercommissielid); presidium: het presidium als bedoeld in artikel 6 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Helmond; fractie: een afzonderlijke fractie of een combinatie van fracties als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Helmond; deskundigen: ambtenaren van de gemeente Helmond of derden die beschikken over specialistische kennis over een bepaald onderwerp; raad: de gemeenteraad van Helmond; college: het college van burgemeester en wethouders van Helmond. HOOFDSTUK2INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING Artikel2Instelling raadscommissies 1.De raad stelt de volgende raadscommissies in: adviescommissie Inwoners; adviescommissie Omgeving; opiniecommissie Inwoners opiniecommissie Omgeving 2.De advies- en opiniecommissie Inwoners adviseren en overleggen over de volgende onderwerpen: openbare orde en veiligheid het sociale domein bestuur en ondersteuning financiën 3.De advies- en opiniecommissie Omgeving adviseren en overleggen over de volgende onderwerpen milieu ruimtelijke ordening en bouwen economische zaken, toerisme en recreatie verkeer en vervoer sport, kunst en cultuur 4.Agendapunten kunnen worden overgedragen van de ene naar de andere commissie. Het presidium besluit hierover. Artikel3Taken 1.Een adviescommissie heeft de volgende taken: het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel dat of een kwestie die betrekking heeft op de in artikel 2, genoemde onderwerpen; het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging; voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2,genoemde onderwerpen. 2.Een opiniecommissie heeft de volgende taken: uitwisselen van argumenten en doorvragen over het onderwerp met als doel om de raad in de gelegenheid te stellen tot een goede weging te komen van voor- en nadelen van het betreffende onderwerp; het geven van opinie over het onderwerp dat is geagendeerd; Artikel4Samenstelling, benoeming en vervanging 1.De raad stelt voor elke raadscommissie het maximum aantal leden vast met dien verstande dat een raadscommissie bestaat uit maximaal twee leden per fractie. Per geagendeerd onderwerp kan door een fractie met maximaal twee personen aan de bespreking van dat onderwerp worden deelgenomen. Alle commissieleden zijn per commissie, per vergadering en per agendapunt flexibel inzetbaar 2.een fractie, bestaande uit een tot en met vier raadszetels, heeft recht op twee burgercommissieleden in totaal: een fractie met vijf of meer raadszetels heeft recht op drie burgercommissieleden; 3.een raadscommissie bestaat uit raadsleden en burgercommissieleden. 4.De burgercommissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 5.De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. 6.Burgercommissieleden leggen voorafgaand aan het uitoefenen van hun functie een eed af ten overstaan van de voorzitter van de raadscommissie. Artikel 14 van de Gemeentewet is hier van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen “raadscommissie”. Artikel5Voorzitter 1.De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door de raad uit zijn midden benoemd. 2.De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. 3.Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter fungeert een door de raadscommissie uit zijn midden aangewezen lid als tijdelijk voorzitter. 4.De voorzitter is belast met: het voorbereiden en leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van deze verordening; de periodieke invulling van (visievormende) themabijeenkomsten en brainstormsessies, de zogenoemde podiumbijeenkomsten. Het voorzitterschap wordt bekleed door de voorzitter van de adviescommissie tot wiens takenpakket het onderwerp behoort hetgeen deze verordening of de wet hem verder opdraagt; 5.De voorzitter is lid van het presidium. Artikel6Onverenigbare betrekkingen niet-raadsleden 1.Het lidmaatschap van een raadscommissie is voor burgercommissieleden onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. 2.Het in het eerste lid gestelde geldt niet voor: ambtenaren van de burgerlijke stand; ambtenaren, die als vrijwilliger hulpdiensten verrichten; onderwijspersoneel. 3.Met ambtenaar als bedoeld in het eerste lid worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij, die in dienst van de gemeente op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. Artikel7Zittingsduur, vacatures en opvolging 1.De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervanger, eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.Een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, zesde lid, gestelde eisen. 3.Een als raadslid benoemd lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij het lidmaatschap van de raad verliest. 4.De raad kan een lid tijdens de zittingsperiode als bedoeld in het eerste lid ontslaan. Het ontslag geschiedt bij voorkeur op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 5.De raad kan de voorzitter en zijn plaatsvervanger ontslaan. 6.Een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervanger, kunnen te allen tijde op eigen initiatief ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 7.Indien niet langer wordt voldaan aan het gestelde in artikel 10 of 13 van de Gemeentewet, of door overlijden, ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van de artikelen 4, 5 en 6. 8.Een burgercommissielid wordt door de raad ontslagen wanneer deze in strijd handelt met het bepaalde in artikel 15 van de Gemeentewet. Artikel8Griffier en commissiegriffier 1.Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een ambtenaar als commissiegriffier. 2.De commissiegriffier is in iedere vergadering van de commissie aanwezig. 3.Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de raad aangewezen ambtenaar. 4.De griffier kan in iedere vergadering van de commissie aanwezig zijn. 5.De adviezen en andere stukken die van de commissie uitgaan worden door de commissiegriffier of de griffier mede ondertekend. HOOFDSTUK3VERGADERINGEN Artikel9Tijdstip en vergaderfrequentie 1.De voorzitter bepaalt, zo mogelijk na overleg met de leden van de commissie, dag en plaats van de vergadering en het aanvangstijdstip. De voorzitter houdt hierbij rekening met het door de raad vastgestelde vergaderschema voor de vergaderingen van de raad. 2.Reguliere vergaderingen vangen aan om 19.30 uur of zoveel eerder als de voorzitter, gehoord het presidium, nodig acht. 3.Reguliere vergaderingen eindigen in beginsel om 22.30 uur. De voorzitter kan, gehoord het standpunt van de raadscommissie, hiervan afwijken. 4.De voorzitter is verplicht een (extra) vergadering te doen houden, indien tenminste één derde deel van het aantal leden dit schriftelijk onder opgaaf van redenen verzoekt. Deze vergadering wordt gehouden binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, tenzij door de verzoekende leden een later tijdstip wordt verlangd. Artikel10Voorlopige agenda, oproep voor vergadering en initiatiefvoorstellen 1.De voorzitter stelt na overleg met de commissiegriffier een voorlopige agenda op en bespreekt deze in het presidium. 2.De voorzitter stuurt aansluitend de voorlopige agenda ter vaststelling toe aan het presidium en ter kennisname aan het college. 3.De voorzitter doet ten minste zes dagen voor een vergadering van een opiniecommissie en 10 dagen voor een vergadering van een adviescommissie de leden een schriftelijke oproep toekomen. De oproep gaat vergezeld van de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken. 4.Zowel de leden, als het college, kunnen op eigen initiatief de voorzitter verzoeken een of meerdere onderwerpen op de agenda van een raadscommissie te plaatsen. Een inhoudelijk voorstel wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend waarin in ieder geval wordt aangegeven de probleemstelling, de aanleiding en het gevraagde. De voorzitter meldt de vraag in de eerstvolgende vergadering van het presidium. Het format wordt door de voorzitter na kennisgeving aan het presidium doorgeleid naar het college. Het college geeft in de volgende vergadering van de raadscommissie een procedureel antwoord. Na ontvangst van het inhoudelijk antwoord van het college zal agendering voor de eerstvolgende commissievergadering plaatsvinden. 5.Indien een aanvullende agenda wordt opgesteld, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden toegezonden. Artikel11Openbare kennisgeving 1.De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep op de in de gemeente Helmond gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 16. Artikel12Ter inzage leggen van stukken 1.Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor de leden van de commissie in de visiekamer van Boscotondo ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2.Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten de gemeentelijke gebouwen gebracht. 3.Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage. Artikel13Aanwezigheid college, burgemeester en deskundigen 1.De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders uitnodigen om in de vergadering aan de beraadslagingen deel te nemen. 2.De genodigde als bedoeld in het eerste lid kan, te zijner beoordeling, zich tijdens de vergadering laten bijstaan door één of meerdere deskundigen. 3.De voorzitter bepaalt, zo mogelijk gehoord de commissie, welke deskundigen door de commissie uitgenodigd worden om een vergadering van de commissie bij te wonen. 4.Voor zover een deskundige een ambtenaar is van de gemeente Helmond die door of vanwege het college is aangesteld of daaraan ondergeschikt is, overlegt de voorzitter voorafgaand aan de uitnodiging met de gemeentesecretaris of de directeur van dienst. 5.De deskundige als bedoeld in het vierde lid is verplicht tijdens de vergadering aan de commissie alle gevraagde inlichtingen te verstrekken die gerelateerd is aan het onderwerp waarvoor hij is uitgenodigd. Artikel14Presentielijst 1.Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. 2.Aan het einde van elke vergadering wordt de presentielijst door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld. Artikel15aOpening vergadering, quorum, vaststelling agenda, technische vragenronde en presentaties 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3.Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter alleen beraadslagen of besluiten over onderwerpen die zijn geagendeerd op de oorspronkelijke agenda. 4.Aan het begin van de vergadering stelt de commissie de agenda vast. Ieder agendapunt wordt voorzien van een tijdsindicatie. 5.De zitting hebbende leden wordt aan het begin van de vergadering de gelegenheid geboden tot het stellen van technische vragen. 6.Technische vragen dienen tenminste 24 uur voorafgaand aan de vergadering door de fractie bij de voorzitter te worden aangemeld. Dit dient bij voorkeur schriftelijk te gebeuren. 7.De voorzitter ziet erop toe dat de verantwoordelijk portefeuillehouder (burgemeester of wethouder) tijdig op de hoogte wordt gebracht van de technische vragen. 8.Het bepaalde in het vijfde lid laat onverlet het uitgangspunt dat om efficiencyredenen technische vragen zoveel mogelijk voorafgaand aan de vergadering ambtelijk worden voorgelegd en beantwoord. 9.Een presentatie duurt maximaal 10 minuten waarbij door de presentator ten hoogste 10 sheets mogen worden gebruikt. Aansluitend is er gelegenheid tot het stellen van vragen. Deze vragenronde duurt maximaal 10 minuten. 10.Gedurende een presentatie wordt de presentator in beginsel niet geïnterrumpeerd. Artikel15bStukken ter kennisname 1.Een stuk dat ter kennisname op de agenda van de raadscommissie is geplaatst kan als bespreekstuk worden geagendeerd, voor zover minimaal 5 dagen voorafgaand aan de vergadering de voorzitter daartoe een schriftelijk verzoek van een fractie heeft ontvangen. 2.In het schriftelijke verzoek als bedoeld in het vorige lid wordt het onderwerp en de strekking van de te stellen vraag of vragen vermeld. Artikel16Spreekrecht burgers 1.Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die zijn geagendeerd. 2.Een burger die gebruik wenst te maken van het spreekrecht, dient dit uiterlijk op de dag van vergadering vóór 14.00 uur te melden bij de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, telefoonnummer en zo mogelijk e-mailadres. Voorts vermeldt hij het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren, het belang bij het onderwerp en voor zover van toepassing namens welke personen, groepering, instelling of organisatie het spreekrecht wordt verlangd. 3.De voorzitter beslist over de verlening van het spreekrecht met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid. 4.Voor onderwerpen die verband houden met een agendapunt geeft de voorzitter het woord aan de burger voor aanvang van behandeling van het agendapunt. . 5.De voorzitter kan de commissieleden toestaan aan de insprekende burgers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en een commissielid. 6.De maximum spreektijd bedraagt per vergadering een half uur. De voorzitter bepaalt of aan het begin van de vergadering of aan het begin van de bespreking van een bepaald agendapunt van de spreektijd gebruik gemaakt kan worden. De spreektijd per inspreker bedraagt ten hoogste vijf minuten. De voorzitter verdeelt zo nodig de spreektijd over de insprekers en bepaalt de volgorde. 7.Per groepering, instelling of organisatie mag slechts één persoon het woord voeren. Inspreker geeft tevoren aan namens welke groepering, instelling of organisatie hij spreekt. 8.Burgers die gebruik maken van het spreekrecht kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen de vergadering bijwonen. Artikel17Verslag voorgaande vergadering 1.De commissiegriffier draagt zorg voor een conceptverslag van de voorgaande vergadering en de verzending daarvan. 2.Het conceptverslag als bedoeld in het eerste lid wordt binnen drie weken aan de leden van de betrokken raadscommissie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.