WOB-MANDAATBESLUIT MANAGERS OMGEVINGSDIENST VELUWE IJSSEL Het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, gelet op: Wet gemeenschappelijke regelingen; Wet openbaarheid van bestuur; afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUITEN vast te stellen het Wob-mandaatbesluit managers Omgevingsdienst Veluwe IJssel: Artikel1Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de omgevingsdienst; ambtelijke organisatie: de ambtelijke organisatie van de omgevingsdienst; ambtenaar: hij die door of vanwege de omgevingsdienst is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn, alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan; bestuursorgaan: het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur of de voorzitter, voor zover bevoegd; dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst; deelnemer: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Voorst en het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland die tezamen de gemeenschappelijke regeling hebben getroffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten en provincie; gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Veluwe IJssel; manager: de functionaris belast met de functie van teamleider zoals bedoeld in de Organisatieverordening Omgevingsdienst Veluwe IJssel en in dienst van of werkzaam voor de omgevingsdienst; mandaat: de bevoegdheid om in naam van het bevoegde bestuursorgaan besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht te nemen, alsmede de noodzakelijke feitelijke handelingen in het kader van de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering daarvan te verrichten; omgevingsdienst: het openbaar lichaam Omgevingsdienst Veluwe IJssel, bedoeld in artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling; plaatsvervangend manager: degene die op grond van de vervangingsregeling van de omgevingsdienst is aangewezen om de manager te vervangen of waar te nemen bij diens verhindering of ontstentenis; voorzitter: de voorzitter van de omgevingsdienst, bedoeld in artikel 18 van de gemeenschappelijke regeling; Wob: Wet openbaarheid van bestuur. Artikel2Mandaat Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, mandateren aan de managers de bevoegdheid tot het nemen van primaire besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur welke geen betrekking heeft op taken en bevoegdheden die de omgevingsdienst namens een deelnemer uitvoert, met inbegrip van besluiten waarbij een verzoek geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd. Artikel3Ondermandaat en vervanging De managers kunnen de bevoegdheden, genoemd in artikel 2 niet ondermandateren aan functionarissen in dienst van of werkzaam voor de omgevingsdienst. In de gevallen waarin de plaatsvervangend manager de manager vervangt wegens verhindering of ontstentenis, beschikt deze krachtens dit besluit over dezelfde bevoegdheden als de manager, tenzij in de vervangingsregeling van de omgevingsdienst anders is bepaald. Artikel4Reikwijdte mandaat Indien het bestuursorgaan mandaat verleent ten aanzien van de uitvoering van een bevoegdheid bij of krachtens dit besluit, geschiedt deze verlening in de ruimste zin des woords voor zover direct te maken hebbend met de opgedragen bevoegdheid en onverminderd het bepaalde in artikel 5, eerste lid. De uitoefening van bevoegdheden in mandaat, verleend bij of krachtens dit besluit, geschiedt met inachtneming van de ter zake schriftelijk vastgelegde instructies per geval of in algemene zin van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur dan wel de voorzitter. Artikel 5 Grenzen aan mandaat De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, regelingen, aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd, van Europese, rijks-, provinciale en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen. Het bestuursorgaan kan de managers algemene instructies en instructies per geval geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. Indien instructies worden gegeven, geschiedt dit schriftelijk en op een zodanig tijdstip dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt. De managers stellen het bestuursorgaan tijdig en vooraf in kennis van krachtens mandaat te nemen besluiten waarvan moet worden aangenomen dat kennisneming door het bestuursorgaan gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van, indien de maatschappelijke, beleidsmatige, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven. De managers verschaffen hierbij alle benodigde informatie en voeren overleg met het bestuursorgaan. Het niet-voldoen aan de in het vorige lid genoemde verplichting doet niet af aan de rechtsgeldigheid van een krachtens mandaat genomen besluit. In geval een manager op basis van het bepaalde in het derde lid een krachtens mandaat te nemen besluit voorlegt aan het bestuursorgaan, neemt het ter zake bevoegde bestuursorgaan het besluit zelf of geeft het de instructies, waaronder de manager gebruik mag maken van zijn gemandateerde bevoegdheid. Artikel6Ondertekening In geval van uitoefening van een bevoegdheid van het algemeen bestuur krachtens mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: “Namens het algemeen bestuur van Omgevingsdienst Veluwe IJssel,”gevolgd door de functieaanduiding van degene aan wie mandaat is verleend en zijn of haar naam en handtekening. In geval van uitoefening van een bevoegdheid van het dagelijks bestuur krachtens mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: “Namens het dagelijks bestuur van Omgevingsdienst Veluwe IJssel,”gevolgd door de functieaanduiding van degene aan wie mandaat is verleend en zijn of haar naam en handtekening. In geval van uitoefening van een bevoegdheid van de voorzitter krachtens mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: “Namens de voorzitter van Omgevingsdienst Veluwe IJssel,”gevolgd door de functieaanduiding van degene aan wie mandaat is verleend en zijn of haar naam en handtekening. Indien een bevoegdheid als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid is uitgeoefend door een plaatsvervanger, dient dit in de ondertekening tot uitdrukking te worden gebracht door toevoeging van “plv.” aan de functieaanduiding van degene aan wie mandaat is verleend, gevolgd door de handtekening en naam van de plaatsvervanger. Artikel7Slotbepaling Dit besluit treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.