Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Utrecht houdende regels omtrent de financiële bijdrage aan fracties Verordening op de financiële bijdrage aan fractiesVERORDENING VAN UTRECHT 2018 Nr. 4 Verordening op de financiële bijdrage aan fracties (raadsbesluit van 8 maart 2018) De raad van de gemeente Utrecht, Besluit vast te stellen de volgende VERORDENING op de financiële bijdrage aan fracties. Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: fractie: elke groepering in de gemeenteraad die ten tijde van het begin van een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad is geregistreerd overeenkomstig artikel G3 van de Kieswet of die is gevormd naar aanleiding van een mededeling van een lid van de gemeenteraad; stichting: een door een fractie ter assistentie van de fractie aangewezen stichting, welke statutair uitsluitend met de uitvoering van de fractieondersteuning zoals bedoeld in deze verordening is belast; subsidie: de financiële bijdrage waarop een stichting fractieondersteuning jaarlijks aanspraak kan maken ingevolge deze verordening; fractieondersteuning: ondersteuning ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden van de fractie in de gemeenteraad; egalisatiereserve: een in de verantwoording van de stichting fractie-ondersteuning op te nemen cumulatieve reserve die maximaal 100% mag bedragen van het totaal door de stichting te ontvangen subsidie over één jaar; verantwoording: een specificatie van de binnen het kader van deze verordening ten behoeve van de werkzaamheden door de fracties gemaakte kosten over het voorafgaande jaar Artikel2Jaarlijkse verlening financiële bijdrage; vast en variabel bedrag 1.Aan elke fractie wordt van gemeentewege een subsidie verleend in de kosten welke de fractie maakt voor bijstand bij haar werkzaamheden. De subsidie bestaat uit een vaste en een variabele component. 2.De subsidie hoeft niet aangevraagd te worden, maar wordt berekend door de griffie op basis van het zetelaantal van de fractie. De fractie ontvangt een beschikking met de berekening van de subsidie. 3.De vaste component bedraagt EUR 40.638,00 per fractie per jaar. 4.De variabele component bedraagt EUR 4.550,00 voor elk lid van de fractie per jaar. 5.Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de procentuele indexering van de CAO Rijk van het voorgaande jaar (T-1). Artikel3Ten laste van de subsidie te brengen lasten 1.De subsidie dient ter bestrijding van de personele, materiële en andere kosten welke verband houden met de werkzaamheden van de fractie en wordt jaarlijks uitgekeerd aan een door de fractie ter assistentie van de fractie opgerichte stichting. 2.De subsidie mag niet worden gebruikt ter bekostiging van: uitgaven die in strijd zijn met een wettelijke bepaling; bijdragen aan politieke partijen dan wel met politieke partijen verbonden instellingen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten en/of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde declaratie; uitgaven welke bestreden dienen te worden uit de vergoedingen die de leden ingevolge de Gemeentewet ontvangen; giften en leningen; uitgaven aan raadsleden voor werkzaamheden die zij als beleidsmedewerker of anderszins in opdracht van de fractie verrichten; uitgaven ten behoeve van gemeenteraadsleden of bedrijven waarover gemeenteraadsleden middellijk of onmiddellijk zeggenschap hebben; kosten voor kantoorruimte buiten het stadhuis; uitgaven welke verband houden met verkiezing of herverkiezing van raadsleden. Artikel4Betaling voorschot 1.De in artikel 1 bedoelde subsidie wordt als voorschot jaarlijks voor 15 januari uitgekeerd. In een verkiezingsjaar bestaat dat voorschot uit de bijdrage voor drie maanden en volgt de bijdrage voor de overige negen maanden voor 15 april. 2.Indien de gemeente bij wijze van voorschot uitgaven doet voor een fractie worden deze periodiek verrekend met de subsidie. 3.De stichting maakt voor de ontvangst van de subsidie op grond van deze verordening en voor de uitgaven in het kader van de fractiekosten-vergoeding gebruik van één bankrekening. Deze rekening wordt niet gebruikt voor andere doeleinden. Artikel5Regeling bij wijziging aantal fracties en zetelaantal door verkiezingen of splitsing 1.Indien het zeteltal van een fractie tengevolge van verkiezingen verandert, wordt de variabele component van de bijdrage aangepast met ingang van 1 april van dat jaar. 2.Bij splitsing van een fractie tijdens een zittingsperiode heeft de nieuw gevormde fractie met ingang van het jaar, volgend op het jaar waarin de splitsing heeft plaatsgevonden uitsluitend aanspraak op de in artikel 2, derde lid genoemde variabele component. Deze aanspraak wordt in mindering gebracht op de subsidie van de fractie in oude samenstelling. De nieuwe fractie kan geen aanspraak maken op de door de fractie in oude samenstelling opgebouwde egalisatiereserve. 3.Bij splitsing van een fractie tijdens een zittingsperiode valt de vaste component toe aan de gemeenteraadsfractie die naar het oordeel van de gemeenteraad als rechtsopvolger van de oorspronkelijke fractie wordt beschouwd. 4.Indien een fractie als gevolg van verkiezingen ophoud te bestaan, vervalt de aanspraak op de subsidie met ingang van de datum dat de gemeenteraad in de nieuwe samenstelling aantreedt. 5.Indien een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de subsidie met ingang van de maand volgend op de maand waarin de fractie hiervan kennisgeving heeft gedaan. Artikel6Egalisatiereserve, reserves en voorzieningen, liquiditeitsoverschotten 1.De stichting kan een egalisatiereserve opbouwen en aanhouden. Het bestedingsdoel van de reserve is in overeenstemming met artikel 3 van deze verordening. 2.De omvang van de egalisatiereserve is gemaximeerd op 100% van de jaarlijkse tegemoetkoming. 3.De omvang van de egalisatiereserve wordt beoordeeld en vastgesteld bij de verantwoording van het laatste volledige jaar voor de verkiezingen. Het bedrag dat het maximum overschrijdt, wordt op eerste verzoek van de gemeenteraad teruggestort in de gemeentekas. 4.De vorming van andere reserves dan de egalisatiereserve ten laste van de subsidie is niet toegestaan. 5.Het is een stichting niet toegestaan een tijdelijk of permanent liquiditeitsoverschot op een andere rekening te storten dan een uitsluitend voor dit doel geopende en beheerde spaarrekening. 6.De aard van de in het vorige lid bedoelde spaarrekeningen is zodanig dat de nominale omvang van de stortingen intact blijft en dat te allen tijde het gehele tegoed voor de stichting onmiddellijk en zonder betaling van boetes opeisbaar is. 7.De stichting aangewezen door een in artikel 5, vierde en vijfde lid bedoelde fractie is verplicht de opgebouwde egalisatiereserve te restitueren aan de gemeente. 8.Indien een fractie na verkiezingen niet terugkeert in de nieuwe gemeenteraad kan de eventuele egalisatiereserve nog uitsluitend worden aangewend ten behoeve van de afwikkeling van lopende verplichtingen van de oude fractie. Het restant van de egalisatiereserve dient gerestitueerd te worden aan de gemeente. De voormalige fractie kan binnen vier weken na de verkiezingsdatum schriftelijk en gemotiveerd aan het presidium van de gemeenteraad een voorstel doen voor de uiterlijke datum van afrekening. In andere gevallen dient de afrekening binnen drie maanden na de verkiezingsdatum plaats te vinden. Artikel7Administratieve verplichtingen 1.De stichting voert een financiële administratie op basis van een stelsel van een kasstelsel. Deze administratie wordt op een zodanige wijze gevoerd dat deze steeds een volledig en juist inzicht geeft in alle bezittingen, schulden, verplichtingen, egalisatiereserves, baten en lasten, alsmede overige gegevens die voor de financiële verantwoording van belang zijn. 2.Andere inkomstenbronnen dan de subsidie die op basis van deze verordening wordt verstrekt, dienen afzonderlijk te worden geadministreerd. 3.De administratie wordt zodanig ingericht dat op een eerste aanvraag van de accountant nadere informatie kan worden gegeven en bescheiden en bewijsstukken kunnen worden overgelegd. 4.Bij uitgaven worden de onderliggende bescheiden door twee personen geautoriseerd. Artikel8Verantwoording 1.De stichting dient voor 15 april na afloop van elk kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de gemeenteraad. 2.De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend middels het verantwoordingsmodel zoals opgenomen in bijlage A behorende bij deze verordening. 3.De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een jaarrekening, een activiteitenverslag en een accountantsverklaring van een accountant. 4.De jaarrekening omvat over het verslagjaar de balans per 1 januari, de exploitatierekening, de grondslagen voor balans en exploitatierekening, de toelichting op de balans en de toelichting op de exploitatierekening met de volgende verdeling: personeelskosten, bureaukosten en overige kosten. Het activiteitenverslag bevat een duidelijke omschrijving van de verrichte activiteiten, niet zijnde personele ondersteuning en bureau-activiteiten, en de daarbij gedane uitgaven, met vermelding van het doel dat met de activiteiten was gediend, en sluit in totaal aan op de gedane uitgaven in de jaarrekening, die zijn verantwoord als “overige kosten”. 5.De accountant geeft een rechtmatigheidsoordeel over de verantwoording van de fractie aan de gemeenteraad, waarna de gemeenteraad een vaststellingsbesluit neemt. 6.Indien een stichting nalaat een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in te dienen, een zodanige aanvraag niet tijdig of onvolledig indient, stelt de gemeenteraad de subsidie ambtshalve vast uiterlijk op 1 juli, tegelijk met de vaststelling van de gemeentelijke jaarrekening. De gemeenteraad kan daarbij de subsidie op nihil vaststellen. Artikel9Einde raadsperiode 1.Indien een fractie als gevolg van verkiezingen uit de raad verdwijnt, houdt de tegemoetkoming op met ingang van de datum dat de raad in de nieuwe samenstelling aantreedt. 2.In de jaren waarin een verkiezing voor de raad plaatsvindt, wordt door die fracties over de bestedingen tot aan het tijdstip waarop de raad in nieuwe samenstelling aantreedt, separaat een verantwoording ingediend binnen twee maanden na de eerste vergadering van de raad in de nieuwe samenstelling. 3.De egalisatiereserve die een in het eerste lid bedoelde fractie heeft opgebouwd wordt teruggestort in de gemeentekas, met uitzondering van het gedeelte van de egalisatiereserve dat moet worden aangewend voor de afhandeling van de personele verplichtingen. Artikel10Terugvordering en verrekening Indien in strijd wordt gehandeld met artikel 3 of wanneer niet wordt voldaan aan andere bepalingen van deze verordening, vordert de gemeenteraad de in het geding zijnde uitgaven terug, dan wel verrekent deze uitgaven met het voorschot voor het volgende jaar. Artikel11Mandaat De griffier heeft mandaat om alle in deze verordening genoemde besluiten te ondertekenen. Artikel12Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze verordening niet of niet genoegzaam voorziet beslist de gemeenteraad op voorstel van het presidium. Artikel13Hardheidsclausule De gemeenteraad kan artikel 3 lid 1buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van een tijdige bevoorschotting leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel14Inwerkingtreding 1.De gewijzigde verordening treedt in werking per 1 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.