Raadsreglement van orde Alphen aan den Rijn 2015 De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn; Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; B E S L U I T vast te stellen het volgende: Raadsreglement van orde Alphen aan den Rijn 2015 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a voorzitter: voorzitter van de raad of de waarnemend voorzitter; b waarnemend voorzitter: het lid van de raad dat bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester het voorzitterschap van de raad waarneemt, door de raad op grond van artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet aangewezen; c griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger d raad: de gemeenteraad; e fractie: aanduiding voor het lid of de leden van de kandidatenlijst die door het centraal stembureau verkozen zijn verklaard, dan wel leden van meerdere kandidatenlijsten die door het centraal bureau afzonderlijk verkozen zijn verklaard en gezamenlijk zijn gaan optreden; f fractievoorzitter: lid van de raad dat tevens voorzitter is van een fractie; g afscheiden uit de fractie: onder afscheiden uit de fractie wordt verstaan de situatie waarin de fractievoorzitter dan wel het betreffende raadslid/-leden aan de voorzitter een schriftelijk bericht stuurt waarin wordt meegedeeld dat een of meer personen niet langer deel uitmaakt/uitmaken van de fractie en waarin de naam/namen van die persoon/personen wordt/worden genoemd; h college: het college van burgemeester en wethouders; i vergadering: de raadsvergadering; j raadscommissie: commissie in de zin van artikel 82 Gemeentewet; k amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; l subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; m motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; n initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander beslisdocument; o interpellatie: het ter vergadering vragen van inlichtingen aan het college en/of elk van haar leden afzonderlijk, of de burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan, over een niet op de agenda geplaatst onderwerp, betreffende het door hen gevoerde bestuur. p schriftelijke stukken (oproep, de voorlopige agenda met bijbehorende stukken): hieronder wordt ook verstaan “digitale verzending van stukken”. q volstrekte meerderheid: minimaal de helft plus één. t hoofdelijke stemming: het per raadslid afzonderlijk uitspreken van “voor” of “tegen” over een voorstel. Artikel2.De voorzitter De voorzitter is belast met: a het leiden van de raadsvergadering en de agendacommissievergaderingen; b het handhaven van de orde; c het doen naleven van het reglement van orde; d hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel3.De griffier 1 De griffier is aanwezig in vergaderingen van de raad, van het fractievoorzittersoverleg, van de agendacommissie en van die overleggen waarbij naar het oordeel van de raadsvoorzitter of van de raad de aanwezigheid gewenst is. 2 Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. 3 De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel4.Het fractievoorzittersoverleg 1 De raad heeft een fractievoorzittersoverleg, bestaande uit de fractievoorzitters, de raadsvoorzitter, de waarnemend voorzitter, de griffier of diens plaatsvervanger. Het fractievoorzittersoverleg dient als klankbord voor de voorzitter en daarnaast heeft het de taak om huishoudelijke zaken die de raad betreffen te regelen. Daaronder ook de vaststelling van de procedures ter behandeling van de begroting, rekening en kadernota/ perspectiefbrief, gehoord de Auditcommissie. 2 Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg vervangt. 3 De waarnemend voorzitter is voorzitter van het fractievoorzittersoverleg. Het fractievoorzittersoverleg wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 4 In het fractievoorzittersoverleg hebben de raadsvoorzitter en de griffier geen stemrecht. Elke fractievoorzitter heeft één stem. De waarnemend voorzitter heeft geen stemrecht tenzij deze ook de functie van fractievoorzitter bekleedt. Een besluit komt tot stand bij volstrekte meerderheid van stemmen. 5 De voorzitter van het fractievoorzittersoverleg roept het fractievoorzittersoverleg in principe een keer per kwartaal bijeen en verder zo vaak als nodig wordt geacht. Daarnaast komt het fractievoorzittersoverleg bijeen wanneer minimaal drie leden daarom verzoeken. 6 De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn niet openbaar. Het verslag van het fractievoorzittersoverleg wordt vertrouwelijk ter beschikking gesteld aan de leden van de raad. Artikel5.De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1 Er is een agendacommissie die bestaat uit 8 leden. Deze leden zijn de voorzitters van de drie vaste raadscommissies en de voorzitters van informatiemarkten. De raadsvoorzitter is voorzitter van de agendacommissie. De agendacommissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 2 De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het zorgdragen dat verzoeken van één of meer fracties tot agendering van onderwerpen, wordt afgewogen; c. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies. 3 De gemeentesecretaris is adviseur van de agendacommissie; de griffier fungeert als secretaris en adviseur van de agendacommissie. Bij verhindering worden zij vervangen door hun plaatsvervangers. 4 De leden hebben stemrecht. Een besluit van de agendacommissie wordt bij voorkeur in eenstemmigheid genomen; indien dit niet mogelijk is wordt een besluit bij volstrekte meerderheid genomen. 5 De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar. Het verslag van de vergadering van de agendacommissie wordt vertrouwelijk ter beschikking gesteld aan de raad. Artikel6.Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden; Benoeming wethouders 1 Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2 Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens mondeling advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3 Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4 Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet , de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5 In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering, waarin over diens toelating wordt beslist, om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6 Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a , 36b , 41b, eerste, derde en vierde lid , en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. De (kandidaat) –wethouder verstrekt aan de gemeenteraad een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) en verleent alle medewerking aan een door de burgemeester, namens de raad, opgedragen integriteitsonderzoek, voorafgaand aan zijn benoeming. Artikel7.Fracties 1 Het lid of de leden van de kandidatenlijst die door het centraal stembureau verkozen zijn verklaard, dan wel leden van meerdere kandidatenlijsten die door het centraal bureau afzonderlijk verkozen zijn verklaard en gezamenlijk gaan optreden, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2 Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3 De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4 Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5 Een naam van een nieuwe fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Hoofdstuk2.Raadsvergaderingen Paragraaf1.Tijdstip van vergaderen en voorbereiding Artikel8.Vergaderfrequentie; oproep en voorlopige agenda 1 De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de laatste donderdag van de maand. De vergaderingen worden gehouden in de raadzaal van het stadhuis, vangen aan om 20.00 uur en hebben een beoogde eindtijd van 23.00 uur. 2 De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangstijd bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert daarover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie. Voorts vergadert de raad, indien de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste een vijfde van het aantal raadsleden schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoek. 3 De voorzitter zendt ten minste vijf dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda, zoals vrijgegeven door de agendacommissie, met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken. 4 Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden. Artikel9.Aanvullende agenda; vaststellen agenda 1 In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. 2 Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 3 De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. 4 Voor de raadsvergadering wordt in ieder geval geagendeerd: a de vaststelling van de besluitenlijst van de vorige vergadering; b de vaststelling van de lijst van ingekomen stukken zoals bedoeld in artikel 19; c de gelegenheid tot het stellen van informatieve vragen door de raadsleden over onderwerpen, die niet behoren tot de agenda van die raadsvergadering, een en ander met inachtneming van het gestelde in artikel 41; d de bespreekstukken en hamerstukken (waarover uitsluitend desgewenst een korte stemverklaring kan worden gegeven), in die volgorde. 5 Indien feiten en/of omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de raad bepalen een voorstel voor verdere behandeling terug te verwijzen naar de agendacommissie. 6 Een motie die tijdens de raadsvergadering wordt ingediend en die geen betrekking heeft op een onderwerp dat al voor de raadsvergadering geagendeerd was, wordt geagendeerd na het laatste agendapunt van de raadsvergadering. 7 Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel10.Ter inzage aanbieden van stukken 1 Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep digitaal op de website van de gemeente geplaatst. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden geplaatst op de website , wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2 Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage c.q. worden deze digitaal beschikbaar gesteld op een daartoe afgeschermde site. Artikel11.Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Paragraaf2.Ter vergadering Artikel12.Presentielijst 1 De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2 Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel13.Zitplaatsen 1 De voorzitter, de leden van de raad, de wethouders en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter, na overleg met het fractievoorzittersoverleg, bij aanvang van iedere zittingsperiode aangewezen. 2 Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met de fractievoorzitters. Artikel14.Opening vergadering; quorum 1 De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2 Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter dag en uur van de volgende vergadering , met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel15.Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel16.Aantal spreektermijnen 1 Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten bij een onderwerp een maximale spreektijd in eerste termijn per fractie te hanteren. 2 Een raadslid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. De leden van de raad en eventueel anderen spreken vanaf hun plaats of vanachter de katheder en richten zich tot de voorzitter. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3 Raadsleden kunnen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4 Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende. 5 Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 6 Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. Artikel17.Bijdrage aan de raadsvergadering door derden 1 De wethouders zijn in de vergadering aanwezig en kunnen op verzoek van de voorzitter aan de beraadslaging deelnemen. 2 Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 3 Ingeval een onderwerp, zonder voorafgaande behandeling in een raadscommissie, is geagendeerd voor de raad of wanneer een voorstel is gewijzigd na commissiebehandeling, geldt er bij dat agendapunt spreekrecht voor burgers overeenkomstig de bepalingen in artikel 17 van de Verordening op de raadscommissies. Artikel18.Voorstellen van orde De voorzitter en raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Artikel19.Ingekomen stukken 1 Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden beschikbaar wordt gesteld. 2 De raad stelt op voorstel van de agendacommissie, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Paragraaf3.Stemmingen Artikel20.Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten. Artikel21.Beslissing 1 De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2 Voordat de stemming over het eindvoorstel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het eindvoorstel voor de te nemen beslissing. Artikel22.Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1 De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2 Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3 Op voorstel van de voorzitter of als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4 Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op volgorde van de namen in de presentielijst. 5 Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6 Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7 De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel23.Volgorde stemming over amendementen en moties 1 Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2 Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3 Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4 Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel24.Stemming over personen 1 Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2 Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3 Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4 Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. Het stembureau wordt bijgestaan door de griffier. 5 Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a een blanco ingevuld stembriefje; b een ondertekend stembriefje; c een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6 In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7 Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel25.Herstemming over personen 1 Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2 Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. 3 Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel26.Beslissing door het lot 1 Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2 Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3 Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is benoemd, voorgedragen dan wel aanbevolen. Artikel27.Staken van stemmen bij overige stemmingen 1 Wanneer bij overige stemmingen de stemmen staken en de raad is voltallig, is het voorstel niet aangenomen. 2 Is de raad niet voltallig, dan wordt de beslissing over het voorstel uitgesteld naar een volgende vergadering, waarin op voorstel van de voorzitter ook de beraadslagingen mogen worden heropend. 3 Staken de stemmen opnieuw, dan is, ongeacht of de raad voltallig is, het voorstel verworpen. 4 Onder een voltallige raad wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht. Paragraaf4.Besluitenlijst Artikel28.Besluitenlijst 1 De griffier draagt zorg voor de besluitenlijst van raadsvergadering. 2 Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 17 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3 Een besluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 4 Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 5 Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 6 Als besluitenlijsten elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de website van de gemeente geplaatst. Paragraaf5.Besloten raadsvergaderingen Artikel29.Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel30.Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel31.Besluitenlijst besloten vergadering 1 Concept-besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raads- en collegeleden leden ter inzage gelegd bij de griffier. 2 Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de vastgestelde besluitenlijst. Artikel32.Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf6.Toehoorders en pers Artikel33.Toehoorders en pers 1 Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2 Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3 Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune. Artikel34.Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Hoofdstuk3.Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel35.Amendementen en subamendementen 1 Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2 Een amendement of subamendement dient naar de vorm geschikt te zijn om direct te worden opgenomen in het conceptbesluit of het amendement, waarop het betrekking heeft. 3 Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel36.Moties 1 Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter. 2 De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3 De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4 Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel37.Initiatiefvoorstel 1 Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2 Het college kan binnen twee maanden nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3 Een voorstel wordt, nadat het college schriftelijk wensen en bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, via de Agendacommissie op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep daarover reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4 De behandeling van initiatiefvoorstellen vindt plaatst nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie. Artikel38.Collegevoorstel 1 Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder motivering van het college en zonder toestemming van de raad. 2 Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad door tussenkomst van de agendacommissie binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel39.Interpellatie 1 Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2 De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3 Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4 De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hiermee instemt. Artikel40.Schriftelijke vragen 1 Raadsleden dienen schriftelijke vragen- kort en duidelijk geformuleerd- aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2 De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3 Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden, stelt de burgemeester of het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4 Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door hen aan de leden van de raad gezonden. De vragen en antwoorden worden geplaats op de lijst van ingekomen stukken, zoals bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.