Jaarprogramma Wabo en Milieu 2018Uden, januari 2018 1 Samenvatting Algemeen Waarom een jaarprogramma? Ten eerste wil de gemeente Uden voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Het opstellen van een jaarprogramma maakt daar onderdeel van uit. Daarnaast zijn wij ook een professionele organisatie. We willen nieuwe ontwikkelingen invoeren en uitvoeren binnen onze organisatie. Een planmatige aanpak en borging van kwaliteit, gebaseerd op de landelijk vastgestelde PUmA kwaliteitscriteria, is daarbij het leidend principe. Ook willen we onze inwoners zo helder mogelijk informeren Omgevingswet Vorig jaar hadden we nog de verwachting dat de Omgevingswet op 1 januari 2019 in werking zou treden. Inmiddels heeft de Rijksoverheid de inwerkingtreding uitgesteld tot 2021. De Omgevingswet integreert 26 sectorale wetten en behelst het nieuwe kader voor het ruimtelijke domein. De Omgevingswet brengt een ommekeer in de wijze waarop het ruimtelijk domein wordt ingericht. Uitnodigen in plaats van toelaten is daarbij uitgangspunt. Om deze uitnodigingsplanologie mogelijk te maken geeft de wet nieuwe instrumenten, gewijzigde procedures en veel mogelijkheden voor maatwerk om nieuwe ontwikkelingen op gang te brengen. Ook moeten procedures sneller en makkelijker. De verantwoordelijkheid komt veel meer bij de initiatiefnemer te liggen. Hij mag eerder een activiteit uitvoeren maar de controle achteraf, of er aan de wettelijke kaders wordt voldaan, krijgt meer nadruk en een grotere rol omdat de toetsing vooraf minder uitgebreid is. Uden is voortvarend gestart met de voorbereidingen op de invoering van de nieuwe omgevingswet. Vergunningverlening Voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn diverse procedures mogelijk. Denk hierbij aan procedures voor een bestemmingsplan, een wijzigings- of uitwerkingsplan, de drie verschillende soorten omgevings-vergunningen om af te wijken van een bestemmingsplan of een coördinatiebesluit. Naast deze bestaande procedures zijn we eind 2015 gestart met aanvragers de mogelijkheid te bieden om in Uden een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken door een ontwikkeling mee te nemen in een veegplan. Dit gaan we ook in 2018 doen. Een veegplan is in feite een bestemmingsplan waarin ruimtelijke ontwikkelingen van verschillende initiatiefnemers binnen één plangebied worden gebundeld. Voor alle ontwikkelingen wordt één procedure doorlopen. Er is daardoor ook maar één procedure voor zienswijzen en beroep. Op deze wijze kunnen er efficiency- en kostenvoordelen worden behaald. Goedkoper voor de gemeente en dus ook voor de initiatiefnemer. Ook ontstaat op deze manier meer uniformiteit van ruimtelijke plannen. Toezicht en handhaving Omgevingswet en Beleidsnota Wabo-handhaving Ons handhavingsbeleid is opgenomen in onze Beleidsnota Wabo-handhaving. Deze nota is op 5 april 2012 in de gemeenteraad vastgesteld. De bestaande handhavingsnota is uiteraard nog niet gebaseerd op de uitgangspunten zoals die in de nieuwe omgevingswet zullen worden neergelegd. In de Omgevingswet komt de nadruk veel meer te liggen op handhaving achteraf in plaats van toetsing vooraf. De verantwoordelijkheid komt veel meer bij de initiatiefnemer te liggen. Hij mag eerder een activiteit uitvoeren, maar de controle achteraf of er aan de wettelijke kaders wordt voldaan krijgt meer nadruk en een grotere rol, omdat de toetsing vooraf minder uitgebreid is. In het licht van de nieuwe Omgevingswet zou er begin 2019 een handhavingsnota moeten liggen waarin deze veranderde uitgangspunten zouden zijn meegenomen. Echter nu de Omgevingswet wederom is uitgesteld tot 2021 is ervoor gekozen om de huidige nota te herzien in 2018 en niet langer te wachten op de nieuwe Omgevingswet. Overige wetsontwikkelingen Per 1 juli 2017 is de wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Regeling omgevingsrecht (Mor) in werking getreden. Dat betekent een belangrijke wijziging voor alle gemeenten en waterschappen. Met deze wijzigingen is namelijk het toepassingsbereik van de kwaliteitscriteria uitgebreid. Vanaf 2018 moeten zowel het beleidsplan als het jaarprogramma en jaarverslag betrekking hebben op alle VTH-taken die onder de Wabo vallen. In hoofdstuk 2 van de Wabo zijn deze genoemd. Er is zo goed mogelijk geïnventariseerd welke van deze taken voor Uden relevant zijn en die zijn opgenomen in dit programma. Ook zullen al deze taken worden opgenomen in de nieuwe integrale handhavingsnota die in 2018 wordt opgesteld. Bodem en ondergrond Bodem en ondergrond beschouwen we in de lijn van ruimtelijke planvorming, bestemmen, bouwen en (milieu)gebruik waarbij een samenhang of overlap mogelijk is. Bij planontwikkeling, bestemmen en bouwen heeft de initiatiefnemer de plicht om voor diverse duurzaamheidsthema’s, waaronder bodem, (historische) onderzoeken uit te voeren. Hierbij kan de gemeente ook initiatiefnemer zijn. Bij het (milieu)gebruik -bodembedreigende activiteiten binnen inrichtingen- geven we het bodembeleid vorm via drie sporen : Preventie (bescherming): voorzieningen voor het voorkomen van nieuwe verontreiniging zoals vloeistofdichte vloeren Beheren: het verantwoord omgaan met bestaande kwaliteit, nul- en eindsituatie bodemonderzoek Saneren: zorgplichtsanering met eventuele nazorg Hierbij houdt de ODBN namens de gemeente toezicht en treden we handhavend op als dat nodig is. Afvalinzameling We zijn flink bezig het afvalbeheer verder te verduurzamen. In 2015 heeft de raad de beleidsnota ‘Koers Udens afval in beweging, 2015-2020’ vastgesteld. Hierin is de ambitie opgenomen van maximaal 75 kg restafval per persoon per jaar in 2020. In 2018 vinden geen verbeteracties plaats. De werkzaamheden en ontwikkelingen verlopen volgens planning in de beleidsnota. Afvalwaterinzameling In de komende jaren zal het stelsel verder geoptimaliseerd worden op basis van maatregelen die voortvloeien uit het Basisrioleringsplan. Hierdoor zal de hoeveelheid water die overstort op het oppervlaktewater verminderen ten opzichte van de huidige situatie. De kwaliteit van het oppervlaktewater zal hierdoor verbeteren. Naast de noodzakelijke vervanging van ongeveer 2300 meter hoofdriolering per jaar verbeteren we de riolering door het uitvoeren van reparaties en het vervangen van de drukriolering in het buitengebied. Verder zijn we ook bezig om foutieve aansluitingen (van regenwater) op de drukriolering op te sporen en af te laten koppelen. Met het opstellen van een gemalenbeheerplan zetten we de eerste stap in de richting van efficiënter gemalenbeheer. Door meer te meten aan de riolering krijgen we steeds meer inzicht in het functioneren van het stelsel in de praktijk. Hierbij speelt uitwisseling van gegevens met het waterschap Aa en Maas een belangrijke rol. Geluid Naast de reguliere taken door de ODBN zal voorsorteren op de Omgevingswet in 2018 de nodige aandacht vergen. Verder zal met name het saneringsproject vanwege wegverkeerslawaai in 2018 worden afgerond. Lucht Jaarlijks wordt een rapportage van de luchtkwaliteit opgesteld. Hiervoor leveren we gegevens aan en controleren deze. Op de site www.nsl-monitoring zijn de luchtkwaliteitswaarden te achterhalen. Wij voldoen aan de luchtkwaliteitseisen/-normen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen heeft geur een prominente plaats bij de afweging van een goede kwaliteit van de leefomgeving. Externe veiligheid De “Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) 2015-2018” bestaat uit meerjaren-deelprogramma’s en loopt af in 2018. Doel was om de lokale aandacht voor externe veiligheid bij planontwikkeling en vergunningverlening te verbeteren. Onduidelijk is of hieraan vervolg wordt gegeven. Alle relevante ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen worden beoordeeld op het aspect EV door met name het uitvoeren van risicoberekeningen en het opstellen van verantwoordingen groepsrisico. Volksgezondheid Volksgezondheid is voor het eerst opgenomen in de p&c-cyclus van Wabo en Milieu in het jaarprogramma 2017. Volksgezondheid in relatie tot de kwaliteit van de leefomgeving krijgt steeds meer aandacht bij ruimtelijke ontwikkelingen. Traditioneel werd volksgezondheid vooral gelinkt aan persoons- en leefstijlgerelateerde zaken die veelal in portefeuille zijn bij gemeentelijke afdelingen Sociale Zaken en/of Welzijn. Steeds meer spelen technische- en ruimtelijke aspecten een rol bij de zorg om de volksgezondheid. Er wordt gewerkt aan een nieuwe gemeentelijke nota gezondheidsbeleid en bij vergunningverlening voor intensieve veehouderijbedrijven krijgt volksgezondheid steeds meer aandacht. Dit zal in 2018 worden voortgezet. 2 Algemeen 2.1 Inleiding Status Artikel 7.3 van het Bor stelt dat we het handhavingsbeleid jaarlijks moeten uitwerken in een uitvoeringsprogramma. Ook moeten we het programma afstemmen met andere betrokken organen en ter kennisname aan de raad en de provincie aanbieden. Met de vaststelling van dit jaarprogramma door het College van burgemeester en wethouders leggen we het uitvoeringsniveau van onze wettelijke taakuitvoering voor 2018 vast. Reikwijdte In dit programma hebben we VTH-taken voor de volgende beleidsterreinen opgenomen. Bouwen/slopen en RO Milieu en brandveiligheid Uitwegen en objecten Kapvergunningen Sommige Wabo-taken komen erg weinig voor of worden structureel opgenomen in integrale Wabo-vergunningen. Deze zijn daarom niet separaat genoemd in dit programma. Denk hierbij aan aanlegvergunningen, archeologie-taken en monumenten-taken. Zo nodig worden zij ad hoc opgepakt. Voor overige milieutaken is verder opgenomen wat we hier in 2018 aan gaan doen: Bodem Afvalinzameling Water en riolering Geluid Lucht (inclusief geur) Externe veiligheid Volksgezondheid Concernplan en afdelingsplan Op basis van het concernplan stellen we de afdelingsplannen op. Deze plannen maken onderdeel uit van de HRM-cyclus waarin de start-, voortgangs- en beoordelingsgesprekken met de individuele werknemers plaatsvinden. Het doel van het concernplan is meer gericht op het leggen van accenten in de organisatie. Het is niet gericht op sturing van de “goïng-concern” taken. Functie Wij kennen de volgende functies aan het jaarprogramma toe. Invulling geven aan wettelijke verplichtingen. Informatieverstrekking naar de raad en onze burgers. Ondersteunend instrument voor het afdelingshoofd en teamleiders. 2.2 Opbouw programma De hiervoor bij “reikwijdte” aangegeven beleidsvelden zijn in afzonderlijke hoofdstukken uitgewerkt. Ontwikkelingen vormen een belangrijke basis voor een jaarprogramma. Daarom laten we dit onderdeel bij elk beleidsthema zo goed mogelijk terugkomen. Daarnaast is het belangrijk om de daadwerkelijke uitvoering in beeld te brengen. Met andere woorden: wat is ons doel en wat gaan we doen? Zoals gezegd handelen we vanuit een beleidscyclische benadering. Dit houdt in dat we smart gerichte doel¬stellingen formuleren en daarbij behorende indicatoren. Dit laten we per beleidsthema terug¬komen. De ODBN-taken hebben betrekking op verschillende beleidsvelden: Basistaken (Vergunningverlening en toezicht milieu) Verzoektaken (Geluid, lucht, Externe veiligheid,volksgezondheid) Collectieve taken (Innovatie, verbeteren keten aanpak en milieu criminaliteit) Deze zijn op hoofdlijnen opgenomen in dit programma maar de ODBN heeft met name voor de basistaken haar eigen p&c-cyclus waarvan de programma- en verantwoordingsdocumenten steeds aan ons college en aan onze raad worden voorgelegd. 2.3 Uitvoering Uitvoering van het jaarprogramma gebeurt mede door de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Waar mogelijk is in dit programma opgenomen wat onze gemeentelijke inspanningen zijn bij de uitvoering. 3 Bouwen/slopen en RO 3.1 Vergunningverlening Ontwikkelingen In de komende jaren gaat de Omgevingswet een steeds grotere invloed uitoefenen op de vergunningverlening. Hoewel de invoering van de Omgevingswet is uitgesteld, worden in 2018 al wel voorbereidingen getroffen om de invoering soepel te laten verlopen. Er zijn projectplannen opgesteld om de voorbereidingen zo soepel mogelijk te laten verlopen en in 2018 zal de nadruk liggen op inventarisatie van de Wabo-taken en evaluatie van het huidige VTH-beleid. De Wet private kwaliteitsborging (WKB) is op 21 februari 2017 aangenomen door de Tweede kamer en op 11 juli 2017 ter stemming aangeboden aan de Eerste kamer. Gelet op de vele vragen rondom het wetsvoorstel heeft de Eerste kamer, op verzoek van de minister, besloten de stemming aan te houden en de invoeringsdatum uitgesteld met ten minste 1 jaar, tot 1 januari 2019. Er is een samenloop met het VTH-spoor van het project Omgevingswet. Er is een projectplan opgesteld om de implementatie van de wet zo soepel mogelijk te laten verlopen. Op 21.11.2017 is door het College van burgemeester en wethouders het bedrijfsplan ICT-samenwerking met gemeentes Bernheze, Landerd, Oss en Uden (BLOU) vastgesteld. Op deze manier worden specifieke en specialistische deskundigheden ontwikkeld om aan de eisen van steeds complexere vraagstukken en groeiende verantwoordelijkheid te voldoen die ook gebied van vergunningverlening raken. In 2018 wordt een Transitieplan vastgesteld. Doel van gemeente Uden Kwalitatief hoogwaardige integrale advisering en vergunningverlening op het gebied van bouwen binnen de gestelde wettelijke termijnen (8 weken bij reguliere vergunningprocedures en 26 weken bij uitgebreide vergunningprocedures) met oog voor de specifieke wensen van de aanvrager, waarbij de focus ligt op maatwerk waar dat mogelijk is, naast de wens om de afhandelingstermijnen zo kort mogelijk te houden. Vergunningen houden stand in bezwaar-en beroepsprocedures. Implementatie Wet Private kwaliteitsborging: Komen tot een optimaal functionerende organisatie die is afgestemd op de nieuwe Wet Private kwaliteitsborging en aansluit bij de inhoudelijke doelen van de afdeling Ruimte. Opstellen van een nieuw VTH-beleidsplan: Actualisatie van het huidige vergunningenbeleid wordt meegenomen bij het opstellen van een nieuw VTH-beleidsplan in 2018. Actualisatie kan niet meer wachten op de invoering van de omgevingswet, zoals eerder het uitgangspunt was. Samenwerken op het gebied van VTH: Met de Maashorstgemeenten (Landerd, Oss en Bernheze) zoeken naar mogelijkheden om elkaar te versterken op het gebied van VTH/kwaliteitscriteria en waar mogelijk samen optrekken in de regio. Zoeken naar vermindering en vereenvoudiging van de administratieve lasten: Op dit moment is voor vergunningverlening registratie noodzakelijk in Corsa en SBA. Integraliteit van advisering en samenwerking bevorderen Verbeteracties De verbeteracties zijn deels reeds verwerkt in de doelen en te behalen resultaten voor 2018. De nadruk op integraliteit van de advisering en het maatwerk bij vergunningverlening volgen uit de doelen en resultaten van het jaarprogramma van 2016. Ook hebben we andere verbeteringen doorgevoerd. We hebben onze administratieve controle op de bouwkosten verbeterd, we hebben de berekeningen van de bouwkosten eenduidiger vastgelegd door aan te sluiten bij de ROEB-lijst (Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht). In de legesverordening van 2017 hebben we de ROEB-lijst voor het eerst benoemd en vastgesteld als basis voor de berekening van de bouwkosten bij aanvragen omgevingsvergunningen. Ook hebben we in de afdelingsplannen en teamplannen de nadruk gelegd op het bevorderen van de integraliteit en daarmee de doelen niet alleen in dit jaarprogramma geborgd. Resultaat Alle vergunningen worden binnen de wettelijk vastgestelde termijnen verleend waarbij de focus ligt op maatwerk waar dat mogelijk is. Deze verschuiving van focus (snelheid van afhandeling naar maatwerk met integrale afstemming) is noodzakelijk omdat de complexiteit van plannen, de zorgvuldige integrale benadering, het meedenken over alternatieven en afstemming op de wensen van de aanvragers, meer tijd kosten. Motivering bij afwijkingsvergunningen en weigeringsbesluiten is verbeterd waarmee de vergunning ongewijzigd in stand blijft. De Wet Private kwaliteitsborging is geïmplementeerd in de organisatie conform projectplan. Het beleidsplan VTH is vastgesteld. Er worden periodiek overleggen gevoerd op het gebied van VTH met de Maashorstgemeenten (Landerd, Oss en Bernheze) waarin is gezocht naar mogelijkheden om elkaar te versterken op het gebied van VTH/kwaliteitscriteria. Er is met invoering van Corsa Next een vermindering en vereenvoudiging van de administratieve lasten gerealiseerd. De werkgroep Afwijkende bouwplannen is geëvalueerd en er is een vaste werkwijze voor integrale afstemming waarin parkeerbehoeftes, milieuwetgeving, maatschappelijke, stedenbouwkundige en volkshuisvestelijke afwegingen worden afgewogen. Dit komt tegemoet aan de veranderende wens van aanvragers. Personele/financiële capaciteit Onderstaande formatie is geborgd in formatie en bezettingsstaten en de begroting van de gemeente Uden. Tabel benodigde uren kwaliteitscriteria Criteria Functie Benodigde formatie Uren per jaar Generieke deskundigen Casemanagen – Complex Regisseur 2 x 1/3 967 Juristen 2 x 1/3 967 Vergunningverlening bouwen en RO – Complex Regisseur 2 x 2/3 1933 Juristen 3 x 2/3 2900 Planjuristen 2 x 2/3 1933 Toezicht en handhaving bouwen en RO- Complex Juristen 2 x 1/3 967 Planjurist 1/3 483 Inspecteurs 2 x 1/3 967 Juridische deskundigen Behandelen juridische aspecten vergunningverlening Juristen 1 1450 Planjurist 1/3 483 Behandelen juridische aspecten handhaving Juristen 2 x 2/3 1933 Behandelen juridische aspecten afwijkingsbesluiten Juristen 1 1450 Plan juristen 2 x 2/3 1933 Buitengewone opsporing milieu, welzijn en infrastructuur Inspecteurs 3 x 1/3 1450 Boa 1/3 483 Specialistische (accent bouwen) deskundigen Bouwfysica – Complex Regisseurs 2 x 2/3 1933 Inspecteurs 1/3 483 ODBN 1/3 483 Brandveiligheid Brandweer 2x 2/3 3867 Constructieve veiligheid – Complex Regisseurs 2/3 967 Inspecteurs 2/3 967 Constructeur via Oss 1/9 250 Bouwakoestiek – Complex ODBN 1/3 1933 cultuurhistorie Regisseur 1/3 483 Specialistische (accent RO) deskundigheden Stedenbouw en inrichting openbare ruimte – Complex Stedenbouw/Landschapsarch. 2 x 1 2900 Exploitatie en planeconomie planeconoom 1 x 2/3 967 Bedrijfsec. Adv. 1 x 2/3 967 3.2 Handhaving Ontwikkelingen In de komende jaren gaat de Omgevingswet een steeds grotere invloed uitoefenen op de handhaving. Hoewel de invoering van de Omgevingswet is uitgesteld, worden in 2018 al wel voorbereidingen getroffen om de invoering soepel te laten verlopen. Er zijn projectplannen opgesteld om de voorbereidingen zo soepel mogelijk te laten verlopen en in 2018 zal de nadruk liggen op inventarisatie van de Wabo-taken op het gebied van handhaving en evaluatie van het huidige VTH-beleid. Op 21-11-2017 is door het College van burgemeester en wethouders het bedrijfsplan ICT-samenwerking met gemeentes Bernheze, Landerd, Oss en Uden (BLOU) vastgesteld. Op deze manier worden specifieke en specialistische deskundigheden ontwikkeld om aan de eisen van steeds complexere vraagstukken en groeiende verantwoordelijkheid te voldoen die ook het werkgebied van handhaving raken. In 2018 wordt een Transitieplan vastgesteld. Doel van gemeente Uden Opstellen en vaststellen van een VTH-beleidsplan: Het huidige handhavingsbeleid is van 2012. Actualisatie kan niet meer wachten op de invoering van de omgevingswet, zoals eerder het uitgangspunt was. Formuleren beleid intrekking verleende vergunningen: Niet alle verleende vergunningen worden gerealiseerd. Het is noodzakelijk om het digitale archief “verleende vergunningen” in overeenstemming te brengen met de werkelijkheid. Vergunningen van bouwplannen die niet uitgevoerd worden, moeten worden ingetrokken. Hiermee wordt voorkomen dat het digitale archief vervuilt met bouwplannen die nooit zullen worden uitgevoerd. Daarnaast wordt hiermee ook bevorderd dat nieuwe gebouwen voldoen aan recente eisen van het Bouwbesluit. Opsporing en toezicht van het gehele grondgebied van de gemeente Uden verzorgen, inclusief juridisch vervolg. Integrale handhaving: Themagerichte integrale handhaving wordt gestart door het cluster veiligheid, zij vragen hierbij ondersteuning van de inspecteurs bouwzaken. Thema’s waarop gecontroleerd wordt zijn: Preventieve voorzieningen Campings en huisvesting arbeidsmigranten, Controle vastgoed en bedrijventerrein, gebruik bedrijfspanden. Verbeteracties Met vaststelling van een nieuw VTH-beleidsplan wordt in 2018 een nieuwe prioritering vastgesteld. Evaluatie van de prioritering in 2017 heeft niet geleid tot aanpassing in deze. De prioritering van 2017 blijft voor 2018 dan ook ongewijzigd: Stilleggingen Handhavingszaken waar de veiligheid in het geding is (bouwen en/of gebruik) Verzoeken tot handhaving Politiek gevoelige zaken Combinaties van illegaal gebruik en bouwen Zonder of in afwijking van een vergunning in gebruik nemen van een bedrijf Zonder of in afwijking van een vergunning bewonen van een gebouw Zonder of in afwijking van een vergunning gebruiken van perceel of bebouwing Zonder of in afwijking van een vergunning bouwen of verbouwen verbouwen bedrijfspanden illegaal bouwen bij combinatievergunningen aanbouwen bijgebouwen erfafscheidingen dakkapellen reclame verbouwen binnen de woning isolatie/ventilatie/bouwbesluit ODBN Resultaat Het VTH-beleidsplan is vastgesteld. Beleid intrekking verleende vergunningen is vastgesteld en er is een plan van aanpak voor de uitvoering ervan Opsporing en toezicht van het gehele grondgebied van de gemeente Uden wordt verzorgd, inclusief juridisch vervolg. Dat betekent dat 1 keer per 3 maanden het gehele grondgebied wordt gecontroleerd, waarna de handhavingsprocedures worden gestart conform de in dit jaarprogramma opgenomen prioritering. Integrale thema gerichte handhaving: er is vervolg gegeven aan handhaving op de campings (het Hultje en de Pier) en het integrale interventieteam spoort zaken op en er is integraal afgewogen waar het juiste vervolg kan worden verzorgd. Personele/financiële capaciteit Dit is opgenomen in de tabel onder 3.1 vergunningverlening 4 Milieu en brandveiligheid 4.1 Vergunningverlening Ontwikkelingen Ons vergunningen beleid is opgenomen in de Beleidsnota Wabo-Vergunningen. Deze nota is op 9 oktober 2014 in de gemeenteraad vastgesteld. Hoewel formeel geen expiratiedatum van toepassing is, houden we in de praktijk, in verband met de dynamiek in wet- en regelgeving en organisatorische veranderingen, een actualiteitsperiode van 4 jaren aan. We willen zoveel als mogelijk voorsorteren op de Omgevingswet. Vanuit die gedachte is het wenselijk dat we integraal VTH beleid gaan opstellen waarin zowel het Vergunningen- als het Toezicht en Handhaving-domein is opgenomen. Het grootste gedeelte van ons bedrijvenbestand valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. De veranderingen in het Activiteitenbesluit vinden plaats in het kader van het project "Modernisering algemene regels", ook wel dereguleringstraject genoemd. Dit valt onder het nieuwe Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. We zitten nu in de vierde tranche van de 2e fase. Er zullen nog beperkte wijzigingen plaatsvinden zoals de implementatie van de Richtlijn middelgrote stookinstallaties en de Wijziging erkende maatregelen voor energiebesparing. Eventuele toekomstige grootschalige wijzigingen zullen binnen het kader van de Omgevingswet gaan plaatsvinden. In 2016 is de Wet Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH-wet) gedeeltelijk in werking getreden. De wet regelt onder andere de randvoorwaarden voor gemeenten om tot een hogere kwaliteit van vergunningverlening en handhaving te komen. Op basis hiervan hebben we een verordening kwaliteit VTH vastgesteld. Op 1 juli 2017 is een ander deel van de VTH wet inwerking getreden. In deze wijziging is onder andere de uitvoering van het basistakenpakket door de omgevingsdiensten formeel vastgelegd. Dit was voorheen gebaseerd op de “Packagedeal” afspraken. Met de inwerkingtreding van de vierde tranche van het Activiteitenbesluit zijn nog meer vergunningplichtige activiteiten onder het Activiteitenbesluit gebracht. Door het dereguleringstraject vallen steeds meer inrichtingen onder de algemene regels. In onze gemeente zijn bijna 1230 inrichtingen (Wet Milieubeheer bedrijven) gevestigd waarvan de gemeente het bevoegd gezag is. Dit houdt in dat minder dan 5% van het inrichtingenbestand vergunningplichtig is. Dit beeld voldoet aan de verwachting zoals door het ministerie geschetst bij de invoering van het Activiteitenbesluit. Doel van gemeente Uden De uitgangspunten van de vergunningverlening (onderdeel milieu) hebben we vastgelegd in de Beleidsnota Wabo-vergunningen. Het volgende doel en indicator hebben we daarin opgenomen: Doel: Kwalitatief juiste vergunningverlening uitvoeren zodat de gewenste milieukwaliteit wordt gerealiseerd en in stand gehouden. Indicator: Milieu inrichtingen hebben adequate milieu voorschriften Verbeteracties In de VTH wet is het hebben van een regionaal VTH beleid voor tenminste de basistaken verplicht. In het domein toezicht en handhaving hebben we hier al invulling aan gegeven. Voor het onderdeel vergunningverlening dient het regionaal beleid nog opgesteld te worden. Dit zal in de loop van 2018 gaan plaatsvinden. Het regionale beleid stemmen we af met onze eigen VTH beleidsnota. Resultaat De werkzaamheden voor inrichting-gebonden vergunningverlening omvatten: Behandelen aanvragen Omgevingsvergunning Wabo milieu. Behandelen milieuneutrale wijziging Omgevingsvergunning Wabo milieu. Beoordelen meldingen Activiteitenbesluit. Beoordelen Omgevingsvergunning beperkte milieutoets. Actualiseren voorschriften Wabo milieu. Intrekken vergunningen Wabo milieu/ Intrekken OBM. Opstellen maatwerkvoorschriften/beoordelen gelijkwaardigheid. Overige adviezen mbt vergunningen Wabo milieu (b.v. beoordelen aanmeldnotitie, beoordelen MER voorafgaande aan vergunningprocedure). Beoordelen meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Toetsen asbestinventarisatierapporten en meldingen Besluit mobiel breken. Het betreft het behandelen van een aanvraag/melding inclusief het beoordelen van onderzoeken die deel uitmaken van de aanvraag en eventuele juridische inzet zoals zienswijzen, bezwaar- en beroepsprocedures. Personele/financiële capaciteit In het werkprogramma 2018 van de ODBN hebben we in 2018 de uren opgenomen voor de uitvoering van: Vergunningverlening. Toezicht en handhaving Collectieve taken Bodem Verzoektaken In totaal zijn voor de uitvoering van deze taken ongeveer 6700 uren geraamd. De benodigde middelen vallen onder het gemeentelijke FCL47230090 budget voor de ODBN. Deze middelen zijn in de gemeentelijke begroting opgenomen. In totaal is hiervoor €583.840 beschikbaar. 4.2 Handhaving Ontwikkelingen Ons handhavingsbeleid is opgenomen in de Beleidsnota Wabo-handhaving. Deze nota is op 5 april 2012 in de gemeenteraad vastgesteld. De reden dat we niet eerder tot actualisatie zijn overgegaan houdt verband met de ontwikkelingen van de Omgevingswet. Afgelopen zomer is duidelijk geworden dat de invoering opnieuw is uitgesteld. In dit geval naar 2021. Inmiddels is ook duidelijk geworden dat we kunnen voorsorteren op de concept wetsteksten. We gaan in 2018 een integrale VTH beleidsnota opstellen voor zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving. De gemeente Uden participeert in de ODBN en staat achter één regionaal uitvoeringsniveau. De uitvoering van het toezicht en de handhaving hebben we immers ondergebracht bij de ODBN. In opdracht van alle deelnemers heeft de ODBN in 2016, samen met haar deelnemers, een regionale probleemanalyse uitgevoerd bestaande uit een omgevingsanalyse en een risicoanalyse. In de uitkomst van de probleemanalyse is, naast de landelijke en provinciale omgevingsfactoren, tevens de som van alle lokale deelnemers meegenomen. In de analyse hebben we de volgende effecten beoordeeld: gezondheid; veiligheid; leefbaarheid; duurzaamheid; financieel; bestuurlijk afbreuk risico. De risicoafweging leidt tot een prioriteitstelling op activiteitenniveau. De beoordeling leidde tot een nieuwe toezichtstrategie met de volgende risicoklassen: hoog risico gemiddeld risico laag risico Per risicoklasse wordt de volgende toezichtstrategie gehanteerd: Activiteiten met een hoog risico worden onderworpen aan periodiek toezicht afgestemd op de risico’s, het naleefgedrag en de (veiligheids)cultuur van elk bedrijf. Bij activiteiten met een gemiddeld risico wordt regiobreed, uniform en generiek programmatisch toezicht uitgevoerd zo veel mogelijk afgestemd op risico’s, naleefgedrag en naleefmotieven binnen een bepaalde doelgroep. Voor alle activiteiten met een laag risico wordt een ‘piepsysteem’ toegepast. Er worden geen preventieve controles uitgevoerd. Op grond van meldingen of andere signalen kan er eventueel voor gekozen worden een steekproef uit te voeren. Doel van gemeente Uden In de VTH wet is een verdergaande verplichting tot regionale samenwerking opgenomen. Vanwege die reden hebben we in 2016 het Regionaal operationeel kader (ROK) milieutaken toezicht en handhaving vastgesteld. Hierdoor ontstaat uniform handhavingsbeleid en creëren we een gelijk speelveld voor alle bedrijven in de regio. In 2017 zijn we gestart met het ROK en hebben het in enkele branches toegepast. De eerste ervaringen zijn goed maar de implementatie dient wel over de volle breedte van het bedrijvenbestand plaats te vinden. Daarom hebben we in het ODBN-werkprogramma 2018 de doelstelling opgenomen het verder implementeren van het ROK waarbij meer ingezet wordt op de voorbereidingsfase en monitoring zodat toezicht efficiënter en effectiever uitgevoerd kan worden. Indicator: Alle geselecteerde branches/doelgroepen zijn middels een branche/doelgroepenaanpak uitgevoerd. Verbeteracties Een kwalitatief goed inrichtingenbestand (volledig, juist en actueel) is belangrijk voor een effectieve en efficiënte taakuitvoering van zowel de ODBN als de deelnemers. De ODBN wil daarom, samen met de deelnemers, haar inrichtingenbestand nog beter op orde brengen. In 2017 is daartoe een pilotproject gestart in de gemeenten Oss en Uden. Door middel van gevelverificatie zijn de gegevens in het inrichtingenbestand gecontroleerd. Uit de resultaten hiervan blijkt duidelijk de noodzaak van een opschoningsactie. Een evaluatie moet nog worden gemaakt maar in eerste instantie lijkt de gekozen aanpak succesvol. Wat in ieder geval al wel kan worden geconcludeerd is dat de opwaardering van het inrichtingenbestand in de hele regio belangrijk is. Na de evaluatie zal een voorstel opgesteld worden om te komen tot een regiobrede aanpak. Ook is het belangrijk om samen met de ODBN-deelnemers te komen tot uniforme en heldere afspraken over het beheer van dit inrichtingenbestand om er voor te zorgen dat het inrichtingenbestand blijft voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau. Resultaat We hebben in regionaal verband de volgende prioriteiten vastgesteld: Verbod op asbestdaken per 2024 Veehouderij en volksgezondheid Transitie zorgvuldige veehouderij Terugdringen van milieuklachten Energiebesparing bij bedrijven (energieakkoord 2013). Deze prioriteiten betrekken we bij de toezichtaanpak voor de bedrijven/branches. Bij de toezichtaanpak gaan we uit van de eerdergenoemde risicoklassen hoog, gemiddeld en laag. Toezicht hoog risico bedrijven. Jaarlijks te bezoeken bedrijven! Een bepaalde groep bedrijven wordt jaarlijks 1 of 2 keer bezocht. Hiervoor kunnen meerdere redenen zijn zoals omvang van het bedrijf, risicoprofiel, ligging, bestuurlijke gevoeligheid en dergelijke. In 2018 selecteren we de bedrijven op basis van ervaring-gegevens. In 2019 gaan we hiervoor selectiecriteria opstellen: Veehouderijen. Wij hebben er voor gekozen om deel te nemen aan het Provinciale project Intensivering toezicht veehouderijen waarbij alle veehouderijen binnen 3 jaar minimaal 1 keer conform de projectaanpak bezocht worden. We stellen daarvoor een meerjarenprogramma (2018, 2019, 2020) op. De uitvoering van het project start op 1 januari 2018. Risicorelevante bedrijven. In 2016 en 2017 zijn in samenwerking met de veiligheidsregio Brabant Noord de risico’s van de risicorelevante bedrijven in beeld gebracht. In 2018 gaan we, samen met de Veiligheidsregio Brabant Noord, op basis van de resultaten interventiestrategie(ën) opstellen om deze risico’s te beheersen en indien mogelijk te beperken. Tot die tijd worden de bedrijven jaarlijks bezocht en wordt het toezicht uitgevoerd conform de geldende afspraken. Toezicht gemiddeld risico bedrijven. In 2018 gaan we bij een aantal branches in de risicoklasse “gemiddeld” het toezicht projectmatig uitvoeren. Deze branche-aanpak spreiden we uit over geheel 2018. In enkele branches is het aantal bedrijven dusdanig groot dat we gekozen hebben om deze branches jaarlijks terug te laten keren. Elk jaar bepalen we op basis van een gegevensanalyse of periodieke frequentie welke bedrijven we in het betreffende jaar selecteren. De jaarlijks terugkerende branches zijn: Bijeenkomstfunctie; Horeca - restaurants en overig (zacht) Industrie; Garages en autoherstel bedrijven Industrie; Metaalelektro bedrijven Daarnaast is bij enkele branches het toezicht in 2017 gestart maar nog niet volledig afgerond. Deze laten we doorlopen in 2018. Uitvoering brancheaanpak meubelindustrie 2017 loopt nog door in 2018 Uitvoering brancheaanpak autodemontage 2017 loopt nog door in 2018 Uitvoering brancheaanpak betonindustrie 2017 loopt nog door in 2018 Toezicht laag risico bedrijven. Toezicht bij laag risico bedrijven vindt alleen plaats op basis van klachten of andere signalen waarvoor nader onderzoek gewenst is. De ROK-categorie glastuinbouw is ingedeeld bij de laag risico bedrijven. Per 1 januari 2018 geldt er een zuiveringsplicht voor glastuinbouwers die gewasbeschermingsmiddelen gebruiken en lozen op de riolering of het oppervlaktewater. De overige bedrijven, de zogeheten “nul-lozers” moeten aantonen dat ze niet lozen. Op basis van informatieanalyse en overleg met de waterschappen gaan we bepalen voor welke bedrijven het nodig is in 2018 een interventiestrategie op te stellen en uit te voeren. Daarbij staat een risicogerichte aanpak centraal. Thematisch toezicht. Naast het hiervoor genoemde toezicht per risicoklasse vindt er in 2018 ook op andere wijze (thema gericht) toezicht plaats: Energiebesparing bij bedrijven Mede met behulp van subsidie van Omgevingsdienst.nl en VNG hebben we in 2017 specifiek energietoezicht uitgevoerd bij kantoren, scholen en zwembaden/sauna’s. De verwachting is dat deze subsidie wordt verlengd naar 2018. We selecteren de te bezoeken inrichtingen op basis van het te verwachten besparingspotentieel, te beoordelen aan de hand van energieverbruik, leeftijd gebouw en eventuele ervaringen rond naleefgedrag. Ammoniak koelinstallaties De eerste bevindingen vanuit het project risicorelevante bedrijven laten zien dat de veiligheid van Ammoniak-koelinstallaties mogelijk onvoldoende is geborgd. In 2017 zijn de kleinere installaties (<1500 kg ammoniak) geïnventariseerd. Deze installaties staan namelijk niet op de risicokaart. In 2018 gaan we voor deze installaties een interventiestrategie opstellen. Koeltorens De koeltorens zijn geïnventariseerd en opgenomen in de Atlas leefomgeving. Bij de invoer bleken niet alle noodzakelijke gegevens bekend te zijn. In 2018 gaan we de ontbrekende gegevens inventariseren. Verder gaan we bekijken of een aanpak ontwikkeld kan worden voor het opsporen van nog niet bekende koeltorens. Aanpak illegaliteit Aanpak van illegaliteit vindt op verschillende momenten bij verschillende onderdelen van het toezicht plaats zoals bijvoorbeeld bij de actualisatie van het Inrichtingenbestand en het reguliere toezicht. Dit betekent onder andere dat dit wordt meegenomen in de branche-aanpak en dat binnen de ketenaanpak de aanpak van illegaliteit verder wordt doorontwikkeld. Voor de niet-inrichting gebonden taak ingevolge het Besluit bodemkwaliteit is capaciteit beschikbaar voor het vrije veld toezicht. Particuliere verkooppunten vuurwerk Jaarlijks controleren we de particuliere verkooppunten voor vuurwerk. Behandelen van klachten- en incidentmeldingen De behandeling van klachten, incidenten, meldingen ongewone voorvallen en meldingen voorgenomen activiteit pakken we op een voorgeschreven wijze op. Na een eerste beoordeling wordt de melding doorgezet naar het reguliere toezicht of specialisten. Het gaat hier om klachten over zowel inrichtingen als niet-inrichtingen (dumpingen e.d.). Toezicht Besluit bodemkwaliteit Het toezicht op basis van het Besluit bodemkwaliteit voeren we uit overeenkomstig een vastgestelde beleidsnotitie 2018. Het toezicht op werken en grote infrastructurele voorzieningen valt hier ook onder. Het beoordelen van de meldingen daarentegen valt hier niet onder. Dat zit in het onderdeel vergunningverlening. De toegepaste werkwijze gaan we evalueren aan het ROK. Mogelijk leidt dat nog tot aanpassing. Toezicht asbest en mobiel breken Voor de uitvoering van het toezicht op asbest en mobiel puinbreken vallen we terug op de vastgestelde Notitie Uitvoering Asbesttaken en Besluit mobiel breken. Het beoordelen van de meldingen valt onder vergunningverlening. Ketenaanpak en milieucriminaliteit De ketenaanpak en milieucriminaliteit is opgenomen in het programma Collectieve taken. Repressieve handhaving Dit gaat over werkzaamheden die betrekking hebben op het ten uitvoer brengen van bestuursdwang en last onder dwangsom zoals het effectueren van bestuursdwang en inningprocedures bij een verbeurde dwangsom, het beschikken op een verzoek om handhaving of het opstellen van een gedoogbeschikking. En dit gaat ook over repressieve strafrechtelijke handhaving. Het opstellen van een proces-verbaal milieu of een bestuurlijke strafbeschikking bij, tijdens toezicht, geconstateerde overtredingen. Personele/financiële capaciteit Dit is vermeld onder 4.1 “vergunningverlening”. 4.3 Collectieve taken Ontwikkelingen Naast de basistaken en verzoektaken voeren we in ODBN-verband ook werkzaamheden uit als collectief van alle deelnemende gemeenten, de provincie en het waterschap Aa en Maas, de zogenaamde collectieve taken. Jaarlijks stellen we een programma op. Het programma beschrijft op hoofdlijnen de werkzaamheden en wordt gedetailleerd uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Het programma is gebaseerd op de meerjaren-kadernota en begroting van de ODBN. Sommige onderdelen worden ook Brabant breed (door alle drie omgevingsdiensten) uitgevoerd. Doel van gemeente Uden De collectieve taken richten zich op: Het uitvoeren van ketentoezicht en het verbeteren van de ketenaanpak en de aanpak van milieucriminaliteit Het verbeteren van de kwaliteit van de VTH-taakuitvoering Het verbeteren van de doelmatigheid van de VTH-taakuitvoering Verbeteracties Uit de hiervoor genoemde taakstelling is af te leiden dat de collectieve taken met name faciliterend zijn en zich richten op de verbetering van de VTH-taakuitvoering. In die zin moeten ze vooral verbeterend werken voor anderen. Uit het laatste jaarverslag zijn geen aanbevelingen en of verbeteracties voor het programma collectieve taken opgenomen. Resultaat De volgende onderwerpen zijn in het programma opgenomen: Transitie veehouderij. Hierbij gaat het onder andere over: Interne kennis- en innovatie-overdracht. Doel is goed geïnformeerde VTH’ers die hun werk goed kunnen uitvoeren. Uitbouwen netwerk. Het projectteam BPO speerpunt Veehouderij wordt als het netwerk gezien van waaruit kennisuitwisseling en afstemming plaatsvindt naar provincie, omgevingsdiensten, gemeenten en waterschappen. Onder andere via uitbrengen notities en organiseren bijeenkomsten. Actualiseren plan van aanpak vergunningen. Naar aanleiding van de vaststelling en publicatie van de BBT-conclusies in februari 2017 gaan we bestaande vergunningen vanaf 21 februari 2017 actualiseren. We gaan een gezamenlijk plan van aanpak opstellen om dit binnen Brabant op een uniforme wijze op te pakken. Problematiek veehouderij en gezondheid. In 2016 is het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid geformeerd, ter ondersteuning van gemeenten, provincie en omgevingsdiensten. Nieuwe ontwikkelingen worden bijgehouden en vertaald naar uitvoering. Deze werkzaamheden zetten we voort. Vergunningverlening innovatie stalsystemen. Ontwikkeling van innovatieve stalsystemen komt aan de orde in het kader van de Versnelling Transitie Veehouderij. Omdat het nog geen erkende systemen zijn, vormt dit vaak een belemmering bij de vergunningverlening. We gaan onderzoeken of de Crises en Herstelwet hierin mogelijkheden biedt. Problematiek stalbranden. In verband met roering over stalbranden gaan we onderzoeken of in Brabant in het kader van VTH nog aparte preventieve maatregelen kunnen/moeten worden getroffen. Electronische monitoring luchtwassers. Dit moet nog nader uitgewerkt worden. Energie (Beleids) ontwikkelingen binnen het thema energie, duurzaamheid en klimaat worden gevolgd. Verbetermogelijkheden worden gesignaleerd en zo mogelijk direct opgepakt dan wel vertaald in een advies voor de VTH-taakuitvoering. Asbestdaken Vanuit de Routekaart zullen een aantal activiteiten collectief uitgevoerd worden. Hierbij gaat het dan om: Kennisplatform met gemeenten (informatiebijeenkomst organiseren), periodieke afstemming Brabantse Omgevingsdiensten en provincie. Verbinding bestuur en strafrecht In januari vindt een “bestuurlijke werkconferentie samenwerking bestuursrecht – strafrecht” plaats. Acties die daar uit voortkomen ten aanzien van verdergaande afstemming, overleg en informatie-uitwisseling pakken we op. Doel is verbetering en professionalisering van de samenwerking tussen bestuursrecht en strafrecht. 4.4 Brandveiligheid In 2017 hebben we het nieuwe risicogerichte brandveiligheidsbeleid toegepast. De focus ligt hierin primair op het voorkomen of beperken van slachtoffers bij brand. Secundair gaat de aandacht uit naar het voorkomen van onherstelbare schade bij brand en het voorkomen van grootse maatschappelijke ontwrichting bij brand. Deze benadering vertalen we naar het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Hierin zijn de volgende vier belangrijkste inspectie-onderwerpen voor alle gebruiksfuncties opgenomen: Organisatorische maatregelen Compartimentering Vangnet en zorgplicht Melden en alarmeren De toezichtstrategie is samengevat in onderstaande tabel, met van boven naar beneden afnemend risico. 2018 2019 2020 2021 A alle A 4 A alle A 4 B 4 50% B alle 50% B 4 50% B alle 50% C4 50 % C4 50 % C4 50 % C4 50 % D4 25% D4 25% D4 25% D4 25% E Op basis van klacht / melding / handhavingsverzoek E Op basis van klacht / melding / handhavingsverzoek E Op basis van klacht / melding / handhavingsverzoek E Op basis van klacht / melding / handhavingsverzoek Onvoorzien Onvoorzien Onvoorzien Onvoorzien 5Uitwegen en objecten 5.1 Uitwegen Ontwikkelingen Voor 2018 zijn er geen specifieke ontwikkelingen op het gebied van inritten. Inritvergunningen maken onderdeel uit van de Wabo-taken en als zodanig heeft het taakveld op lange termijn te maken met de invoering van de Omgevingswet Doel van gemeente Uden Kwalitatief hoogwaardige advisering en vergunningverlening op het gebied van uitwegen binnen de wettelijk gestelde termijn (8 weken). Verbeteracties Terugkoppeling over het toezicht vindt momenteel mondeling plaats tussen de inhoudelijk specialist en jurist. In geval van afwijkingen is een schriftelijke afstemming noodzakelijk, gelet op de dossiervorming voor de handhavingsprocedure. Dit zal in 2018 in de werkwijze worden opgenomen. Achtervang voor de specialist formaliseren. Resultaat Omgevingsvergunning voor de activiteit uitwegen die onderdeel uitmaken van een aanvraag om omgevingsvergunning met diverse activiteiten Onderzoek ter plaatse uitvoeren Inhoudelijk beoordelen van de aanvraag en in samenwerking met de Wabo-regisseur komen tot een vergunning of weigering van de aanvraag Advisering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek om inhoudelijke beoordeling is uitgezet. Adviezen worden verwerkt in Corsa en Sba. Aanvragen omgevingsvergunningen enkel voor de activiteit uitwegen Onderzoek ter plaatse uitvoeren Inhoudelijk beoordelen van de aanvraag en in samenwerking met de Wabo-regisseur komen tot een vergunning of weigering van de aanvraag Advisering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek om inhoudelijke beoordeling is uitgezet Adviezen worden verwerkt in Corsa en Sba. Toezicht op de verleende omgevingsvergunning Na telefonisch contact met de vergunninghouder wordt toezicht uitgeoefend ter plaatse over de materialen, breedte, wijze van aanleggen In de bebouwde kom worden de uitwegen in opdracht van de gemeente Uden aangelegd. Op industrieterreinen e.d. leggen bedrijven of particulieren de uitwegen aan Wanneer er afwijkingen ten opzichte van de verleende vergunning worden geconstateerd, wordt in overleg met vergunninghouder aangegeven binnen welke termijn zij op eigen initiatief tot aanpassing conform vergunning kunnen komen. Deze afspraak wordt per mail bevestigd en vastgelegd in Corsa en SBA. Wanneer vergunninghouder niet tot aanpassing overgaat, wordt een handhavingsprocedure gestart. Deze verloopt volgens dezelfde procedure/werkwijze als de handhavingsprocedures die voor de overige Wabo-activiteiten worden opgestart Illegale aanleg van uitwegen. Onderzoek ter plaatse uitvoeren. Betrokkenen worden in de gelegenheid gesteld om alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit uitwegen aan te vragen. Wanneer een vergunning niet mogelijk is, wordt in overleg met betrokkene aangegeven binnen welke termijn zij op eigen initiatief tot verwijdering/herstel in oude staat kunnen overgaan. Deze afspraak wordt per mail bevestigd en vastgelegd in Corsa en SBA. Wanneer vergunninghouder niet tot aanpassing overgaat, wordt een handhavingsprocedure gestart. Personele/financiële capaciteit 0,33 fte specialist vergunningverlening openbare ruimte. 0,25 fte juridisch adviseur openbare ruimte. Minimale tijdsbesteding door overige adviseurs: groen, verkeer, kabels en leidingen. Deze personele capaciteit is geborgd in de formatie en begroting van de gemeente Uden. 5.2 Objecten (zoals hijskranen, steigers en containers in de openbare ruimte) Ontwikkelingen Voor 2018 zijn er geen specifieke ontwikkelingen op het gebied van objecten in de openbare ruimte.. Deze vergunningen maken onderdeel uit van de Wabo-taken en als zodanig heeft het taakveld op lange termijn te maken met de invoering van de Omgevingswet Doel van gemeente Uden Kwalitatief hoogwaardige advisering en vergunningverlening op het gebied van objecten in de openbare ruimte binnen de wettelijk gestelde termijn (8 weken). Verbeteracties Terugkoppeling over het toezicht vindt momenteel mondeling plaats tussen de inhoudelijk specialist en jurist. In geval van afwijkingen is een schriftelijke afstemming noodzakelijk, gelet op de dossiervorming voor de handhavingsprocedure. Dit zal in 2018 in de werkwijze worden opgenomen. Achtervang voor de specialist formaliseren. Resultaat Omgevingsvergunning voor de activiteit objecten in de openbare ruimte die onderdeel uitmaken van een aanvraag om omgevingsvergunning met diverse activiteiten Onderzoek ter plaatse uitvoeren Inhoudelijk beoordelen van de aanvraag en de vergunning verlenen of weigeren. Advisering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek om inhoudelijke beoordeling is uitgezet. Adviezen worden verwerkt in Corsa. Aanvragen omgevingsvergunningen enkel voor de activiteit objecten in de openbare ruimte Onderzoek ter plaatse uitvoeren Inhoudelijk beoordelen van de aanvraag en de vergunningaanvraag vergunnen of weigeren. Advisering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek om inhoudelijke beoordeling is uitgezet Adviezen worden verwerkt in Corsa. Toezicht op de verleende omgevingsvergunning voor de activiteit objecten in de openbare ruimte Na telefonisch contact met de vergunninghouder wordt toezicht uitgeoefend ter plaatse over de locatie van de objecten in relatie tot verkeersveiligheid, kwaliteit van de openbare ruimte, constructief veilige plaatsing. Wanneer er afwijkingen ten opzichte van de verleende vergunning worden geconstateerd, wordt in overleg met vergunninghouder aangegeven binnen welke termijn zij op eigen initiatief tot aanpassing conform vergunning kunnen komen. Deze afspraak wordt per mail bevestigd en vastgelegd in Corsa. Wanneer vergunninghouder niet tot aanpassing overgaat, wordt een handhavingsprocedure gestart. Dan volgt verbalisering door de Buitengewoon opsporingsambtenaar Illegale plaatsing van objecten in de openbare ruimte. Onderzoek ter plaatse uitvoeren. Betrokkenen worden in de gelegenheid gesteld om alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit objecten in de openbare ruimte aan te vragen. Wanneer een vergunning niet mogelijk is, wordt in overleg met betrokkene aangegeven binnen welke termijn zij op eigen initiatief tot verwijdering kunnen overgaan. Deze afspraak wordt per mail bevestigd en vastgelegd in Corsa en SBA. Wanneer vergunninghouder niet tot aanpassing overgaat, wordt er geverbaliseerd door de Buitengewoon opsporingsambtenaar. Personele/financiële capaciteit (hoeveel is beschikbaar en waar is dat geborgd) 0,33 fte; specialist vergunningverlening openbare ruimte. 0,33 fte Buitengewoon opsporingsambtenaar. Deze personele capaciteit is geborgd in de formatie en begroting van de gemeente Uden. 6Kapvergunningen Ontwikkelingen Begin 2018 is een aanpassing A.P.V. voorzien. Dit op basis van het vast te stellen bomenbeleidsplan. Dit betekent dat er minder aanvragen zullen komen. Daarnaast zal in relatie tot de natuurwet een bepaling worden opgenomen dat de gemeente Uden ook een toetsende rol heeft bij kapvergunningen in het buitengebied. Doel van gemeente Uden Instandhouding en bevordering van een kwalitatief goed bomenbestand Verbeteracties N.v.t. Resultaat Beperking van regelgeving en daarmee samenhangend een beperking van ambtelijke inzit, dit met behoud van het omschreven doel. Personele/financiële capaciteit Deze personele capaciteit is geborgd in de formatie en begroting van de gemeente Uden. 7 Milieutaken Het specialisme Geluid, Lucht, Externe Veiligheid en grotendeels ook Bodem is overgedragen aan de ODBN. De ondersteuning wordt jaarlijks in het werkprogramma van de ODBN onder de noemer “verzoektaken” vastgelegd. In 2018 nemen we in totaal voor bijna 1.500 uren specialistische taken af. 7.1 Bodem Ontwikkelingen Ruimte is een schaars goed. Daarom is het van groot belang dat we zuinig omgaan met de beschikbare ruimte en de bodem en ondergrond als drager van deze ruimte goed (duurzaam) te beheren. De bodem moet op een verantwoorde wijze worden gebruikt, zodat maatschappelijke ontwikkelingen doorgang kunnen vinden en op de langere termijn de bodem de gewenste functies kan blijven of gaan vervullen. De bodemkwaliteit bestaat bij duurzaamheid niet meer alleen uit de chemische samenstelling maar ook uit de organismen die erop en erin leven en de omstandigheden die voor dit bodemleven en diverse nutsfuncties nodig zijn. Om dit te bereiken moeten we nieuwe bodemverontreinigingen voorkomen. Het bodembeleid geven we vorm via drie sporen. Preventie (bescherming): het voorkomen van nieuwe verontreiniging Beheren: het verantwoord omgaan met bestaande kwaliteit Saneren BodemInformatieSysteem (BIS) Alle beschikbare fysisch chemische bodeminformatie en data worden opgeslagen in een BodemInformatieSysteem (BIS). Met een BIS zijn bodemgegevens te raadplegen en te analyseren. Sinds half 2017 zijn de gegevens van het gemeentelijk BIS (Squit-bodem) overgebracht naar het BIS van de ODBN (Nazca-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.