Beleidsregels geluidhinder als gevolg van werkzaamheden 2018Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen, gelet op artikel 4.1.1 van de Algemene Plaatselijke verordening, BESLUIT Beleidsregels ten aanzien van geluidhinder als gevolg van werkzaamheden te formuleren als nadere invulling van APV artikel 4.1.1 Hoofdstuk1 Inleiding In de gemeente Nijmegen worden jaarlijks een groot aantal bouw- en sloopwerkzaamheden uitgevoerd. In de meeste gevallen wordt het geluid van deze werkzaamheden niet direct als overlast ervaren. Dit komt omdat het vaak om kortdurende werkzaamheden in de dagperiode (07.00 - 19:00 uur) gaat. Het ook aanwezige omgevingsgeluid zal het geluid vanwege werkzaamheden grotendeels maskeren. Anders is dit als de werkzaamheden tijdens de avond- of nachtperiode , tijdens weekenden of tijdens feestdagen plaatsvinden. Lawaaiige werkzaamheden in deze perioden kunnen geluidsoverlast veroorzaken voor omwonenden waardoor het woon- en leefklimaat in meer of mindere mate wordt geschaad. In bepaalde omstandigheden is zelfs slaapverstoring mogelijk. De laatste jaren is het aantal bouw- en sloopwerkzaamheden in de avond- en nachtelijke uren sterk toegenomen. Het is wenselijk dat voor dergelijke werkzaamheden op die momenten een ontheffing bij het bevoegd gezag wordt aangevraagd De ‘Notitie Bouwlawaai’ is voor het eerst in 2006 vastgesteld naar aanleiding van vragen uit de Raadscommissie (01-12-2003) en de toezegging (12-01-2004) om de handhaving voor bouwlawaai beter te organiseren. Als gevolg van het van kracht worden van het Bouwbesluit 2012 (1-4-2012) zijn op 24 april 2012 de ‘Beleidsregels geluidhinder als gevolg van werkzaamheden 2012’ opnieuw vastgesteld. Huidige Bouwbesluit In het huidige Bouwbesluit zijn de bouw- en slooplawaai voorschriften opgenomen in artikel 8.3 Bouwbesluit. Daarin staat dat onder werkdagen ook de zaterdag wordt verstaan. Voorts hebben de voorschriften alleen betrekking op bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden. In artikel 8.3, vierde lid Bouwbesluit staat dat als B&W beleidsregels heeft vastgesteld er geen ontheffing meer hoeft te worden aangevraagd. Beleidsregels fungeren dan als materiële normen voor de avond- en nachtperiode en voor zon- en feestdagen. Als het bedrijf bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoet aan bepaalde grenswaarden die voor een bepaalde blootstellingsduur gelden, dan is er geen ontheffing meer nodig. Het bedrijf moet wel de aanvang van de werkzaamheden twee dagen tevoren melden bij het bevoegd gezag. Datgene wat geldt voor de dagperiode gaat dan ook gelden voor de avond- en nachtperiode alsmede voor de zon- en feestdagen. Beleidsregels mogen echter geen indienings- noch procedurevoorschriften bevatten. Dat betekent dat de aanvang van de werkzaamheden niet meer 4 weken tevoren bekend is. Tevens hoeft er geen akoestisch onderzoek meer te worden ingediend. Het bedrijf hoeft ook niet de noodzaak van het werken buiten de normale dagperiode te motiveren. Ook kunnen er geen voorschriften meer aan een te verlenen ontheffing worden verbonden. Maatwerk is dus niet meer mogelijk. Gevolg is dat de overheid slechts toezicht kan houden op de in uitvoering zijnde werkzaamheden. Niet bekend is welke werkzaamheden er plaatsvinden, wat de aard, omvang en duur van de werkzaamheden zal zijn. Ook is niet bekend of het bedrijf de beleidsregels (en de daarin opgenomen grenswaarden en blootstellingsduur) zal overtreden. Er is immers geen akoestisch onderzoek. Bij klachten van omwonenden zal de overheid zelf geluidmetingen moeten verrichten (op kosten van de overheid). Die metingen moeten door de overheid plaatsvinden in de avond- en nachtperiode en op zon- en feestdagen. Als niet aan de normen wordt voldaan kan er slechts repressief (achteraf) handhavend worden opgetreden. Dat is lastig als de werkzaamheden in volle gang zijn. Gelet op het voorgaande is het niet meer wenselijk om beleidsregels vast te stellen voor bouw- en slooplawaai. Dat betekent dat een bedrijf in alle gevallen voor bouw- en sloopwerkzaamheden in de avond- en nachtperiode en op zon- en feestdagen een ontheffing moet aanvragen. Dan blijft het mogelijk een akoestisch onderzoek te eisen. Dan kan de noodzaak van de werkzaamheden buiten de dagperiode worden beoordeeld, kan een ontheffing, zonodig, worden geweigerd, en kunnen aan een ontheffing voorschriften worden verbonden, zodat het belang van omwonenden in de afweging kan worden betrokken. Afhankelijk van de geluidbelasting op geluidgevoelige bestemmingen en de tijd dat omwonenden hieraan worden blootgesteld, kan als voorschrift worden opgenomen dat aan omwonenden binnen een bepaalde straal vervangend verblijf moet worden aangeboden. Het is en blijft wel wenselijk om beleidsregels te hebben voor beoordeling van ontheffingsverzoeken voor geluidhinder op grond van artikel 4.1.1, lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening. De APV, anders dan het Bouwbesluit, maakt het wel mogelijk dat, ook als er beleidsregels zijn vastgesteld, een ontheffingsverzoek moet worden ingediend en om, zo nodig, voorschriften aan de ontheffing te verbinden. Bureau Leefomgevingskwaliteit heeft, in overleg met Afdeling Juridisch Advies van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen deze beleidsregels opgesteld. Hoofdstuk2 Juridisch kader Beoordeling in het kader van de APV Artikel 4.1.1 van de Algemene plaatselijke verordening bevat voorschriften om geluidhinder te beperken. Denk hierbij aan werkzaamheden aan wegen, kanalen, rivieren, spoorwegen en degelijke. Op grond van dit artikel is het verboden om geluidhinder te veroorzaken. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van dit verbod. Het verbod geldt niet voor hindersoorten waarvoor Burgemeester en Wethouders nadere regels hebben gesteld. Het verbod van artikel 4.1.1 APV geldt ook niet als de beperking van geluidsoverlast is geregeld in de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wegen- verkeerswet, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartweg of het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels van toepassing is. De Woningwet (en het Bouwbesluit) worden hier niet genoemd. Echter omdat er in een hogere regeling een specifieke vorm van geluidhinder is geregeld (namelijk bouw- en slooplawaai) prevaleert de hogere regeling. Artikel 4.1.1 APV is niet van toepassing voor bouw- en slooplawaai waarvoor een omgevingsvergunning is verleend (of vereist). Maar ook voor bouw- en slooplawaai als gevolg van bouw- en sloopactiviteiten waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of op grond van het Bouwbesluit geen vergunning is vereist, is artikel 4.1.1 APV niet van toepassing. Algemene wet bestuursrecht Op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen Burgemeester en Wethouders beleidsregels vaststellen en daarmee ontheffingsverzoeken en meldingen consequent en consistent beoordelen. Dit is in het belang van de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid en voorkomt willekeur. De volgende publicaties zijn in ogenschouw genomen: Circulaire Industrielawaai, ministerie van volksgezondheid en milieuhygiëne 1979 Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999 Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval 2004 - Ministerie Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Bouwbesluit, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Beoogde effecten Overlast gevende, lawaaiige werkzaamheden zoveel mogelijk overdag laten plaatsvinden. Een eenvoudiger, eenduidiger en meer samenhangende aanpak voor geluidhinder realiseren. Versterken van milieuvriendelijk gedrag. Duidelijkheid creëren voor alle betrokkenen. Samenwerking tussen alle betrokken partijen optimaliseren. Aanpak In het beleid wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende etmaalperioden (dag-avond-nacht). Per etmaalperiode zijn toegestane geluidniveaus vastgesteld. Daarbij wordt ook aangegeven hoeveel avonden of nachten deze geluidniveaus mogen aanhouden. De geluidniveaus gelden op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, op een hoogte waar de hinder kan worden ondervonden. De geluidsniveaus gelden alleen voor geluidsgevoelige bestemmingen die ook daadwerkelijk worden gebruikt. Alle metingen en berekeningen moeten plaatsvinden conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (HMRI 1999). Tot slot is een artikelsgewijze toelichting opgenomen. Hoofdstuk3Beleidsregels Paragraaf1Definities Artikel1 In deze beleidsregels wordt verstaan onder: dB(A): Eenheid voor geluid (de decibel), gecorrigeerd naar de gevoeligheid van het menselijk oor (de A-correctie). Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: (LAr,LT) het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai, HMRI-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.