Besluit van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Werkzaak Rivierenland houdende regels omtrent Nadere regels re-integratie en loonkostensubsidie Participatiewet 2016.het dagelijks bestuur van Werkzaak; gelet op de artikelen 108 lid 2 en 147 lid 3 van de gemeentewet en de artikelen 7 en 10 van de Participatiewet; gelet op artikel 2 lid 4 en 5, artikel 3 lid 1 en 3, artikel 4 lid 2, artikel 6 lid 4, artikel 8 lid 2 en artikel 9 van de Re-integratieverordeningen Participatiewet 2016 en de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015, zoals vastgesteld door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in Werkzaak resp. het Algemeen Bestuur Sociale Dienst Bommelerwaard in december 2015 resp. 2014; overwegende dat het noodzakelijk is nadere regels vast te stellen voor het gebruik maken van de bevoegdheid tot het aanbieden van re-integratievoorzieningen en loonkostensubsidie; besluit vast te stellen de volgende nadere regels Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen De begripsomschrijvingen zoals opgenomen in de Re-integratieverordening Participatiewet 2016 zijn in deze regels van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk2.Beleid en Financiën Artikel2.Prioritering in beleid 1.Voor niet-uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 7 lid 1a onder 7 van de Participatiewet geldt, dat ondersteuning en inzet van een noodzakelijk geachte voorziening alleen wordt geboden, indien het partnerinkomen niet meer bedraagt dan 130% van het netto Wettelijk Minimumloon als bedoeld in artikel 37 van de Participatiewet en het vermogen de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet niet overschrijdt. 2.Verder geldt voor deze doelgroep dat: er een passief beleid wordt gevoerd; er een aanbod kan worden gedaan ingeval er sprake is van een gezin met een groot risico op bijstandsafhankelijkheid; er een aanbod kan worden gedaan ingeval er sprake is van kwetsbare schoolverlaters en jongeren als bedoeld in artikel 10f onder a van de Participatiewet; er een aanbod wordt gedaan indien er sprake is van een concrete arbeidsvraag; hen in beginsel algemeen toegankelijke en incidentele voorzieningen worden geboden. Hoofdstuk3.Vormen van ondersteuning Artikel3.Algemene bepalingen ondersteuning 1.Ondersteuning op het gebied van re-integratie is het geheel van activiteiten dat leidt tot arbeidsinschakeling. 2.Deze ondersteuning kan worden gegeven door het aanbieden van een re-integratie- traject, waarbij zo nodig voorzieningen worden ingezet of door het bieden van praktische hulp, begeleiding en advies of doorverwijzing naar andere instanties. 3.De werkzaamheden kunnen in eigen beheer worden uitgevoerd en/of door aan de gemeente gelieerde bedrijven en/of elders worden ingekocht. 4.De ondersteuning op het gebied van re-integratie vindt plaats op basis van een overeengekomen plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de participatiewet. Dit plan van aanpak wordt opgesteld voor zowel belanghebbenden jonger dan 27 jaar als belanghebbenden ouder dan 27 jaar. Artikel4.Scholing 1.Het dagelijks bestuur stelt op basis van een individuele beoordeling en in het plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet jo. artikel 3 lid 4 van deze regels vast of aan belanghebbende een scholingstraject, als bedoeld in artikel 4 van de Re-integratieverordening Participatiewet 2016, wordt aangeboden. 2.Scholing wordt ingezet om de toegang tot de arbeidsmarkt te bevorderen en/of de maximale loonwaarde van de belanghebbende te bevorderen. 3.Scholing wordt niet ingezet als naar het oordeel van het dagelijks bestuur dit de krachten of bekwaamheden van belanghebbende te boven gaat. Om dezelfde reden kan scholing ook beëindigd worden. 4.Bij de beoordeling van de noodzaak van de scholing houdt het dagelijks bestuur rekening met de voor belanghebbende kortste weg naar duurzame arbeid en zijn arbeids- en opleidingsverleden. 5.Bij de keuze van de scholing en de vergoeding van de kosten wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate scholingsmogelijkheid. 6.Een scholingstraject dient binnen een jaar te worden afgerond, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn om de termijn te verlengen. 7.De maximaal te vergoeden kosten van een scholingstraject bedragen € 2.000, =. 8.Geen scholing wordt aangeboden indien een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. Artikel5.Werkervaringsplaats 1.Het Dagelijks Bestuur kan een belanghebbende een werkervaringsplaats aanbieden gericht op arbeidsinschakeling. 2.Het aanbod heeft als doel het activeren, stimuleren en motiveren van belanghebbende en het aanleren en ontwikkelen van elementaire werknemersvaardigheden, het opdoen van werkervaring en/of het opdoen en behouden van werkritme, waardoor de kansen op de arbeidsmarkt worden vergroot. 3.Een werkervaringsplaats wordt voor een periode van maximaal 3 maanden aangeboden. 4.Het dagelijks bestuur kan de in het vorige lid genoemde periode verlengen met maximaal 3 maanden, indien is vastgesteld dat belanghebbende een langere periode nodig heeft om de gestelde (leer)doelen te bereiken. 5.In een schriftelijke overeenkomst worden in elk geval vastgelegd: het (leer) doel van de werkervaringsplaats; de activiteiten die belanghebbende gaat verrichten; duur en omvang van de werkervaringsplaats; indien aan de orde: afspraken over onkostenvergoedingen, verzekeringen en dergelijke; de wijze waarop en door wie de begeleiding, terugkoppeling en rapportage zal plaatsvinden. 6.De activiteiten vinden plaats met behoud van uitkering. Artikel6.Proefplaatsing 1.Het dagelijks bestuur kan een proefplaatsing bij een werkgever aanbieden indien dit noodzakelijk wordt geacht voor inschakeling in arbeid. 2.De proefplaatsing is gericht op het verkrijgen van een detacherings- of arbeidsovereenkomst bij een werkgever. De werkgever spreekt bij aanvang van de proefplaatsing de intentie uit om bij gebleken geschiktheid belanghebbende een detacherings- of arbeidsovereenkomst aan te bieden. 3.De proefplaatsing wordt aangeboden voor maximaal 40 uur per week voor een aaneengesloten periode van maximaal 3 maanden. 4.Tijdens de proefplaatsing kan een loonwaardemeting worden uitgevoerd. 5.In een schriftelijke overeenkomst worden in elk geval vastgelegd: het doel van de proefplaatsing; de werkzaamheden die belanghebbende gaat verrichten; duur en omvang van de proefplaatsing; de taken en verplichtingen; indien aan de orde afspraken over onkostenvergoedingen, verzekeringen en dergelijke. 6.De werkzaamheden vinden plaats met behoud van uitkering. Artikel7.Loonkostensubsidie 1.De doelgroep medisch uren beperkten als bedoeld in artikel 6b van de Participatiewet, komt niet in aanmerking voor loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet, tenzij zij daarnaast ook per uur verminderd productief zijn en op grond daarvan wordt vastgesteld dat zij behoren tot de doelgroep als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder e van de Participatiewet. 2.Voor de niet-uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 7 lid 1a onder 7 van de Participatiewet wordt ingevolge artikel 10c van de Participatiewet niet onderzocht en vastgesteld of deze persoon behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder e van de Participatiewet. 3.De additionele kosten die de werkgever eenmalig en structureel maakt worden in de rapportage van de Dariuz Works loonwaardemeting in beeld gebracht. Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking. 4. Groepsplaatsing: ingeval een werkgever voornemens is opdrachten te verstrekken aan een groep personen uit de doelgroep loonkostensubsidie, kan het Dagelijks Bestuur de loonwaarde als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder g van de Participatiewet voor die groep personen vaststellen op basis van de feitelijke taken en werkzaamheden op de werkplek van één persoon van die groep personen, onder voorwaarde dat die taken en werkzaamheden voor alle personen van die groep representatief zijn. Artikel8.Beschut werk 1. Het aantal plaatsen voor een beschutte werkomgeving als bedoeld in artikel 10b lid 4 sub c van de Participatiewet en artikel 6 lid 4 van de Re-integratieverordening Participatiewet 2016 wordt per jaar vastgesteld door het dagelijks bestuur. 2. De voorselectie van belanghebbenden als bedoeld in artikel 10b lid 2 van de Participatiewet en artikel 6 lid 2 van de Re-integratieverordening Participatiewet 2016, voor een advies en vaststelling dat een belanghebbende uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden arbeidsmogelijkheden heeft, kan pas gebeuren indien aannemelijk is dat belanghebbende een loonwaarde heeft tussen de 20% en 40% van het wettelijk minimumloon. 3. Beschut werk wordt aan belanghebbende gedurende de eerste 2 jaar aangeboden in de vorm van (een) tijdelijk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.