Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amersfoort houdende regels omtrent huisvesting Huisvestingsverordening Amersfoort 2018De raad van de gemeente Amersfoort; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 november 2017 DIR/WW nr.5642200; vindt het nodig dat er regels worden gesteld om te komen tot een goede en rechtvaardige verdeling van de beschikbare goedkope woonruimte in de gemeente Amersfoort gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder a, 5, 7, 9 tot en met 14, 17, 20 en 35 van de Huisvestingswet 2014; besluit vast te stellen de Huisvestingsverordening Amersfoort 2018 HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: aanbodmodel: verdelingsmodel waarbij beschikbare woonruimte met de daarbij geldende voorwaarden wordt aangeboden en waarbij de volgordebepaling van woningzoekenden plaats vindt aan de hand van inschrijfduur; corporaties; de toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet die verenigd zijn in het Samenwerkingsverband Wonen Eemvallei; economische binding: binding van een persoon aan de woningmarktregio of de gemeente Amersfoort, daarin gelegen dat die persoon met het oog op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in de woningmarktregio te vestigen. Onder een economische binding wordt verstaan: Iemand heeft een contract van minimaal een halve werkweek (18 uur) met een duur van minstens een jaar bij een bedrijf in de woningmarktregio of vanuit een bedrijf tewerkgesteld in de woningmarktregio of Iemand volgt een dagopleiding van minimaal 19 uur per week aan een in de woningmarktregio gevestigde instelling van onderwijs of Een zelfstandig ondernemer die in het bestaan voorziet en kan aantonen dat het bedrijf in de woningmarktregio is gevestigd; eigenaar: het daaromtrent bepaalde in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; etagewoning: portiekflat, galerijflat, maisonnette, bovenwoning, benedenwoning, seniorenflat en één-kamerwoning; inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; huishoudinkomen: het daaromtrent bepaalde in artikel 1 onder a van de wet; huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 8, eerste lid van de wet; huurprijs: het daaromtrent bepaalde in artikel 1, onder 2, onder a van de wet; huurtoeslaggrens: de rekenhuur zoals bedoeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag , dan wel de daarvoor in de plaats tredende overheidsregeling; ingezetene: degene die in de Basisregistratie Personen van de gemeente Amersfoort of één der andere gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en feitelijk hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte; inschrijfduur: de periode dat een woningzoekende aaneensluitend is ingeschreven in het register van woningzoekenden; lotingsmodel: verdelingsmodel waarbij beschikbare woonruimte met de daarbij geldende voorwaarden wordt aangeboden en waarbij de volgordebepaling van woningzoekenden plaats vindt aan de hand van loting; nieuwbouwhuurwoning: een woning die nieuw is gebouwd en die door de woningzoekende als eerste gehuurd wordt; maatschappelijke binding: binding van een persoon aan de woningmarktregio en is daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de woningmarktregio te vestigen. Een maatschappelijke binding wordt in ieder geval aangenomen ten aanzien van: een persoon die ten minste 1 jaar onafgebroken ingezetene is in de woningmarktregio of: een persoon die gedurende de voorafgaande twintig jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de woningmarktregio; mantelzorg: het bepaalde in artikel 1.1.1 onder 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning; mantelzorgontvangers: degene die mantelzorg ontvangt; mantelzorgverleners: degene die mantelzorg verleent; onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; regionale binding: economische of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio; register van woningzoekenden: het inschrijfsysteem voor woningzoekenden van de corporaties; standplaats: kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; urgentiecommissie: de commissie die aan burgemeester en wethouders adviseert over urgentieverzoeken van woningzoekenden; urgentieverklaring: een door burgemeester en wethouders afgegeven verklaring inhoudende een toekenning in de urgentiecategorie 1, 2 of 3; verhuurder: corporaties en particuliere verhuurders die professioneel woonruimte verhuren; woningzoekende: een huishouden dat zich wil vestigen in de woningmarktregio; woningmarktregio: het grondgebied van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg; woonruimte: woonruimte met een eigen toegang die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woning; wet: de Huisvestingswet. Artikel2Beslistermijn 1.Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 8 binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2.Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. 3.Indien burgemeester en wethouders niet binnen de genoemde termijnen in het eerste of twee lid beslissen, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. HOOFDSTUK2VERDELING VAN WOONRUIMTE PARAGRAAF1WERKINGSGEBIED Artikel3Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1.Het is verboden om zonder huisvestingsvergunning van burgemeester en wethouders woonruimte in eigendom van corporaties of van eigenaren die meer dan één woonruimte verhuren, met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens, voor bewoning in gebruik te nemen of te geven. 2.Het is verboden zonder huisvestingsvergunning van burgemeester en wethouders een standplaats in gebruik te nemen of te geven. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op: woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; onzelfstandige woonruimten; bedrijfswoningen; woonwagens. Artikel4Toelatingscriteria Om toegelaten te worden tot de in artikel 3 genoemde woonruimten gelden de volgende voorwaarden: tenminste één van de leden van het huishouden is achttien jaar of ouder; de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit of worden op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld of zijn vreemdeling en verblijven rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, a t/m e en l van de Vreemdelingenwet 2000. Artikel5Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 4 komen voor een huisvestigingsvergunning in ieder geval in aanmerking: woningzoekenden met een inkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid onder g van de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting, dan wel een andere regeling op grond van de Woningwet. woningzoekenden die voldoen aan artikel 12, 13, 14 en 15. PARAGRAAF2INSCHRIJVING WONINGZOEKENDEN Artikel6Inschrijfsysteem van woningzoekenden 1.Corporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een centraal register van woningzoekenden. 2.Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving. 3.De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving en uitschrijving. 4.In dit register worden op hun verzoek als woningzoekenden ingeschreven: de huishoudens die een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 18 bezitten; de huishoudens die voldoen aan de toelatingseisen ingevolge artikel 4. Artikel7Bekendmaking aanbod van woonruimte 1.Het aanbod van de in artikel 3 aangewezen woonruimte wordt in ieder geval bekendgemaakt door publicatie op een kosteloos toegankelijke gemeenschappelijk digitaal platform. 2.De bekendmaking bevat in ieder geval: het adres en de huurprijs van de woonruimte; de inkomensgrens als bedoeld in artikel 5; het label als bedoeld in artikel 12; de geldigheid van een urgentieverklaring; de methode van woningaanbieding. PARAGRAAF3PROCEDURE AANVRAAG HUISVESTINGSVERGUNNING Artikel8Aanvragen van een huisvestingsvergunning 1.Een woningzoekende die reageert op een geadverteerde woning, doet daarmee tevens een aanvraag om een huisvestingsvergunning. 2.Bij de aanvraag worden de volgende gegevens gebruikt uit het register van woningzoekenden; naam, contactgegevens, leeftijd; omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; huishoudinkomen; adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening; indien van toepassing, de urgentiecategorie waartoe de aanvrager behoort. 3.De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; aan wie de vergunning is verleend; het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte enkel binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen. 4.Burgemeester en wethouders zijn gerechtigd om bewijsstukken op te vragen. Artikel9Vruchteloze aanbieding 1.Als de woonruimte door de verhuurder twee keer vruchteloos is aangeboden overeenkomstig artikel 7, kan de huisvestingsvergunning worden verleend aan een andere woningzoekenden dan die ingevolge artikel 5, 12, 13, 14 of 15 voor die woonruimte in aanmerking komen. 2.Als de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardige wijze vruchteloos heeft aangeboden aan de in het eerste lid genoemde woningzoekende, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het eerste lid bepaalde. Artikel10Intrekking huisvestingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de gestelde termijn in gebruik heeft genomen; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; indien zich gronden voordoen zoals genoemd in artikel 18 van de Wet. PARAGRAAF4AANBIEDING EN RANGORDE Artikel11Methodes voor woningaanbieding 1.Woonruimte wordt aangeboden door middel van het aanbodmodel of het lotingsmodel. 2.Voor specifieke doelgroepen kunnen corporaties en burgemeester en wethouders in afwijking van het eerste lid, woonruimte direct bemiddelen. Artikel12Labeling bij woningaanbieding 1.Woonruimte kan bij aanbieding overeenkomstig de tabel worden gelabeld voor aangewezen doelgroepen. 2.Woningtype Aangewezen doelgroep Seniorenserviceflats (incl. huismeester en recreatiezaal) 55-plussers Seniorenwoningen 55-plussers Aangepaste woningen kandidaten die op grond van de WMO of een urgentieverklaring een aangepaste woning behoeven Jongerenwoning Jongeren tot 23 jaar (On)zelfstandige woonruimte gesubsidieerd door de subsidie jongeren- en studentenhuisvesting Jongeren en/of studenten Aanleunwoningen en/of (on)zelfstandige zorgwoningen Woningzoekenden met een zorgindicatie Woongroepenwoningen Kandidaten wachtlijst van de woongroep Atelierwoningen Personen met ambachtelijk/kunstzinnig beroep 5- of meerkamerwoningen Huishoudens van 6 of meer personen 3.Wanneer zich geen kandidaten uit de aangewezen doelgroep als bedoeld in het tweede lid melden, kan de woonruimte aan andere doelgroepen aangeboden worden. 4.In afwijking van het tweede lid kan er bij aanbieding van woningen in serviceflats voor senioren en bij aanleunwoningen worden afgeweken van de rangorde als bedoeld in artikel 13 en 14 en 15 indien zich een huishouden meldt dat op dat moment in hetzelfde complex een woning huurt. 5.Voor de gevallen waarin dit artikel niet voorziet, stellen verhuurders nadere labeling op om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen. Artikel13Voorrang bij economische of maatschappelijke binding 1.Van de in artikel 3 aangewezen categorieën woonruimte kan ten hoogste 50% van het aanbod met voorrang worden aangeboden aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio. 2.Van de in het eerste lid bedoelde aanbod kan ten hoogste de helft met voorrang worden aangeboden aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente Amersfoort. Artikel14Rangorde woningzoekenden bij toewijzing en verlening huisvestingsvergunning bij het aanbodmodel De rangorde van woningzoekenden bij het aanbodmodel is in geval van: Woonruimte die met voorrang wordt aangeboden aan woningzoekenden met binding aan de woningmarktregio: Woningzoekende met een geldige urgentieverklaring als bedoeld in artikel 18, die voldoet aan artikel 12; Woningzoekende met de langste inschrijfduur die beschikt over een economische of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 eerste lid, die voldoet aan artikel 12; Overige woningzoekenden op volgorde van de langste inschrijfduur, die voldoen aan artikel 12. Woonruimte die met voorrang wordt aangeboden aan woningzoekenden met binding aan de woningmarktregio en daarbinnen met voorrang aan woningzoekenden met binding aan de gemeente Amersfoort: Woningzoekende met een geldige urgentieverklaring als bedoeld in artikel 18, die voldoet aan artikel 12; Woningzoekende met de langste inschrijfduur die beschikt over een economische of maatschappelijke binding aan de gemeente Amersfoort, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 tweede lid, die voldoet aan artikel 12; Woningzoekende met de langste inschrijfduur die beschikt over een economische of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 eerste lid, die voldoet aan artikel 12; Overige woningzoekenden op volgorde van de langste inschrijfduur die voldoen aan artikel 12. Woonruimte die wordt aangeboden zonder voorrangsbepaling met betrekking tot economische of maatschappelijke binding: Woningzoekende met een geldige urgentieverklaring als bedoeld in artikel 18, die voldoet aan artikel 12; Overige woningzoekenden op volgorde van de langste inschrijfduur die voldoen aan artikel 12. Indien een woningzoekende de aangeboden woonruimte niet accepteert, wordt de woonruimte aangeboden aan de eerstvolgende woningzoekende op de lijst, die voldoet aan artikel 12. Artikel15Rangorde woningzoekenden bij toewijzing en verlening huisvestingsvergunning bij loting De rangorde van woningzoekenden bij het lotingsmodel is in geval van: Woonruimte die met voorrang wordt aangeboden aan woningzoekenden met binding aan de woningmarktregio: Woningzoekende die als eerste gegadigde is geloot en die beschikt over een economische of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 eerste lid, die voldoet aan artikel 12. Overige eerstvolgende woningzoekenden op de lotinglijst die voldoen aan artikel 12. Woonruimte die met voorrang wordt aangeboden aan woningzoekenden met binding aan de woningmarktregio en daarbinnen met voorrang aan woningzoekenden met binding aan de gemeente Amersfoort: Woningzoekende die als eerste gegadigde is geloot en die beschikt over een economische of maatschappelijke binding aan de gemeente Amersfoort, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 tweede lid, die voldoet aan artikel 12. Woningzoekende die als eerste gegadigde is geloot en die beschikt over een economische of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio, overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 eerste lid, die voldoet aan artikel 12. Overige eerstvolgende woningzoekenden op de lotinglijst die voldoen aan artikel 12. Woonruimte die wordt aangeboden zonder voorrangsbepaling met betrekking tot economische of maatschappelijke binding: De eerstvolgende woningzoekenden op de lotinglijst die voldoen aan artikel 12. Indien een woningzoekende de aangeboden woonruimte niet accepteert, wordt de woonruimte aangeboden aan de eerstvolgende woningzoekende op de lotingslijst, die voldoet aan artikel 12. Artikel16Rangorde woningzoekenden met een urgentieverklaring Woningzoekenden die beschikken over een geldige urgentieverklaring als bedoeld in artikel 18 worden ten opzichte van elkaar als volgt gerangschikt: woningzoekenden met een urgentieverklaring categorie 1, op volgorde van de oudste datering van de urgentieverklaring; woningzoekenden met een urgentieverklaring categorie 2 of 3 op volgorde van de oudste datering van de urgentieverklaring; bij gelijke datering binnen categorie 1 en 2 op volgorde van de inschrijfduur; bij gelijke datering binnen categorie 3 op volgorde van lengte huurcontract. PARAGRAAF5URGENTIE Artikel17Procedure urgentieverklaring 1.Een woningzoekende kan bij burgemeester en wethouders een verzoek indienen om een urgentieverklaring. 2.Het verzoek om een urgentieverklaring gaat in ieder geval vergezeld van de volgende gegevens: naam, contactgegevens, leeftijd; omvang van het huishouden van de verzoeker; aanduiding en motivering urgentiecategorie; 3.Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de bepaling van de mate van urgentie aanvullende bewijsstukken opvragen. 4.Bij de beoordeling van het verzoek om een urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich bij de urgentiedoelgroepen als bedoeld in artikel 18, vijfde lid onder a en 18, zesde lid laten adviseren door de urgentiecommissie. 5.Er kan slechts eenmaal op basis van dezelfde feiten en omstandigheden een urgentieverklaring worden aangevraagd. 6.Een urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: de naam en contactgegevens van de woningzoekende; de datum van afgifte van de urgentieverklaring, de urgentiecategorie waarin de woningzoekende is ingedeeld; dat de urgentieverklaring alleen geldig is voor het woningaanbod in de gemeente Amersfoort voor woningen aangeboden via het aanbodmodel als bedoeld in artikel 14; voor zover sprake is van een toekenning in urgentiecategorie 1, dat burgemeester en wethouders kunnen bemiddelen. 7.Bij de beoordeling van een verzoek om een urgentieverklaring worden de volgende elementen meegewogen: Er is sprake van een dusdanige noodsituatie van de woningzoekende dat – in afwijking van de reguliere wachttijd- een snellere oplossing van het huisvestingsprobleem noodzakelijk is; Zelfredzaamheid: de mogelijkheden en kansen die de woningzoekenden hebben om zelf in hun huisvesting te voorzien; Verwijtbaarheid: de woningzoekende treft geen blaam voor de ontstane situatie; Bij de beoordeling of er naar het oordeel van burgemeester en wethouders een andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen worden ook het inkomen en het vermogen van de woningzoekende betrokken. 8.Een urgentieverklaring kan alleen gelden voor etagewoningen, tenzij een ander woningtype is geïndiceerd. Urgentieverklaringen voor huishoudens bestaand uit 6 personen of meer en voor de doelgroep als bedoeld in artikel 18, tweede lid onder g gelden voor alle woningtypes. 9.Een urgentieverklaring geldt niet voor nieuwbouwhuurwoningen, tenzij een nieuwbouwwoning is geïndiceerd. Urgentieverklaringen voor de doelgroep als bedoeld in artikel 18, tweede lid onder g en artikel 18, vijfde lid onder b kunnen ook gelden voor nieuwbouwwoningen. 10.Woningcorporaties kunnen in bijzondere gevallen woonruimte uitsluiten voor urgentiekandidaten, bijvoorbeeld in geval van leefbaarheidsproblematiek of populariteit van de woning. Artikel18Doelgroepen van urgentie 1.Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring verstrekken wegens dwingend beleidsmatige redenen; sociale indicatie; medische indicatie. 2.Onder dwingend beleidsmatige redenen vallen de volgende doelgroepen: cliënten van (hulpverlenings)organisaties waaronder opvang voor o.a. huishoudens die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang voor personen die hun woning hebben moeten verlaten in verband met relationele problemen of huiselijk geweld; vergunninghouders die op basis van de taakstelling gehuisvest dienen te worden zoals bedoeld in artikel 28 van de wet; mantelzorgontvangers; mantelzorgverleners; functionarissen die vanwege gemeentelijk veiligheids- of openbare orde beleid hun standplaats hebben in de woningmarktregio; situaties van gedwongen verkopen ten behoeve van de ontwikkeling van toekomstige inbreidings- en uitbreidingsgebieden bewoners uit te saneren stedelijke vernieuwingsgebieden zoals beschreven in het Sociaal Statuut; zij die een dure huurwoning of een koopwoning verlaten om een goedkopere huurwoning te betrekken, waarbij als voorwaarde geldt dat het huishoudensinkomen te laag is om de huur of hypotheek van de huidige woning te betalen, blijkende uit een woonkostentoeslag die wordt verstrekt door de gemeente Amersfoort; cliënten die te maken hebben met meervoudige problematiek voor wie in het kader van een ViA-traject urgentie wordt aangevraagd door de betrokken maatschappelijke organisatie. 3.De onder het eerste lid, onder b en c genoemde doelgroepen en de onder het tweede lid, onder e t/m i genoemde doelgroepen dienen een economische of maatschappelijke binding te hebben aan de gemeente Amersfoort. Deze eis kan niet worden gesteld aan doelgroepen genoemd onder het tweede lid onder a t/m d. 4.Urgentieverklaringen bestemd voor de doelgroep genoemd onder het tweede lid onder a, worden conform een besluit van burgemeester en wethouders in een contingent verstrekt aan de desbetreffende hulpverleningsorganisaties voor de door hen voorgedragen kandidaten. 5.Van een medische indicatie is sprake in de volgende gevallen: indien, op advies van een door burgemeester en wethouders in te schakelen onafhankelijk medisch adviesorgaan, is vastgesteld dat – in afwijking van de reguliere wachttijd een snellere oplossing van het huisvestingsprobleem uit medisch oogpunt noodzakelijk is, waarbij een relatie dient te bestaan tussen de medische problematiek en de huidige woonsituatie, en er naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen. indien in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning verhuizing wordt aanbevolen in verband met moeilijkheden bij het normale gebruik van de woning, vanwege aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, kan urgentie worden verleend, mits verhuizen naar oordeel van burgemeester en wethouders spoedeisend is en de goedkoopst adequate voorziening is. 6.Van een sociale indicatie is sprake indien op advies van de urgentiecommissie door burgemeester en wethouders is vastgesteld dat een urgentieverklaring uit sociaal oogpunt noodzakelijk is. Hieronder worden de volgende situaties gerekend: Echtscheiding met een of meer inwonend(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.