CAR, hoofdstuk 3 Salaris en vergoedingen A. De tekst in onderstaand hoofdstuk 1 wordt per 1 januari 2016 opgenomen bij dat hoofdstuk van de CAR. Het betreft landelijk overeengekomen wijzigingen in de begripsomschrijvingen ten opzichte van de tekst van de CAR op 31 december 2015. Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen Artikel 1:1 Salaris : maandbedrag dat binnen de salarisschaal aan de ambtenaar is toegekend, naar evenredigheid van diens formele arbeidsduur. Salaristoelagen : daartoe worden gerekend de in paragraaf 3 van hoofdstuk 3 genoemde toelagen te weten: de functioneringstoelage, de waarnemingstoelage, de toelage onregelmatige dienst, de buitendagvenstertoelage, de toelage beschikbaarheidsdienst, de inconveniëntentoelage, de arbeidsmarkttoelage, de garantietoelage en de afbouwtoelage, die aan de medewerker zijn toegekend en die tot 1 januari 2016 tot de bezoldiging werden gerekend. Functieschaal : de salarisschaal die bij een functie hoort. Periodiek : het maandbedrag in een salarisschaal. Salarisschaal : een reeks maandbedragen als opgenomen in de bijlage bij dit hoofdstuk. Overwerk : werkzaamheden die de ambtenaar, voor wie de bijzondere werktijdenregeling geldt, in dienstopdracht verricht boven de feitelijke arbeidsduur. Achterblijvende partner : weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner. Functie : het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten conform artikel 3:1:2. De tekst in onderstaand hoofdstuk 1 wordt opgenomen bij dat hoofdstuk van de CAR. Het betreft wijzigingen in de begripsomschrijvingen. B. De tekst in onderstaand hoofdstuk 3 wordt per 1 januari 2016 opgenomen bij dat hoofdstuk van de CAR. De artikelen met twee cijfers (#:#) zijn landelijk overeengekomen wijzigingen ten opzichte van de tekst van de CAR op 31 december 2015. De artikelen met drie cijfers (#:#:#) zijn aanvullingen op de Car-Uwo die in de gemeente Gooise Meren zijn overeengekomen en vastgesteld. Hoofdstuk 3 Salaris, vergoedingen, toelagen en uitkeringen § 1 Algemene bepalingen Artikel 3:1 Functies en functie waardering Het college stelt de functies vast die door ambtenaren binnen de gemeentelijke organisatie kunnen worden bekleed. Elke functie wordt beschreven op basis van een functiewaarderingssysteem. Voor elke functie stelt het college een functieschaal vast op basis van een functiewaarderingssysteem. Artikel 3:2 Recht op salaris, vergoedingen, salaristoelagen en uitkeringen Zolang zijn aanstelling duurt heeft een ambtenaar recht op salaris, vergoedingen, toelagen en uitkeringen overeenkomstig dit hoofdstuk. Dit recht bestaat niet over de tijd dat de ambtenaar in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat arbeid te verrichten. De uitbetaling van salaris, de vergoedingen, de toelagen en de uitkeringen vindt plaats per maand, tenzij in deze regeling anders is bepaald. § 2 Salaris Artikel 3:3 Vaststelling salaris Het college stelt het salaris van een ambtenaar vast aan de hand van zijn functieschaal, op grond van zijn ervaring, geschiktheid en bekwaamheid. Het salaris wordt vastgesteld met aanduiding van een periodiek in de functieschaal. Als een ambtenaar in een functie wordt benoemd zonder dat hij reeds voldoet aan alle daarvoor geldende eisen ten aanzien van opleiding, ervaring en bekwaamheid, kan zijn salaris overeenkomstig de eerst lagere salarisschaal dan de functieschaal worden vastgesteld. Artikel 3:3:1 Aanstelling in lagere salarisschaal en overgang naar functieschaal Aanstelling één schaal lager dan de functieschaal is een aanstelling in de aanloopschaal. Overgang van de aanloop- naar de functieschaal vindt plaats als, gemeten over een periode van tenminste één jaar, prestaties en gedrag van de ambtenaar voldoen aan de voor het functioneren in de functie redelijkerwijs te stellen eisen.. Artikel 3:4 Salarisverhoging Aan een ambtenaar wordt een salarisverhoging naar de volgende periodiek toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: de ambtenaar functioneert voldoende; de ambtenaar heeft het maximum van de functieschaal nog niet bereikt; er zijn twaalf maanden verstreken sinds zijn aanstelling of zijn laatste periodieke salarisverhoging. Het college kan aan toekenning van een periodieke salarisverhoging aanvullende voorwaarden stellen. Het college kan een ambtenaar een extra periodieke salarisverhoging toekennen. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, kan het college voor de ambtenaren of voor groepen ambtenaren een vaste verhogingsdatum vaststellen. Artikel 3:4:1 Toekennen extra periodiek Een extra periodieke verhoging, als in lid 3 van artikel 3:4, kan de ambtenaar toegekend worden ingeval van structureel beter functioneren. Hiervoor is ten minste vereist dat het eindresultaat van de beoordeling van de medewerker goed is. Per jaar kunnen er maximaal twee periodieke verhogingen toegekend worden. Artikel 3:4:2 Periodiekmaand De periodieke verhogingen worden in de maand januari toegekend, zolang het maximum van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal nog niet is bereikt. Artikel 3:5 Verlaging salarisschaal Zonder voorafgaand ontslag kan voor de ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris, tenzij hiervoor in deze regeling, of andere wet- en regelgeving, een grond aanwezig is. In afwijking van het eerste lid kan een ambtenaar met zijn instemming worden herplaatst in een functie waaraan een lagere schaal is verbonden met een overeenkomstige aanpassing van het salaris. In afwijking van het eerste lid kan de ambtenaar, door toepassing van artikel 7:16, tweede lid, herplaatst worden in een functie met een lager maximumsalaris met een overeenkomstige aanpassing van het salaris. In afwijking van het eerste lid kan de ambtenaar, door toepassing van hoofdstuk 10d, herplaatst worden in een functie met een lager maximumsalaris en een mogelijk overeenkomstige aanpassing van het salaris, voor zover geregeld in een sociaal plan of sociaal statuut. Artikel 3:6 Inpassing in hoger schaal De ambtenaar die door promotie naar een hogere schaal overgaat, heeft vanaf de dag dat de promotie ingaat recht op een hoger salaris. Artikel 3:6:1 Coördinatiemodule Voor de medewerker die een functie bekleedt waarvoor in de functiebeschrijving de coördinatiemodule A of B volgens HR21 is opgenomen, wordt een salaris vastgesteld dat een schaal hoger ligt dan de functieschaal. Als de medewerker ophoudt een functie te bekleden waaraan de coördinatiemodule is verbonden vervalt de op grond van lid 1 toegekende schaalverhoging. Artikel 3:6:2 Overgang naar een hogere schaal Wanner voor de ambtenaar een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximum salaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, dat volgt op het bedrag dat verkregen wordt door het oude salaris te vermeerderen met het verschil tussen het tweede en derde bedrag dat hoort bij het eerstvolgende schaalniveau. Onder tweede en derde bedrag, als bedoeld in lid 1, wordt verstaan het bedrag behorende bij periodiek 1 en 2 van het nieuwe schaalniveau. In ieder geval wordt het salaris in de nieuwe schaal verhoogd tot een bedrag in die schaal waardoor het nieuwe salaris uitgaat boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten. Artikel 3:7 Uitloopschaal Doorgroei in een uitloopschaal is mogelijk wanneer dit op 31 december 2015 in een lokale regeling was vastgelegd. De uitloopschaal is een schaal hoger dan de functieschaal. In de lokale regeling worden voorwaarden en regels gesteld die van toepassing zijn op de instroom in- en het doorlopen van de uitloopschaal. § 3 Salaristoelagen Artikel 3:8 Functioneringstoelage Het college kan aan een ambtenaar die meerdere jaren zeer goed of uitstekend heeft gefunctioneerd en/of bijzondere prestaties heeft geleverd, en die het maximum van zijn functieschaal heeft bereikt, een functioneringstoelage toekennen. De toelage wordt voor maximaal een jaar toegekend. Bij het voortduren van de gronden waarop de toelage is toegekend, kan deze opnieuw worden toegekend. De toelage bedraagt ten hoogste 10% van het salaris. Artikel 3:8:1 Toekennen functioneringstoelage Het zeer goed of uitstekend functioneren over meerdere jaren, als genoemd in lid 1 van artikel 3:8 blijkt uit de beoordelingen die zijn opgemaakt volgens de geldende beoordelingssystematiek. Onder bijzondere prestaties wordt verstaan:*opmerkelijke kwantitatieve prestaties welke in ruime mate uitgaan boven hetgeen in de functie redelijkerwijs geëist mag worden; of*door eigen inzet en merendeels eigen initiatief verwezenlijkt hebben van een belangrijke ontwikkeling in het functie- of vakgebied. Artikel 3:9 Arbeidsmarkttoelage Het college kan aan een ambtenaar een arbeidsmarkttoelage toekennen om hem in dienst te kunnen nemen of te behouden, als schaarste op de arbeidsmarkt daartoe aanleiding geeft en er in het betreffende vakgebied sprake is van een ernstig tekort aan personeel. De toelage wordt toegekend voor een periode die van tevoren is vastgesteld, met een maximum van drie jaar. De maandelijkse toelage bedraagt ten hoogste 10% van het salaris. Artikel 3:9:1 Toekennen arbeidsmarkttoelage Deze toelage kan toegekend worden als er een bijzonder gemeentelijk belang is bij het aannemen of in dienst houden van de ambtenaar. Artikel 3:10 Waarnemingstoelage Indien een ambtenaar wordt aangewezen om een functie waar te nemen met een hogere functieschaal, wordt hem voor de periode van waarneming een waarnemingstoelage toegekend. Deze bepaling geldt niet als de waarneming deel uitmaakt van de eigen functie. Bij volledige waarneming van de functie is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet en het slaris dat hij zou genieten als hij bij de start van de waarneming in de hogere schaal zou zijn ingedeeld. Bij gedeeltelijke waarneming wordt de toelage naar evenredigheid toegekend. Artikel 3:11 Toelage onregelmatige dienst De ambtenaar die valt onder de bijzondere regeling voor werktijden (artikel 4:3) en de ambtenaar die werkt bij de brandweer in dienstrooster (artikel 4:8) heeft recht op een toelage die wordt uitgedrukt in een percentage van het uurloon verbonden aan het maximum van salarisschaal 6 gedurende de volgende tijdvakken van de week:*maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 08.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur: 20%;*maandag tot en met vrijdag tussen 0.00 en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur: 40%;*zaterdag tussen 0.00 en 24.00 uur: 40%;*zondag tussen 0.00 en 24.00 uur: 65%. De ambtenaar heeft geen recht op een toelage, als hij in een week slechts op een aaneengesloten periode van ten hoogste drie uur in een van de in lid 1 genoemde tijdvakken heeft gewerkt. Over de uren waarover een toelage onregelmatige dienst wordt uitbetaald, kan niet tegelijkertijd een overwerkvergoeding (artikel 3:16) worden uitbetaald. Artikel 3:12 Buitendagvenstertoelage De ambtenaar die valt onder de standaardregeling voor de werktijden en die door het college is aangewezen om te werken buiten het dagvenster (artikel 4:2, tweede lid), heeft recht op een buitendagvenstertoelage. De buitendagvenstertoelage bedraagt:*50% van het uurloon van de ambtenaar over de gewerkte uren buiten het dagvenster tussen maandag 0.00 en vrijdag 24.00 uur;*75% van het uurloon van de ambtenaar over de uren gewerkt op zaterdag;*100% van het uurloon van de ambtenaar over de uren gewerkt op zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:5, tweede lid. De ambtenaar die een functie bekleedt met functieschaal 11 of hoger heeft geen recht op een buitendagvenstertoelage. Artikel 3:13 Toelage beschikbaarheidsdienst De ambtenaar die buiten de voor hem geldende werktijden beschikbaarheidsdienst heeft, ontvangt hiervoor een toelage. De toelage bedraagt 5% van het uurloon voor de uren op maandag tot en met vrijdag en 10% van het uurloon voor de uren op zaterdag, zondag en de volgende feestdagen: nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en Koningsdag. Het uurloon, is voor de toepassing van dit artikel maximaal gelijk aan het uurloon dat behoort bij het maximumsalaris van salarisschaal 7. Artikel 3:14 Inconveniëntentoelage Het college kan aan een ambtenaar een inconveniëntentoelage toekennen, indien er sprake is van niet vermijdbare zware, onaangename of gevaarlijke arbeid. Artikel 3:14:1 Toepassing inconveniëntentoelage De inconveniëntentoelage betreft een maandelijkse toelage die kan worden toegekend aan de medewerkers van het team Beheer en Service van de afdeling Beheer openbare ruimte en gebouwen. De inconveniëntentoelage wordt toegekend in verband met zware, vuile en belastende taken in de functie. In de functie is sprake van de mogelijkheid van overmatige spierbelasting, oplettendheid, vuil, afkeer, weer, geluid, trillingen en persoonlijk risico. De hoogte van de inconveniëntentoelage bedraagt 4% van het maximum van salarisschaal 5. Artikel 3:15 Garantietoelage Het college kan aan een ambtenaar die wordt geconfronteerd met een lager salaris en/of salaristoelagen, een garantietoelage toekennen. Artikel 3:16 Afbouwtoelage De ambtenaar van wie buiten zijn toedoen de toelage onregelmatige dienst, de toelage beschikbaarheidsdienst, en/of de inconveniëntentoelage blijvend wordt verlaagd of beëindigd, heeft recht of een afbouwtoelage indien*hij de toelage(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.