Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent de vertrouwenscommisie burgemeestersvacature Verordening op de vertrouwenscommissie burgemeestersvacature gemeente Amsterdam 2018De gemeenteraad van Amsterdam Overwegende dat de procedure inzake de benoeming van een burgemeester in de gemeente Amsterdam in gang is gezet; Gelet op; de artikelen 61, lid 2 en 3 en 149 van de Gemeentewet; de circulaire benoeming, klankbordgesprekken en herbenoeming van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 29 september 2017 en de Handreiking burgemeesters, benoeming, herbenoeming, klankbordgesprekken en afscheid d.d. 1 mei 2016, Besluit: vast te stellen de navolgende verordening: VERORDENING OP DE VERTROUWENSCOMMISSIE BURGEMEESTERSVACATURE GEMEENTE AMSTERDAM 2018 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: de minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; de commissaris: de commissaris van de Koning in de provincie Noord-Holland; de commissie: de vertrouwenscommissie, zijnde een bijzondere raadscommissie, die belast is met de voorbereiding van de aanbeveling tot vervulling van de vacature burgemeester; de raad: de gemeenteraad van Amsterdam; de secretaris: de secretaris van de commissie. Artikel2Taak en bevoegdheden 1.De commissie heeft tot taak een door de commissaris van de Koning aan te reiken selectie van kandidaten te beoordelen. 2.Indien de commissie ook andere kandidaten die op de voorgeschreven wijze hebben gesolliciteerd en die niet behoren tot de selectie van de commissaris van de Koning, wil beoordelen, stelt zij de commissaris van de Koning hiervan onverwijld in kennis. 3.Indien de commissie besluit een door de commissaris van de Koning geselecteerde kandidaat niet te ontvangen, stelt zij de commissaris van de Koning beargumenteerd hiervan onverwijld schriftelijk in kennis. Eveneens stelt de commissie de betreffende kandidaat hiervan onverwijld in kennis. 4.De commissie verschaft zich slechts door tussenkomst van de commissaris van de Koning de door haar nodig geachte informatie over de kandidaten. 5.De commissie brengt haar in artikel 7 bedoelde bevindingen uit op basis van de namen en eventuele verdere gegevens die de commissaris van de Koning haar verstrekt en op basis van mondelinge en schriftelijke informatie die de door haar ontvangen kandidaten haar geven, zulks na weging van een en ander. 6.De commissie licht het concept van haar verslag en haar bevindingen bedoeld in artikel 7 toe aan de commissaris van de Koning. Artikel3Samenstelling 1.De commissie bestaat uit twaalf leden, te benoemen door en uit de gemeenteraad, zodanig dat elke fractie in de commissie is vertegenwoordigd. 2.Indien de gemeenteraad niet heeft bepaald wie voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de commissie zijn, kiest de commissie deze uit haar midden. 3.De raad kan één of meer wethouders als adviseur toevoegen aan de commissie. 4.Een adviseur is geen lid van, en heeft geen stemrecht in, de commissie. 5.Plaatsvervangende leden worden niet aangewezen. Het lidmaatschap is persoonlijk. Vervanging van een lid door de raad is mogelijk tot het moment dat de commissie de namen van de kandidaten van de commissaris heeft ontvangen. 6.De raadsgriffier en de plaatsvervangend raadsgriffier worden toegevoegd aan de commissie als ambtelijk secretaris respectievelijk plaatsvervangend secretaris en geven uit dien hoofde ambtelijke ondersteuning aan de commissie. Artikel4Vergaderingen 1.De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste drie leden dit noodzakelijk achten. 2.De commissie vergadert niet indien niet tenminste de helft plus één van het aantal leden aanwezig is. 3.De voorzitter bepaalt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. De voorzitter roept de volgende personen schriftelijk tot de vergadering op: de leden van de commissie; de sollicitanten naar het ambt van burgemeester, elk voor zover met de betreffende sollicitant een gesprek plaats heeft. 4.Een adviseur wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de commissie. Lid 3 is van overeenkomstige toepassing. 5.De in het tweede lid bedoelde oproeping geschiedt ten minste achtenveertig uren voorafgaand aan de vergadering. Indien bijzondere omstandigheden een spoedige bijeenkomst van de commissie vergen, kan van de in de eerste volzin van dit lid bedoelde termijn worden afgeweken doch geschiedt de oproeping ten minste acht uren voorafgaand aan de vergadering. Artikel5Stemming 1.De commissie besluit over de vaststelling van een conceptaanbeveling bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid één stem heeft. 2.Indien de stemmen staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden geen bevindingen van de commissie, maar de verschillende meningen binnen de commissie door middel van het verslag van bevindingen, zoals bedoeld in artikel 7, opgenomen. Artikel6Geheimhouding 1.Op alle informatie van de commissie rust ingevolge de wet de verplichting tot geheimhouding, welke zich ook uitstrekt tot eenieder die van de informatie kennis draagt. 2.De voorzitter ziet erop toe dat aan het gestelde in het vorige lid wordt voldaan. 3.Deze geheimhoudingsplicht geldt ook tegenover de gemeenteraad. 4.De commissie en haar leden verstrekken geen inzage in de stukken noch informatie over de stukken en over het behandelde in haar vergadering of in het gesprek aan raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.