Verordening op de gedragscode raadsleden HOOFDSTUK I Kernbegrippen. De raadsleden stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de burgers en in het verlengde daarvan die van de gemeente zijn het primaire richtsnoer voor deze volksvertegenwoordigers. Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders of de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie de raadsleden hun functie vervullen en door middel van het burgerjaarverslag van de burgemeester. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief. Waar daarin sprake is van “handelen van een raadslid”, heeft dit primair betrekking op het “handelen als raadslid”. In de bestuurlijk-politieke praktijk is echter niet uit te sluiten dat handelingen in de privé-sfeer ook van invloed kunnen zijn op de waardering van het handelen als raadslid. Ook het persoonlijke is politiek. Dienstbaarheid. Het handelen van een volksvertegenwoordiger is altijd en volledig gericht op het belang van de burgers van de gemeente en op het belang van hun organisaties, en daarmee op het belang van de gemeente. Functionaliteit. Het handelen van een raadslid heeft een herkenbaar verband met zijn functie van volksvertegenwoordiger. Onafhankelijkheid. Het handelen van een raadslid wordt gekenmerkt door onafhankelijkheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Openheid. Het handelen van een raadslid is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de raad en de burgers volledig inzicht hebben in het handelen van het raadslid en zijn beweegredenen daarbij. Betrouwbaarheid. Op een raadslid moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken en zijn uitspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het functioneren van de gemeentelijke democratie. Zorgvuldigheid. Het handelen van een raadslid is erop gericht dat hij in zijn politieke afweging oog heeft voor de rechten en plichten van alle burgers en hun organisaties en tot een correcte wijze van afweging komt. HOOFDSTUK II Bepalingen. Algemene bepalingen. In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het Presidium, met rapportage aan de raad. De code wordt actief openbaar gemaakt en is door derden te raadplegen. De raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.