Beleidsregels Wet aanpak woonoverlast30 mei 2018 Inleiding. Gemeente Leeuwarden vindt het noodzakelijk dat structurele overlast vanuit en rond de woning wordt bestreden. Vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid, het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid treedt de gemeente dan ook op tegen structurele overlast. Artikel 151d Gemeentewet is het juridisch instrument om bestuurlijk op te treden tegen deze overlast. Om die reden is het wenselijk om beleidsregels te formuleren ten aanzien van de toepassing van deze bevoegdheid. Het doel van dit beleid is: Te realiseren dat geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de aard en de ernst van de overtreding (proportionaliteit en subsidiariteit); Te bewerkingstellingen dat er door de gekozen bestuursmaatregel een einde komt aan de strijdige situatie ter bescherming van de openbare orde, het woon- een leefklimaat en de volksgezondheid; Te bewerkstellingen dat herhaling van de overtreding wordt voorkomen; Kenbaar maken aan de burger welke maatregel zij van de overheid kan verwachten na een overtreding. Juridisch kader Artikel 151d Gemeentewet 1. De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige of herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De in artikel 125, eerste lid, bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste bedoelde voorschrift wordt uitgeoefende door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit met inachtneming van het hetgeen daaromtrent door de raad in de verordening is bepaald en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. 3. onverminderd de laatste volzin van het tweede lid kan de last, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid. Aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken. Artikel 151d Gemeentewet geeft de burgemeester de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien de in het eerste lid genoemde personen er geen zorg voor dragen dat door gedragingen in of vanuit een woning of een erf of in de onmiddellijke nabijheid daarvan geen ernstige of herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt en deze hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. De burgemeester kan ten aanzien van deze bevoegdheid beleidsregels vaststellen op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Algemene Plaatselijke verordening De gemeente Leeuwarden heeft ter uitwerking van artikel 151d Gemeentewet het artikel 2:79 opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 2:79 Hinder voor omwonenden Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Inkadering beleid Artikel 151d Gemeentewet heeft tot doel om woonoverlast tegen te gaan. Van woonoverlast is sprake als een individuele bewoner zich regelmatig of structureel zo gedraagt dat hij of zijn daarmee in ieder geval omwonenden in hun woongenot stoort en/of in hun vrijheid belemmert en daarnaast eventueel zichzelf ook schade toebrengt. Uitgangspunt is dat er een directe relatie is met de woonsituatie van de betrokkenen en de overlast die in de woning of in de directe omgeving daarvan ervaren wordt. Met de directe omgeving wordt bedoeld de overlast in en rondom de woning en niet de openbare ruimte. Aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens moet aannemelijk worden gemaakt dat zich in de woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven gedragingen voordoen en dat als gevolg daarvan de openbare orde in en rond de woning wordt verstoord. Ook moet worden geoordeeld dat vanuit de woning of een bij die woning behorend erf overlast ernstige en herhaaldelijke hinder wordt veroorzaakt en bovendien geen andere en geen minder ingrijpende middelen voorhanden zijn om de overlast in voldoende mate te bestrijden. Als de gebruiker of in gebruik gever van een woning of een bij die woning behorend erf de zorgplicht uit artikel 151d Gemeentewet schendt is de burgemeester onder bepaalde voorwaarden bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Het toepassen van bestuursdwang heeft tot doel om de hinder te beëindigen en de situatie te herstellen. Op grond van artikel 5.32 Algemene wet bestuursrecht kan de burgemeester in plaats van een last onder bestuursdwang ook een last onder dwangsom opleggen. De burgemeester beoordeelt per geval of er een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom wordt opgelegd. Ernstige en herhaaldelijke hinder De burgemeester maakt gebruik van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. De burgemeester gaat terughoudend om met zijn bevoegdheid en zal deze in beginsel niet aanwenden indien de daaraan voorafgaande stappen niet zijn doorlopen. In geval van bijzondere omstandigheden, zoals in zeer spoedeisende situaties, kan hiervan worden afgeweken. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder is onderstaande indicatorenlijst samengesteld. De indicatorenlijst heeft een alternatief en geen cumulatief karakter. Ook op basis van enkele indicatoren kan worden gesteld dat er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder. De indicatorenlijst is nadrukkelijk een hulpmiddel. In zijn beoordeling of er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder neemt de burgemeester de volgende indicatoren mee: De frequentie waarmee de hinder zich voordoet ofwel het aantal meldingen dat is gedaan. De mate (en frequentie) waarin de hinder door een toezichthouder en/of politieambtenaar is geconstateerd. Het aantal (verschillende) omwonenden dat een melding heeft gedaan van de hinder. De stelselmatigheid van de hinder. De mate van escalatie van de hinder. De mate van gevaar of de mate van risico voor omwonenden. De mate van gevaar of de mate van risico voor degene die de hinder veroorzaakt. De mate waarin de leefbaarheid en/of openbare orde wordt verstoord. De mate waarin degene die hinder veroorzaakt in het verleden al eerder hinder heeft veroorzaakt. Er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkenen verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten, of zelf antecedenten heeft (hierbij moet met name worden gedacht aan antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernietiging, diefstal, Opiumwet, Wet wapens en munitie e.d.) De aard van de hinder: Indien de hinder bestaat uit feiten die strafbaar zijn gesteld wordt daaraan een zwaarder gewicht toegekend. Voorbeelden van ernstige en herhaaldelijke hinder zijn aanhoudende geluidsoverlast, agressief gedrag, bedreigingen, ernstige stankoverlast, drugsgebruik, hinderlijke aanloop, verstoren nachtrust etc.. Deze vormen van overlast zijn indicatief en niet limitatief. De burgemeester weegt per casus af of de hinder ernstig genoeg wordt geacht om bestuursrechtelijke optreden te rechtvaardigen. Procedure Voorbereiding: melding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.