Regeling van Gedeputeerde Staten van provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent ambtelijke organisatie (Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant 2018)Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Gelet op de artikelen 100 en 158, eerste lid, onder c, van de Provinciewet; Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 10 december 2013 de Regeling ambtelijke organisatie Noord-Brabant hebben vastgesteld; Overwegende dat de provincie Noord-Brabant zich voor nieuwe taken en opgaven gesteld ziet en Gedeputeerde Staten de ambtelijke organisatie daarop wensen in te richten; Overwegende dat Gedeputeerde Staten omwille van die herinrichting van de ambtelijke organisatie de voornoemde regeling wensen te wijzigen; Overwegende dat vanwege de aard en de omvang van de wijzigingen Gedeputeerde Staten een geheel nieuwe regeling wensen vast te stellen; besluiten vast te stellen de volgende regeling: §1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen ambtelijke organisatie: personen die in dienst van de provincie onder het gezag van Gedeputeerde Staten werkzaam zijn; capaciteit: door Provinciale Staten vastgestelde personeelsomvang voor de gehele ambtelijke organisatie; directeur: functionaris die met de secretaris de directie vormt; eenheid: groep medewerkers aangestuurd door een H-manager; H-manager: manager van een eenheid; opdrachtgever: degene die verantwoordelijk is voor het binnen vastgestelde kaders en richtlijnen definiëren van een te bereiken concreet resultaat, projectresultaat of doel; opdrachtnemer: degene die verantwoordelijk is voor het binnen vastgestelde kaders en richtlijnen realiseren van een vooraf door een opdrachtgever gedefinieerd concreet resultaat, projectresultaat of doel; programma: uniek en tijdelijk geheel van activiteiten, gericht op het bereiken van één of meerdere complexe of strategische doelen; programmamanager: opdrachtnemer van een programma; project: geheel aan activiteiten om in een tijdelijke organisatie binnen gestelde condities een vooraf gedefinieerd resultaat te bereiken; projectleider: opdrachtnemer van een project; secretaris: secretaris als bedoeld in artikel 97 van de Provinciewet, tevens algemeen directeur van de ambtelijke organisatie. §2Organisatie van de ambtelijke organisatie Artikel2Opgavegestuurde organisatie 1.Gedeputeerde Staten leggen de sturingsfilosofie van de opgavegestuurde organisatie en de daaraan gekoppelde hoofdstructuur van de ambtelijke organisatie vast. 2.De sturingsfilosofie, genoemd in het eerste lid, hanteert onder meer de volgende uitgangspunten: de opgaven worden vertaald naar concrete doelen of resultaten; de doelen, respectievelijk resultaten, bedoeld onder a, worden in de vorm van in te stellen programma’s en projecten gerealiseerd. Artikel3Structuur ambtelijke organisatie 1.De ambtelijke organisatie is onderverdeeld in: een directie; eenheden; programma’s. 2.Een programmamanager kan besluiten tot het instellen van projecten binnen zijn programma. Artikel4Taken organisatieonderdelen 1.De directie is belast met de concernbrede, strategische sturing van de ambtelijke organisatie. 2.De eenheden herbergen de capaciteit waarover de programma’s beschikken om hun doel te bereiken. 3.De programma’s zijn belast met de voorbereiding en de uitvoering van het beleid. Artikel5De directie 1.De directie bestaat uit de secretaris en een of meer directeuren. 2.De secretaris is voorzitter van de directie. 3.De directie beraadslaagt over de toewijzing van de maximale capaciteit aan de programma’s, alsmede over de inrichting van de eenheden. 4.De directie geeft organisatiebreed sturing aan en is eindverantwoordelijk voor het geheel van: de voorbereiding en de uitvoering van het beleid; de inhoudelijke strategie van de organisatie; de bedrijfsvoering en financiën; de organisatieontwikkeling. 5.Onverminderd het derde en het vierde lid is de directie eindverantwoordelijk voor het realiseren van de provinciale opgaven. Artikel6Eenheden Een eenheid bestaat uit medewerkers die worden ingezet voor de uitvoering van een of meer programma’s. Artikel7Programma’s 1.De secretaris stelt kaders en richtlijnen vast om te komen tot een programma. 2.De secretaris besluit tot het instellen van een programma om een doel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, te bereiken. 3.Bij het besluit tot instelling van een programma: worden de kaders en richtlijnen, bedoeld in het eerste lid, in acht genomen; en definieert de secretaris vanuit zijn rol van opdrachtgever tevens het te bereiken doel. 4.Indien het besluit tot het instellen van een programma tevens het verlenen van mandaat aan de programmamanager omvat, wordt in het instellingsbesluit de aard en de omvang van dat mandaat vastgelegd. 5.Het mandaat, bedoeld in het vierde lid, wordt verleend met inachtneming van de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regeling inzake mandaat. Artikel8Projecten 1.De secretaris stelt kaders en richtlijnen vast om te komen tot een project. 2.Een programmamanager kan besluiten om een resultaat als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, te bereiken in de vorm van een project. 3.Bij het besluit tot het instellen van een project: worden de kaders en richtlijnen, bedoeld in het eerste lid, in acht genomen; en definieert de programmamanager tevens het te bereiken resultaat. 4.Indien het besluit tot het instellen van een project tevens het verlenen van mandaat aan de projectleider omvat, wordt in het instellingsbesluit de aard en de omvang van dat mandaat vastgelegd. 5.Het mandaat, bedoeld in het vierde lid, wordt verleend met inachtneming van de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regeling inzake mandaat. §3Management Artikel9De secretaris 1.De secretaris geeft samen met de directeuren, op strategisch niveau leiding aan de ambtelijke organisatie. 2.De secretaris geeft hiërarchisch leiding aan: de directeur; de overige rechtstreeks onder hem ressorterende functionarissen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.