← Nederland

Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Stein 2006 (Stein)

Obsah (13)Artikel 1Artikel 2Artikel 3Artikel 4Artikel 5Artikel 6Artikel 7Artikel 8Artikel 9Artikel 10Artikel 11Artikel 12Artikel 13

Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Stein 2006De Raad der gemeente Stein; gelezen het voorstel van de auditcommissie van 31 augustus 2005 (Gem. blad Afd. A 2005, no. 129); gezien het advies

Artikel 1

Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. In deze verordening is gekozen om de begrippen doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid (die in artikel 182 van de Gemeentewet is genoemd) niet in artikel 1 op te nemen. Hiermee wordt voorkomen dat een andere definitie wordt gehanteerd. Wel wordt in deze

uiteengezet wat onder deze termen wordt verstaan. Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werdbeoogd en de gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten.

Artikel 2

Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel 81o van de wet regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De wet spreekt van een rekenkamerfunctie. In deze verordening is gekozen voor de term rekenkamercommissie. De voorzitter wordt uit de externe leden gekozen. De raad bepaalt zelf hoeveel leden de rekenkamer zal hebben.

Artikel 3

Anders dan bij de rekenkamer kunnen naast externen ook raadsleden en leden van andere commissies deel uitmaken van de rekenkamercommissie. In deze verordening wordt daar niet voor gekozen. De rekenkamercommissie in Stein bestaat uit drie leden. In het tweede lid is een termijn van zes jaar voor externe leden genoemd. Omwille van continuïteit verdient het aanbeveling de benoemingstermijn van externe leden niet gelijk te laten zijn die van een raadsperiode. Het derde lid is van toepassing als de rekenkamercommissie in functie is. De eerste maal dat de Raad leden in de commissie benoemd (in 2006) kan dit lid niet worden toegepast.

Artikel 4

In dit artikel wordt de benoemingswijze, de taaktoedeling en de vervanging van de voorzitter van de rekenkamercommissie geregeld. Dat de rekenkamercommissie de voorzitter uit haar midden benoemd, impliceert dat de Raad dit dus geen voorzitter aanwijst. De Raad benoemt slechts de drie leden.

Artikel 5

De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor leden van de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de leden van de rekenkamercommissie.

Artikel 6

Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties. Dit artikel kent een limitatieve opsomming van beëindiging van het lidmaatschap. Ontslag door de Raad op grond van ongeschiktheid is met opzet niet opgenomen. Dit om te voorkomen dat de Raad op grond van bijvoorbeeld conflictsituaties met de rekenkamercommissie, of individuele leden daarvan, tot ontslag zou kunnen overgaan. Toevoeging van een dergelijke ontslaggrond zou op gespannen voet staan met de onafhankelijkheid die nagestreefd wordt.

Artikel 7

In dit artikel is de vergoeding die de leden voor hun werkzaamheden ontvangen, vastgelegd. De vergoeding bestaat uit een vergoeding per vergadering. Deze vergoeding is gelijk aan die voor andere (Raads)commissieleden. Daarnaast kan uren die door de leden van de commissie aan feitelijke onderzoeksactiviteiten zijn besteed in rekening worden gebracht tegen een bedrag van maximaal €70,- per uur inclusief BTW. Onder onderzoeksactiviteiten wordt niet verstaan het voorbereiden van vergaderingen van de commissie. Voor dat doel ontvangen de leden de in het eerste lid bedoelde vergoeding. Alle in dit artikel genoemde vergoedingen worden ten laste gebracht van het door de Raad aan de rekenkamercommissie ter beschikking gestelde budget.

Artikel 8De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris.

Deze wordt door het college aangewezen. De rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde lid is voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten opzichte van de rekenkamercommissie. De ambtelijk secretaris is niet de Raadsgriffier.

Artikel 9

Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moeten/kunnen zaken als de vergoeding, volgorde van aftreden bij een meerhoofdige rekenkamercommissie, verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te verrichten enzovoorts geregeld. In het artikel is ter onderstreping van de onafhankelijkheid van de rekenkamercommissie geregeld dat de commissie haar eigen reglement vaststelt en dit ter kennisneming aan de Raad zendt.

Artikel 10

De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

Artikel 11

Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. De commissie kan onderzoek uitbesteden aan derden. De kosten hiervan worden ten laste gebracht aan het aan de rekenkamercommissie ter beschikbaar gestelde budget. Het onderzoek ten dienste van de rekenkamer of onderdelen daarvan mogen niet worden verricht door leden van het gemeentebestuur of van de ambtelijke organisatie. Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) ontwerp-onderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te halen en te corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de rekenkamer een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen. Eventueel zouden zaken die in dit artikel zijn opgenomen ook in een reglement van orde kunnen worden geregeld. Om het functioneren van de rekenkamercommissie te kunnen monitoren en eventueel aanpassingen te kunnen doorvoeren, stelt de rekenkamercommissie één maal per jaar een evaluatierapport op. Ter bevestiging van de onafhankelijke positie van de commissie wordt dit stuk ter kennis gebracht van de Raad.

Artikel 12

De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.

Artikel 13

In de voorbereiding van deze verordening door de auditcommissie is nadrukkelijk stil gestaan bij de autonomie van de rekenkamercommissie. Om te voorkomen dat de Raad geconfronteerd wordt met een rekenkamercommissie die niet naar de wens van de Raad opereert, is in de verordening de opdracht aan de commissie neergelegd een evaluatie van de verordening op te stellen. Het is vervolgens aan de Raad om naar aanleiding van deze evaluatie aanpassingen in de verordening door te voeren.

Artikelen 14 en 15Deze artikelen behoeven geen

.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.